2003-08-01 | BWBR0001827 | Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
This commit is contained in:
parent
1711f1571d
commit
fe40938eaa
1 changed files with 11 additions and 8 deletions
|
|
@ -774,7 +774,7 @@ In zaken betreffende verbintenissen uit onrechtmatige daad is mede bevoegd de re
|
|||
|
||||
### Artikel 103
|
||||
|
||||
In zaken betreffende onroerende zaken is mede bevoegd de rechter binnen wiens rechtsgebied de zaak of het grootste gedeelte daarvan is gelegen. In zaken betreffende huur van woonruimte of huur van bedrijfsruimte in de zin van artikel 1624 van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek is echter uitsluitend bevoegd de rechter binnen wiens rechtsgebied het gehuurde of het grootste gedeelte daarvan is gelegen.
|
||||
In zaken betreffende onroerende zaken is mede bevoegd de rechter binnen wiens rechtsgebied de zaak of het grootste gedeelte daarvan is gelegen. In zaken betreffende huur van woonruimte of huur van bedrijfsruimte in de zin van artikel 290 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is echter uitsluitend bevoegd de rechter binnen wiens rechtsgebied het gehuurde of het grootste gedeelte daarvan is gelegen.
|
||||
|
||||
### Artikel 104
|
||||
|
||||
|
|
@ -1954,7 +1954,7 @@ In zaken die uitsluitend betreffen de aanvulling van de registers van de burgerl
|
|||
|
||||
### Artikel 264
|
||||
|
||||
[Gereserveerd]
|
||||
In zaken betreffende huur van gebouwde onroerende zaken of een gedeelte daarvan is uitsluitend bevoegd de rechter binnen wiens rechtsgebied het gehuurde of het grootste gedeelte daarvan is gelegen.
|
||||
|
||||
### Artikel 265
|
||||
|
||||
|
|
@ -3976,7 +3976,7 @@ d. indien het beslag wordt gelegd buiten het arrondissement waarin overeenkomsti
|
|||
|
||||
**1.** Het proces-verbaal van inbeslagneming zal in de in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde openbare registers worden ingeschreven. Een afschrift van het proces-verbaal zal op straffe van nietigheid van het beslag niet later dan drie dagen na de inschrijving aan de geëxecuteerde worden betekend.
|
||||
|
||||
**2.** Een vervreemding, bezwaring, onderbewindstelling, verhuring of verpachting, tot stand gekomen na de inschrijving van het proces-verbaal, kan niet tegen de beslaglegger worden ingeroepen. Dit geldt niet voor verhuur van woonruimte waarop de artikelen 1623*a*-1623*f* van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijn, tenzij de verhuring plaatsvond na de bekendmaking bedoeld in artikel 516 of huurder wist dat de beslaglegger door de verhuring in zijn verhaalsmogelijkheden zou worden benadeeld.
|
||||
**2.** Een vervreemding, bezwaring, onderbewindstelling, verhuring of verpachting, tot stand gekomen na de inschrijving van het proces-verbaal, kan niet tegen de beslaglegger worden ingeroepen. Dit geldt niet voor verhuur van woonruimte waarop de artikelen 271 tot en met 277 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijn, tenzij de verhuring plaatsvond na de bekendmaking bedoeld in artikel 516 of huurder wist dat de beslaglegger door de verhuring in zijn verhaalsmogelijkheden zou worden benadeeld.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de akte betreffende de vervreemding of bezwaring vóór de inschrijving van het beslag reeds was verleden, kan de vervreemding of bezwaring nog tegen de beslaglegger worden ingeroepen, mits de inschrijving van deze akte uiterlijk geschiedt de eerste dag, waarop het kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers na de dag van de inschrijving van het beslag voor het publiek opengesteld is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4304,7 +4304,7 @@ b. aan de huurder of onderhuurder wordt aangezegd dat het beding jegens de huurd
|
|||
|
||||
**3.** Indien het onderpand met overlating aan de koper van de bevoegdheid het beding in te roepen wordt verkocht, gaan ook de rechten uit de beschikking waarbij het verlof is verleend, op de koper over.
|
||||
|
||||
**4.** Onder de huurder in de zin van dit artikel wordt begrepen degene die ingevolge artikel 1623*g* lid 1 of artikel 1623*h* lid 1 van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek medehuurder is.
|
||||
**4.** Onder de huurder in de zin van dit artikel wordt begrepen degene die ingevolge artikel 266 lid 1 of artikel 267 lid 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek medehuurder is.
|
||||
|
||||
### Artikel 550
|
||||
|
||||
|
|
@ -4378,7 +4378,10 @@ Indien de deuren gesloten zijn, of de opening geweigerd wordt, gelijk mede indie
|
|||
|
||||
### Artikel 558
|
||||
|
||||
Is de executant overeenkomstig artikel 299 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek gemachtigd ten aanzien van een onroerende zaak zelf datgene te verrichten waartoe nakoming van een jegens hem bestaande verplichting zou hebben geleid, en is daartoe gehele of gedeeltelijke al of niet tijdelijke ontruiming nodig, dan is het bepaalde in deze afdeling mede van toepassing.
|
||||
Deze afdeling is mede van toepassing, indien een gehele of gedeeltelijke al of niet tijdelijke ontruiming nodig is, omdat:
|
||||
|
||||
a. de executant overeenkomstig artikel 299 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is gemachtigd ten aanzien van een onroerende zaak zelf datgene te verrichten waartoe nakoming van een jegens hem bestaande verplichting zou hebben geleid; of
|
||||
b. de executant krachtens de door hem verkregen uitspraak gerechtigd is werkzaamheden op of aan een onroerende zaak te verrichten en degene tegen wie de tenuitvoerlegging zich richt, gehouden is dit te gedogen.
|
||||
|
||||
### Artikel 559
|
||||
|
||||
|
|
@ -6803,7 +6806,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
De voorlopige voorzieningen verliezen hun kracht zodra een beschikking waarbij de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed is uitgesproken, wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand onderscheidenlijk het huwelijksgoederenregister, aangewezen in artikel 116 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, of zodra de mogelijkheid daartoe vervalt, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. de voorlopige voorziening bedoeld in artikel 822, eerste lid, onderdeel a, haar kracht behoudt totdat de beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 1623 *g*, vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek, indien dit verzoek is gedaan, in kracht van gewijsde gaat;
|
||||
a. de voorlopige voorziening bedoeld in artikel 822, eerste lid, onderdeel a, haar kracht behoudt totdat de beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 266 lid 5 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, indien dit verzoek is gedaan, in kracht van gewijsde gaat;
|
||||
b. indien een verzoek tot voorziening in het gezag is gedaan of door de rechter ambtshalve in het gezag wordt voorzien, de voorlopige voorzieningen die op de kinderen betrekking hebben, hun kracht behouden totdat het gezag overeenkomstig artikel 253p van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek is begonnen;
|
||||
c. de voorlopige voorziening bedoeld in artikel 822, eerste lid, onderdeel e, haar kracht behoudt totdat de beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 157 van het Eerste Boek van het Burgerlijk Wetboek, indien dit verzoek is gedaan, bij toewijzing voor tenuitvoerlegging vatbaar wordt dan wel bij afwijzing in kracht van gewijsde gaat.
|
||||
|
||||
|
|
@ -6823,10 +6826,10 @@ c. voorzieningen betreffende het gezag over, de omgang met, de informatie en raa
|
|||
|
||||
alsmede, ingeval de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed wordt uitgesproken:
|
||||
d. toepassing van artikel 165, eerste lid, of van artikel 175, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
e. toepassing van artikel 1623g, vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
e. toepassing van artikel 266 lid 5 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
f. een andere voorziening dan bedoeld in de onderdelen a tot en met e,mits deze voldoende samenhang vertoont met het verzoek tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed, en niet te verwachten is dat de behandeling daarvan tot onnodige vertraging van het geding zal leiden.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van nevenvoorzieningen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *c*, zijn de artikelen 808, 809, eerste lid, 810, 810a, 811 en 812 van toepassing, en komt, in afwijking van het bepaalde in artikel 358, het recht van hoger beroep slechts toe aan de ouders, voorzover dezen tot het gezag bevoegd zijn, alsmede aan de raad voor de kinderbescherming.
|
||||
**2.** Ten aanzien van nevenvoorzieningen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *c*, zijn de artikelen 808, 809, eerste lid, 810, 810*a*, 811 en 812 van toepassing, en komt, in afwijking van het bepaalde in artikel 358, het recht van hoger beroep slechts toe aan de ouders, voorzover dezen tot het gezag bevoegd zijn, alsmede aan de raad voor de kinderbescherming.
|
||||
|
||||
**3.** Indien aan de rechter blijkt dat een verzoek tot toekenning van een uitkering tot levensonderhoud aan een echtgenoot ten laste van de andere echtgenoot als voorwaarde is verbonden aan verlening van bijstand, stelt de rechter de gemeente die de voorwaarde heeft gesteld, in de gelegenheid schriftelijk of ter terechtzitting haar mening omtrent de vordering kenbaar te maken.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue