From fe247b5a6ea49fc37d0a70f65460ff8f69844d4a Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 13 Jul 2007 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2007-07-13 | BWBR0006923 | Rijnvaartpolitiereglement 1995 --- .../BWBR0006923/README.md | 72 +++++-------------- 1 file changed, 17 insertions(+), 55 deletions(-) diff --git a/kb/rijnvaartpolitiereglement-1995/BWBR0006923/README.md b/kb/rijnvaartpolitiereglement-1995/BWBR0006923/README.md index 6a2dd876a38..9696694c225 100644 --- a/kb/rijnvaartpolitiereglement-1995/BWBR0006923/README.md +++ b/kb/rijnvaartpolitiereglement-1995/BWBR0006923/README.md @@ -30,12 +30,12 @@ i. *drijvend werktuig:* een drijvend bouwsel, met mechanische werktuigen, dat is j. *drijvende inrichting:* een drijvend bouwsel dat vanwege zijn bestemming in de regel niet wordt verplaatst, zoals een badinrichting, een dok, een steiger, een botenhuis; k. *drijvend voorwerp:* een vlot, alsmede een ander voorwerp of samenstel van voorwerpen, dat geschikt is gemaakt om te varen en dat geen schip of drijvende inrichting is; l. *veerpont:* een schip dat een veerdienst onderhoudt, waarbij de vaarweg wordt overgestoken, en dat door de bevoegde autoriteit als veerpont wordt aangemerkt; -m. *klein schip:* een schip waarvan de maximale lengte van de romp, zonder het roer en de boegspriet, minder is dan 20 m, met uitzondering van: +m. *Klein schip*: een schip waarvan de maximale lengte van de romp, zonder het roer en de boegspriet, minder is dan 20 m met uitzondering van: --. een schip dat is gebouwd of ingericht om andere dan kleine schepen te slepen, te duwen of langszijde vastgemaakt mede te voeren; --. een schip dat meer dan 12 passagiers mag vervoeren; --. een veerpont; --. een duwbak; +– een schip dat andere dan kleine schepen mag slepen, mag duwen of langszijde vastgemaakt mag medevoeren; +– een schip dat meer dan 12 passagiers mag vervoeren; +– een veerpont; +– een duwbak; n. *zeilschip:* een schip dat uitsluitend onder zeil vaart. Een schip dat onder zeil vaart en tegelijkertijd zijn mechanische middelen tot voortbeweging gebruikt is een motorschip; o. *stilliggend schip, drijvend voorwerp of drijvende inrichting:* een schip, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting dat direct of indirect hetzij ten anker, hetzij aan de oever gemeerd ligt; p. *varend schip, drijvend voorwerp of drijvende inrichting:* een schip, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting dat noch direct of indirect ten anker of gemeerd ligt noch is vastgevaren; @@ -50,8 +50,7 @@ x. *reeks zeer korte stoten:* een reeks van ten minste 6 stoten, elk durende ong y. *linker- en rechteroever:* de zijden van de vaarweg gezien in de richting van de bron naar de monding; z. *stroomopwaarts:* de richting naar de bronnen van de Rijn, met inbegrip van die riviergedeelten waar de stroomrichting met het getij verandert; aa. *ADNR:* het Reglement voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Rijn; -ab. *snel schip:* een motorschip, met uitzondering van een klein schip, dat met een snelheid van meer dan 40 km per uur ten opzichte van het water kan varen (bijvoorbeeld een draagvleugelboot, een luchtkussenvaartuig of een motorschip met meervoudige romp), terwijl dit in het certificaat van onderzoek is aangetekend; -ac. *snel flikkerlicht:* een periodelicht tonende 100 tot 120 flikkeringen per minuut. +ab. *snel schip:* een motorschip, met uitzondering van een klein schip, dat met een snelheid van meer dan 40 km per uur ten opzichte van het water kan varen (bijvoorbeeld een draagvleugelboot, een luchtkussenvaartuig of een motorschip met meervoudige romp), terwijl dit in het certificaat van onderzoek is aangetekend. ### Artikel 1.02 @@ -1076,7 +1075,7 @@ Een schip mag slechts gebruik maken van radar indien: a. het is uitgerust met een voor de behoeften van de binnenvaart geschikte radarinstallatie en een aanwijzer van de snelheid van draaiing van het schip, die goed functioneren en die van een type zijn dat voor de Rijn is goedgekeurd door de bevoegde autoriteit van één van de Oeverstaten of van België. Dit is ook van toepassing op Inland ECDIS apparaten die gebruik kunnen maken van Inland ECDIS met geïntegreerd radarbeeld voor het voeren van het schip (navigatiemodus). Een niet vrij-varende veerpont behoeft echter niet te zijn uitgerust met een aanwijzer van de snelheid van draaiing; b. zich aan boord een persoon bevindt, die houder is van het radarpatent dan wel van een ander overeenkomstig het Reglement radarpatenten erkend diploma. Bij goed zicht mag echter van radar gebruik worden gemaakt teneinde hiermede te oefenen, zonder dat zich een zodanig persoon aan boord bevindt. -Een klein schip moet bovendien zijn uitgerust met een marifooninstallatie voor het schip--schipverkeer, die goed functioneert. +Een klein schip moet bovendien zijn uitgerust met een marifooninstallatie voor het schip--schip verkeer, die goed functioneert. **2.** Voor een duwstel en voor een gekoppeld samenstel is het eerste lid slechts van toepassing op het schip aan boord waarvan zich de schipper van het duwstel of van het gekoppeld samenstel bevindt. @@ -1585,13 +1584,13 @@ b. schepen waaraan de bevoegde autoriteit dat recht uitdrukkelijk heeft verleend **1.** Een schip dat in de vaargeul of in de nabijheid daarvan buiten havens of in het bijzonder daartoe door de bevoegde autoriteit bestemde plaatsen stilligt, moet bij slecht zicht op de marifoon uitluisteren. Zodra het via de marifoon hoort dat andere schepen naderen dan wel zodra en zolang het van een naderend schip het geluidssein, voorgeschreven bij artikel 6.32, tweede lid, onder d, of artikel 6.33, onder b, hoort, moet het via de marifoon zijn positie opgeven. -**2.** Een schip als bedoeld in het eerste lid, dat geen gebruik van marifoon kan maken moet, zodra en zolang het van een naderend schip het geluidssein, voorgeschreven bij artikel 6.32, tweede lid, onder d, of artikel 6.33, onder b, hoort, als mistsein «één reeks klokslagen» geven. Het schip moet dit sein herhalen met tussenpozen van ten hoogste een minuut. +**2.** Een schip als bedoeld in het eerste lid, dat geen gebruik van marifoon kan maken moet, zodra en zolang het van een naderend schip het geluidssein, voorgeschreven bij artikel 6.32, tweede lid, onder d, of artikel 6.33, onder b, hoort, als mistsein «één reeks klokslagen» geven. Het schip moet dit sein herhalen met tussenpozen van ten hoogste één minuut. -**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op andere schepen van een duwstel dan de duwboot. Bij een gekoppeld samenstel zijn zij slechts op een schip van het samenstel van toepassing. +**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op andere schepen van een duwstel dan de duwboot. Bij een gekoppeld samenstel zijn zij slechts op één schip van het samenstel van toepassing. ### Artikel 6.32 -**1.** Een schip mag slechts op radar varen indien zowel een persoon die houder is van het Rijnpatent dan wel een ander bewijs van vaarbekwaamheid erkend volgens het Reglement Rijnpatenten voor het te bevaren riviergedeelte, alsmede van het radarpatent, bedoeld in het Reglement radarpatenten, als een tweede persoon die met deze wijze van varen voldoende op de hoogte is, zich voortdurend in de stuurhut bevinden. Indien in het certificaat van onderzoek is aangetekend dat het schip is uitgerust met een eenmansstuurstelling voor het varen op radar, behoeft de tweede persoon zich niet voortdurend in de stuurhut te bevinden. +**1.** Een schip mag slechts op radar varen indien zowel een persoon die houder is van het Rijnpatent dan wel een ander bewijs van vaarbekwaamheid erkend volgens het Reglement Rijnpatenten voor het te bevaren riviergedeelte, alsmede van het radarpatent, bedoeld in het Reglement radarpatenten, als een tweede persoon die met deze wijze van varen voldoende op de hoogte is, zich voortdurend in de stuurhut bevinden. Indien in het certificaat van onderzoek is aangetekend dat het schip is uitgerust met een éénmansstuurstelling voor het varen op radar, behoeft de tweede persoon zich niet voortdurend in de stuurhut te bevinden. **2.** @@ -2062,7 +2061,7 @@ In verband daarmede zijn op deze duwstellen en gekoppelde samenstellen de volgen a. bij het naderen van het betreffende riviervak moeten deze duwstellen en gekoppelde samenstellen zich regelmatig melden op marifoonkanaal 10; b. een opvarend duwstel, gekoppeld samenstel of een schip met een lengte van meer dan 110 m moet, indien is te voorzien dat het een afvarend duwstel of gekoppeld samenstel zal ontmoeten, benedenstrooms van het betreffende riviervak stilhouden totdat de afvaart het vak is doorgevaren; -c. wanneer een opvarend duwstel, een opvarend gekoppeld samenstel of een opvarend schip met een lengte van meer dan 110 m het betreffende riviervak reeds is binnengevaren, moet een afvarende duwstel en een afvarend gekoppeld samenstel bovenstrooms van het vak stilhouden totdat de opvaart het vak is doorgevaren. +c. wanneer een opvarend duwstel, een opvarend gekoppeld samenstel of een opvarend schip met een lengte van meer dan 110 m het betreffende riviervak reeds is binnengevaren, moet een afvarend duwstel en een afvarend gekoppeld samenstel bovenstrooms van het vak stilhouden totdat de opvaart het vak is doorgevaren. **3.** Tussen het Spijksche Veer (km 857,40) en Gorinchem (km 952,50) mogen de in het eerste lid bedoelde duwstellen en gekoppelde samenstellen slechts met toestemming van de bevoegde autoriteit worden samengesteld of ontkoppeld. @@ -2908,45 +2907,7 @@ van km 786,20 tot km 786,60. ### Artikel 14.11 -**1.** De rede strekt zich voor Emmerich uit van km 847,60 tot km 853,13. - -**2.** - -Voor de opvaart, en voor de in het vijfde lid van het verbod tot ligplaats nemen uitgezonderde afvaart, zijn gereserveerd: - -a. aan de linkeroever: - -i. ligplaats 1, - -van km 847,70 tot km 847,90, voor schepen, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, derde lid, te voeren; -ii. ligplaats 2, - -van km 848,00 tot km 848,30, voor schepen, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, tweede lid, te voeren; -iii. ligplaats 3, - -van km 848,60 tot km 850,40, uitsluitend voor samenstellen met inbegrip van die welke verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, te voeren; -iv. ligplaats 4, - -van km 850,40 tot km 851,60, uitsluitend voor alleenvarende schepen met inbegrip van die welke verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, te voeren; -v. ligplaats 5, - -van km 851,90 tot km 853,13, uitsluitend voor samenstellen, gekoppelde samenstellen en alleenvarende schepen. -b. aan de rechteroever: - -aan de steigers tussen km 851,80 en km 852,50, uitsluitend voor alleenvarende schepen, met uitzondering van de schepen genoemd in het vierde lid, onder b. - -**3.** Onverminderd artikel 7.07 moeten op de ligplaatsen aan de linkeroever de samenstellen en alleenvarende schepen een zijdelingse afstand van ten minste 6 m ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de oever bewaren. - -**4.** a. Aan de steigers tussen km 851,80 en km 852,50 (tweede lid, onder b) mogen niet meer dan vier schepen langszijde van elkaar ligplaats nemen. Schepen die wel aan de steiger mogen aanleggen, maar aldaar geen plaats vinden, moeten zich naar de ligplaatsen 4 of 5 begeven. -b. Aan de steigers mag een schip, dat verplicht is de tekens bedoeld in artikel 3.14, eerste, tweede of derde lid, te voeren, dan wel uitstekende deklading heeft of leeg is, geen ligplaats nemen. - -**5.** - -Het is de afvaart verboden op de rede van Emmerich ligplaats te nemen, met uitzondering van schepen die: - -a. te Emmerich willen laden of lossen, -b. zijn toegelaten voor het vervoer van passagiers, of -c. de haven van Kleef als bestemming hebben. +Vervallen ### Artikel 14.12 @@ -3149,17 +3110,18 @@ c. reinigingsmiddelen die olie of vet oplossen dan wel emulgerend zijn in de bil **1.** -De schipper moet bij het bunkeren van brandstof en smeerstoffen ervoor zorgen, dat: +De schipper moet bij het bunkeren van brandstof en smeerstoffen ervoor zorgen dat: a. de hoeveelheid die wordt gebunkerd binnen de afleesbare standen van de peilinrichting blijft; -b. in geval van afzonderlijk vullen van de tanks de afsluiters in de verbindingsleidingen tussen tanks gesloten zijn, en -c. het bunkeren onder toezicht geschiedt. +b. ingeval van afzonderlijk vullen van de tanks de afsluiters in de verbindingsleidingen tussen tanks gesloten zijn; +c. het bunkeren onder toezicht geschiedt; en, +d. een inrichting overeenkomstig artikel 8.05, tiende lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn wordt gebruikt. **2.** De schipper moet er voorts voor zorgen, dat de personen van het bunkerstation en van het schip die voor het bunkeren verantwoordelijk zijn de volgende punten zijn overeengekomen: -a. het verzekerd zijn van een spreekverbinding tussen het schip en het bunkerstation; +a. het verzekerd zijn van het goede functioneren van het systeem, bedoeld in artikel 8.05, elfde lid van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn alsmede het aanwezig zijn van een spreekverbinding tussen het schip en het bunkerstation; b. de te bunkeren hoeveelheid per tank en de vulsnelheid, vooral met het oog op mogelijke problemen met het ontluchten van de tank; c. de volgorde waarin de tanks worden gevuld; d. de snelheid van het schip, wanneer varend wordt gebunkerd.