2005-04-10 | BWBR0017590 | Verordening PT bestrijding knolcyperus 2004
This commit is contained in:
parent
ed10a55592
commit
fe82890a57
1 changed files with 10 additions and 20 deletions
|
|
@ -45,14 +45,10 @@ Deze verordening verstaat onder:
|
|||
|
||||
Door de ondernemer, aan wie een teeltverbod als bedoeld in artikel 2, eerste lid is opgelegd, dienen maatregelen te worden genomen ter voorkoming van de verspreiding van knolcyperus. Deze maatregelen betreffen:
|
||||
|
||||
a. a.
|
||||
de verplichting op de daarbij voorgeschreven wijze en binnen de daarbij gestelde termijn ten aanzien van aangewezen planten maatregelen te treffen terzake van het behandelen, het verwijderen, opslaan, het vernietigen of het voor gebruik als voortkwekingsmateriaal ongeschikt maken;
|
||||
b. b.
|
||||
de verplichting dat de teelt van aangewezen planten slechts is toegestaan onder de voorwaarde dat het rooien van die planten of een deel daarvan dan wel het voor voortkwekingsdoeleinden verwijderen van bovengrondse delen van die planten uitsluitend plaatsvindt nadat daartoe door de voorzitter, namens het bestuur, toestemming is verleend;
|
||||
c. c.
|
||||
de verplichting dat het vervoeren van aangewezen planten slechts is toegestaan onder de voorwaarde, dat daartoe door de voorzitter, namens het bestuur, toestemming is verleend en de daarbij gegeven aanwijzingen worden opgevolgd;
|
||||
d. d.
|
||||
de verplichting de op de in gebruik zijnde grond voorkomende knolcyperus te verwijderen en te vernietigen.
|
||||
a. de verplichting op de daarbij voorgeschreven wijze en binnen de daarbij gestelde termijn ten aanzien van aangewezen planten maatregelen te treffen terzake van het behandelen, het verwijderen, opslaan, het vernietigen of het voor gebruik als voortkwekingsmateriaal ongeschikt maken;
|
||||
b. de verplichting dat de teelt van aangewezen planten slechts is toegestaan onder de voorwaarde dat het rooien van die planten of een deel daarvan dan wel het voor voortkwekingsdoeleinden verwijderen van bovengrondse delen van die planten uitsluitend plaatsvindt nadat daartoe door de voorzitter, namens het bestuur, toestemming is verleend;
|
||||
c. de verplichting dat het vervoeren van aangewezen planten slechts is toegestaan onder de voorwaarde, dat daartoe door de voorzitter, namens het bestuur, toestemming is verleend en de daarbij gegeven aanwijzingen worden opgevolgd;
|
||||
d. de verplichting de op de in gebruik zijnde grond voorkomende knolcyperus te verwijderen en te vernietigen.
|
||||
|
||||
**2.** Bekendmaking van de in het eerste lid bedoelde maatregelen geschiedt door de voorzitter, namens het bestuur, bij aangetekend schrijven aan de ondernemer.
|
||||
|
||||
|
|
@ -62,10 +58,8 @@ d. d.
|
|||
|
||||
De ondernemer is verplicht terzake van een perceel, waarop de aanwezigheid van knolcyperus is aangetoond
|
||||
|
||||
a. a.
|
||||
de werktuigen, welke op dit perceel zijn gebruikt, direct aansluitend op dit gebruik te reinigen of te doen reinigen alvorens zij de onderneming verlaten, en
|
||||
b. b.
|
||||
degene, die voornemens is werktuigen te gebruiken op dit perceel, in te lichten omtrent de aanwezigheid van knolcyperus, vóórdat deze werktuigen op het perceel komen.
|
||||
a. de werktuigen, welke op dit perceel zijn gebruikt, direct aansluitend op dit gebruik te reinigen of te doen reinigen alvorens zij de onderneming verlaten, en
|
||||
b. degene, die voornemens is werktuigen te gebruiken op dit perceel, in te lichten omtrent de aanwezigheid van knolcyperus, vóórdat deze werktuigen op het perceel komen.
|
||||
|
||||
**2.** Degene die door een ondernemer ingevolge het in het eerste lid, sub a of b bepaalde is ingelicht dan wel anderszins weet of redelijkewijze moet of kan weten dat de aanwezigheid van knolcyperus op een perceel is aangetoond, en die werktuigen op een dergelijk perceel heeft gebruikt, is verplicht deze werktuigen direct aansluitend op dit gebruik te reinigen, alvorens de werktuigen de onderneming verlaten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -95,14 +89,10 @@ Het bepaalde bij of krachtens deze verordening, waarbij aan ondernemers verplich
|
|||
|
||||
De tuchtrechtelijke maatregelen die op overtreding van de verordening kunnen worden gesteld, zijn:
|
||||
|
||||
a. a.
|
||||
berisping;
|
||||
b. b.
|
||||
geldboete van ten hoogste € 4500,-;
|
||||
c. c.
|
||||
openbaarmaking van de uitspraak op kosten van de betrokkene;
|
||||
d. d.
|
||||
het onder verscherpte controle stellen van het bedrijf van de betrokkene op zijn kosten voor ten hoogste twee jaren.
|
||||
a. berisping;
|
||||
b. geldboete van ten hoogste € 4500,-;
|
||||
c. openbaarmaking van de uitspraak op kosten van de betrokkene;
|
||||
d. het onder verscherpte controle stellen van het bedrijf van de betrokkene op zijn kosten voor ten hoogste twee jaren.
|
||||
|
||||
Indien de waarde van de goederen, met betrekking tot welke een overtreding is begaan, of de waarde van het wederrechtelijk genoten voordeel dat geheel of gedeeltelijk door middel van de overtreding is verkregen, hoger is dan € 1.135,-, kan een geldboete worden opgelegd van ten hoogste € 11.250,-.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue