From fefbd23ccc0e4ff60e52d2e4d75b723bd5205b41 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Jun 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-06-01 | BWBR0025007 | Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten --- .../BWBR0025007/README.md | 61 ++++++++++--------- 1 file changed, 31 insertions(+), 30 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-tegemoetkoming-chronisch-zieken-en-gehandicapten/BWBR0025007/README.md b/amvb/besluit-tegemoetkoming-chronisch-zieken-en-gehandicapten/BWBR0025007/README.md index c3c0a9de8b0..5a24fb9d535 100644 --- a/amvb/besluit-tegemoetkoming-chronisch-zieken-en-gehandicapten/BWBR0025007/README.md +++ b/amvb/besluit-tegemoetkoming-chronisch-zieken-en-gehandicapten/BWBR0025007/README.md @@ -20,11 +20,8 @@ a. *de wet:* de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten; b. *FKG’s:* Farmaceutische kosten groepen die worden gehanteerd voor de toepassing van hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering; c. *DKG’s:* Diagnose kosten groepen die worden gehanteerd voor de toepassing van hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering; d. *indicatiebesluit:* een besluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het Zorgindicatiebesluit; -e. *zorgverzekeraar:* een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet. - -### Artikel 1a - -Vervallen +e. *zorgverzekeraar:* een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet; +f. *militair:* een militair ambtenaar in werkelijke dienst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, juncto onderdeel b, van de Militaire ambtenarenwet 1931, dan wel een militair aan wie buitengewoon verlof met behoud van militaire inkomsten is verleend. ## Hoofdstuk 2. Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten @@ -32,62 +29,66 @@ Vervallen **1.** -De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet, bedraagt € 300 indien de verzekerde in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, jonger was dan 65 jaar of 65 jaar is geworden, onderscheidenlijk € 150 indien de verzekerde in het gehele jaar 65 jaar of ouder was, en de verzekerde: +De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet, bedraagt € 300 indien de rechthebbende in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, jonger was dan 65 jaar of 65 jaar is geworden, onderscheidenlijk € 150 indien de rechthebbende in het gehele jaar 65 jaar of ouder was, en de rechthebbende: a. in dat jaar was ingedeeld in één of meer van de bij ministeriële regeling aangewezen lichte FKG’s en zijn zorgverzekeraar dat jaar voor hem bij ministeriële regeling aangewezen hulpmiddelen heeft vergoed; -b. in dat jaar was ingedeeld in twee of meer van de bij ministeriële regeling aangewezen lichte FKG’s en zijn zorgverzekeraar voor hem dat jaar voor hem geen hulpmiddelen als bedoeld in het eerste lid heeft vergoed; +b. in dat jaar was ingedeeld in twee of meer van de bij ministeriële regeling aangewezen lichte FKG’s en zijn zorgverzekeraar dat jaar voor hem geen hulpmiddelen als bedoeld in het eerste lid heeft vergoed; c. in dat jaar was ingedeeld in één of meer van de bij ministeriële regeling aangewezen zware FKG’s; d. in het jaar voorafgaande aan dat jaar was ingedeeld in één of meer van de bij ministeriële regeling aangewezen DKG’s; -e. in dat jaar voorafgaande aan dat jaar zijn zorgverzekeraar voor hem in een bij ministeriële regeling aangewezen instelling geneeskundige zorg gericht op revalidatie heeft vergoed; -f. in dat jaar zijn zorgverzekeraar voor hem fysiotherapie of oefentherapie als bedoeld in artikel 2.6, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering heeft vergoed of, indien hij in dat jaar jonger was dan 18 jaar, in dat jaar en het daaraan voorafgaande jaar zijn zorgverzekeraar een bij ministeriële regeling te bepalen jaarbedrag, gelijk aan het gemiddelde bedrag aan kosten voor negen behandelingen fysiotherapie, heeft vergoed; -g. in dat jaar al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een indicatiebesluit was aangewezen op één tot tien uren per week zorg als bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ; -h. in dat jaar al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een indicatiebesluit was aangewezen op één tot vier dagdelen per week zorg als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ; -i. in dat jaar al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer één tot tien uren per week op grond van artikel 4, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning in natura huishoudelijke verzorging als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van die wet, heeft ontvangen, of +e. in het jaar voorafgaande aan dat jaar van zijn zorgverzekeraar geneeskundige zorg gericht op revalidatie in een bij ministeriële regeling aangewezen instelling, vergoed heeft gekregen; +f. in dat jaar: + +1°. van zijn zorgverzekeraar fysiotherapie of oefentherapie als bedoeld in artikel 2.6, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering vergoed heeft gekregen, of +2°. jonger was dan 18 jaar en in dat jaar en het daaraan voorafgaande jaar van zijn zorgverzekeraar een bij ministeriële regeling te bepalen jaar bedrag, gelijk aan het gemiddelde bedrag aan kosten voor negen behandelingen fysiotherapie of oefentherapie, vergoed heeft gekregen, of +3°. militair was en in dat jaar en het daaraan voorafgaande jaar van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 90a, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement, een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag, gelijk aan het gemiddelde bedrag aan kosten voor negen behandelingen fysiotherapie of oefentherapie, vergoed heeft gekregen; +g. in dat jaar al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een indicatiebesluit was aangewezen op één tot tien uren per week zorg als bedoeld in de artikelen 4, 5 of 6 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, met dien verstande dat het gemiddelde aantal uren waarvoor de indicaties zijn afgegeven, bepalend is voor het toekennen van de tegemoetkoming; +h. in dat jaar al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een indicatiebesluit was aangewezen op één tot vier dagdelen per week zorg als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ; +i. in dat jaar al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer gedurende één tot tien uren per week in natura huishoudelijke verzorging als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Wet maatschappelijke ondersteuning heeft ontvangen, met dien verstande dat voor het vaststellen van de periode van 26 weken wordt aangesloten bij de indeling in weken als bedoeld in artikel 4.1, derde lid, van het Besluit maatschappelijke ondersteuning, of; j. in dat jaar al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een indicatiebesluit was aangewezen op één of meer etmalen per week zorg als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, of 13, eerste en tweede lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ. **2.** -De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet bedraagt € 500 indien de verzekerde in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, jonger was dan 65 jaar of 65 jaar is geworden, onderscheidenlijk € 350 indien de verzekerde in het gehele jaar 65 jaar of ouder was, en de verzekerde in dat jaar: +De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet bedraagt € 500 indien de rechthebbende in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, jonger was dan 65 jaar of 65 jaar is geworden, onderscheidenlijk € 350 indien de rechthebbende in het gehele jaar 65 jaar of ouder was, en de rechthebbende in dat jaar: a. viel onder twee of meer van de categorieën, genoemd in het eerste lid, met uitzondering van: 1°. de combinatie van de categorieën, genoemd in de onderdelen b en c, -2°. de combinatie van de categorieën, genoemd in de onderdelen g en h en, -3°. een combinatie van de categorie, genoemd in onderdeel i, en een van de categorieën, genoemd in de onderdelen g en h, -4°. een combinatie van de categorie, genoemd in onderdeel j, en een van de andere categorien genoemd in het eerste lid. -b. al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een indicatiebesluit was aangewezen op tien of meer uren per week zorg als bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, +2°. de combinatie van de categorieën, genoemd in de onderdelen g en h, +3°. een combinatie van de categorie, genoemd in onderdeel i, en een van de categorieën, genoemd in de onderdelen g en h, of +4°. een combinatie van de categorie, genoemd in onderdeel j, en een van de andere categorieën genoemd in het eerste lid. +b. al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een indicatiebesluit was aangewezen op tien of meer uren per week zorg als bedoeld in de artikelen 4, 5 of 6 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, met dien verstande dat het gemiddelde aantal uren waarvoor de indicatie is afgegeven, bepalend is voor het toekennen van de tegemoetkoming, c. al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een indicatiebesluit was aangewezen op vier of meer dagdelen per week zorg als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, of -d. al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer tien uren per week of meer op grond van artikel 4, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning in natura huishoudelijke verzorging als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van die wet, heeft ontvangen. +d. al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer gedurende tien of meer uren per week in natura huishoudelijke verzorging als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Wet maatschappelijke ondersteuning heeft ontvangen, met dien verstande dat voor het vaststellen van de periode van 26 weken wordt aangesloten bij de indeling in weken als bedoeld in artikel 4.1, derde lid, van het Besluit maatschappelijke ondersteuning. -### Artikel 2a +**3.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen g, h en j, en tweede lid, onderdeel a, onder 2° en 3°, en onderdelen b en c, is voor militairen het aantal uren, dagdelen of etmalen waarvoor zorg als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is gebruikt, bepalend voor het toekennen van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet. -Vervallen +**4.** Het gemiddelde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, en het tweede lid, onderdeel b, wordt bepaald door op een decimaal achter de komma naar boven af te ronden. ### Artikel 3 **1.** -Zorgverzekeraars verstrekken van verzekerden die vallen onder de categorieën, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met f, aan het CAK: +Zorgverzekeraars en de rechtspersoon, bedoeld in artikel 90a, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement verstrekken van rechthebbenden die vallen onder de categorieën, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met f, aan het CAK: a. het burgerservicenummer of bij ontbreken daarvan het sociaal-fiscaalnummer, b. het rekeningnummer, c. de geboortedatum, -d. indien de verzekerde is overleden, de datum van het overlijden, en -e. indien dat het geval is; dat verzekerde op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel a, recht heeft op een hogere tegemoetkoming. +d. indien de rechthebbende is overleden, de datum van het overlijden, +e. de naam en het adres van de rechthebbende, en +f. indien dat het geval is: dat een rechthebbende op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel a, recht heeft op de daar bedoelde tegemoetkoming. -**2.** Zorgverzekeraars verstrekken aan het CAK een overzicht van verzekerden als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Zorgverzekeringswet. +**2.** Zorgverzekeraars verstrekken aan het CAK een overzicht van verzekerden als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Zorgverzekeringswet die verzekerd waren op 31 december van het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft. **3.** -Indicatieorganen als bedoeld in artikel 9a van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verstrekken aan het CAK van personen die vallen onder artikel 2, eerste lid, onderdelen g, h of j, of tweede lid onderdelen b of c: +Indicatieorganen als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de rechtspersoon, bedoeld in artikel 90a, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement, verstrekken aan het CAK van personen die vallen onder artikel 2, eerste lid, onderdelen g, h of j, of artikel 2, tweede lid, onderdelen b of c: -a. het burgerservicenummer of bij ontbreken daarvan het sociaal-fiscaalnummer, -b. de datum waarop en de duur waarvoor de indicatie is gegeven, +a. het burgerservicenummer of bij het ontbreken daarvan het sociaal-fiscaalnummer, +b. de naam en het adres van de rechthebbende, c. de geboortedatum, en -d, de mededeling dat de verzekerde valt in de categorie, genoemd in: +d. indien dat het geval is: de mededeling dat de persoon valt in de categorieën, genoemd in het artikel 2, eerste lid, onderdeel j, of het tweede lid. -1°. artikel 2, eerste lid, onderdelen g, h of j, -2°. artikel 2, tweede lid. +**4.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank, bedoeld in artikel 1, onderdelen c en d, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, verstrekken aan het CAK de rekeningnummers van rechthebbenden die vallen onder artikel 2, eerste lid, onderdeel j, met uitzondering van die van militairen. ## Hoofdstuk 3. Tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten