2022-01-01 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer
This commit is contained in:
parent
9d8c5df790
commit
fecae21616
1 changed files with 185 additions and 128 deletions
|
|
@ -72,6 +72,8 @@ doelmatig beheer van afvalstoffen: zodanig beheer van afvalstoffen dat daarbij r
|
|||
|
||||
de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten: richtlijn nr. 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PbEU L 275);
|
||||
|
||||
EG-verordening EU-milieukeur: verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europees parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de EU-milieukeur (PbEU L 2010, 27);
|
||||
|
||||
EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels: verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PbEU L 353);
|
||||
|
||||
EG-verordening overbrenging van afvalstoffen: verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU L 190);
|
||||
|
|
@ -639,6 +641,26 @@ De commissie stelt nadere regels betreffende haar werkwijze en de werkwijze van
|
|||
|
||||
### Paragraaf 2.5. EU-milieukeur
|
||||
|
||||
### Artikel 2.51
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister wijst een instantie aan als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de EG-verordening EU-milieukeur.
|
||||
|
||||
**2.** Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.52
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan subsidie verstrekken aan de instantie voor de taken die voortvloeien uit de EG-verordening EU-milieukeur.
|
||||
|
||||
**2.** Op deze subsidieverstrekking is afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.53
|
||||
|
||||
De instantie, bedoeld in artikel 2.51, eerste lid, voert haar taken uit overeenkomstig het door haar vastgestelde reglement.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.54
|
||||
|
||||
Het is verboden in strijd te handelen met de volgende bepalingen van EG-verordening EU-milieukeur: de artikelen 9, tweede, zesde, negende en dertiende lid, en 10, eerste lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Internationale zaken
|
||||
|
||||
### Artikel 3.1
|
||||
|
|
@ -2908,42 +2930,53 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld om te verz
|
|||
|
||||
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *afboekrekening:* rekening in het register, bedoeld om de naar die rekening overgeboekte hernieuwbare brandstofeenheden te onttrekken aan het aantal, voor het voldoen aan de jaarverplichting, beschikbare hernieuwbare brandstofeenheden;
|
||||
- *benzine:* ongelode lichte olie als bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de Wet op de accijns en minerale oliën die op grond van artikel 28, met uitzondering van het tweede en zesde lid, van die wet voor het tarief van ongelode lichte olie aan de accijns onderworpen zijn;
|
||||
- *biobrandstof:* biobrandstof als bedoeld in artikel 2, onderdeel i, van de richtlijn hernieuwbare energie;
|
||||
- *bijproduct:* product dat een hoofddoel vormt van het productieproces, niet zijnde een residu;
|
||||
- *biobrandstof:* biogas als bedoeld in artikel 2, onderdeel 28, van de richtlijn hernieuwbare energie, vloeibare biomassa als bedoeld in artikel 2, onderdeel 32, van die richtlijn of biobrandstof als bedoeld in artikel 2, onderdeel 33, van die richtlijn;
|
||||
- *diesel:* gasolie als bedoeld in artikel 26, vierde lid, van de Wet op de accijns en minerale oliën die op grond van artikel 28, met uitzondering van het tweede lid, van die wet voor het tarief van gasolie aan de accijns onderworpen zijn;
|
||||
- *duurzaamheidssysteem:* vrijwillig systeem als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de richtlijn hernieuwbare energie dat door de Europese Commissie is erkend;
|
||||
- *energie-inhoud:* energie-inhoud als bedoeld in bijlage III bij de richtlijn hernieuwbare energie of, indien niet opgenomen in die bijlage, berekend volgens bij ministeriële regeling te stellen regels. In afwijking van de vorige volzin geldt voor benzine en diesel de energie-inhoud als bedoeld in bijlage I, deel 1, onderdeel 3, onder c, van richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad van 20 april 2015 tot vaststelling van berekeningsmethoden en rapportageverplichtingen overeenkomstig Richtlijn 98/70/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof (PbEU L 107);
|
||||
- *hernieuwbare brandstof:* hernieuwbare vloeibare of gasvormige transportbrandstof van niet-biologische oorsprong als bedoeld in artikel 2, onderdeel u, van de richtlijn hernieuwbare energie;
|
||||
- *duurzaamheidssysteem:* vrijwillig systeem als bedoeld in artikel 30, vierde lid, van de richtlijn hernieuwbare energie dat door de Europese Commissie is erkend;
|
||||
- *energie-inhoud:* energie-inhoud als bedoeld in bijlage III bij de richtlijn hernieuwbare energie of, indien niet opgenomen in die bijlage, berekend volgens bij ministeriële regeling te stellen regels. In afwijking van de vorige volzin geldt voor benzine en diesel de energie-inhoud als bedoeld in bijlage I, deel 1, onderdeel 3, onder c, van richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad van 20 april 2015 tot vaststelling van berekeningsmethoden en rapportageverplichtingen overeenkomstig Richtlijn 98/70/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof (PbEU L 107);
|
||||
- *hernieuwbare brandstof:* hernieuwbare vloeibare en gasvormige vervoersbrandstof van niet-biologische oorsprong als bedoeld in artikel 2, onderdeel 36, van de richtlijn hernieuwbare energie;
|
||||
- *hernieuwbare brandstofeenheid:* hernieuwbare brandstofeenheid als bedoeld in artikel 9.7.3.1;
|
||||
- *hernieuwbare energie vervoer:* energie uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de richtlijn hernieuwbare energie bestemd voor vervoer;
|
||||
- *hernieuwbare energie:* energie uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van de richtlijn hernieuwbare energie;
|
||||
- *importeur:* onderneming die minerale oliën invoert in Nederland, maar geen houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de accijns voor minerale oliën of geregistreerde geadresseerde als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel l, van die wet voor minerale oliën is;
|
||||
- *inboeker:* onderneming die ingevolge bij of krachtens artikel 9.7.4.1 bevoegd is om een geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie vervoer in het register in te voeren;
|
||||
- *inboekfaciliteit:* eigenschap van een rekening in het register die de inboeking van hernieuwbare energie vervoer overeenkomstig artikel 9.7.4.1 mogelijk maakt;
|
||||
- *inboeker:* onderneming die ingevolge bij of krachtens artikel 9.7.4.1 bevoegd is om een geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie in het register in te voeren;
|
||||
- *inboekfaciliteit:* eigenschap van een rekening in het register die de inboeking van hernieuwbare energie overeenkomstig artikel 9.7.4.1 mogelijk maakt;
|
||||
- *jaarverplichting:* aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden dat de leverancier tot eindverbruik is verschuldigd op grond van artikel 9.7.2.1;
|
||||
- *jaarverplichtingfaciliteit:* eigenschap van een rekening in het register die een leverancier tot eindverbruik ingevolge artikel 9.7.2.2 heeft om aan zijn jaarverplichting te voldoen;
|
||||
- *leverancier tot eindverbruik:* houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de accijns voor minerale oliën, of geregistreerde geadresseerde als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel l, van die wet voor minerale oliën, of importeur, met een levering tot eindverbruik;
|
||||
- *leveren aan de Nederlandse markt voor vervoer:* uitslag tot verbruik als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns aan vervoer, dan wel leveren van minerale oliën door een houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel b, van die wet aan een andere houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats, voor zover de inboeker kan aantonen dat de hoeveelheid ingeboekte biobrandstof is uitgeslagen tot verbruik als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns aan vervoer;
|
||||
- *levering tot eindverbruik:* uitslag tot verbruik als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns van benzine en diesel, aan de bestemmingen, bedoeld in artikel 9.8.1.2;
|
||||
- *leveren aan de Nederlandse markt:* uitslag tot verbruik als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns, dan wel leveren van minerale oliën door een houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel b, van die wet aan een andere houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats, voor zover de inboeker kan aantonen dat de hoeveelheid ingeboekte biobrandstof is uitgeslagen tot verbruik als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns;
|
||||
- *levering tot eindverbruik:* uitslag tot verbruik als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns van benzine, diesel en zware stookolie;
|
||||
- *luchtvaart:* nationaal en internationaal transport door de lucht;
|
||||
- *minerale oliën:* oliën als bedoeld in artikel 25 van de Wet op de accijns;
|
||||
- *onderneming:* onderneming als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007;
|
||||
- *overboekfaciliteit:* eigenschap van een rekening in het register die de overboeking van een hernieuwbare brandstofeenheid mogelijk maakt;
|
||||
- *register:* register hernieuwbare energie vervoer als bedoeld in artikel 9.7.5.1, eerste lid;
|
||||
- *richtlijn hernieuwbare energie:* richtlijn nr. 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging van en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PbEU 2009, L 140);
|
||||
- *vervoer:* alle vormen van transport over de weg, het spoor, het water en door de lucht.
|
||||
- *register:* register hernieuwbare energie als bedoeld in artikel 9.7.5.1, eerste lid;
|
||||
- *residu:* een stof als bedoeld in artikel 2, onderdeel 43, van de richtlijn hernieuwbare energie;
|
||||
- *richtlijn hernieuwbare energie:*
|
||||
richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328);
|
||||
- *verordening (EU) 2019/807:* gedelegeerde verordening (EU) 2019/807 van de commissie van 13 maart 2019 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het bepalen van de grondstoffen met een hoog risico van indirecte veranderingen in landgebruik waarbij een belangrijke uitbreiding van het productiegebied naar land met grote koolstofvoorraden waar te nemen valt, en de certificering van biobrandstoffen, vloeibare biomassa en biomassabrandstoffen met een laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik (PbEU 2019, L 133);
|
||||
- *vervoer:* alle vormen van transport over de weg, het spoor, het water en door de lucht;
|
||||
- *voedsel- en voedergewassen:* voedsel- en voedergewassen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 40, van de richtlijn hernieuwbare energie;
|
||||
- *zetmeelrijke gewassen:* gewassen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 39, van de richtlijn hernieuwbare energie;
|
||||
- *zware stookolie:* zware stookolie als bedoeld in artikel 26, vijfde lid, van de Wet op de accijns en minerale oliën die op grond van artikel 28, met uitzondering van het tweede en zesde lid, van die wet voor het tarief van zware stookolie aan de accijns onderworpen zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.7.1.2
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën leveranciers tot eindverbruik worden aangewezen waarop de in deze titel opgenomen bepalingen met betrekking tot de leverancier tot eindverbruik niet van toepassing zijn.
|
||||
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën leveranciers tot eindverbruik worden aangewezen waarop de in deze titel opgenomen bepalingen met betrekking tot de leverancier tot eindverbruik niet van toepassing zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen leveringen van soorten biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen aan luchtvaart en zeevaart van de toepassing van paragraaf 9.7.4 worden uitgesloten.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.7.1.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de invoer en het gebruik van informatie door inboekers en andere marktdeelnemers in de Uniedatabank als bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.7.1.4
|
||||
|
||||
De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek het bestuur van de emissieautoriteit de bij ministeriële regeling vast te stellen gegevens, voor zover die gegevens voor de uitvoering van deze titel noodzakelijk zijn.
|
||||
Onze minister en de rijksbelastingdienst verstrekken op verzoek het bestuur van de emissieautoriteit de bij ministeriële regeling vast te stellen gegevens, voor zover die gegevens voor de uitvoering van deze titel noodzakelijk zijn.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 9.7.2. Jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer
|
||||
#### Paragraaf 9.7.2. Jaarverplichting hernieuwbare energie
|
||||
|
||||
### Artikel 9.7.2.1
|
||||
|
||||
|
|
@ -2959,15 +2992,11 @@ De leverancier tot eindverbruik heeft een rekening met jaarverplichtingfacilitei
|
|||
|
||||
**1.** De leverancier tot eindverbruik voert voor 1 maart van enig kalenderjaar zijn levering tot eindverbruik van het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar op zijn rekening met jaarverplichtingfaciliteit in het register in.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt de uitslag tot verbruik, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns, van benzine en diesel, volgens de gegevens van de rijksbelastingdienst beschouwd als levering tot eindverbruik, tenzij de leverancier tot eindverbruik aantoont dat die uitslag tot verbruik betrekking heeft op andere bestemmingen.
|
||||
**2.** Wijzigingen in de voor enig kalenderjaar op zijn rekening ingevoerde levering tot eindverbruik na de datum, bedoeld in het eerste lid, meldt de leverancier tot eindverbruik aan het bestuur van de emissieautoriteit.
|
||||
|
||||
**3.** Wijzigingen in de voor enig kalenderjaar op zijn rekening ingevoerde levering tot eindverbruik na de datum, bedoeld in het eerste lid, meldt de leverancier tot eindverbruik aan het bestuur van de emissieautoriteit.
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden de bij het invoeren op de rekening te vermelden gegevens bepaald.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden de bij het invoeren op de rekening te vermelden gegevens bepaald.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor het aantonen, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
**6.** De gegevens, bedoeld in het vierde lid, en de onderliggende stukken, worden door de leverancier tot eindverbruik bewaard tot ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop die gegevens betrekking hebben.
|
||||
**4.** De gegevens, bedoeld in het derde lid, en de onderliggende stukken, worden door de leverancier tot eindverbruik bewaard tot ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop die gegevens betrekking hebben.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.7.2.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -2981,7 +3010,7 @@ De leverancier tot eindverbruik heeft een rekening met jaarverplichtingfacilitei
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Op 1 april van enig kalenderjaar:
|
||||
Op 1 mei van enig kalenderjaar:
|
||||
|
||||
a. heeft de leverancier tot eindverbruik ten minste het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op zijn rekening, en
|
||||
b. schrijft het bestuur van de emissieautoriteit van de rekening van de leverancier tot eindverbruik het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden af,
|
||||
|
|
@ -2994,7 +3023,7 @@ dat overeenkomt met de voor die leverancier voor het direct aan die datum vooraf
|
|||
|
||||
**4.** Indien toepassing van artikel 9.7.2.4, tweede lid, leidt tot een verlaging van de jaarverplichting voor het betrokken kalenderjaar, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit, met inachtneming van het tweede lid, het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden dat overeenkomt met die verlaging bij op de rekening van de leverancier tot eindverbruik. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt hierbij rekening met artikel 9.7.5.6.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op de rekening van de leverancier tot eindverbruik als gevolg van de toepassing van het eerste of derde lid minder is dan nul, vult hij het tekort aan voor 1 april volgend op het kalenderjaar waarin het tekort is ontstaan.
|
||||
**5.** Indien het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op de rekening van de leverancier tot eindverbruik als gevolg van de toepassing van het eerste of derde lid minder is dan nul, vult hij het tekort binnen drie kalendermaanden aan.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 9.7.3. Hernieuwbare brandstofeenheden
|
||||
|
||||
|
|
@ -3002,13 +3031,14 @@ dat overeenkomt met de voor die leverancier voor het direct aan die datum vooraf
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het register heeft drie soorten hernieuwbare brandstofeenheden:
|
||||
Het register heeft vier soorten hernieuwbare brandstofeenheden:
|
||||
|
||||
a. een hernieuwbare brandstofeenheid conventioneel;
|
||||
b. een hernieuwbare brandstofeenheid geavanceerd;
|
||||
c. een hernieuwbare brandstofeenheid overig.
|
||||
c. een hernieuwbare brandstofeenheid bijlage IX-B;
|
||||
d. een hernieuwbare brandstofeenheid overig.
|
||||
|
||||
**2.** Een hernieuwbare brandstofeenheid vertegenwoordigt een bijdrage aan de jaarverplichting van één gigajoule hernieuwbare energie vervoer.
|
||||
**2.** Een hernieuwbare brandstofeenheid vertegenwoordigt een bijdrage aan de jaarverplichting van één gigajoule hernieuwbare energie.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.7.3.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -3016,15 +3046,13 @@ Een hernieuwbare brandstofeenheid kan uitsluitend in het register, bedoeld in p
|
|||
|
||||
### Artikel 9.7.3.3
|
||||
|
||||
**1.** Een hernieuwbare brandstofeenheid is vatbaar voor overdracht indien de overdragende partij en de ontvangende partij ieder op hun naam een rekening hebben in het register.
|
||||
|
||||
**2.** Een hernieuwbare brandstofeenheid is ook vatbaar voor andere overgang. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Een hernieuwbare brandstofeenheid is vatbaar voor overdracht indien de overdragende partij en de ontvangende partij ieder op hun naam een rekening hebben in het register.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.7.3.4
|
||||
|
||||
**1.** Overdracht van een of meer hernieuwbare brandstofeenheden kan niet leiden tot een aantal hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel, geavanceerd of overig op een rekening dat minder is dan nul.
|
||||
**1.** Overdracht van een of meer hernieuwbare brandstofeenheden kan niet leiden tot een aantal hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel, geavanceerd, bijlage IX-B of overig op een rekening dat minder is dan nul.
|
||||
|
||||
**2.** Overdracht van een of meer hernieuwbare brandstofeenheden is niet toegestaan, indien het aantal hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel, geavanceerd of overig op een rekening minder is dan nul.
|
||||
**2.** Overdracht van een of meer hernieuwbare brandstofeenheden is niet toegestaan, indien het aantal of soort hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel, geavanceerd, bijlage IX-B of overig op een rekening minder is dan nul.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.7.3.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -3057,7 +3085,7 @@ b. bijschrijving op de rekening die in het register op naam staat van de partij
|
|||
|
||||
Indien het aantal hernieuwbare brandstofeenheden op een rekening minder is dan nul, worden de bijgeschreven hernieuwbare brandstofeenheden per soort volgens bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen regels afgeschreven.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 9.7.4. Inboeken hernieuwbare energie vervoer
|
||||
#### Paragraaf 9.7.4. Inboeken hernieuwbare energie
|
||||
|
||||
### Artikel 9.7.4.1
|
||||
|
||||
|
|
@ -3065,40 +3093,42 @@ Indien het aantal hernieuwbare brandstofeenheden op een rekening minder is dan n
|
|||
|
||||
Een inboeker kan tot 1 maart van enig kalenderjaar inboeken in het register de in het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar door hem aan:
|
||||
|
||||
a. de Nederlandse markt voor vervoer geleverde vloeibare biobrandstof die voldoet aan artikel 9.7.4.2;
|
||||
a. de Nederlandse markt geleverde vloeibare biobrandstof die voldoet aan artikel 9.7.4.2;
|
||||
b. vervoer in Nederland geleverde gasvormige biobrandstof die voldoet aan artikel 9.7.4.3;
|
||||
c. de Nederlandse markt voor vervoer geleverde vloeibare hernieuwbare brandstof die voldoet aan artikel 9.7.4.4, eerste lid;
|
||||
c. de Nederlandse markt voor vervoer geleverde vloeibare hernieuwbare brandstof die voldoet aan artikel 9.7.4.4;
|
||||
d. vervoer in Nederland geleverde gasvormige hernieuwbare brandstof die voldoet aan artikel 9.7.4.4, of
|
||||
e. wegvoertuigen in Nederland geleverde elektriciteit die voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.
|
||||
e. vervoer in Nederland geleverde elektriciteit, met uitzondering van elektriciteit geleverd aan spoorvoertuigen, die voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de inboeker, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**2.** De inboeker kan aan een inboeking tot 1 april een verklaring van een verificateur als bedoeld in artikel 9.7.4.8, tweede lid, koppelen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de inboeker, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.7.4.2
|
||||
|
||||
De in te boeken vloeibare biobrandstof:
|
||||
|
||||
a. voldoet aan de eisen, gesteld krachtens artikel 9.2.2.6a,
|
||||
b. bevond zich direct voorafgaand aan de levering aan de Nederlandse markt voor vervoer op een locatie van de inboeker die door het door hem gehanteerde duurzaamheidsysteem is gecertificeerd, dan wel op een andere locatie voor zover die certificering zich over die locatie uitstrekt; en
|
||||
c. voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.
|
||||
a. voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria;
|
||||
b. bevond zich direct voorafgaand aan de levering aan de Nederlandse markt op een locatie van de inboeker die door het door hem gehanteerde duurzaamheidsysteem is gecertificeerd, dan wel op een andere locatie voor zover die certificering zich over die locatie uitstrekt,
|
||||
c. voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen, en
|
||||
d. wordt niet geproduceerd uit olie uit sojabonen, met uitzondering van olie uit sojabonen met een gecertificeerd laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik als bedoeld in verordening (EU) 2019/807.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.7.4.3
|
||||
|
||||
De in te boeken gasvormige biobrandstof voldoet aan de eisen, gesteld:
|
||||
De in te boeken gasvormige biobrandstof voldoet aan:
|
||||
|
||||
a. krachtens artikel 9.2.2.6a, en
|
||||
b. bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
|
||||
a. de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria;
|
||||
b. de overige eisen, gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.7.4.4
|
||||
|
||||
**1.** De in te boeken vloeibare of gasvormige hernieuwbare brandstof voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** De inboeker die een hoeveelheid vloeibare of gasvormige hernieuwbare brandstof inboekt, beschikt over een verklaring van een verificateur dat die brandstof voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
De in te boeken vloeibare of gasvormige hernieuwbare brandstof voldoet aan:
|
||||
|
||||
**3.** De verificateur geeft geen verklaring af indien niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
a. de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde broeikasgasemissiereductiedrempels;
|
||||
b. de overige eisen, gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
|
||||
|
||||
**4.** De verificateur bewaart alle gegevens en documentatie met betrekking tot de verificatie gedurende ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de verificatie betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere eisen worden gesteld aan de verificateur en de verificatie.
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen soorten hernieuwbare brandstof worden aangewezen waarvan, onder bij of krachtens die maatregel te stellen voorwaarden, de energie-inhoud wordt vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vastgestelde factor.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.7.4.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -3106,10 +3136,10 @@ b. bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
|
|||
|
||||
Bij ministeriële regeling:
|
||||
|
||||
a. worden regels gesteld over de bepaling van de ingeboekte hoeveelheid hernieuwbare energie vervoer;
|
||||
a. worden regels gesteld over de bepaling van de ingeboekte hoeveelheid hernieuwbare energie;
|
||||
b. wordt bepaald op welke wijze de inboeker aantoont dat is voldaan aan de artikelen 9.7.4.2, 9.7.4.3 en 9.7.4.4;
|
||||
c. worden de bij het inboeken te vermelden gegevens bepaald;
|
||||
d. kunnen nadere regels worden gesteld voor het inboeken van vloeibare of gasvormige hernieuwbare brandstof.
|
||||
d. kunnen regels worden gesteld voor het geaggregeerd inboeken van elektriciteit.
|
||||
|
||||
**2.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden door de inboeker bewaard gedurende ten minste vijf jaar na het kalenderjaar waarin de inboeking plaatsvond.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3117,29 +3147,36 @@ d. kunnen nadere regels worden gesteld voor het inboeken van vloeibare of gasvor
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het bestuur van de emissieautoriteit schrijft voor één gigajoule energie-inhoud hernieuwbare energie vervoer die is ingeboekt in het register:
|
||||
Het bestuur van de emissieautoriteit schrijft voor één gigajoule hernieuwbare energie die is ingeboekt in het register:
|
||||
|
||||
a. één hernieuwbare brandstofeenheid conventioneel bij op de rekening van de inboeker, indien:
|
||||
a. één hernieuwbare brandstofeenheid conventioneel bij op de rekening van de inboeker, indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit:
|
||||
|
||||
1. de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit granen en andere zetmeelrijke gewassen, suikers en oliegewassen en uit gewassen die als hoofdgewas primair voor energiedoeleinden op landbouwgrond worden geteeld; of
|
||||
2. de geleverde brandstof is geproduceerd uit de grondstof als bedoeld in bijlage IX, deel A, onderdeel d, of deel B, van de richtlijn hernieuwbare energie en de inboeker beschikt niet over een bewijs dat geen materialen doelbewust zijn gewijzigd of verwijderd opdat de levering of een deel ervan onder bijlage IX komt te vallen;
|
||||
b. één hernieuwbare brandstofeenheid geavanceerd bij op de rekening van de inboeker, indien:
|
||||
1°. voedsel- en voedergewassen, met een laag risico of gecertificeerd laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik als bedoeld in verordening (EU) 2019/807; of
|
||||
2°. een bijproduct van de productie of verwerking van voedsel- en voedergewassen, niet zijnde de grondstoffen, bedoeld in bijlage IX van de richtlijn hernieuwbare energie;
|
||||
b. één hernieuwbare brandstofeenheid geavanceerd bij op de rekening van de inboeker, indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit:
|
||||
|
||||
1. de geleverde brandstof is geproduceerd uit grondstoffen en brandstoffen als bedoeld in bijlage IX, deel A, en met inachtneming van artikel 2 van de richtlijn hernieuwbare energie en de inboeker beschikt over een bewijs dat geen materialen doelbewust zijn gewijzigd of verwijderd opdat de levering of een deel ervan onder bijlage IX komt te vallen; en
|
||||
2. voorzover de geleverde brandstof is geproduceerd uit de grondstof als bedoeld in bijlage IX, deel A, onderdeel d, van de richtlijn hernieuwbare energie, de grondstof voorkomt op een bij ministeriële regeling vast te stellen lijst van materialen;
|
||||
c. één hernieuwbare brandstofeenheid overig bij op de rekening van de inboeker:
|
||||
1°. grondstoffen als bedoeld in bijlage IX, deel A, van de richtlijn hernieuwbare energie; en
|
||||
2°. indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit de grondstof als bedoeld in bijlage IX, deel A, onderdeel d, van de richtlijn hernieuwbare energie, de grondstof voorkomt op een bij ministeriële regeling vast te stellen lijst van materialen;
|
||||
c. één hernieuwbare brandstofeenheid bijlage IX-B bij op de rekening van de inboeker, indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit grondstoffen als bedoeld in bijlage IX, deel B, van de richtlijn hernieuwbare energie;
|
||||
d. één hernieuwbare brandstofeenheid overig bij op de rekening van de inboeker:
|
||||
|
||||
1. indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit grondstoffen als bedoeld in bijlage IX, deel B, van de richtlijn hernieuwbare energie, voor zover de inboeker beschikt over een bewijs dat geen materialen doelbewust zijn gewijzigd of verwijderd opdat de levering of een deel ervan onder bijlage IX komt te vallen;
|
||||
2. voor aan wegvoertuigen geleverde elektriciteit; of
|
||||
3. indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit grondstoffen, niet zijnde de grondstoffen, bedoeld in onderdeel a, sub 1, en niet zijnde de grondstoffen en brandstoffen bedoeld in bijlage IX, deel A en B.
|
||||
1°. indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit zetmeelrijke gewassen of suiker- en oliegewassen die als tussenteelt op landbouwgrond worden geteeld en die niet leiden tot de vraag naar meer land;
|
||||
2°. indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit een residu van de productie of verwerking van voedsel- en voedergewassen, niet zijnde de grondstoffen, bedoeld in bijlage IX van de richtlijn hernieuwbare energie;
|
||||
3°. bij een geleverde vloeibare of gasvormige hernieuwbare brandstof;
|
||||
4°. voor het gedeelte van de geleverde elektriciteit afkomstig uit hernieuwbare bronnen, of
|
||||
5°. indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit grondstoffen, niet zijnde de grondstoffen, bedoeld in de onderdelen a b, c en d, onder 1.
|
||||
|
||||
**2.** De hoeveelheid ingeboekte hernieuwbare energie vervoer wordt per soort hernieuwbare brandstofeenheid naar beneden afgerond op één gigajoule.
|
||||
**2.** De hoeveelheid ingeboekte hernieuwbare energie wordt per soort hernieuwbare brandstofeenheid naar beneden afgerond op één gigajoule.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid schrijft het bestuur van de emissieautoriteit een aantal hernieuwbare brandstofeenheden bij ter grootte van een bij ministeriële regeling vastgesteld gedeelte van de energie-inhoud, vermenigvuldigd met een bij die ministeriële regeling vastgestelde factor, van de hoeveelheid ingeboekte elektriciteit die is geleverd aan wegvoertuigen in Nederland.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid schrijft het bestuur van de emissieautoriteit een aantal hernieuwbare brandstofeenheden bij ter grootte van een bij ministeriële regeling vastgesteld gedeelte van de energie-inhoud, vermenigvuldigd met een bij die ministeriële regeling vastgestelde factor, van de hoeveelheid ingeboekte elektriciteit.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid schrijft het bestuur van de emissieautoriteit voor een door een importeur ingeboekte hoeveelheid hernieuwbare energie vervoer hernieuwbare brandstoffeneenheden bij op de rekening van die importeur, nadat die importeur volgens bij ministeriële regeling gestelde regels heeft aangetoond dat die hoeveelheid aan de Nederlandse markt voor vervoer is geleverd.
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid kan het bestuur van de emissieautoriteit een aantal hernieuwbare brandstofeenheden bijschrijven ter grootte van de energie-inhoud, vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vastgestelde factor groter dan één, voor aan luchtvaart en zeevaart geleverde brandstoffen, met uitzondering van uit voedsel- en voedergewassen geproduceerde brandstoffen, of een factor kleiner dan één, voor aan zeevaart geleverde brandstoffen.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de grondstoffen en brandstoffen waarvoor een bewijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, sub 1, en onderdeel c, sub 1, is vereist, alsmede de voorwaarden van afgifte van het bewijs.
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste lid schrijft het bestuur van de emissieautoriteit voor een door een importeur ingeboekte hoeveelheid hernieuwbare energie hernieuwbare brandstofeenheden bij op de rekening van die importeur, nadat die importeur volgens bij ministeriële regeling gestelde regels heeft aangetoond dat die hoeveelheid aan de Nederlandse markt is geleverd.
|
||||
|
||||
**6.** In aanvulling op het eerste lid en gelet op artikel 9.7.4.8, eerste lid, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit op de rekening van de inboeker het resterende aantal hernieuwbare brandstofeenheden bij, na koppeling van een verklaring als bedoeld in artikel 9.7.4.1, tweede lid.
|
||||
|
||||
**7.** Een geleverde biobrandstof die geproduceerd is uit zetmeelrijke gewassen of suiker- en oliegewassen wordt geacht niet als tussenteelt op landbouwgrond te zijn geteeld en te hebben geleid tot de vraag naar meer land, tenzij de inboeker het tegendeel aantoont.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.7.4.7
|
||||
|
||||
|
|
@ -3149,7 +3186,7 @@ c. één hernieuwbare brandstofeenheid overig bij op de rekening van de inboeker
|
|||
|
||||
### Artikel 9.7.4.8
|
||||
|
||||
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën biobrandstof worden aangewezen waarvan, onder bij of krachtens die maatregel te stellen voorwaarden, de energie-inhoud wordt vermenigvuldigd met een bij of krachtens die maatregel vastgestelde factor.
|
||||
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen soorten biobrandstof worden aangewezen waarvan, onder bij of krachtens die maatregel te stellen voorwaarden, de energie-inhoud wordt vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vastgestelde factor.
|
||||
|
||||
**2.** De inboeker die een hoeveelheid biobrandstof als bedoeld in het eerste lid inboekt, beschikt over een verklaring van een verificateur dat die biobrandstof voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in dat lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3161,7 +3198,7 @@ c. één hernieuwbare brandstofeenheid overig bij op de rekening van de inboeker
|
|||
|
||||
### Artikel 9.7.4.9
|
||||
|
||||
Voor hernieuwbare energie vervoer die tussen 1 januari en 1 april van enig kalenderjaar wordt geleverd aan de Nederlandse markt voor vervoer, aan vervoer in Nederland respectievelijk aan wegvoertuigen in Nederland en ingeboekt in het register schrijft het bestuur van de emissieautoriteit na 1 april van dat kalenderjaar de hernieuwbare brandstofeenheden bij op de rekening van de inboeker.
|
||||
Voor hernieuwbare energie die tussen 1 januari en 1 mei van enig kalenderjaar wordt geleverd en ingeboekt in het register, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit na 1 mei van dat kalenderjaar de hernieuwbare brandstofeenheden bij op de rekening van de inboeker.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.7.4.10
|
||||
|
||||
|
|
@ -3175,12 +3212,7 @@ Een hoeveelheid hernieuwbare energie die wordt ingeboekt in het register is niet
|
|||
|
||||
### Artikel 9.7.4.12
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De inboeker overlegt voor 1 april van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin hij de hernieuwbare energie vervoer aan de Nederlandse markt voor vervoer, aan vervoer in Nederland respectievelijk aan wegvoertuigen in Nederland heeft geleverd aan het bestuur van de emissieautoriteit een verklaring van een verificateur waaruit blijkt dat, voor zover van toepassing:
|
||||
|
||||
a. de door hem ingeboekte hernieuwbare energie vervoer voldoet aan de bij of krachtens de artikelen 9.7.4.1, tweede lid, 9.7.4.2, 9.7.4.3, 9.7.4.5, eerste lid, onderdelen a en d, of 9.7.4.9 gestelde eisen, en
|
||||
b. hij heeft voldaan aan de bij of krachtens de artikelen 9.7.4.4, tweede lid, 9.7.4.5, eerste lid, onderdeel b, 9.7.4.8, tweede lid, of 9.7.4.10 gestelde eisen.
|
||||
**1.** De inboeker overlegt voor 1 mei van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin hij de hernieuwbare energie heeft geleverd aan het bestuur van de emissieautoriteit een verklaring van een verificateur waaruit blijkt dat, voor zover van toepassing, is voldaan aan de bij of krachtens de artikelen 9.7.4.1 tot en met 9.7.4.5, eerste lid, 9.7.4.8, tweede lid, en 9.7.4.10 gestelde eisen.
|
||||
|
||||
**2.** De verificateur geeft geen verklaring af indien niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3190,27 +3222,27 @@ b. hij heeft voldaan aan de bij of krachtens de artikelen 9.7.4.4, tweede lid, 9
|
|||
|
||||
### Artikel 9.7.4.13
|
||||
|
||||
**1.** Indien naar het oordeel van het bestuur van de emissieautoriteit niet is voldaan aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen voor het inboeken in het register van een hoeveelheid hernieuwbare energie vervoer of de verificatie, bedoeld in artikel 9.7.4.12, kan het bestuur die hoeveelheid, de kenmerken van die hoeveelheid of de factor, bedoeld in artikel 9.7.4.8, tot vijf jaar na het kalenderjaar van inboeken ambtshalve vaststellen.
|
||||
**1.** Indien naar het oordeel van het bestuur van de emissieautoriteit niet is voldaan aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen voor het inboeken in het register van een hoeveelheid hernieuwbare energie of de verificatie, bedoeld in artikel 9.7.4.12, kan het bestuur die hoeveelheid, de kenmerken van die hoeveelheid of de factor, bedoeld in artikel 9.7.4.8, tot vijf jaar na het kalenderjaar van inboeken ambtshalve vaststellen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de inboeker te veel hernieuwbare brandstofeenheden heeft ontvangen voor de geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie vervoer, wordt het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden dat die inboeker te veel heeft ontvangen, afgeschreven van de rekening van die inboeker.
|
||||
**2.** Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de inboeker te veel hernieuwbare brandstofeenheden heeft ontvangen voor de geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie, wordt het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden dat die inboeker te veel heeft ontvangen, afgeschreven van de rekening van die inboeker.
|
||||
|
||||
**3.** Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de inboeker te weinig hernieuwbare brandstofeenheden heeft ontvangen voor de geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie vervoer, wordt het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden dat die inboeker te weinig heeft ontvangen, bijgeschreven op de rekening van die inboeker. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt hierbij rekening met artikel 9.7.5.6.
|
||||
**3.** Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de inboeker te weinig hernieuwbare brandstofeenheden heeft ontvangen voor de geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie, wordt het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden dat die inboeker te weinig heeft ontvangen, bijgeschreven op de rekening van die inboeker. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt hierbij rekening met artikel 9.7.5.6.
|
||||
|
||||
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste, tweede en derde lid.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het aantal hernieuwbare brandstofeenheden op de rekening van de inboeker als gevolg van de toepassing van tweede lid minder is dan nul wordt het tekort door de inboeker aangevuld voor 1 april volgend op het kalenderjaar waarin het tekort is ontstaan.
|
||||
**5.** Indien het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op de rekening van de inboeker als gevolg van de toepassing van tweede lid minder is dan nul, vult hij het tekort aan binnen drie kalendermaanden.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.7.4.14
|
||||
|
||||
**1.** De emissieautoriteit maakt ieder jaar een overzicht openbaar, waarin per inboeker van vloeibare biobrandstof de aard en herkomst van de door die inboeker ingeboekte vloeibare biobrandstoffen alsmede het door die inboeker gehanteerde duurzaamheidssysteem zijn opgenomen. Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** De emissieautoriteit maakt ieder jaar een overzicht openbaar, waarin per inboeker van biobrandstof de aard en herkomst van de door die inboeker ingeboekte biobrandstoffen alsmede het door die inboeker gehanteerde duurzaamheidssysteem zijn opgenomen. Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de inhoud en de wijze van openbaarmaking van het overzicht, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 9.7.5. Register hernieuwbare energie vervoer
|
||||
#### Paragraaf 9.7.5. Register hernieuwbare energie
|
||||
|
||||
### Artikel 9.7.5.1
|
||||
|
||||
**1.** Er is een elektronisch register hernieuwbare energie vervoer.
|
||||
**1.** Er is een elektronisch register hernieuwbare energie.
|
||||
|
||||
**2.** Het register wordt beheerd door de emissieautoriteit.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3232,7 +3264,9 @@ b. hij heeft voldaan aan de bij of krachtens de artikelen 9.7.4.4, tweede lid, 9
|
|||
|
||||
**4.** Het bestuur van de emissieautoriteit opent op naam van een onderneming niet meer dan één rekening. Een rekening kan alle in het eerste en tweede lid genoemde faciliteiten omvatten.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het openen, bijhouden en beheer van de rekeningen.
|
||||
**5.** Het bestuur van de emissieautoriteit opent een afboekrekening.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het openen, bijhouden en beheer van de rekeningen.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.7.5.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -3263,33 +3297,51 @@ b. worden regels gesteld omtrent de wijze waarop de vergoeding wordt betaald.
|
|||
|
||||
### Artikel 9.7.5.6
|
||||
|
||||
**1.** Van het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op 1 april van enig kalenderjaar op de rekening van een leverancier tot eindverbruik nadat het bestuur van de emissieautoriteit toepassing heeft gegeven aan artikel 9.7.2.5, eerste lid, onderdeel b, een inboeker of een onderneming als bedoeld in artikel 9.7.5.3. derde lid, wordt een gedeelte gespaard ten behoeve van het direct daaropvolgende kalenderjaar.
|
||||
**1.** Van het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op 1 mei van enig kalenderjaar op de rekening van een leverancier tot eindverbruik nadat het bestuur van de emissieautoriteit toepassing heeft gegeven aan artikel 9.7.2.5, eerste lid, onderdeel b, een inboeker of een onderneming als bedoeld in artikel 9.7.5.3. derde lid, wordt een gedeelte gespaard ten behoeve van het direct daaropvolgende kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het gedeelte, bedoeld in het eerste lid, en de volgorde waarin de soort hernieuwbare brandstofeenheden gespaard worden. Voor de leverancier tot eindverbruik, de inboeker of de onderneming, bedoeld in artikel 9.7.5.3, derde lid, kunnen verschillende regels worden vastgesteld omtrent het gedeelte, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over het gedeelte dat gespaard kan worden ten behoeve van enig ander kalenderjaar dan het direct daaropvolgende kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**4.** Voor zover de leverancier tot eindverbruik, de inboeker of de onderneming, bedoeld in artikel 9.7.5.3, derde lid, tevens een reductieverplichting heeft als bedoeld in artikel 9.8.2.1, eerste lid, gelden de in het tweede lid bedoelde regels eerst dan nadat het bestuur van de emissieautoriteit toepassing heeft gegeven aan artikel 9.8.2.5, eerste lid, onderdeel b.
|
||||
**4.** De hernieuwbare brandstofeenheden die niet worden gespaard, vervallen van rechtswege.
|
||||
|
||||
**5.** De hernieuwbare brandstofeenheden die niet worden gespaard, vervallen van rechtswege.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 9.7.6. Overgangsbepalingen hernieuwbare energie vervoer
|
||||
#### Paragraaf 9.7.6. Naleving van de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria en broeikasgasemissiereductiedrempels
|
||||
|
||||
### Artikel 9.7.6.1
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De producent van biobrandstoffen bepaalt en controleert:
|
||||
|
||||
a. de aard en hoeveelheid van de door hem ontvangen duurzame grondstof voor de vervaardiging van de biobrandstof;
|
||||
b. de juiste verhouding tussen de aard en hoeveelheid gebruikte duurzame grondstof en de soort en hoeveelheid door hem vervaardigde duurzame biobrandstof;
|
||||
c. de hoeveelheid per afnemer van de door hem geleverde duurzame biobrandstof;
|
||||
|
||||
en voert hierover een goede boekhouding.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De producent van hernieuwbare brandstof controleert:
|
||||
|
||||
a. de aard en hoeveelheid van de door hem gebruikte energie uit hernieuwbare bronnen, niet zijnde biomassa, voor de vervaardiging van de hernieuwbare brandstof;
|
||||
b. de juiste verhouding tussen de aard en hoeveelheid gebruikte energie uit hernieuwbare bronnen, niet zijnde biomassa, en tot de soort en hoeveelheid door hem vervaardigde hernieuwbare brandstof;
|
||||
c. de hoeveelheid per afnemer van de door hem geleverde hernieuwbare brandstof;
|
||||
|
||||
en voert hierover een goede boekhouding.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.7.6.2
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Een onderneming die gecertificeerd is volgens een duurzaamheidssysteem voert een massabalans over duurzame grondstof en duurzame biobrandstof.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de massabalans.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.7.6.3
|
||||
|
||||
**1.** Indien een leverancier tot eindverbruik die registratieplichtige als bedoeld in artikel 1 van het Besluit hernieuwbare energie vervoer was, naar het oordeel van het bestuur van de emissieautoriteit in enig kalenderjaar niet heeft voldaan aan zijn verplichting op grond van artikel 3, eerste lid, van dat besluit, kan het bestuur tot vijf jaar na dat kalenderjaar het aantal hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel dat overeenkomt met het aandeel van de verplichting waaraan de leverancier tot eindverbruik niet heeft voldaan, afschrijven van de rekening van die leverancier tot eindverbruik.
|
||||
**1.** Het bestuur van de emissieautoriteit houdt toezicht op een certificeringsorgaan dat namens het duurzaamheidsysteem in het kader van de naleving van duurzaamheids- of broeikasgasemissiereductiecriteria voor grondstoffen voor biobrandstof en biobrandstof onafhankelijke audits uitvoert.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een inboeker die geregistreerde als bedoeld in artikel 1 van het Besluit hernieuwbare energie vervoer was, naar het oordeel van het bestuur van de emissieautoriteit in enig kalenderjaar niet heeft voldaan aan zijn verplichting op grond van de artikelen 6, 6b of 6c van dat besluit, kan het bestuur tot vijf jaar na dat kalenderjaar het aantal hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel dat overeenkomt met de hoeveelheid energie waarvoor de geregistreerde ten onrechte biotickets als bedoeld in artikel 1 van het Besluit hernieuwbare energie vervoer in eigendom heeft overgedragen of in zijn administratieve voorraad van zijn biobrandstoffenbalans als bedoeld in artikel 4 van de Regeling hernieuwbare energie vervoer had, afschrijven van de rekening van die inboeker.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 9.7.2.5, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Het bestuur van de emissieautoriteit brengt bij vastgestelde non-conformiteit met de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria onverwijld het duurzaamheidsysteem hiervan op de hoogte.
|
||||
|
||||
### Titel 9.8. Rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies
|
||||
|
||||
|
|
@ -3300,17 +3352,19 @@ Vervallen
|
|||
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *benzine:* ongelode lichte olie als bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de Wet op de accijns en andere minerale oliën die op grond van artikel 28, met uitzondering van het tweede en zesde lid, van die wet voor het tarief van ongelode lichte olie aan de accijns onderworpen zijn;
|
||||
- *betere fossiele brandstof:* brandstof van fossiele herkomst als genoemd in bijlage I, deel 2, onderdeel 5, van richtlijn (EU) 2015/652, met een broeikasgasemissie gedurende de levenscyclus die ten minste zes procent lager is dan de in bijlage II van die richtlijn bedoelde uitgangsnorm voor brandstoffen;
|
||||
- *biobrandstof:* biobrandstof als bedoeld in artikel 2, onderdeel i, van richtlijn nr. 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging van en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (Pb EU L 140);
|
||||
- *broeikasgasemissies gedurende de levenscyclus:* broeikasgasemissies gedurende de levenscyclus als bedoeld in artikel 2, onderdeel 6, van richtlijn 98/70/EG;
|
||||
- *betere fossiele brandstof:* brandstof van fossiele herkomst die:
|
||||
|
||||
1°. is genoemd in bijlage I, deel 2, onderdeel 5, van richtlijn (EU) 2015/652;
|
||||
2°. een broeikasgasintensiteit heeft die lager is dan het voor dat kalenderjaar vastgestelde reductiepercentage ten opzichte van de in bijlage II van richtlijn (EU) 2015/652 bedoelde uitgangsnorm voor brandstoffen;
|
||||
- *broeikasgasintensiteit:* broeikasgasemissie gedurende de levenscyclus per eenheid energie uitgedrukt in gCO_2-eq/MJ, als bedoeld in bijlage I, deel 1, onderdeel 3, onder e, van richtlijn (EU) 2015/652;
|
||||
- *diesel:* gasolie als bedoeld in artikel 26, vierde lid, van de Wet op de accijns en andere minerale oliën die op grond van artikel 28, met uitzondering van het tweede lid, van die wet voor het tarief van gasolie aan de accijns onderworpen zijn;
|
||||
- *eenheid energie:* energie-inhoud van de brandstof als bedoeld in bijlage I, deel 1, onderdeel 3, onder c, van richtlijn (EU) 2015/652;
|
||||
- *exploitatiereductie-eenheid:* eenheid als bedoeld in artikel 9.8.3.1;
|
||||
- *hernieuwbare brandstofeenheid:* hernieuwbare brandstofeenheid als bedoeld in artikel 9.7.3.1, eerste lid;
|
||||
- *importeur:* onderneming die minerale oliën invoert in Nederland, maar geen houder is van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de accijns voor minerale oliën, of geregistreerde geadresseerde als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel l, van die wet voor minerale oliën;
|
||||
- *minerale oliën:* oliën als bedoeld in artikel 25 van de Wet op de accijns;
|
||||
- *onderneming:* onderneming als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007;
|
||||
- *overboekfaciliteit:* eigenschap van een rekening in het register die de overboeking van een hernieuwbare brandstofeenheid mogelijk maakt;
|
||||
- *rapportageplichtige:* houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de accijns voor minerale oliën, of geregistreerde geadresseerde als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel l, van die wet voor minerale oliën, of importeur, met een uitslag tot vervoersverbruik;
|
||||
- *reductiepercentage:* het percentage ten opzichte van de uitgangsnorm voor brandstoffen, bedoeld in bijlage II van richtlijn (EU) 2015/652, dat ingevolge artikel 9.8.2.1, eerste lid, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voor een kalenderjaar vastgesteld is;
|
||||
- *reductieverplichting:* verplichting als bedoeld in artikel 9.8.2.1, eerste lid;
|
||||
- *reductieverplichtingfaciliteit:* eigenschap van een rekening in het register die een rapportageplichtige ingevolge artikel 9.8.2.2 heeft om aan zijn reductieverplichting te voldoen;
|
||||
- *register:* register rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies als bedoeld in artikel 9.8.4.1;
|
||||
|
|
@ -3335,15 +3389,15 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën rapportagepl
|
|||
|
||||
### Artikel 9.8.1.4
|
||||
|
||||
De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit de bij ministeriële regeling vast te stellen gegevens, voor zover die gegevens voor de uitvoering van deze titel noodzakelijk zijn.
|
||||
Onze minister en de rijksbelastingdienst verstrekken op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit de bij ministeriële regeling vast te stellen gegevens, voor zover die gegevens voor de uitvoering van deze titel noodzakelijk zijn.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 9.8.2. Rapportage- en reductieverplichting
|
||||
|
||||
### Artikel 9.8.2.1
|
||||
|
||||
**1.** De rapportageplichtige vermindert de broeikasgasemissies gedurende de levenscyclus per eenheid energie volgens bijlage I, deel 2, onderdeel 5, van richtlijn (EU) 2015/652 van zijn uitslag tot verbruik van benzine en diesel aan de bestemmingen, bedoeld in artikel 9.8.1.2, voor enig kalenderjaar met een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen percentage ten opzichte van de in bijlage II van die richtlijn bedoelde uitgangsnorm voor brandstoffen.
|
||||
**1.** De rapportageplichtige vermindert de broeikasgasintensiteit van zijn uitslag tot verbruik van benzine en diesel aan de bestemmingen, bedoeld in artikel 9.8.1.2, voor enig kalenderjaar met een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen percentage ten opzichte van de in bijlage II van die richtlijn bedoelde uitgangsnorm voor brandstoffen.
|
||||
|
||||
**2.** De rapportageplichtige voldoet aan de reductieverplichting, bedoeld in het eerste lid, met de inzet van hernieuwbare brandstofeenheden, exploitatiereductie-eenheden of betere fossiele brandstof, met inachtneming van artikel 9.7.2.1, tweede lid.
|
||||
**2.** De rapportageplichtige voldoet aan de reductieverplichting, bedoeld in het eerste lid, met de inzet van hernieuwbare brandstofeenheden of geleverde betere fossiele brandstof, met inachtneming van artikel 9.7.2.1, tweede lid.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het in het eerste lid genoemde kalenderjaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3359,7 +3413,7 @@ De rapportageplichtige heeft een rekening met reductieverplichtingfaciliteit in
|
|||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt de uitslag tot verbruik, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns, van betere fossiele brandstof volgens de gegevens van de rijksbelastingdienst niet beschouwd als uitslag tot vervoersverbruik, tenzij de rapportageplichtige het tegendeel aantoont.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt de uitslag tot verbruik, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns, van benzine en diesel, niet aangemerkt als een betere fossiele brandstof, tenzij de rapportageplichtige het tegendeel aantoont.
|
||||
**4.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt de uitslag tot verbruik, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns, van benzine en diesel en samengeperste waterstof, niet aangemerkt als een betere fossiele brandstof, tenzij de rapportageplichtige het tegendeel aantoont.
|
||||
|
||||
**5.** Wijzigingen in de voor enig kalenderjaar op zijn rekening ingevoerde uitslag tot vervoersverbruik na de datum, bedoeld in het eerste lid, meldt de rapportageplichtige aan het bestuur van de emissieautoriteit.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3381,40 +3435,34 @@ De rapportageplichtige heeft een rekening met reductieverplichtingfaciliteit in
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Op 1 april van enig kalenderjaar:
|
||||
Op 1 mei van enig kalenderjaar:
|
||||
|
||||
a. heeft de rapportageplichtige ten minste het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden of exploitatiereductie-eenheden op zijn rekening, en
|
||||
b. schrijft het bestuur van de emissieautoriteit van de rekening van de rapportageplichtige het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden of exploitatiereductie-eenheden af,
|
||||
a. heeft de rapportageplichtige ten minste het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op zijn rekening, en
|
||||
b. schrijft het bestuur van de emissieautoriteit van de rekening van de rapportageplichtige het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden af,
|
||||
|
||||
dat overeenkomt met de voor die rapportageplichtige voor het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar geldende reductieverplichting.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de afschrijving van het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden en exploitatiereductie-eenheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de afschrijving van het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
**3.** Indien toepassing van artikel 9.8.2.4, tweede lid, leidt tot een verhoging van de reductieverplichting voor het betrokken kalenderjaar, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit met inachtneming van het tweede lid het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden dat overeenkomt met die verhoging af van de rekening van de rapportageplichtige.
|
||||
|
||||
**4.** Indien toepassing van artikel 9.8.2.4, tweede lid, leidt tot een verlaging van de reductieverplichting voor het betrokken kalenderjaar en de rapportageplichtige met hernieuwbare brandstofeenheden aan zijn reductieverplichting voldaan heeft, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit met inachtneming van het tweede lid het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden dat overeenkomt met die verlaging bij op de rekening van de rapportageplichtige. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt hierbij rekening met artikel 9.7.5.6.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op de rekening van de rapportageplichtige als gevolg van de toepassing van het eerste of derde lid minder is dan nul, vult hij het tekort aan voor 1 april volgend op het kalenderjaar waarin het tekort is ontstaan, uitsluitend met de inzet van hernieuwbare brandstofeenheden.
|
||||
**5.** Indien het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op de rekening van de rapportageplichtige als gevolg van de toepassing van het eerste of derde lid minder is dan nul, vult hij het tekort aan binnen drie kalendermaanden, met de inzet van hernieuwbare brandstofeenheden.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 9.8.3. Exploitatiereductie-eenheden en hernieuwbare brandstofeenheden
|
||||
#### Paragraaf 9.8.3. Hernieuwbare brandstofeenheden
|
||||
|
||||
### Artikel 9.8.3.1
|
||||
|
||||
Een exploitatiereductie-eenheid vertegenwoordigt een bijdrage aan de reductieverplichting van één kilogram kooldioxide-equivalent.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 9.8.3.2
|
||||
|
||||
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de verkrijging van exploitatiereductie-eenheden door de rapportageplichtige.
|
||||
|
||||
**2.** Indien naar het oordeel van het bestuur van de emissieautoriteit niet is voldaan aan de ingevolge het eerste lid gestelde regels, kan het bestuur de verkregen hoeveelheid exploitatiereductie-eenheden tot vijf jaar na het kalenderjaar van verkrijging ambtshalve vaststellen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien uit de vaststelling, bedoeld in het tweede lid, volgt dat de rapportageplichtige te veel exploitatiereductie-eenheden heeft ontvangen, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit een corresponderende hoeveelheid aan hernieuwbare brandstofeenheden van de rekening van die rapportageplichtige af.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 9.8.2.5, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 9.8.3.3
|
||||
|
||||
Exploitatiereductie-eenheden mogen niet worden overgeboekt of gespaard.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 9.8.3.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -3422,7 +3470,7 @@ Het bestuur van de emissieautoriteit stelt jaarlijks de broeikasgasemissiereduct
|
|||
|
||||
### Artikel 9.8.3.5
|
||||
|
||||
De artikelen 9.7.3.3 tot en met 9.7.3.7 zijn van overeenkomstige toepassing op de exploitatiereductie-eenheid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 9.8.3.6
|
||||
|
||||
|
|
@ -3468,11 +3516,11 @@ c. een rekening opheffen.
|
|||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de toepassing van het eerste lid en kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.** De hernieuwbare brandstofeenheden en exploitatiereductie-eenheden op een opgeheven rekening vervallen van rechtswege.
|
||||
**4.** De hernieuwbare brandstofeenheden op een opgeheven rekening vervallen van rechtswege.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.8.4.5
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat voor het openen en bijhouden van een rekening, bedoeld in artikel 9.8.4.3, eerste lid, een vergoeding verschuldigd is overeenkomstig de bij die regeling te stellen regels.
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat voor het openen en bijhouden van een rekening, bedoeld in artikel 9.8.4.3, eerste tot en met derde lid, een vergoeding verschuldigd is overeenkomstig de bij die regeling te stellen regels.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -3483,7 +3531,7 @@ b. worden regels gesteld omtrent de wijze waarop de vergoeding wordt betaald.
|
|||
|
||||
### Artikel 9.8.4.6
|
||||
|
||||
**1.** Nadat het bestuur van de emissieautoriteit toepassing heeft gegeven aan artikel 9.8.2.5, eerste lid, onderdeel b, wordt een gedeelte van het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op 1 april van enig kalenderjaar op de rekening van een rapportageplichtige gespaard ten behoeve van het direct daaropvolgende kalenderjaar, met inachtneming van artikel 9.7.5.6, eerste tot en met derde lid.
|
||||
**1.** Nadat het bestuur van de emissieautoriteit toepassing heeft gegeven aan artikel 9.8.2.5, eerste lid, onderdeel b, wordt een gedeelte van het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden op 1 mei van enig kalenderjaar op de rekening van een rapportageplichtige gespaard ten behoeve van het direct daaropvolgende kalenderjaar, met inachtneming van artikel 9.7.5.6, eerste tot en met derde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het gedeelte, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3493,7 +3541,7 @@ b. worden regels gesteld omtrent de wijze waarop de vergoeding wordt betaald.
|
|||
|
||||
### Artikel 9.8.5.1
|
||||
|
||||
Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.9, 2.9a en 5.1 van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging blijft van toepassing voor het onmiddellijk aan de datum van inwerkingtreding van deze titel voorafgaande kalenderjaar.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
|
||||
|
||||
|
|
@ -7789,7 +7837,8 @@ Onze Minister heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhavi
|
|||
a. de titels 9.2 tot en met 9.5 en artikel 17.19;
|
||||
b. de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen;
|
||||
c. de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels;
|
||||
d. de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
|
||||
d. de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen;
|
||||
e. de EG-verordening EU-milieukeur.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het eerste lid hebben Onze Ministers van Economische Zaken, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de titels 9.2, 9.3 en 9.3a, de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen en de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels voor zover het bepaalde bij of krachtens genoemde titels of verordeningen betrekking heeft op beleid dat tot hun verantwoordelijkheid behoort.
|
||||
|
||||
|
|
@ -7901,6 +7950,14 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** Het is voorts verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten: artikelen 10, 11, 12, 23 en 25.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.5b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 18.5c
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 18.6
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden te handelen in strijd met artikel 7 in verbinding met hoofdstuk II en met de artikelen 35 en 44 van de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel.
|
||||
|
|
@ -7917,7 +7974,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 18.6b
|
||||
|
||||
In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9.7.2.3, 9.7.2.5, 9.7.4.12, 9.7.4.13, 9.8.2.3 of 9.8.2.5, kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
|
||||
In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens 9.7.1.3, 9.7.2.3, 9.7.2.5, 9.7.4.12, 9.7.4.13, 9.7.6.1, 9.7.6.2, 9.8.2.3 of 9.8.2.5, kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.7
|
||||
|
||||
|
|
@ -8086,13 +8143,13 @@ b. de procedure die voorafgaand aan het indienen van het verzoek moet worden gev
|
|||
|
||||
### Artikel 18.16s
|
||||
|
||||
**1.** In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9.2.2.6a, 9.7.2.3, 9.7.2.5, 9.7.4.2 tot en met 9.7.4.5, 9.7.4.8, 9.7.4.10, 9.7.4.12, 9.7.4.13, 9.8.2.3, of 9.8.2.5, kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
|
||||
**1.** In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9.7.1.3, 9.7.2.3, 9.7.2.5, 9.7.4.1 tot en met 9.7.4.5, 9.7.4.8, 9.7.4.10, 9.7.4.12, 9.7.4.13, 9.7.6.1, 9.7.6.2, 9.8.2.3 of 9.8.2.5 kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
|
||||
|
||||
**2.** De boete, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste € 450 000 per overtreding, of, indien de omzet van de betrokken onderneming in het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete is gegeven meer dan € 4 500 000 bedraagt, ten hoogste 10% van die omzet.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 18.16e, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Het bestuur van de emissieautoriteit kan, indien een inboeker drie of meer overtredingen van de artikelen 9.7.4.2 tot en met 9.7.4.5, 9.7.4.8, 9.7.4.10, 9.7.4.12 of 9.7.4.13 heeft begaan, bepalen dat die inboeker gedurende een door het bestuur te bepalen termijn geen hernieuwbare energie vervoer kan inboeken op grond van artikel 9.7.4.1.
|
||||
**4.** Het bestuur van de emissieautoriteit kan, indien een inboeker drie of meer overtredingen van de artikelen 9.7.4.1 tot en met 9.7.4.5, 9.7.4.8, 9.7.4.10, 9.7.4.12, 9.7.4.13, 9.7.6.1 en 9.7.6.2 heeft begaan, bepalen dat die inboeker gedurende een door het bestuur te bepalen termijn geen hernieuwbare energie kan inboeken op grond van artikel 9.7.4.1.
|
||||
|
||||
### Artikel 18.16t
|
||||
|
||||
|
|
@ -8386,7 +8443,7 @@ Voor de uitvoering van deze wet ten aanzien van gebieden die niet deel uitmaken
|
|||
|
||||
**3.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens paragraaf 2.2, hoofdstuk 7 of paragraaf 14.2, wordt Ons gedaan door Onze Minister, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens titel 12.1 wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Economische Zaken. Indien het een of meer inrichtingen betreft, die onder Onze Minister van Defensie ressorteren, wordt de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 12.1, tweede lid, 12.4 en 12.5 Ons mede door hem gedaan.
|
||||
|
||||
**4.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid, 2.2, derde lid, 5.1, eerste lid, 5.2b, vijfde lid, 5.3, eerste lid, 7.2, eerste lid, 8.40, 8.49, vijfde lid, 9.2.1.3, tweede lid, 9.2.1.4, 9.2.2.1, eerste lid, 9.2.3.2, 9.2.3.3, vierde lid, 9.5.2, 10.2, tweede lid, 10.22, tweede lid, 10.28, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.32, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, 10.46, eerste lid, 10.47, eerste lid, 10.48, eerste lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.54, derde lid, 10.61, eerste lid, 11.1, eerste lid, 11.3, eerste lid, 11.11, tweede lid, 11.29, vierde lid, 12.10, tweede lid, 12.12, tweede en vierde lid, 12.13, tweede en derde lid, 12.16, derde lid, 12.20a, eerste lid, 12.29, 15.13, eerste lid, 15.32, eerste of tweede lid, 15.46, vijfde lid, 17.7 of 21.4 wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen.
|
||||
**4.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid, 2.2, derde lid, 5.1, eerste lid, 5.2b, vijfde lid, 5.3, eerste lid, 7.2, eerste lid, 8.40, 8.49, vijfde lid, 9.2.1.3, tweede lid, 9.2.1.4, 9.2.2.1, eerste lid, 9.2.3.2, 9.2.3.3, vierde lid, 9.5.2, 9.8.1.3, 9.8.2.1, derde lid, 9.8.2.4, derde lid, 9.8.3a.1, tweede en derde lid, 9.8.3a.4, tweede lid, 9.8.3a.6, tweede lid, 9.8.3a.7, vierde lid, 9.8.3a.8, vierde lid, 9.8.4.4, derde lid, 9.8.4.6, tweede lid, 10.2, tweede lid, 10.22, tweede lid, 10.28, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.32, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, 10.46, eerste lid, 10.47, eerste lid, 10.48, eerste lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.54, derde lid, 10.61, eerste lid, 11.1, eerste lid, 11.3, eerste lid, 11.11, tweede lid, 11.29, vierde lid, 12.10, tweede lid, 12.12, tweede en vierde lid, 12.13, tweede en derde lid, 12.16, derde lid, 12.20a, eerste lid, 12.29, 15.13, eerste lid, 15.32, eerste of tweede lid, 15.46, vijfde lid, 17.7 of 21.4 wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen.
|
||||
|
||||
**5.** Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde lid wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin hij is geplaatst. Een krachtens artikel 5.1, eerste lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt in werking op een tijdstip dat, nadat vier weken na de toezending ervan aan de beide kamers der Staten-Generaal zijn verstreken, bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers der Staten-Generaal of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in de algemene maatregel van bestuur geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue