From fee2775f6a4f5c4b7feaa4a23de24d9911cb5ed0 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 2 Jun 2011 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] =?UTF-8?q?2011-06-02=20|=20BWBR0020421=20|=20Besluit=20Ge?= =?UTF-8?q?dragstoezicht=20financi=C3=ABle=20ondernemingen=20Wft?= MIME-Version: 1.0 Content-Type: text/plain; charset=UTF-8 Content-Transfer-Encoding: 8bit --- .../BWBR0020421/README.md | 319 +++++++++++------- 1 file changed, 200 insertions(+), 119 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-gedragstoezicht-financiële-ondernemingen-wft/BWBR0020421/README.md b/amvb/besluit-gedragstoezicht-financiële-ondernemingen-wft/BWBR0020421/README.md index 42f6362598c..564b0a4f7fe 100644 --- a/amvb/besluit-gedragstoezicht-financiële-ondernemingen-wft/BWBR0020421/README.md +++ b/amvb/besluit-gedragstoezicht-financiële-ondernemingen-wft/BWBR0020421/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft bwb_id: BWBR0020421 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2010-12-23' +datum_inwerkingtreding: '2011-05-25' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0020421 citeertitel: Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft --- @@ -48,6 +48,10 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: *consumptief krediet*: krediet, niet zijnde hypothecair krediet; +*debetrentevoet:* verschuldigde rente voor een krediet, uitgedrukt op jaarbasis en toegepast in een vast of variabel percentage; + +*dekkingspercentage:* een door de aanbieder van krediet vastgesteld percentage van de waarde van de in onderpand gegeven financiële instrumenten, bedoeld in artikel 1:1 van de wet, of van de daartoe behorende afzonderlijke financiële instrumenten aan de hand waarvan de aanbieder van krediet de kredietlimiet bepaalt; + *deposito*: tegoed bij een bank dat onmiddellijk kan worden opgevraagd en waarvan de rentetermijn ten hoogste twaalf maanden bedraagt; *doorlopende provisie*: @@ -60,6 +64,8 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: 1°. geldkrediet waarbij de consument op verschillende tijdstippen geldsommen kan opnemen, voorzover het uitstaande saldo de kredietlimiet niet overschrijdt; of 2°. goederenkrediet waarbij de aanbieder of een derde gehouden is aan een consument op verschillende tijdstippen het genot van een roerende zaak, financieel instrument of beleggingsobject te verschaffen of een dienst te verlenen, voorzover het uitstaande saldo de kredietlimiet niet overschrijdt; +*effectenkrediet:* het aan een consument ter beschikking stellen van een doorlopend krediet tegen onderpand van financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1:1 van de wet, waarmee de consument transacties kan verrichten in financiële instrumenten en de aanbieder van krediet betrokken is bij die transacties; + *eindtermen*: normen met betrekking tot de vakbekwaamheid voor het verlenen van een bepaalde financiële dienst met betrekking tot een bepaald financieel product; *financieel analist*: een relevante persoon die tastbaar onderzoek op beleggingsgebied verricht; @@ -81,7 +87,7 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: *gelieerd financieel instrument:* een financieel instrument waarvan de prijs sterk wordt beïnvloed door prijsschommelingen van een ander financieel instrument dat het onderwerp van onderzoek op beleggingsgebied is of van een van dit andere financiële instrument afgeleid financieel instrument; -*hypothecair krediet*: overeenkomst inzake krediet met een consument, bij het aangaan waarvan een recht van hypotheek wordt gevestigd, strekkende tot verhaal bij voorrang van de vordering tot voldoening van de door de consument verschuldigde betaling, dan wel met betrekking waartoe reeds een zodanig recht is gevestigd en waarbij het krediet wordt verleend tegen een voor hypothecaire financieringen van de aanbieder gebruikelijk effectief kredietvergoedingspercentage; +*hypothecair krediet*: overeenkomst inzake krediet met een consument, bij het aangaan waarvan een recht van hypotheek wordt gevestigd, strekkende tot verhaal bij voorrang van de vordering tot voldoening van de door de consument verschuldigde betaling, dan wel met betrekking waartoe reeds een zodanig recht is gevestigd en waarbij het krediet wordt verleend tegen een voor hypothecaire financieringen van de aanbieder gebruikelijk jaarlijks kostenpercentage; *incident*: gedraging of gebeurtenis die een ernstig gevaar vormt voor de integere uitoefening van het bedrijf van een financiële onderneming; @@ -94,6 +100,8 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: *internationale jaarrekeningstandaarden*: internationale standaarden voor jaarrekeningen die door de Commissie van de Europese Gemeenschappen van toepassing zijn verklaard overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 (PbEG L 243); +*jaarlijks kostenpercentage:* totale kosten van een consumptief krediet voor de consument, uitgedrukt in een percentage op jaarbasis van het totale kredietbedrag, berekend volgens de basisvergelijking en aanvullende hypothesen, opgenomen in bijlage A, of de bij de uitvoering van een overeenkomst inzake hypothecair krediet overeenkomstig de betalingsregeling aan de consument in rekening te brengen effectieve kredietvergoeding, uitgedrukt in een percentage op jaarbasis van het uitstaand saldo, berekend op bij ministeriële regeling vast te stellen wijze; + *kosten*: bedragen die een financiële onderneming in rekening brengt of ten laste laat komen van een cliënt, consument of deelnemer; *kredietlimiet*: @@ -144,17 +152,21 @@ b. indien het tot een cliënt zou zijn gericht, geen adviseren is; *retourprovisie*: gedeelte van een door of ten laste van een beleggingsinstelling voor een dienst van een derde te betalen of betaalde vergoeding dat direct of indirect door de ontvanger wordt terugbetaald of doorbetaald; +*richtlijn consumentenkrediet:* richtlijn nr. 2008/48/EG van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 87/102/EEG van de Raad (PbEU L133); + *risico-indicator*: weergave van het risiconiveau van een complex product; *serie van beleggingsobjecten*: verzameling van beleggingsobjecten waarvoor hetzelfde beleggingsobjectprospectus, bedoeld in artikel 4:30a, van de wet wordt opgesteld; *termijnbedrag*: bedrag van de betaling die een consument aan het einde van een betalingstermijn moet hebben gedaan; -*theoretische looptijd*: lengte van de periode gedurende welke een consument ter zake van een doorlopend krediet gehouden is betalingen te doen berekend op de in bijlage A bij dit besluit aangegeven wijze; - *toetstermen*: criteria waaraan de vakbekwaamheid van een persoon wordt getoetst om te kunnen vaststellen of deze voldoet aan de eindtermen; -*totale prijs van het krediet*: som van de door een consument te betalen maandlasten gedurende de looptijd van een kredietovereenkomst, of, indien het doorlopend krediet betreft, gedurende de theoretische looptijd van een kredietovereenkomst; +*totale door de consument te betalen bedrag:* som van het totale kredietbedrag en de totale kosten van het krediet voor de consument; + +*totale kosten van het krediet voor de consument:* alle kosten inzake een consumptief krediet, met uitzondering van notariskosten, die de consument in verband met een krediet moet betalen en die de aanbieder bekend zijn, met inbegrip van rente, provisie, belastingen, vergoedingen van welke aard ook en kosten in verband met nevendiensten met betrekking tot het krediet, indien het sluiten van een overeenkomst met betrekking tot die diensten verplicht is om het krediet op de geadverteerde voorwaarden te verkrijgen, of de som van de door een consument te betalen termijnbedragen gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake hypothecair krediet; + +*totale kredietbedrag:* de kredietlimiet of de kredietsom; *uitstaand saldo*: @@ -1245,50 +1257,29 @@ d. wordt duidelijk gewaarschuwd dat dergelijke prognoses geen betrouwbare indica **1.** -Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over krediet, anders dan via de televisie of de radio, informatie verstrekt over een effectief kredietvergoedingspercentage of een maandlast van een krediet, verstrekt zij daarbij, naast het effectief kredietvergoedingspercentage en de maandlast, tevens informatie over: +Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over krediet melding maakt van een debetrentevoet of andere gegevens betreffende de kosten van een krediet, verstrekt zij daarbij tevens informatie over: -a. de voor de berekening van dat percentage of die maandlast gehanteerde kredietsom of kredietlimiet; -b. de voor de berekening van dat percentage of die maandlast gehanteerde looptijd of theoretische looptijd; -c. de voor de berekening van dat percentage of die maandlast gehanteerde totale prijs van het krediet; -d. het feit dat het een krediet, niet zijnde een doorlopend krediet, of een doorlopend krediet betreft; en -e. indien van toepassing, de om in aanmerking te komen voor het krediet af te sluiten verzekeringen en ten behoeve van de aanbieder te vestigen zekerheidsrechten. +a. de vaste of variabele debetrentevoet en de andere kosten die deel uitmaken van de totale kosten van het krediet; +b. het totale kredietbedrag; +c. het jaarlijks kostenpercentage; en, indien van toepassing, +d. de duur van de kredietovereenkomst; +e. in geval van goederenkrediet, de contante waarde en contante betalingen, genoemd in de definitie van kredietsom in artikel 1; +f. het totale door de consument te betalen bedrag; en +g. het termijnbedrag. -**2.** +**2.** Indien het sluiten van een overeenkomst voor een nevendienst verplicht is om het krediet op de in de reclame-uiting genoemde voorwaarden te verkrijgen, en de kosten voor die nevendienst vooraf niet kunnen worden bepaald, wordt de verplichting tot het sluiten van die overeenkomst op een duidelijke, beknopte en opvallende wijze, tezamen met het jaarlijks kostenpercentage vermeld. -Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over krediet via de televisie of radio informatie verstrekt over een effectief kredietvergoedingspercentage dan wel een maandlast van een krediet, verstrekt zij: +**3.** De informatie, bedoeld in het eerste lid, heeft alleen betrekking op kredieten die representatief zijn voor de kredieten die feitelijk door de financiële onderneming worden verstrekt. -a. in die reclame-uiting informatie over de voor de berekening van dat percentage of die maandlast gehanteerde totale prijs van het krediet en de voor de berekening van dat percentage of die maandlast gehanteerde kredietsom of kredietlimiet; en -b. op enig ander moment voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake het krediet waarop de reclame-uiting betrekking heeft, naast het effectief kredietvergoedingspercentage, de maandlast, de voor de berekening van dat percentage of die maandlast gehanteerde kredietsom of kredietlimiet en de voor de berekening van dat percentage of die maandlast gehanteerde totale prijs van het krediet, informatie over: +**4.** Een financiële onderneming geeft de informatie, bedoeld in het eerste lid, en de vermelding, bedoeld in het tweede lid, indien deze wordt verstrekt in een reclame-uiting over krediet, anders dan via de televisie of radio, gecombineerd weer in een tabel waarin geen andere informatie wordt opgenomen. -1°. de voor de berekening van dat percentage of die maandlast gehanteerde looptijd of de theoretische looptijd; -2°. het feit dat het een krediet, niet zijnde een doorlopend krediet, of een doorlopend krediet betreft; en -3°. indien van toepassing, de om in aanmerking te komen voor het aangeboden krediet af te sluiten verzekeringen en ten behoeve van de aanbieder te vestigen zekerheidsrechten. +**5.** Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over krediet reclame maakt voor met krediet aan te schaffen goederen of diensten, verstrekt zij daarbij de informatie, bedoeld in het eerste lid. -**3.** Een financiële onderneming betrekt in de berekening van de maandlast, bedoeld in het eerste of tweede lid, alle kosten die de consument verschuldigd is om voor het betreffende krediet in aanmerking te komen. De informatie, bedoeld in het eerste en tweede lid, heeft alleen betrekking op kredieten die representatief zijn voor de kredieten die feitelijk door de financiële onderneming worden verstrekt. +**6.** Indien een reclame-uiting betrekking heeft op een krediet met een debetrentevoet die voor een beperkte duur of een beperkt deel van het krediet geldt, wordt bij het verstrekken van de informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de hoogste debetrentevoet in aanmerking genomen. Bij een krediet met een variabele debetrentevoet die voor beperkte duur of een beperkt deel van het krediet afwijkt van de variabele debetrentevoet die op het moment van het doen van de reclame-uiting geldt voor overeenkomsten over krediet van gelijke soort, omvang en duur, wordt bij het verstrekken van de informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de hoogste van genoemde variabele debetrentevoeten genoemd. -**4.** Een financiële onderneming geeft de informatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en de onderdelen a tot en met c, het tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 1°, en, indien van toepassing, het zesde en zevende lid, indien deze wordt verstrekt in een reclame-uiting over krediet, anders dan via de televisie of radio, gecombineerd weer in een tabel waarin geen andere informatie wordt opgenomen. +**7.** Een financiële onderneming neemt in een reclame-uiting over krediet een waarschuwing op met betrekking tot de gevolgen die aan het krediet zijn verbonden, tenzij het een reclame-uiting voor hypothecair krediet betreft waarbij geen relatie met een ander bestedingsdoel wordt gelegd dan de verwerving van de eigen woning. -**5.** Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over krediet reclame maakt voor met krediet aan te schaffen goederen of diensten, verstrekt zij daarbij informatie over het effectief kredietvergoedingspercentage. - -**6.** - -Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over krediet informatie verstrekt over een effectief kredietvergoedingspercentage of over een kredietvergoeding die voor een beperkte duur geldt, dan wel in een reclame-uiting over krediet informatie verstrekt over een variabele kredietvergoeding die voor een beperkte duur afwijkt van de variabele kredietvergoeding die op het moment van het doen van de reclame-uiting geldt voor overeenkomsten over krediet van gelijke soort, omvang en duur: - -a. verstrekt zij daarbij informatie over de periode waarin het aangeboden effectief kredietvergoedingspercentage of de kredietvergoeding geldt; -b. verstrekt zij daarbij informatie over de hoogte van het effectief kredietvergoedingspercentage of de kredietvergoeding na afloop van deze periode dan wel, indien de hoogte van dat effectief kredietvergoedingspercentage of die kredietvergoeding variabel is of nog niet kan worden vastgesteld, over de op het tijdstip van het doen van de reclame-uiting geldende kredietvergoeding voor overeenkomsten over krediet van gelijke soort, omvang en duur en wijst zij op de mogelijkheid van een hoger effectief kredietvergoedingspercentage in de toekomst; en -c. baseert zij de overige op grond van het eerste of het tweede lid te verstrekken informatie over de kenmerken van het krediet op het effectief kredietvergoedingspercentage of op de kredietvergoeding na afloop van deze periode met dien verstande dat de informatie over de totale prijs van het krediet wordt gebaseerd op de gehele looptijd van het krediet. - -**7.** Als maandlast als bedoeld in dit artikel wordt in de reclame-uiting de gewogen gemiddelde maandlast die op het krediet van toepassing is genoemd. Indien het krediet geheel of gedeeltelijk aflossingsvrij is, worden, onverminderd het zesde lid, de gewogen gemiddelde maandlast in de aflossingsvrije periode en de bij de aflossing te betalen gewogen gemiddelde maandlast genoemd. - -**8.** Een financiële onderneming neemt in een reclame-uiting over krediet een waarschuwing op met betrekking tot de gevolgen die aan het krediet zijn verbonden, tenzij het een reclame-uiting voor hypothecair krediet betreft waarbij geen relatie met een ander bestedingsdoel wordt gelegd dan de verwerving van de eigen woning. - -**9.** Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over krediet informatie verstrekt over de hoogte van de kredietvergoeding, verstrekt zij daarbij informatie over het effectief kredietvergoedingspercentage. - -**10.** Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over krediet informatie verstrekt over de hoogte van een korting op een effectief kredietvergoedingspercentage of op een kredietvergoeding, verstrekt zij daarbij informatie over het effectief kredietvergoedingspercentage, dan wel de kredietvergoeding waarop de korting van toepassing is. - -**11.** Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over krediet informatie verstrekt over het effectief kredietvergoedingspercentage, duidt zij deze aan als «effectieve rente op jaarbasis». - -**12.** +**8.** Een financiële onderneming: @@ -1297,11 +1288,27 @@ b. brengt in een reclame-uiting over krediet niet tot uiting dat lopende overeen c. brengt in een reclame-uiting over krediet niet tot uiting dat met een negatieve uitkomst van de raadpleging van het stelsel van kredietregistratie of anderszins in afwijking van de geldende gedragscode toch een krediet kan worden verkregen; en d. geeft in een reclame-uiting over krediet geen kenmerken van het krediet weer waarin fiscale voordelen zijn verwerkt. -**13.** Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting informatie als bedoeld in het eerste of tweede lid of informatie over een specifiek product verstrekt over een krediet, verstrekt zij daarbij informatie over de verkrijgbaarheid van het kredietprospectus, bedoeld in artikel 4:33, eerste lid, van de wet. De eerste volzin is niet van toepassing op reclame-uitingen over krediet, voorzover het krediet onderdeel uitmaakt van een complex product. +**9.** Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting informatie als bedoeld in het eerste of tweede lid of informatie over een specifiek product verstrekt over een krediet, verstrekt zij daarbij informatie over de verkrijgbaarheid van de informatie, bedoeld in artikel 4:33, eerste lid, van de wet. De eerste volzin is niet van toepassing op reclame-uitingen over krediet, voorzover het krediet onderdeel uitmaakt van een complex product. -**14.** Indien een financiële onderneming informatie verstrekt over de kenmerken van het krediet, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°, is het vierde lid van overeenkomstige toepassing. +**10.** Indien een financiële onderneming informatie verstrekt over de kenmerken van het krediet, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, is het vierde lid van overeenkomstige toepassing. -**15.** Artikel 49, eerste lid, eerste volzin, is niet van toepassing op het verstrekken van informatie in een reclame-uiting als bedoeld in dit artikel. +**11.** Artikel 49, eerste lid, eerste volzin, is niet van toepassing op het verstrekken van informatie in een reclame-uiting als bedoeld in dit artikel. + +**12.** + +Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over effectenkrediet melding maakt van een debetrentevoet of andere gegevens betreffende de kosten van een effectenkrediet, meldt zij tevens: + +a. dat een doorlopend krediet wordt verleend of toegezegd tegen onderpand van financiële instrumenten, en de kredietlimiet afhankelijk is van de waarde daarvan; +b. de vaste of variabele debetrentevoet en de andere kosten die deel uitmaken van de totale kosten van het effectenkrediet; en +c. indien een contract voor een nevendienst verplicht is om het effectenkrediet, in voorkomend geval op de geadverteerde voorwaarden te verkrijgen, en de kosten van die dienst niet vooraf bepaald kunnen worden, de verplichting tot het sluiten van die overeenkomst op een duidelijke, beknopte en opvallende wijze, + +**13.** + +Onverminderd het eerste tot en met twaalfde lid meldt een bemiddelaar in krediet in een reclame-uiting over krediet tevens dat hij: + +a. adviseert op grond van een objectieve analyse; +b. een contractuele verplichting heeft uitsluitend voor een of meer aanbieders te bemiddelen; of +c. geen contractuele verplichting heeft uitsluitend voor een of meer aanbieders te bemiddelen en hij niet adviseert op grond van een objectieve analyse. ### Artikel 54 @@ -1702,7 +1709,7 @@ n. indien het een overeenkomst betreft die strekt fondsvorming als bedoeld in ar **3.** Het eerste lid is niet van toepassing op complexe producten, met uitzondering van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling, ten aanzien waarvan uitsluitend financiële diensten worden verleend aan anderen dan consumenten. -**4.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op financiële ondernemingen die een complex product als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 1°, 4° of 11°, samenstellen en dat product algemeen in de markt verkrijgbaar stellen voor consumenten of, indien een recht van deelneming in een beleggingsinstelling betreft, cliënten. +**4.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op financiële ondernemingen die een complex product als bedoeld in de onderdelen 1°, 4° of 7°, van de definitie van complex product in artikel 1, samenstellen en dat product algemeen in de markt verkrijgbaar stellen voor consumenten of, indien een recht van deelneming in een beleggingsinstelling betreft, cliënten. ### Artikel 66 @@ -1761,11 +1768,13 @@ c. bij ministeriële regeling aan te wijzen andere onderwerpen. ### Artikel 68 -**1.** Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake krediet met een variabele kredietvergoeding informeert de aanbieder de consument over elke wijziging van de kredietvergoeding, waarbij hij de consument tevens informeert over het gewijzigde effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis. +**1.** Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake krediet verstrekt de aanbieder de consument op diens verzoek een gespecificeerd overzicht van het uitstaand saldo. Hij kan daarbij een vergoeding in rekening brengen van ten hoogste het bedrag van de werkelijke kosten. -**2.** Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake krediet verstrekt de aanbieder de consument op diens verzoek een gespecificeerd overzicht van het uitstaand saldo. Hij kan daarbij een vergoeding in rekening brengen van ten hoogste het bedrag van de werkelijke kosten. +**2.** Tot een jaar na de afwikkeling van een overeenkomst inzake krediet verstrekt de aanbieder van krediet aan de consument op diens verzoek kosteloos een gespecificeerde afrekening. -**3.** Tot een jaar na de afwikkeling van een overeenkomst inzake krediet verstrekt de aanbieder van krediet aan de consument op diens verzoek kosteloos een gespecificeerde afrekening. +### Artikel 68a + +Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake hypothecair krediet met een variabele kredietvergoeding informeert de aanbieder de consument over elke wijziging van de kredietvergoeding, waarbij hij de consument tevens informeert over het gewijzigde jaarlijks kostenpercentage. ### Artikel 69 @@ -2040,6 +2049,10 @@ t. indien hij gebruik maakt van een andere beroepsbeoefenaar, de naam en adres v **3.** Een financiëledienstverlener die financiële diensten verleent met betrekking tot natura-uitvaartverzekeringen voldoet aan het eerste lid, aanhef en onderdeel n, door het verstrekken van de informatie, bedoeld in artikel 63, eerste lid, onderdelen h, i, en j. +**4.** Een financiëledienstverlener die financiële diensten verleent met betrekking tot consumptief krediet voldoet aan het eerste lid door het verstrekken van de informatie, bedoeld in artikel 112, eerste en tweede lid, of, indien het krediet in de vorm van een geoorloofde debetstand wordt verleend waarbij is overeengekomen dat de ter zake verschuldigde betaling van de consument op verzoek of binnen een termijn van één tot drie maanden plaatsvindt, door het verstrekken van de informatie, bedoeld in artikel 112a, eerste lid. + +**5.** Een financiëledienstverlener die financiële diensten verleent met betrekking tot effectenkrediet voldoet aan het eerste lid door het verstrekken van de informatie zoals opgenomen in bijlage F van dit besluit. + ### Artikel 78 **1.** Indien een overeenkomst op afstand op verzoek van de consument tot stand is gekomen met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand waarmee de in artikel 77 bedoelde informatie niet schriftelijk of via een andere duurzame drager als bedoeld in artikel 49, eerste lid, voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst kan worden verstrekt, kan de financiëledienstverlener de informatie onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst op afstand aan de consument verstrekken. @@ -2068,9 +2081,31 @@ d. de omstandigheid dat de consument andere bedragen verschuldigd kan zijn die n e. de toepasselijkheid van het in artikel 4:28, eerste en tweede lid, van de wet bedoelde recht, de duur van en de voorwaarden voor de uitoefening van dat recht, met inbegrip van informatie over het bedrag dat de consument gehouden kan zijn te betalen, de gevolgen van niet-uitoefening van dat recht; en f. de omstandigheid dat op verzoek van de consument andere informatie beschikbaar is, waarbij de aard van die informatie aan de consument wordt medegedeeld. -**2.** Indien een overeenkomst op afstand tot stand komt via spraaktelefonie, verstrekt een financiëledienstverlener de in artikel 77, eerste lid, bedoelde informatie onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst op afstand aan de consument. Voorzover het een overeenkomst inzake een levensverzekering, natura-uitvaartverzekering of schadeverzekering betreft, is artikel 78, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onderscheidenlijk het tweede lid, aanhef en onderdeel b, of het derde lid van overeenkomstige toepassing. +**2.** -**3.** Artikel 49, eerste lid, eerste volzin, is niet van toepassing op het verstrekken van informatie als bedoeld in het eerste lid. +Ten aanzien van consumptief krediet dat op verzoek van de consument met onmiddellijke ingang beschikbaar wordt gesteld, anders dan in de vorm van een geoorloofde debetstand waarbij is overeengekomen dat de ter zake verschuldigde betaling van de consument op verzoek of binnen een termijn van één tot drie maanden plaatsvindt, zijn de belangrijkste kenmerken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, de volgende gegevens: + +a. het jaarlijks kostenpercentage berekend voor een representatief voorbeeld; +b. het totale door de consument te betalen bedrag; +c. het totale kredietbedrag en de voorwaarden voor kredietopneming; +d. de duur van de kredietovereenkomst; +e. in geval van goederenkrediet, de roerende zaak of de dienst en de contante prijs daarvan; +f. de debetrentevoet, de voorwaarden die de toepassing van deze rentevoet regelen, en, voor zover beschikbaar, indices of referentierentevoeten die betrekking hebben op de aanvankelijke debetrentevoet, en de termijnen, de voorwaarden en de procedure voor wijziging daarvan; en +g. het bedrag, het aantal en de frequentie van de door de consument te verrichten betalingen, en, indien van toepassing, de volgorde waarin de betalingen aan de verschillende openstaande saldi tegen verschillende debetrentevoeten worden toegerekend met het oog op de aflossing. + +**3.** Ten aanzien van consumptief krediet in de vorm van een geoorloofde debetstand waarbij is overeengekomen dat de ter zake verschuldigde betaling van de consument op verzoek of binnen een termijn van één tot drie maanden plaatsvindt, zijn de belangrijkste kenmerken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, de in artikel 112a, tweede lid, onderdelen c, e, f en g, bedoelde gegevens. + +**4.** + +Ten aanzien van effectenkrediet zijn de belangrijkste kenmerken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, de volgende gegevens: + +a. de debetrentevoet, de voorwaarden die de toepassing van deze rentevoet regelen, en, voor zover beschikbaar, indices of referentierentevoeten die betrekking hebben op de aanvankelijke debetrentevoet, en de termijnen, de voorwaarden en de procedure voor wijziging daarvan; en +b. dat het krediet wordt verleend of toegezegd tegen onderpand van financiële instrumenten en dat de kredietlimiet afhankelijk is van een bepaald dekkingspercentage en indien van toepassing, bepaalde spreidingseisen; en +c. welk dekkingspercentage en welke spreidingseisen worden gehanteerd ten aanzien van de in onderpand gegeven financiële instrumenten. + +**4.** Indien een overeenkomst op afstand tot stand komt via spraaktelefonie, verstrekt een financiëledienstverlener de in artikel 77, eerste lid, bedoelde informatie onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst op afstand aan de consument. Voorzover het een overeenkomst inzake een levensverzekering, natura-uitvaartverzekering of schadeverzekering betreft, is artikel 78, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onderscheidenlijk het tweede lid, aanhef en onderdeel b, of het derde lid van overeenkomstige toepassing. + +**5.** Artikel 49, eerste lid, eerste volzin, is niet van toepassing op het verstrekken van informatie als bedoeld in het eerste lid. ### Artikel 80 @@ -2532,7 +2567,7 @@ c. correspondentie tussen de accountant en de financiële onderneming die rechts ### Artikel 109 -In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt in afwijking van artikel 1, onderdeel m, verstaan onder gelieerde partij: +In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt in afwijking van artikel 1, verstaan onder gelieerde partij: a. persoon die met een aanbieder van beleggingsobjecten in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur is verbonden; b. persoon die direct of indirect stemrecht kan uitoefenen of anderszins bepaalde rechten kan uitoefenen in een aanbieder van beleggingsobjecten waardoor invloed van betekenis kan worden uitgeoefend op diens zakelijk of financieel beleid; @@ -2569,96 +2604,106 @@ j. de gegevens op jaarbasis per serie van beleggingsobjecten waarvan het beleggi ### Afdeling 10.2. Krediet -#### Paragraaf 10.2.1. Kredietprospectus +#### Paragraaf 10.2.1. Precontractuele informatie inzake krediet ### Artikel 111 Artikel 4:33, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op: a. aanbieders van hypothecair krediet; -b. aanbieders van krediet, voorzover het krediet onderdeel uitmaakt van een complex product; -c. aanbieders van krediet voorzover zij overeenkomsten inzake krediet beheren of uitvoeren; en -d. aanbieders van krediet voorzover zij krediet aanbieden tegen onderpand van effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, die tot zekerheid dienen voor de terugbetaling van het krediet aan een consument die reeds op het moment van aangaan van de overeenkomst inzake krediet bezitter is van de te verpanden effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, van welk krediet de kredietsom of de kredietlimiet gedurende de looptijd van de overeenkomst inzake het krediet niet hoger is dan zeventig procent van de waarde van de te verpanden effecten, indien het effecten betreffen als bedoeld in onderdeel a van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, dan wel niet hoger is dan tachtig procent van de waarde van de te verpanden effecten, indien het effecten betreffen als bedoeld in onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, en: - -1°. die effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt; of -2°. de waarde van die effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, door middel van een openbare prijsaanduiding voor een ieder kenbaar is. +b. aanbieders van krediet, voorzover het krediet onderdeel uitmaakt van een complex product; en +c. aanbieders van krediet voorzover zij overeenkomsten inzake krediet beheren of uitvoeren. ### Artikel 112 -**1.** +**1.** De informatie, bedoeld in artikel 4:33, eerste lid, van de wet, met betrekking tot andere vormen van krediet dan bedoeld in de artikelen 112a en 112b, wordt schriftelijk of op een andere duurzame drager verstrekt in de vorm van het in bijlage D bij dit besluit opgenomen formulier en bevat de in die bijlage bedoelde gegevens. -In het kredietprospectus, bedoeld in artikel 4:33, eerste lid, van de wet worden de volgende gegevens opgenomen: +**2.** De informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt gebaseerd op de door de consument kenbaar gemaakte voorkeur en verstrekte informatie. -a. een beschrijving van de bij een kredietaanvraag te volgen procedure; -b. een globale beschrijving van de criteria die ten grondslag liggen aan de beoordeling van de kredietwaardigheid van de consument, waarin ten minste twee representatieve voorbeelden van toepassing van die criteria zijn opgenomen; -c. de vermelding van: +**3.** Informatie in aanvulling op de informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in een afzonderlijk document. -1°. het feit dat de aanbieder van krediet deelneemt aan een stelsel van kredietregistratie; -2°. de naam en de plaats van de zetel van de instelling die dat stelsel in stand houdt; en -3°. het doel en de werkwijze van dat stelsel, waaruit in ieder geval blijkt in welke gevallen gegevens betreffende de kredietwaardigheid van de consument door de aanbieder kunnen worden opgevraagd, en dat gegevens met betrekking tot een verleend krediet door de aanbieder worden verstrekt aan en worden geregistreerd door de instelling die dat stelsel in stand houdt; -d. zodanige aanduidingen of omschrijvingen van het aangeboden krediet, dat daaruit blijkt of het een doorlopend krediet of een ander krediet betreft; -e. een beschrijving van de algemene voorwaarden waaronder de aanbieder bereid is overeenkomsten inzake krediet aan te gaan, waaronder in ieder geval, indien van toepassing, de voorwaarden inzake: +**4.** Indien de overeenkomst op verzoek van de consument tot stand is gekomen met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand waardoor de in het eerste lid bedoelde informatie niet op de in dat lid voorgeschreven wijze voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst kan worden verstrekt, verstrekt de aanbieder de informatie onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst aan de consument. -1°. ten behoeve van de aanbieder te vestigen zekerheidsrechten; -2°. vervroegde opeisbaarheid van het door de consument verschuldigde; en -3°. de bevoegdheid van de consument tot volledige of gedeeltelijke vervroegde aflossing; -f. indien de consument zich bij de totstandkoming van een overeenkomst inzake krediet verplicht tot het aangaan van een andere overeenkomst: +**5.** De aanbieder verstrekt aan de consument op zijn verzoek een kosteloos exemplaar van de ontwerpovereenkomst inzake krediet, tenzij de aanbieder op het tijdstip van het verzoek niet voornemens is de overeenkomst met de consument aan te gaan. -1°. een beschrijving van het daartoe strekkende beding; en -2°. de vermelding dat de consument het recht heeft te bepalen met welke wederpartij die andere overeenkomst zal worden aangegaan, tenzij artikel 33, onderdeel b, onder 1°, van de Wet op het consumentenkrediet niet op het krediet van toepassing is; -g. de vermelding dat de consument eerst na ingebrekestelling een vergoeding verschuldigd wordt indien hij nalatig blijft in zijn verplichting tot betaling, tenzij artikel 34, onderdeel b, van de Wet op het consumentenkrediet niet op het krediet van toepassing is; en -h. een toelichting met betrekking tot de op grond van artikel 53, tiende lid, te bezigen aanduiding in de volgende bewoordingen: «De effectieve rente op jaarbasis is een prijsaanduiding voor het krediet. Hierin komen alle kosten van het krediet tot uitdrukking». +**6.** Ten aanzien van een overeenkomst inzake krediet waarbij de betalingen door de consument niet tot een directe overeenkomstige aflossing van het totale kredietbedrag leiden, maar dienen om, gedurende de periodes en onder de voorwaarden die in de overeenkomst inzake krediet of in een nevenovereenkomst zijn vastgesteld, kapitaal op te bouwen, bevat de op grond van het eerste lid te verstrekken informatie een duidelijke en beknopte vermelding dat de overeenkomst inzake krediet niet voorziet in een garantie tot aflossing van het totale uit hoofde van de overeenkomst opgenomen kredietbedrag, tenzij die garantie wordt gegeven. -**2.** Het eerste lid, onderdeel f, aanhef en onder 2°, is niet van toepassing op een beding als bedoeld in artikel 33, onderdeel b, onder 2°, van de Wet op het consumentenkrediet. +**7.** -**3.** +De aanbieder verstrekt de consument, teneinde deze in staat te stellen te beoordelen of de voorgestelde overeenkomst inzake krediet aan zijn behoeften en financiële situatie beantwoordt: -Een aanbieder van doorlopend krediet neemt in het kredietprospectus tevens de volgende gegevens op: +a. een passende toelichting op de informatie, bedoeld in het eerste lid; +b. de voornaamste kenmerken van het voorgestelde krediet, +c. indien van toepassing, informatie inzake het goed of de dienst, bedoeld in bijlage D, onderdeel 2, van dit besluit en van de verzekering of de rekening, bedoeld in onderdeel 3 van die bijlage; +d. de specifieke gevolgen van het krediet voor de consument, met inbegrip van de gevolgen indien de consument niet betaalt. -a. vier representatieve kredietlimieten met daarbij de overige kenmerken van het krediet, bedoeld in artikel 53, eerste en tweede lid; -b. de uitgangspunten bij de berekening van de theoretische looptijd; -c. indien van toepassing: de hoogte van de vergoeding die verschuldigd wordt indien de consument, na ingebrekestelling, nalatig blijft in zijn verplichting tot betaling; -d. indien van toepassing: de hoogte van de vergoeding die verschuldigd wordt indien de consument vervroegd aflost. +**8.** Indien informatie als bedoeld in het eerste lid niet voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst op de in dat lid bedoelde wijze kan worden bepaald, wordt zij bepaald met toepassing van de desbetreffende hypothese, bedoeld in bijlage A, deel II. -**4.** +### Artikel 112a -Een aanbieder van krediet, niet zijnde doorlopend krediet, neemt in het kredietprospectus tevens de volgende gegevens op: - -a. vier representatieve kredietsommen met daarbij de overige kenmerken van het krediet, bedoeld in artikel 53, eerste en tweede lid; -b. ten minste één voorbeeld van een berekening waaruit blijkt op welke wijze met behulp van de kredietsom, de maandlast en de looptijd het bedrag kan worden bepaald van het totaal aan kredietvergoeding dat de consument verschuldigd is bij een regelmatige afwikkeling van de overeenkomst; -c. indien van toepassing: de hoogte van de vergoeding die verschuldigd wordt indien de consument, na ingebrekestelling, nalatig blijft in zijn verplichting tot betaling; en -d. indien van toepassing: de hoogte van de vergoeding die verschuldigd wordt indien de consument vervroegd aflost, en ten minste één voorbeeld van een berekening waaruit blijkt op welke wijze het bedrag van deze vergoeding wordt bepaald. - -**5.** Artikel 49 is van overeenkomstige toepassing op het kredietprospectus. - -**6.** De Autoriteit Financiële Markten kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de gegevens, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, in het kredietprospectus worden opgenomen. - -#### Paragraaf 10.2.2. Verplichting tot inwinnen van informatie - -### Artikel 113 - -**1.** Een aanbieder van krediet gaat met een consument geen overeenkomst inzake krediet aan waarvan de kredietsom of de kredietlimiet meer dan € 1000 bedraagt, indien hij niet beschikt over voldoende schriftelijke of op een andere duurzame drager vastgelegde informatie aangaande de financiële positie van de consument om, ter voorkoming van overkreditering, te kunnen beoordelen of het aangaan van de overeenkomst verantwoord is. +**1.** De informatie, bedoeld in artikel 4:33, eerste lid, van de wet met betrekking tot krediet in de vorm van een geoorloofde debetstand waarbij is overeengekomen dat de ter zake verschuldigde betaling van de consument op verzoek of binnen een termijn van één tot drie maanden plaatsvindt, wordt schriftelijk of op een andere duurzame drager verstrekt. **2.** -Het eerste lid is niet van toepassing op aanbieders van krediet voorzover zij krediet aanbieden tegen onderpand van effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, die tot zekerheid dienen voor de terugbetaling van het krediet aan een consument die reeds op het moment van aangaan van de overeenkomst inzake krediet bezitter is van de te verpanden effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, van welk krediet de kredietsom of de kredietlimiet gedurende de looptijd van de overeenkomst inzake het krediet niet hoger is dan zeventig procent van de waarde van de te verpanden effecten, indien het effecten betreffen als bedoeld in onderdeel a van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, dan wel niet hoger is dan tachtig procent van de waarde van de te verpanden effecten, indien het effecten betreffen als bedoeld in onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, en: +De informatie bevat de volgende gegevens: + +a. het soort krediet; +b. de naam en adres en, indien de aanbieder van het krediet of de bemiddelaar in krediet een rechtspersoon is, de statutaire naam en handelsnaam of handelsnamen; +c. het totale kredietbedrag; +d. de duur van de kredietovereenkomst; +e. de debetrentevoet, de voorwaarden die de toepassing van deze rentevoet regelen, en indices of referentievoeten die betrekking hebben op de aanvankelijke debetrentevoet; +f. de vanaf het sluiten van de overeenkomst inzake krediet in rekening te brengen kosten, alsmede in voorkomend geval de voorwaarden waaronder deze gewijzigd kunnen worden; +g. het jaarlijks kostenpercentage, aan de hand van representatieve voorbeelden en met vermelding van alle voor de berekening van dat percentage gebruikte hypothesen; +h. de voorwaarden en de procedure voor beëindiging van de overeenkomst inzake krediet; +i. de geldende rentevoet in geval de consument niet tijdig betaalt alsmede de wijzigingsmodaliteiten ervan en, in voorkomend geval, de kosten van niet-nakoming; +j. het recht van de consument op grond van artikel 4:32 van de wetonverwijld en kosteloos geïnformeerd te worden over het resultaat van de raadpleging van een gegevensbestand ter beoordeling van zijn kredietwaardigheid; +k. informatie omtrent de, vanaf het moment waarop de overeenkomst tot stand is gekomen, in rekening te brengen kosten, alsmede, voor zover van toepassing, de voorwaarden waaronder deze kosten gewijzigd kunnen worden; en +l. voor zover van toepassing, de periode gedurende welke de aanbieder van het krediet door de precontractuele informatie is gebonden. + +**3.** De informatie kan worden verstrekt door gebruikmaking van het formulier, opgenomen in bijlage E van dit besluit. Alle informatie wordt even opvallend weergegeven. + +**4.** De aanbieder verstrekt aan de consument op zijn verzoek een kosteloos exemplaar van de ontwerpovereenkomst inzake krediet, tenzij de aanbieder op het tijdstip van het verzoek niet voornemens is de overeenkomst met de consument aan te gaan. + +**5.** Indien de overeenkomst op verzoek van de consument tot stand is gekomen met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand waardoor de in het eerste lid bedoelde informatie niet op de in dat lid voorgeschreven wijze voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst kan worden verstrekt, verstrekt de aanbieder, in afwijking van het eerste lid, de informatie, bedoeld in artikel 7:61 van het Burgerlijk Wetboek, onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst aan de consument. + +**6.** Indien informatie als bedoeld in het eerste lid niet voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst op de in dat lid bedoelde wijze kan worden bepaald, wordt zij bepaald met toepassing van de desbetreffende hypothese, bedoeld in bijlage A, deel II. + +### Artikel 112b + +De informatie, bedoeld in artikel 4:33, eerste lid, van de wet, met betrekking tot effectenkrediet kan worden verstrekt door gebruikmaking van het formulier, opgenomen in bijlage F van dit besluit. De informatie bevat de in die bijlage bedoelde gegevens. Alle informatie wordt even opvallend weergegeven. + +### Artikel 112c + +De informatie, bedoeld in artikel 4:33, eerste lid, van de wet, met betrekking tot krediet in de vorm van een geoorloofde debetstand waarbij is overeengekomen dat de ter zake verschuldigde betaling van de consument binnen een termijn van een maand plaatsvindt, bevat de in artikel 112a, tweede lid, onderdelen c, e, f en g, bedoelde gegevens met betrekking tot de kenmerken van het krediet. + +#### Paragraaf 10.2.2. Verplichting tot inwinnen van informatie en ten hoogste toegelaten kredietvergoeding + +### Artikel 113 + +**1.** Een aanbieder van krediet gaat met een consument geen overeenkomst inzake krediet aan waarvan het totale kredietbedrag meer dan € 1000 bedraagt, indien hij niet beschikt over voldoende schriftelijke of op een andere duurzame drager vastgelegde informatie aangaande de financiële positie van de consument om, ter voorkoming van overkreditering, te kunnen beoordelen of het aangaan van de overeenkomst verantwoord is. + +**2.** + +Het eerste lid is niet van toepassing op aanbieders van krediet voorzover zij krediet aanbieden tegen onderpand van effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, die tot zekerheid dienen voor de terugbetaling van het krediet aan een consument die reeds op het moment van aangaan van de overeenkomst inzake krediet bezitter is van de te verpanden effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, van welk krediet het totale kredietbedrag gedurende de looptijd van de overeenkomst inzake het krediet niet hoger is dan zeventig procent van de waarde van de te verpanden effecten, indien het effecten betreffen als bedoeld in onderdeel a van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, dan wel niet hoger is dan tachtig procent van de waarde van de te verpanden effecten, indien het effecten betreffen als bedoeld in onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, en: 1°. die effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt; of 2°. de waarde van die effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, door middel van een openbare prijsaanduiding voor een ieder kenbaar is. +**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op aanbieders van krediet voor zover zij krediet aanbieden in de vorm van een geoorloofde debetstand die binnen drie maanden dient te worden afgelost en die niet hoger is dan het bedrag dat maandelijks op de rekening wordt gestort. + ### Artikel 114 -**1.** Alvorens met een consument een overeenkomst inzake krediet aan te gaan waarvan de kredietsom of kredietlimiet meer dan € 250 bedraagt, raadpleegt een aanbieder van krediet de bij het stelsel van kredietregistratie waaraan hij deelneemt geregistreerde gegevens over reeds aan de consument verleende kredieten. - -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op aanbieders van krediet als bedoeld in artikel 113, tweede lid. - -**3.** Artikel 4:32, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op aanbieders van krediet als bedoeld in artikel 113, tweede lid. +Alvorens met een consument een overeenkomst inzake krediet aan te gaan waarvan het totale kredietbedrag meer dan € 250 bedraagt, raadpleegt een aanbieder van krediet de bij het stelsel van kredietregistratie waaraan hij deelneemt geregistreerde gegevens over reeds aan de consument verleende kredieten. ### Artikel 115 **1.** Ter voorkoming van overkreditering legt een aanbieder van krediet de criteria vast die hij ten grondslag legt aan de beoordeling van een kredietaanvraag van een consument en past hij deze criteria toe bij de beoordeling van een kredietaanvraag. -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op aanbieders van krediet als bedoeld in artikel 113, tweede lid. +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op aanbieders van krediet voor zover zij krediet aanbieden in de vorm van een geoorloofde debetstand die binnen drie maanden dient te worden afgelost en die niet hoger is dan het bedrag dat maandelijks op de rekening wordt gestort. + +### Artikel 115a + +Een aanbieder van krediet rekent geen hogere kredietvergoeding dan op grond van het Besluit kredietvergoeding ten hoogste toegelaten kredietvergoeding. ### Afdeling 10.3. Rechten van deelneming in een beleggingsinstelling @@ -2684,11 +2729,11 @@ g. indien de overeenkomst de activa van een instelling voor collectieve beleggin ### Artikel 117 -Het registratiedocument, bedoeld in artikel 4:48, eerste lid, van de wet, bevat ten minste de gegevens, genoemd in bijlage D. +Het registratiedocument, bedoeld in artikel 4:48, eerste lid, van de wet, bevat ten minste de gegevens, genoemd in bijlage G. ### Artikel 118 -**1.** Onverminderd artikel 4:49, tweede lid, aanhef en onderdelen a tot en met d, van de wet bevat het prospectus, bedoeld in artikel 4:49, eerste lid, van de wet, de gegevens, genoemd in bijlage E. +**1.** Onverminderd artikel 4:49, tweede lid, aanhef en onderdelen a tot en met d, van de wet bevat het prospectus, bedoeld in artikel 4:49, eerste lid, van de wet, de gegevens, genoemd in bijlage H. **2.** @@ -2697,7 +2742,7 @@ In het prospectus worden in afzonderlijke paragrafen de gegevens opgenomen over: a. de kosten van de beleggingsinstelling en de wijze waarop zij ten laste komen van het resultaat van de beleggingsinstelling, in mindering worden gebracht op het beheerde vermogen of anderszins direct of indirect ten laste komen van de deelnemers in de beleggingsinstelling; en b. de aan de beleggingsinstelling verbonden risico’s. -**3.** De Autoriteit Financiële Markten stelt regels met betrekking tot de wijze waarop in het prospectus inzicht wordt verschaft in het niveau van de kosten van de beleggingsinstelling en de daaraan ten grondslag liggende berekening. Voorts kan de Autoriteit Financiële Markten nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de gegevens, bedoeld in bijlage E, worden opgenomen in het prospectus. +**3.** De Autoriteit Financiële Markten stelt regels met betrekking tot de wijze waarop in het prospectus inzicht wordt verschaft in het niveau van de kosten van de beleggingsinstelling en de daaraan ten grondslag liggende berekening. Voorts kan de Autoriteit Financiële Markten nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de gegevens, bedoeld in bijlage H, worden opgenomen in het prospectus. ### Artikel 119 @@ -3128,8 +3173,8 @@ b. de verschillende wijzen van zijn beloning, onderscheiden naar soort financiee Artikel 4:74, eerste lid, van de wet, is niet van toepassing op: -a. overeenkomsten inzake krediet waarvoor bij het aangaan hypothecaire zekerheid wordt verleend of inzake krediet waarvoor reeds hypothecaire zekerheid bestaat, indien het krediet wordt verleend tegen een voor hypothecaire kredieten van de betrokken aanbieder gebruikelijk effectief kredietvergoedingspercentage; -b. overeenkomsten inzake krediet, voorzover het krediet wordt aangeboden tegen onderpand van effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, die tot zekerheid dienen voor de terugbetaling van het krediet aan een consument die reeds op het moment van aangaan van de overeenkomst inzake krediet bezitter is van de te verpanden effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, van welk krediet de kredietsom of de kredietlimiet gedurende de looptijd van de overeenkomst inzake het krediet niet hoger is dan zeventig procent van de waarde van de te verpanden effecten, indien het effecten betreffen als bedoeld in onderdeel a van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, dan wel niet hoger is dan tachtig procent van de waarde van de te verpanden effecten, indien het effecten betreffen als bedoeld in onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, en: +a. overeenkomsten inzake krediet waarvoor bij het aangaan hypothecaire zekerheid wordt verleend of inzake krediet waarvoor reeds hypothecaire zekerheid bestaat, indien het krediet wordt verleend tegen een voor hypothecaire kredieten van de betrokken aanbieder gebruikelijk jaarlijks kostenpercentage; +b. overeenkomsten inzake krediet, voorzover het krediet wordt aangeboden tegen onderpand van effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, die tot zekerheid dienen voor de terugbetaling van het krediet aan een consument die reeds op het moment van aangaan van de overeenkomst inzake krediet bezitter is van de te verpanden effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, van welk krediet het totale kredietbedrag gedurende de looptijd van de overeenkomst inzake het krediet niet hoger is dan zeventig procent van de waarde van de te verpanden effecten, indien het effecten betreffen als bedoeld in onderdeel a van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, dan wel niet hoger is dan tachtig procent van de waarde van de te verpanden effecten, indien het effecten betreffen als bedoeld in onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, en: 1°. die effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt; of 2°. de waarde van die effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, door middel van een openbare prijsaanduiding voor een ieder kenbaar is. @@ -3460,21 +3505,21 @@ Tot 1 oktober 2007 is artikel 6 niet van toepassing op financiëledienstverlene Een diploma is voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a, geldig, indien het diploma: a. tussen 1 januari 2000 en 1 oktober 2007 is behaald; en -b. wordt genoemd in de eerste kolom van bijlage F, en is afgegeven door een in de tweede kolom genoemde instelling, voor de eindtermen, bedoeld in de derde kolom van de tabel. +b. wordt genoemd in de eerste kolom van bijlage I, en is afgegeven door een in de tweede kolom genoemde instelling, voor de eindtermen, bedoeld in de derde kolom van de tabel. **2.** Een diploma is voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a, geldig, indien het diploma: a. vóór 1 januari 2000 is behaald; -b. wordt genoemd in de eerste kolom van bijlage F, en is afgegeven door een in de tweede kolom genoemde instelling, voor de eindtermen, bedoeld in de derde kolom van de tabel; en +b. wordt genoemd in de eerste kolom van bijlage I, en is afgegeven door een in de tweede kolom genoemde instelling, voor de eindtermen, bedoeld in de derde kolom van de tabel; en c. wordt gehouden door een persoon die in de periode van 1 januari 2000 tot 1 januari 2006 ten minste drie jaar relevante werkervaring heeft opgedaan. **3.** Indien het diploma, bedoeld in het eerste of tweede lid, een diploma betreft voor hypothecair krediet of levensverzekering, voldoet de houder van het diploma vanaf 1 oktober 2007 tevens op de door Onze Minister bij ministeriële regeling vast te stellen wijze aan de eindtermen, opgenomen in de onderdelen 2.5 tot en met 2.7 onderscheidenlijk 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B. **4.** Onze Minister kan in aanvulling op het eerste en tweede lid bij ministeriële regeling een ander diploma aanwijzen als geldig diploma, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a. Indien een op grond van de vorige volzin aangewezen diploma is behaald voor 1 januari 2000 is het slechts geldig indien de houder van het diploma in de periode van 1 januari 2000 tot 1 januari 2006 ten minste drie jaar relevante werkervaring heeft opgedaan. -**5.** De instellingen, genoemd in de tweede kolom van bijlage F beschikken van rechtswege over een erkenning als bedoeld in artikel 9 voor het afgeven van diploma’s genoemd in de eerste kolom. Onverminderd het eerste en tweede lid, is een diploma als genoemd in de eerste kolom van bijlage F dat wordt afgegeven na 1 januari 2006, slechts geldig voor de toepassing van 6, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a, indien de in de tweede kolom genoemde instelling op het moment van het afgeven van het diploma over een erkenning beschikt. +**5.** De instellingen, genoemd in de tweede kolom van bijlage I beschikken van rechtswege over een erkenning als bedoeld in artikel 9 voor het afgeven van diploma’s genoemd in de eerste kolom. Onverminderd het eerste en tweede lid, is een diploma als genoemd in de eerste kolom van bijlage I dat wordt afgegeven na 1 januari 2006, slechts geldig voor de toepassing van 6, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a, indien de in de tweede kolom genoemde instelling op het moment van het afgeven van het diploma over een erkenning beschikt. ### Artikel 172 @@ -3514,17 +3559,53 @@ De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft. -## Bijlage A. behorend bij +## Bijlage A. , inhoudende de basisvergelijking en aanvullende hypothesen, bedoeld in de definitie van jaarlijks kostenpercentage in ## Bijlage B. behorend bij ## Bijlage C. behorend bij -## Bijlage D. behorend bij +## Bijlage D. Standaardinformatie inzake consumptief krediet -## Bijlage E. behorend bij +(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief -## Bijlage F. behorend bij +Telkens als «indien van toepassing» is vermeld, moet de aanbieder van krediet het vak invullen indien de informatie relevant is voor het kredietproduct, of de desbetreffende informatie of het hele vak schrappen indien de informatie niet relevant is voor het soort krediet in kwestie. + +De aanwijzingen tussen vierkante haken zijn bedoeld voor de aanbieder van krediet en dienen te worden vervangen door de desbetreffende gegevens. + +**Indien van toepassing** + +(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief. + +## Bijlage E. Consumptief kredietinformatie voor geoorloofde debetstand op een rekening + +(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief + +Telkens als «indien van toepassing» is vermeld, moet de aanbieder van krediet het vak invullen indien de informatie relevant is voor het kredietproduct, of de desbetreffende informatie of het hele vak schrappen indien de informatie niet relevant is voor het soort krediet in kwestie. + +De aanwijzingen tussen vierkante haken zijn bedoeld voor de aanbieder van krediet en dienen te worden vervangen door de desbetreffende gegevens. + +**Indien van toepassing** + +(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief. + +## Bijlage F. Standaardinformatie inzake effectenkrediet + +(*) Deze informatie is voor de aanbieder in krediet facultatief. + +Telkens als «indien van toepassing» is vermeld, moet de aanbieder van krediet het vak invullen indien de informatie relevant is voor het kredietproduct, of de desbetreffende informatie of het hele vak schrappen indien de informatie niet relevant is voor het soort krediet in kwestie. + +De aanwijzingen tussen vierkante haken zijn bedoeld voor de aanbieder van krediet en dienen te worden vervangen door de desbetreffende gegevens. + +**Indien van toepassing** + +(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief. + +## Bijlage G. behorend bij + +## Bijlage H. behorend bij + +## Bijlage I. behorend bij ^1 Of daaraan door de FFP tot en met 2002 gelijk gestelde diplomavereisten.