2004-09-15 | BWBR0007477 | Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf

This commit is contained in:
Coornhert 2004-09-15 12:00:00 +00:00
parent 4d258773db
commit fe43c4666b

View file

@ -28,7 +28,7 @@ i. vertegenwoordiger: degene die door een verzekeraar met zetel buiten Nederland
j. acquisitie: alle handelingen, strekkende tot het voorbereiden of tot stand brengen van overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering;
k. Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
l. toezichthoudende autoriteit: de instantie die in enige staat bij of krachtens de wet met het toezicht op het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf is belast;
m. gekwalificeerde deelneming: een rechtstreeks of middellijk belang van ten minste 10 procent van het geplaatste aandelenkapitaal van een onderneming, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van ten minste 10 procent van de stemrechten in een onderneming, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van een daarmee vergelijkbare zeggenschap in een onderneming;
m. gekwalificeerde deelneming: een rechtstreeks of middellijk belang van ten minste 10 procent van het geplaatste aandelenkapitaal van een onderneming, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van ten minste 10 procent van de stemrechten in een onderneming, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van een daarmee vergelijkbare zeggenschap in een onderneming; bij het bepalen van het aantal stemrechten, dat iemand in een onderneming of instelling heeft, worden tot diens stemrechten mede gerekend de stemrechten waarover hij beschikt of geacht wordt te beschikken op grond van artikel 12 van de Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in ter beurze genoteerde vennootschappen;
n. Pensioen- & Verzekeringskamer: de Pensioen- & Verzekeringskamer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993;
o. groep: een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met dien verstande dat indien een natuurlijk persoon, rechtspersoon of vennootschap:
@ -1013,26 +1013,7 @@ d. de vorderingen en rechten betreffende prestaties, die zijn ontstaan of nog zu
### Artikel 81
**1.** Het is een verzekeraar met zetel in Nederland verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar, een gekwalificeerde deelneming in een ingevolge artikel 52, tweede lid, onderdelen *a*, *b*, *c* of *d*, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 geregistreerde kredietinstelling te houden, te verwerven of te vergroten.
**2.** In dit artikel wordt onder gekwalificeerde deelneming verstaan een rechtstreeks of middellijk belang van meer dan 5 procent van het geplaatste aandelenkapitaal van een kredietinstelling als bedoeld in het eerste lid, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van meer dan 5 procent van de stemrechten in een dergelijke kredietinstelling, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van een daarmee vergelijkbare zeggenschap in een dergelijke kredietinstelling.
**3.** Het verbod van het eerste lid geldt ook voor een onderneming of instelling die aan het hoofd staat van een groep waarin een of meer verzekeraars zijn opgenomen.
**4.**
Een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in het eerste lid wordt verleend, tenzij:
a. de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat de handeling in strijd zou zijn of zou kunnen komen met het belang van degenen die als verzekeringnemers of verzekerden betrokken zijn of zullen worden bij overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, gesloten of te sluiten door een rechtstreeks of middellijk bij de handeling betrokken verzekeraar;
b. de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van het verzekeringswezen;
c. de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat een integere bedrijfsvoering onvoldoende is gewaarborgd, waarbij onder integere bedrijfsvoering wordt verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995; of
d. Onze Minister van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van het verzekeringswezen.
**5.** Aan een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in het eerste lid kunnen op grond van de overwegingen als bedoeld in het vierde lid, onderdelen a, b en c, onderscheidenlijk het vierde lid, onderdeel d, beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
**6.** Ingeval een handeling als bedoeld in het eerste lid is verricht zonder dat voor die handeling een verklaring van geen bezwaar is verkregen of de bij de verklaring van geen bezwaar gestelde beperkingen in acht zijn genomen, is de in overtreding zijnde verzekeraar gehouden binnen een door Onze Minister te bepalen termijn de verrichte handeling ongedaan te maken dan wel de beperkingen alsnog in acht te nemen. Deze verplichting vervalt op het tijdstip waarop en voor zover voor de desbetreffende handeling alsnog een verklaring van geen bezwaar wordt afgegeven dan wel de niet in acht genomen beperkingen worden ingetrokken.
**7.** Ingeval aan de verklaring van geen bezwaar als bedoeld in het eerste lid verbonden voorschriften niet worden nagekomen, kan Onze Minister een termijn vaststellen waarbinnen de in overtreding zijnde verzekeraar de niet nagekomen voorschriften alsnog moet vervullen.
Vervallen
### Artikel 82
@ -1044,10 +1025,11 @@ Een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in het eerste lid
a. de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een invloed op de betrokken verzekeraar die in strijd is met het belang van degenen die als verzekeringnemers of verzekerden betrokken zijn of zullen worden bij overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, gesloten of te sluiten door een rechtstreeks of middellijk bij de handeling betrokken verzekeraar;
b. de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat de handeling ertoe zou leiden of zou kunnen leiden dat de betrokken verzekeraar behoort of zou gaan behoren tot een groep waarbinnen de formele of feitelijke zeggenschapsstructuur in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering zou vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de verzekeraar;
c. de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van het verzekeringswezen; of
d. de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat een integere bedrijfsvoering onvoldoende is gewaarborgd, waarbij onder integere bedrijfsvoering wordt verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995; of
c. de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van de financiële sector;
d. de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat een integere bedrijfsvoering onvoldoende is gewaarborgd; of
e. Onze Minister van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van de financiële sector.
**3.** Aan een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in het eerste lid kunnen op grond van de overwegingen als bedoeld in het tweede lid, onderdelen *a* tot en met *c*, onderscheidenlijk het tweede lid, onderdeel *d*, beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
**3.** Aan een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in het eerste lid kunnen op grond van de overwegingen als bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, b, c en d, onderscheidenlijk het tweede lid, onderdeel e, beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
**4.** Ingeval het houden, het verwerven of het vergroten van een gekwalificeerde deelneming in een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid is verricht, zonder dat voor die handeling een verklaring van geen bezwaar is verkregen of de bij de verklaring van geen bezwaar gestelde beperkingen in acht zijn genomen, is de in overtreding zijnde natuurlijke persoon of rechtspersoon gehouden binnen een door Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer te bepalen termijn de verrichte handeling ongedaan te maken dan wel de beperkingen alsnog in acht te nemen. Deze verplichting vervalt op het tijdstip waarop en voor zover voor de desbetreffende handeling alsnog een verklaring van geen bezwaar wordt verleend dan wel de niet in acht genomen beperkingen worden ingetrokken.
@ -1067,44 +1049,58 @@ d. de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat een integere bedrijfsvoer
### Artikel 84
**1.** Op een aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in de artikelen 81, eerste lid, of 82, eerste lid, wordt beslist door Onze Minister, de Pensioen- & Verzekeringskamer gehoord, dan wel in door Onze Minister bepaalde gevallen vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer.
**1.** Op een aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 82, eerste lid, wordt beslist door Onze Minister, de Pensioen- & Verzekeringskamer gehoord, dan wel in door Onze Minister bepaalde gevallen vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer.
**2.** De aanvraag wordt ingediend bij de Pensioen- & Verzekeringskamer. De Pensioen- & Verzekeringskamer zendt de aanvraag, vergezeld van haar advies, aan Onze Minister behoudens in de gevallen waarin zij vanwege Onze Minister beslist.
**2.** Indien een verklaring van geen bezwaar wordt verleend, kan de aanvrager tevens toestemming worden verleend tot het vergroten van de gekwalificeerde deelneming, waarbij als bovengrens 20, 33, 50 of 100 procent kan gelden. Indien een verklaring van geen bezwaar wordt verleend voor een deelneming in een verzekeraar, kan op verzoek van de aanvrager worden bepaald dat de verleende verklaring van geen bezwaar geldt voor alle groepsmaatschappijen gezamenlijk, onverminderd artikel 23 van de Wet toezicht kredietwezen 1992.
**3.** Op de aanvraag wordt binnen dertien weken beslist.
**3.** De aanvraag wordt ingediend bij de Pensioen- & Verzekeringskamer. De Pensioen- & Verzekeringskamer zendt de aanvraag, vergezeld van haar advies, aan Onze Minister behoudens in de gevallen waarin zij vanwege Onze Minister beslist.
**4.** De verleende verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 82, eerste lid, wordt door Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer aan de betrokken verzekeraar bekendgemaakt.
**4.** Op de aanvraag wordt binnen dertien weken beslist.
**5.** Van de afgifte van een verklaring van geen bezwaar wordt door Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer mededeling gedaan in de *Staatscourant*, behoudens voor zover Onze Minister of de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is, dat publikatie zou leiden of zou kunnen leiden tot onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de beslissing betrokkenen of derden.
**5.** De verleende verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 82, eerste lid, wordt door Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer aan de betrokken verzekeraar bekendgemaakt.
**6.**
**6.** Van de afgifte van een verklaring van geen bezwaar wordt door Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer mededeling gedaan in de *Staatscourant*, behoudens voor zover Onze Minister of de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is, dat publikatie zou leiden of zou kunnen leiden tot onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de beslissing betrokkenen of derden.
**7.**
Een verklaring van geen bezwaar kan door Onze Minister, de Pensioen- & Verzekeringskamer gehoord, dan wel in door Onze Minister bepaalde gevallen vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer worden gewijzigd of ingetrokken:
a. op aanvraag van de houder;
b. indien de gegevens of bescheiden die zijn verstrekt ter verkrijging van de verklaring van geen bezwaar zodanig onjuist of onvolledig blijken dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling van de aanvraag de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
c. indien niet alsnog binnen de termijn als bedoeld in artikel 81, zevende lid, onderscheidenlijk artikel 82, zesde lid, aan alle bij de verklaring van geen bezwaar gestelde voorschriften wordt voldaan.
c. indien niet alsnog binnen de termijn, bedoeld in artikel 82, zesde lid, aan alle bij de verklaring van geen bezwaar gestelde voorschriften wordt voldaan.
**7.**
**8.**
Indien zich met betrekking tot een verleende verklaring van geen bezwaar omstandigheden voordoen of feiten bekend worden welke:
a. naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer tot strijd met het belang leiden of zouden kunnen leiden van degenen die als verzekeringnemers of verzekerden betrokken zijn of zullen worden bij overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, gesloten of te sluiten door een rechtstreeks of middellijk bij de handeling betrokken verzekeraar onderscheidenlijk tot een invloed op de betrokken verzekeraar die in strijd is met het belang van degenen die als verzekeringnemers of verzekerden betrokken zijn of zullen worden bij overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, gesloten of te sluiten door een rechtstreeks of middellijk bij de handeling betrokken verzekeraar;
b. naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer ertoe leiden of zouden kunnen leiden dat de betrokken verzekeraar zou gaan behoren tot een groep waarbinnen de formele of feitelijke zeggenschapsstructuur in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering zou vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de verzekeraar;
c. naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer ertoe leiden of zouden kunnen leiden dat een integere bedrijfsvoering onvoldoende is gewaarborgd, waarbij onder integere bedrijfsvoering wordt verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995; of
d. naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer of Onze Minister leiden of zouden kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van het verzekeringswezen;
d. naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer of Onze Minister leiden of zouden kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van de financiële sector;
en derhalve zo zij voor het tijdstip waarop de verklaring van geen bezwaar werd verleend zich hadden voorgedaan, of bekend waren geweest, een verklaring van geen bezwaar zou zijn geweigerd dan wel de verklaring van geen bezwaar onder het stellen van beperkingen of het verbinden van voorschriften zou zijn verleend, kan Onze Minister, de Pensioen- & Verzekeringskamer gehoord, dan wel in door Onze Minister bepaalde gevallen vanwege Onze Minister de Pensioen- & Verzekeringskamer, aan de verklaring van geen bezwaar nadere beperkingen stellen of nadere voorschriften verbinden of de verklaring van geen bezwaar intrekken.
**8.** De wijziging of de intrekking van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 82, eerste lid, wordt door Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer aan de betrokken verzekeraar bekendgemaakt.
**9.** De wijziging of de intrekking van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 82, eerste lid, wordt door Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer aan de betrokken verzekeraar bekendgemaakt.
**9.** Van de wijziging of de intrekking van een verklaring van geen bezwaar wordt door Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer mededeling gedaan in de *Staatscourant*, behoudens voor zover Onze Minister of de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is, dat publikatie zou leiden of zou kunnen leiden tot onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de beslissing betrokkenen of derden.
**10.** Indien de omvang van een deelneming waarvoor een verklaring van geen bezwaar is afgegeven onder de 10 procent daalt, vervalt de afgegeven verklaring van geen bezwaar van rechtswege.
**11.** Van de wijziging of de intrekking van een verklaring van geen bezwaar wordt door Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer mededeling gedaan in de *Staatscourant*, behoudens voor zover Onze Minister of de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is, dat publikatie zou leiden of zou kunnen leiden tot onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de beslissing betrokkenen of derden.
### Artikel 85
**1.** Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon wiens gekwalificeerde deelneming in een verzekeraar met zetel in Nederland zodanig wijzigt, dat de omvang van deze deelneming onder de 10, 20, 33 of 50 procent daalt of, dat de verzekeraar ophoudt een dochtermaatschappij te zijn, stelt de Pensioen- & Verzekeringskamer daarvan vooraf in kennis.
**1.**
**2.** Een verzekeraar met zetel in Nederland stelt, voor zover hem bekend, de Pensioen- & Verzekeringskamer in de maand juli van elk jaar in kennis van de identiteit van iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die een gekwalificeerde deelneming in deze verzekeraar houdt. Tevens stelt een verzekeraar met zetel in Nederland, zodra zulks hem bekend wordt, de Pensioen- & Verzekeringskamer in kennis van iedere verwerving, afstoting of wijziging van een gekwalificeerde deelneming in deze verzekeraar waardoor de omvang van deze deelneming boven onderscheidenlijk onder de 10, 20, 33 of 50 procent stijgt onderscheidenlijk daalt of waardoor de verzekeraar een dochtermaatschappij wordt onderscheidenlijk ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.
Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon stelt de Pensioen- & Verzekeringskamer vooraf in kennis van een zodanige wijziging van diens gekwalificeerde deelneming in een verzekeraar met zetel in Nederland:
a. waardoor de omvang van deze deelneming boven de 20, 33, 50 of 95 procent stijgt, 100 procent wordt dan wel waardoor de verzekeraar een dochtermaatschappij wordt;
b. waardoor de omvang van deze deelneming onder de 10, 20, 33, 50, 95 of 100 procent daalt dan wel waardoor de verzekeraar ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.
**2.**
Een verzekeraar met zetel in Nederland stelt, voor zover hem bekend, de Pensioen- & Verzekeringskamer in de maand juli van elk jaar in kennis van de identiteit van iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die een gekwalificeerde deelneming in deze verzekeraar houdt. Tevens stelt de verzekeraar met zetel in Nederland, zodra zulks hem bekend wordt, de Pensioen- & Verzekeringskamer in kennis van iedere verwerving, afstoting of wijziging van een gekwalificeerde deelneming in deze verzekeraar:
a. waardoor de omvang van deze deelneming boven de 20, 33, 50 of 95 procent stijgt, 100 procent wordt dan wel waardoor de verzekeraar een dochtermaatschappij wordt; of
b. waardoor de omvang van deze deelneming onder de 10, 20, 33, 50, 95 of 100 procent daalt dan wel waardoor de verzekeraar ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.
**3.** De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt Onze Minister eens per jaar in kennis van de gegevens waarover zij ingevolge het eerste en het tweede lid beschikt.
@ -1224,7 +1220,7 @@ c. deze zijn ontvangen van een instantie als bedoeld in artikel 88, eerste lid,
### Artikel 93b
**1.** Onze Minister en de Pensioen- & Verzekeringskamer kunnen een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van voorschriften gesteld, bij of krachtens de artikelen 11, 17, eerste tot en met derde lid, 17, vierde lid, eerste volzin, 17, vijfde lid, 18, eerste tot en met vierde lid, 18a, 22, eerste lid, onderdeel e, 22, tweede lid, 23, tweede lid, laatste volzin, 23, derde lid, eerste volzin, 23, derde lid, laatste volzin, 23, vierde lid, tweede volzin, 23, vijfde lid, 25, 27, tweede lid, 27, derde lid, onderdeel a, 27, vijfde lid, eerste volzin, 27a, tweede tot en met vierde lid, 28, tweede en derde lid, voor zover het betreft het voorschrift van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, 29, zesde lid, laatste volzin, 30, 31, eerste en tweede lid, 31a, eerste en tweede lid, 32, eerste lid, 32, tweede lid, tweede volzin, 33, eerste tot en met derde lid, vijfde volzin, 33, vijfde en zesde lid, 33, zevende lid, eerste volzin, 33a, eerste lid, eerste en derde volzin, 33c, eerste lid, 34, eerste en tweede lid, 35, eerste, vierde en vijfde lid, 36, eerste lid, 36, tweede lid, tweede volzin, 37, 38, eerste tot en met vijfde lid, 39, eerste en tweede lid, 40, eerste, derde en vierde lid, 40c, eerste lid, laatste volzin, 40c, tweede lid, 41, 44, tweede lid, 45, eerste tot en met vierde lid, 46, 47, eerste en tweede lid, 48, 49, eerste tot en met derde lid, 50, 51, eerste lid, 51, tweede lid, eerste volzin, 51, vierde lid, 54, eerste en vijfde lid, 55, derde lid, 56, eerste en tweede lid, 57, eerste, tweede en vierde lid, 58, 59, eerste lid, 63, 64, eerste lid, 81, eerste, zesde en zevende lid, 82, eerste, vierde en zesde lid, 84, zevende lid, 86, 89, tweede lid, 90, tweede lid, en 92, eerste lid, voor zover zij zijn belast met de uitvoering van het toezicht ter zake van die artikelen.
**1.** Onze Minister en de Pensioen- & Verzekeringskamer kunnen een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van voorschriften gesteld, bij of krachtens de artikelen 11, 17, eerste tot en met derde lid, 17, vierde lid, eerste volzin, 17, vijfde lid, 18, eerste tot en met vierde lid, 18a, 22, eerste lid, onderdeel e, 22, tweede lid, 23, tweede lid, laatste volzin, 23, derde lid, eerste volzin, 23, derde lid, laatste volzin, 23, vierde lid, tweede volzin, 23, vijfde lid, 25, 27, tweede lid, 27, derde lid, onderdeel a, 27, vijfde lid, eerste volzin, 27a, tweede tot en met vierde lid, 28, tweede en derde lid, voor zover het betreft het voorschrift van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, 29, zesde lid, laatste volzin, 30, 31, eerste en tweede lid, 31a, eerste en tweede lid, 32, eerste lid, 32, tweede lid, tweede volzin, 33, eerste tot en met derde lid, vijfde volzin, 33, vijfde en zesde lid, 33, zevende lid, eerste volzin, 33a, eerste lid, eerste en derde volzin, 33c, eerste lid, 34, eerste en tweede lid, 35, eerste, vierde en vijfde lid, 36, eerste lid, 36, tweede lid, tweede volzin, 37, 38, eerste tot en met vijfde lid, 39, eerste en tweede lid, 40, eerste, derde en vierde lid, 40c, eerste lid, laatste volzin, 40c, tweede lid, 41, 44, tweede lid, 45, eerste tot en met vierde lid, 46, 47, eerste en tweede lid, 48, 49, eerste tot en met derde lid, 50, 51, eerste lid, 51, tweede lid, eerste volzin, 51, vierde lid, 54, eerste en vijfde lid, 55, derde lid, 56, eerste en tweede lid, 57, eerste, tweede en vierde lid, 58, 59, eerste lid, 63, 64, eerste lid, 82, eerste, vierde en zesde lid, 84, achtste lid, 86, 89, tweede lid, 90, tweede lid, en 92, eerste lid, voor zover zij zijn belast met de uitvoering van het toezicht ter zake van die artikelen.
**2.** De artikelen 5:32, tweede tot en met vijfde lid, en 5:33 tot en met 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing.
@ -1232,7 +1228,7 @@ c. deze zijn ontvangen van een instantie als bedoeld in artikel 88, eerste lid,
### Artikel 93c
**1.** Onze Minister en de Pensioen- & Verzekeringskamer kunnen een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van voorschriften gesteld, bij of krachtens de artikelen 11, 17, eerste tot en met derde lid, 17, vierde lid, eerste volzin, 17, vijfde lid, 18, eerste tot en met vierde lid, 18a, 22, eerste lid, onderdeel e, 22, tweede lid, 23, tweede lid, laatste volzin, 23, derde lid, eerste volzin, 23, derde lid, laatste volzin, 23, vierde lid, tweede volzin, 23, vijfde lid, 25, 26, eerste lid, eerste en tweede volzin, 26, tweede lid, 27, tweede lid, 27, derde lid, onderdeel a, 27, vijfde lid, eerste volzin, 27a, tweede tot en met vierde lid, 28, tweede en derde lid, voor zover het betreft het voorschrift van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, 29, zesde lid, laatste volzin, 30, 31, eerste en tweede lid, 31a, eerste en tweede lid, 32, eerste lid, 32, tweede lid, tweede volzin, 33, eerste tot en met derde lid, vijfde volzin, 33, vijfde en zesde lid, 33, zevende lid, eerste volzin, 33a, eerste lid, eerste en derde volzin, 33a, tweede en derde lid, 33b, 33c, eerste lid, 34, eerste en tweede lid, 35, eerste tot en met vijfde lid, 36, eerste lid, 36, tweede lid, tweede volzin, 37, 38, eerste tot en met vijfde lid, 39, eerste en tweede lid,40, eerste en derde tot en met vijfde lid, 40a, eerste tot en met derde lid, 40b, eerste, tweede en vierde lid, 40c, eerste lid, laatste volzin, 40c, tweede lid,41, 44, eerste en tweede lid, 45, eerste tot en met vierde lid, 46, 47, eerste en tweede lid, 48, 49, eerste tot en met derde lid, 50, 51, eerste lid, 51, tweede lid, eerste volzin, 51, vierde lid, 54, eerste en vijfde lid, 55, derde lid, 56, eerste en tweede lid, 57, eerste, tweede en vierde lid, 58, 59, eerste lid, 63, 64, eerste lid, 81, eerste, zesde en zevende lid, 82, eerste, vierde en zesde lid, 84, zevende lid, 85, eerste en tweede lid, 86, 89, tweede lid, 90, tweede lid, en 92, eerste lid, voor zover zij zijn belast met de uitvoering van het toezicht ter zake van die artikelen.
**1.** Onze Minister en de Pensioen- & Verzekeringskamer kunnen een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van voorschriften gesteld, bij of krachtens de artikelen 11, 17, eerste tot en met derde lid, 17, vierde lid, eerste volzin, 17, vijfde lid, 18, eerste tot en met vierde lid, 18a, 22, eerste lid, onderdeel e, 22, tweede lid, 23, tweede lid, laatste volzin, 23, derde lid, eerste volzin, 23, derde lid, laatste volzin, 23, vierde lid, tweede volzin, 23, vijfde lid, 25, 26, eerste lid, eerste en tweede volzin, 26, tweede lid, 27, tweede lid, 27, derde lid, onderdeel a, 27, vijfde lid, eerste volzin, 27a, tweede tot en met vierde lid, 28, tweede en derde lid, voor zover het betreft het voorschrift van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, 29, zesde lid, laatste volzin, 30, 31, eerste en tweede lid, 31a, eerste en tweede lid, 32, eerste lid, 32, tweede lid, tweede volzin, 33, eerste tot en met derde lid, vijfde volzin, 33, vijfde en zesde lid, 33, zevende lid, eerste volzin, 33a, eerste lid, eerste en derde volzin, 33a, tweede en derde lid, 33b, 33c, eerste lid, 34, eerste en tweede lid, 35, eerste tot en met vijfde lid, 36, eerste lid, 36, tweede lid, tweede volzin, 37, 38, eerste tot en met vijfde lid, 39, eerste en tweede lid,40, eerste en derde tot en met vijfde lid, 40a, eerste tot en met derde lid, 40b, eerste, tweede en vierde lid, 40c, eerste lid, laatste volzin, 40c, tweede lid,41, 44, eerste en tweede lid, 45, eerste tot en met vierde lid, 46, 47, eerste en tweede lid, 48, 49, eerste tot en met derde lid, 50, 51, eerste lid, 51, tweede lid, eerste volzin, 51, vierde lid, 54, eerste en vijfde lid, 55, derde lid, 56, eerste en tweede lid, 57, eerste, tweede en vierde lid, 58, 59, eerste lid, 63, 64, eerste lid, 82, eerste, vierde en zesde lid, 84, achtste lid, 85, eerste en tweede lid, 86, 89, tweede lid, 90, tweede lid, en 92, eerste lid, voor zover zij zijn belast met de uitvoering van het toezicht ter zake van die artikelen.
**2.** De bestuurlijke boete komt toe aan de staat indien deze door de Minister van Financiën is opgelegd, of aan de Pensioen- & Verzekeringskamer indien deze door haar is opgelegd.