2011-12-01 | BWBR0020368 | Wet op het financieel toezicht
This commit is contained in:
parent
0a01651559
commit
fefe65ac50
1 changed files with 94 additions and 187 deletions
|
|
@ -944,6 +944,10 @@ De rechtsgeldigheid van een privaatrechtelijke rechtshandeling welke is verricht
|
|||
|
||||
**3.** Artikel 1:47, eerste en derde lid, is van overeenkomstige toepassing op het gebruik van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 1:75, 1:79 en 1:80, door de raad, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat zowel de Nederlandsche Bank als de Autoriteit Financiële Markten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 1:25c
|
||||
|
||||
Indien een verordening als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie verplicht tot aanwijzing van een orgaan op het terrein van de financiële markten waarbij buitengerechtelijke geschillenprocedures kunnen worden aangespannen, wordt bij algemene maatregel van bestuur het ter zake bevoegde orgaan aangewezen.
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 1.2.1.2. Institutionele bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 1:26
|
||||
|
|
@ -1331,30 +1335,6 @@ b. belangrijke sancties of bijzondere maatregelen.
|
|||
|
||||
**4.** De Autoriteit Financiële Markten stelt de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat in kennis van wijzigingen van de gegevens, bedoeld in artikel 2:122, tweede lid, of van een wijziging van het beleggerscompensatiestelsel.
|
||||
|
||||
### Artikel 1:51c
|
||||
|
||||
**1.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een in Nederland gelegen bijkantoor van een beleggingsonderneming of bank met zetel in een andere lidstaat, kan zij de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat die toezicht houdt op geconsolideerde basis of indien geen toezicht op geconsolideerde basis wordt uitgeoefend, de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de desbetreffende beleggingsonderneming of bank verzoeken het bijkantoor als significant aan te merken.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het verzoek vermeldt de redenen waarom het bijkantoor als significant kan worden aangemerkt, en met name:
|
||||
|
||||
a. indien het een bank betreft, of het marktaandeel in deposito’s van het in Nederland gelegen bijkantoor meer dan 2 procent bedraagt;
|
||||
b. de vermoedelijke gevolgen van een opschorting of beëindiging van de werkzaamheden van een beleggingsonderneming of bank als bedoeld in het eerste lid voor de liquiditeit van de markt en de betalings-, clearing- en afwikkelingssystemen in Nederland; of
|
||||
c. de omvang en het belang van het bijkantoor, wat het aantal cliënten betreft, binnen het bancaire of financiële stelsel in Nederland.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een beleggingsonderneming of bank met zetel in Nederland of toezicht op geconsolideerde basis houdt op een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank en een verzoek ontvangt van een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat om een in die lidstaat gelegen bijkantoor van deze financiële onderneming als significant aan te merken, neemt zij nadat overeenstemming met de andere betrokken toezichthoudende instanties is bereikt over de kwalificatie van het bijkantoor als significant een besluit over de kwalificatie van een bijkantoor als significant.
|
||||
|
||||
**4.** Indien binnen twee maanden na een verzoek van de Nederlandsche Bank, bedoeld in het eerste lid, geen besluit over de kwalificatie van een bijkantoor is genomen, beslist de Nederlandsche Bank, uiterlijk twee maanden daarna of het bijkantoor significant is. Bij deze beslissing houdt de Nederlandsche Bank rekening met de standpunten en voorbehouden van de betrokken toezichthoudende instanties.
|
||||
|
||||
**5.** De Nederlandsche Bank zendt een besluit, bedoeld in het derde en vierde lid, aan de betrokken toezichthoudende instanties.
|
||||
|
||||
### Artikel 1:51d
|
||||
|
||||
**1.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een beleggingsonderneming of bank met zetel in Nederland, zendt zij de toezichthoudende instantie van een lidstaat waar een significant bijkantoor van deze financiële onderneming is gelegen de informatie, bedoeld in artikel 1:51a, derde lid, onderdelen c en d, en voert zij de toezichtactiviteiten, bedoeld in artikel 3:278b, eerste lid, onderdeel c, in samenwerking met die toezichthoudende instantie uit.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een in Nederland gelegen significant bijkantoor van een beleggingsonderneming of bank met zetel in een andere lidstaat, werkt zij, in de uitvoering van de toezichttaken, bedoeld in artikel 3:278b, eerste lid, onderdeel c, samen met de toezichthoudende instantie van de zetel van de desbetreffende financiële onderneming.
|
||||
|
||||
### Artikel 1:52
|
||||
|
||||
**1.** De toezichthouder kan ten behoeve van de uitvoering van zijn taak op grond van deze paragraaf van een ieder inlichtingen vorderen, indien dat voor de vervulling van de taak van een toezichthoudende instantie in een andere lidstaat nodig is.
|
||||
|
|
@ -2295,38 +2275,6 @@ b. alle actuele regelgeving, administratieve procedures en overige informatie di
|
|||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid is voor beroepen tegen besluiten als bedoeld in het tweede lid, met uitzondering van besluiten tot het opleggen van een bestuurlijke boete, het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevoegd.
|
||||
|
||||
### Hoofdstuk 1.8. Beloningen van dagelijks beleidsbepalers bij steunmaatregelen
|
||||
|
||||
### Artikel 1:112
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien een financiële onderneming in verband met de stabiliteit van het financiële stelsel steun geniet of heeft genoten in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, worden de door die onderneming aan haar dagelijks beleidsbepalers over de periode, waarin steun wordt of is genoten, toe te kennen of uit te keren beloningen, alsmede de door die onderneming aan haar dagelijks beleidsbepalers over de periode, voorafgaande aan de steunverlening, toe te kennen of uit te keren beloningen, voor zover die beloningen op het tijdstip dat de steunverlening aanving, nog niet waren toegekend of uitgekeerd, van rechtswege:
|
||||
|
||||
a. op een waarde van € 0 gesteld, voor zover het betreft het niet vaste deel van de beloning, waarvan de toekenning geheel of gedeeltelijk afhankelijk is gesteld van het bereiken van bepaalde doelen of van het zich voordoen van bepaalde omstandigheden;
|
||||
b. op de waarde gesteld die zij hadden op het moment, onmiddellijk voorafgaand aan het van kracht worden van de steunmaatregel, voor zover het betreft de overige delen van de beloning, met dien verstande dat procentuele stijgingen van die overige delen van de beloning toegestaan blijven, voor zover die stijgingen eveneens gelden voor alle werknemers van de betrokken onderneming.
|
||||
|
||||
**2.** Een financiële onderneming kent geen beloningen toe en keert geen beloningen uit in strijd met het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Het orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de onderneming, ziet toe op de naleving van het tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.** Bedingen tussen een financiële onderneming en haar dagelijks beleidsbepalers, die in strijd zijn met de strekking van het eerste lid, zijn nietig.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de steun is verleend aan een groep in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of een tot zodanige groep behorende rechtspersoon of vennootschap, wordt de aan het hoofd van die groep staande groepsmaatschappij voor de toepassing van het eerste tot en met vierde lid aangemerkt als de in die leden bedoelde financiële onderneming.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de aan het hoofd van een groep als bedoeld in het vijfde lid staande groepsmaatschappij haar zetel buiten Nederland heeft, wordt in afwijking van het vijfde lid de binnen de groep hiërarchisch hoogste groepsmaatschappij met zetel in Nederland aangemerkt als de in het eerste tot en met vierde lid bedoelde financiële onderneming.
|
||||
|
||||
### Artikel 1:113
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Met steun aan een financiële onderneming wordt voor de toepassing van artikel 1:112, eerste lid, gelijkgesteld:
|
||||
|
||||
a. een deelneming van de Staat der Nederlanden in verband met de stabiliteit van het financiële stelsel in die onderneming, of:
|
||||
b. indien de financiële onderneming deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek: een deelneming van de Staat der Nederlanden in verband met de stabiliteit van het financiële stelsel in een andere tot die groep behorende groepsmaatschappij.
|
||||
|
||||
**2.** De gelijkstelling, bedoeld in het eerste lid, eindigt zodra met de afbouw van de deelneming van de Staat der Nederlanden een aanvang is gemaakt en de eerste vervreemding van door de Staat der Nederlanden gehouden aandelen daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
## Titel 2. Deel Markttoegang Financiële Ondernemingen
|
||||
|
||||
### Hoofdstuk 2.1. Inleidende bepalingen
|
||||
|
|
@ -2502,73 +2450,6 @@ met dien verstande dat voor de toepassing van de onderdelen a tot en met d en f
|
|||
|
||||
**4.** De Nederlandsche Bank kan binnen twee maanden na ontvangst van de kennisgeving de clearinginstelling mededelen welke voorwaarden om redenen van algemeen belang door de clearinginstelling in acht moeten worden genomen bij het uitoefenen van haar bedrijf vanuit het in Nederland gelegen bijkantoor.
|
||||
|
||||
#### Afdeling 2.2.1.a. Uitoefenen van bedrijf van elektronischgeldinstelling
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 2.2.1a.1. Vergunningplicht en eisen voor elektronischgeldinstellingen met zetel in Nederland
|
||||
|
||||
### Artikel 2:10a
|
||||
|
||||
**1.** Het is een ieder met zetel in Nederland verboden zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning elektronisch geld uit te geven.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op financiële ondernemingen die voor het uitoefenen van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voor zover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan elektronisch geld uit te geven.
|
||||
|
||||
### Artikel 2:10b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag aan een rechtspersoon een vergunning als bedoeld in artikel 2:10a, eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge:
|
||||
|
||||
a. artikel 3:8 met betrekking tot de deskundigheid van de in dat artikel bedoelde personen;
|
||||
b. artikel 3:9 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen;
|
||||
c. artikel 3:10, eerste en tweede lid, met betrekking tot het beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening;
|
||||
d. artikel 3:15, eerste en tweede lid, met betrekking tot het minimum aantal personen dat het dagelijks beleid bepaalt en de plaats van waaruit zij hun werkzaamheden verrichten;
|
||||
e. artikel 3:16, eerste en tweede lid, met betrekking tot de zeggenschapsstructuur;
|
||||
f. artikel 3:17, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering;
|
||||
g. artikel 3:29a met betrekking tot het veiligstellen van middelen die zijn ontvangen van betaaldienstgebruikers of in ruil voor elektronisch geld;
|
||||
h. artikel 3:53, eerste en derde lid, met betrekking tot het minimum eigen vermogen;
|
||||
i. artikel 3:57, eerste tot en met derde lid, met betrekking tot de solvabiliteit.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
|
||||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank beslist op de aanvraag, in afwijking van artikel 1:102, derde lid, binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag, of, indien de aanvraag onvolledig is, binnen drie maanden na ontvangst van alle voor het nemen van de beslissing benodigde gegevens.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 2:10c
|
||||
|
||||
**1.** Een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland die voornemens is betaaldiensten te verlenen door tussenkomst van een betaaldienstagent, stelt de Nederlandsche Bank hiervan in kennis onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de Nederlandsche Bank overeenkomstig het eerste lid de gegevens heeft ontvangen en zij ervan overtuigd is dat de gegevens correct zijn, schrijft zij de betaaldienstagent in in het register, bedoeld in artikel 1:107.
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 2.2.1a.2. Vrijstelling
|
||||
|
||||
### Artikel 2:10d
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling worden geregeld van artikel 2:10a, eerste lid. Aan deze gehele of gedeeltelijke vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden.
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 2.2.1a.3. Bijkantoren en agenten van en verrichten van diensten door elektronischgeldinstellingen met zetel in een andere lidstaat
|
||||
|
||||
### Artikel 2:10e
|
||||
|
||||
**1.** Een elektronischgeldinstelling met zetel in een andere lidstaat kan overgaan tot het verrichten van haar werkzaamheden vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor, dan wel door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, indien zij een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat daartoe verleende vergunning heeft en de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar zij haar zetel heeft, kennis heeft gegeven van het voornemen diensten te gaan verrichten naar Nederland dan wel werkzaamheden te gaan verrichten vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het eerste lid, kan een elektronischgeldinstelling met zetel in een andere lidstaat, indien zij een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat daartoe verleende vergunning heeft die deze werkzaamheden toelaat, door tussenkomst van een in Nederland werkzaam zijnde betaaldienstagent, overgaan tot het verlenen van betaaldiensten.
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 2.2.1a.4. Elektronischgeldinstellingen met zetel in een staat die geen lidstaat is
|
||||
|
||||
### Artikel 2:10f
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het is een ieder met zetel in een staat die geen lidstaat is verboden:
|
||||
|
||||
a. in Nederland het bedrijf van elektronischgeldinstelling uit te oefenen;
|
||||
b. vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor het bedrijf van elektronischgeldinstelling uit te oefenen in een andere lidstaat.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op financiële ondernemingen die voor het uitoefenen van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voor zover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan elektronisch geld uit te geven.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op elektronischgeldinstellingen met zetel in een door Onze Minister aan te wijzen staat.
|
||||
|
||||
#### Afdeling 2.2.2. Uitoefenen van bedrijf van kredietinstelling en financiële instelling
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 2.2.2.1. Vergunningplicht en -eisen voor kredietinstellingen met zetel in Nederland
|
||||
|
|
@ -3314,6 +3195,78 @@ b. artikel 4:15, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 1° en 2°, met betrek
|
|||
|
||||
**4.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag al dan niet voor bepaalde tijd geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het eerste lid, onderdeel c, d, f, g, i, j, k, l of m, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die de in het eerste lid genoemde artikelen beogen te bereiken anderszins worden bereikt.
|
||||
|
||||
#### Afdeling 2.2.4c. Uitoefenen van bedrijf van wisselinstelling
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 2.2.4c.1. Vergunningplicht en -eisen voor wisselinstellingen met zetel in Nederland
|
||||
|
||||
### Artikel 2:54i
|
||||
|
||||
**1.** Het is een ieder met zetel in Nederland verboden zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning in Nederland het bedrijf uit te oefenen van wisselinstelling.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op financiële ondernemingen die voor het uitoefenen van het bedrijf van bank of betaaldienstverlener een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben.
|
||||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag ontheffing verlenen van het eerste lid indien de aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel en het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen beogen te beschermen anderszins voldoende worden beschermd.
|
||||
|
||||
### Artikel 2:54j
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in artikel 2:54i, eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge:
|
||||
|
||||
a. artikel 3:9 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen;
|
||||
b. artikel 3:10, eerste en tweede lid, met betrekking tot het beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening; en
|
||||
c. artikel 3:17, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
|
||||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het eerste lid, aanhef en onderdelen b of c, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die de in het eerste lid genoemde artikelen beogen te bereiken anderszins worden bereikt.
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 2.2.4c.2. Vrijstelling
|
||||
|
||||
### Artikel 2:54k
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van artikel 2:54i, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling worden verleend van artikel 2:54j, eerste lid.
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 2.2.4c.3. Bijkantoren van wisselinstellingen met zetel buiten Nederland
|
||||
|
||||
### Artikel 2:54l
|
||||
|
||||
**1.** Het is een ieder met zetel buiten Nederland verboden zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor het bedrijf van wisselinstelling uit te oefenen.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op wisselinstellingen met zetel in een door Onze Minister aan te wijzen staat waar toezicht op het uitoefenen van het bedrijf van wisselinstelling wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het aanwijzen van staten. Het besluit tot aanwijzing kan door Onze Minister worden ingetrokken.
|
||||
|
||||
**3.** Het besluit tot aanwijzing van een staat als bedoeld in het tweede lid of de intrekking daarvan wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing op financiële ondernemingen met zetel in een andere lidstaat die voor het uitoefenen van het bedrijf van betaaldienstverlener of bank een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning hebben, tenzij de vergunning anders vermeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 2:54m
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in artikel 2:54l, eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge:
|
||||
|
||||
a. artikel 3:9 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen;
|
||||
b. artikel 3:10, eerste en tweede lid, met betrekking tot het beleid met betrekking tot integere bedrijfsuitoefening; en
|
||||
c. artikel 3:17, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering,
|
||||
|
||||
met dien verstande dat voor de toepassing van de in de onderdelen a tot en met c genoemde artikelen voor «wisselinstelling met zetel in Nederland» telkens moet worden gelezen: het bijkantoor in Nederland van een wisselinstelling met zetel in een niet-aangewezen staat.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
|
||||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het eerste lid, aanhef en onderdelen b of c, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die de in het eerste lid genoemde artikelen beogen te bereiken anderszins worden bereikt.
|
||||
|
||||
### Artikel 2:54n
|
||||
|
||||
**1.** Een wisselinstelling als bedoeld in artikel 2:54l, tweede lid, die voornemens is vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor het bedrijf van wisselinstelling uit te oefenen, geeft aan de Nederlandsche Bank kennis van dat voornemen. De wisselinstelling legt daarbij een door de toezichthoudende instantie van die aangewezen staat afgegeven verklaring over waaruit blijkt dat zij in die staat bevoegd is tot het uitoefenen van het bedrijf van wisselinstelling.
|
||||
|
||||
**2.** De wisselinstelling kan overgaan tot het uitoefenen van het voorgenomen bedrijf door middel van een bijkantoor in Nederland nadat de kennisgeving is gedaan en de verklaring is afgegeven.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de Nederlandsche Bank een kennisgeving als bedoeld in het eerste lid heeft ontvangen, deelt zij de betrokken wisselinstelling onverwijld deze ontvangst mede.
|
||||
|
||||
**4.** De Nederlandsche Bank kan binnen twee maanden na ontvangst van de kennisgeving de toezichthoudende instantie van de aangewezen staat mededelen welke voorwaarden om redenen van algemeen belang door de wisselinstelling in acht moeten worden genomen bij het uitoefenen van haar bedrijf vanuit het in Nederland gelegen bijkantoor. De Nederlandsche Bank zendt hiervan een afschrift aan de wisselinstelling.
|
||||
|
||||
#### Afdeling 2.2.5. Aanbieden van beleggingsobjecten
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 2.2.5.1. Vergunningplicht en -eisen
|
||||
|
|
@ -4088,22 +4041,6 @@ Het bepaalde in dit hoofdstuk, met uitzondering van de artikelen 2:117 en 2:118,
|
|||
|
||||
**4.** De Nederlandsche Bank neemt een besluit binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag.
|
||||
|
||||
#### Afdeling 2.3.1a. Uitoefenen van het bedrijf van elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 2.3.1a.1. Verrichten van diensten door een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland naar een andere lidstaat
|
||||
|
||||
### Artikel 2:107a
|
||||
|
||||
**1.** Een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland die voornemens is vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat of door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat haar bedrijf uit te oefenen, gaat daar slechts toe over nadat zij kennis heeft gegeven van haar voornemen aan de Nederlandsche Bank.
|
||||
|
||||
**2.** Een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland die voornemens is door tussenkomst van een agent, naar een andere lidstaat betaaldiensten te verlenen, gaat daar slechts toe over nadat zij kennis heeft gegeven van haar voornemen aan de Nederlandsche Bank.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de in het eerste en tweede lid bedoelde kennisgeving verstrekt de elektronischgeldinstelling bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
|
||||
|
||||
**4.** De Nederlandsche Bank verstrekt de in het derde lid bedoelde gegevens binnen een maand na ontvangst aan de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat.
|
||||
|
||||
**5.** De Nederlandsche Bank gaat over tot inschrijving van het bijkantoor of de betaaldienstagent, bedoeld in het eerste of tweede lid, in het register, bedoeld in artikel 1:107, tenzij de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat aan de Nederlandsche Bank heeft meegedeeld dat zij het vermoeden heeft dat met de voorgenomen vestiging van het bijkantoor of door de inschakeling van de betaaldienstagent in strijd met het recht zal worden gehandeld. Indien inschrijving op het tijdstip van ontvangst van de in de vorige volzin bedoelde mededeling reeds heeft plaatsgevonden, haalt de Nederlandsche Bank deze door.
|
||||
|
||||
#### Afdeling 2.3.2. Uitoefenen van bedrijf van kredietinstelling en financiële instelling
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 2.3.2.1. Bijkantoor en verrichten van diensten door een kredietinstelling naar een andere lidstaat
|
||||
|
|
@ -4557,6 +4494,12 @@ De artikelen 3:8, 3:9 en 3:10 zijn van overeenkomstige toepassing op in Nederlan
|
|||
|
||||
Artikel 3:10 is van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van levensverzekeraars of schadeverzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is.
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 3.3.2.2a. Financiële ondernemingen met zetel in een aangewezen staat
|
||||
|
||||
### Artikel 3:12a
|
||||
|
||||
De artikelen 3:9 en 3:10 zijn van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van wisselinstellingen met zetel in een aangewezen staat.
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 3.3.2.3. Financiële ondernemingen met zetel in een niet-aangewezen staat
|
||||
|
||||
### Artikel 3:13
|
||||
|
|
@ -4847,10 +4790,6 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
|
|||
|
||||
**3.** Artikel 3:34 is van overeenkomstige toepassing op elektronischgeldinstellingen met zetel in een andere lidstaat die vanuit een bijkantoor dan wel door middel van het verrichten van diensten in Nederland hun bedrijf uitoefenen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3:39a
|
||||
|
||||
De artikelen 3:29a, 3:29b, 3:29c en 3:34 zijn van overeenkomstige toepassing op betaaldienstverleners met zetel in een andere lidstaat en elektronischgeldinstellingen met zetel in een andere lidstaat die vanuit een bijkantoor dan wel door middel van het verrichten van diensten in Nederland hun bedrijf uitoefenen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3:40
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het adres van de door een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat aangestelde vertegenwoordiger waaraan rechtsgeldig mededelingen kunnen worden gedaan, en wordt geregeld onder welke omstandigheden de vertegenwoordiger ophoudt vertegenwoordiger te zijn.
|
||||
|
|
@ -5251,6 +5190,10 @@ Artikel 3:75 is van overeenkomstige toepassing op kredietinstellingen, levensver
|
|||
|
||||
**4.** Artikel 3:78 is van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars en schadeverzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is, die diensten verrichten naar Nederland.
|
||||
|
||||
### Artikel 3:83a
|
||||
|
||||
Artikel 3:74a is van overeenkomstige toepassing op banken en beleggingsondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is, die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren.
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 3.3.9.4. Financiële ondernemingen met zetel in een niet-aangewezen staat
|
||||
|
||||
### Artikel 3:84
|
||||
|
|
@ -5488,16 +5431,6 @@ De Nederlandsche Bank deelt Onze Minister eens per jaar de gegevens mede waarove
|
|||
|
||||
De artikelen 3:95 en 3:103 zijn niet van toepassing ten aanzien van gekwalificeerde deelnemingen die beleggingsondernemingen of kredietinstellingen houden als gevolg van het verlenen van een beleggingsdienst als bedoeld in onderdeel e en f van de definitie van het verlenen van een beleggingsdienst, indien de hieruit voortvloeiende stemrechten niet worden uitgeoefend of anderszins gebruikt worden om zeggenschap uit te oefenen in de uitgevende instelling en de betreffende gekwalificeerde deelneming binnen een jaar na verwerving wordt overgedragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3:108a
|
||||
|
||||
**1.** Degene die aan de Nederlandsche Bank een kennisgeving verstrekt als bedoeld in artikel 3:103, eerste lid, over een wijziging van zijn gekwalificeerde deelneming in een elektronischgeldinstelling, verstrekt daarbij mede informatie over de grootte van de voorgenomen deelneming alsmede een opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de Nederlandsche Bank gelet op de door de kandidaat-verwerver uitgeoefende invloed op de bedrijfsvoering van de instelling, bezwaren heeft tegen de verwerving als bedoeld in artikel 3:103, eerste lid, maakt de Nederlandsche Bank deze bezwaren kenbaar uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst van de mededeling bedoeld in het eerste lid, kenbaar.
|
||||
|
||||
**3.** Indien op het moment dat de Nederlandsche Bank haar bezwaren kenbaar maakt, de verwerving van de deelneming al heeft plaatsgevonden, neemt de Nederlandsche Bank passende maatregelen. Die maatregelen kunnen bindende aanwijzingen, sancties tegen bestuurders of managers of de schorsing van de uitoefening van de stemrechten die verbonden zijn aan de aandelen welke door de betrokken aandeelhouders of vennoten worden gehouden, omvatten.
|
||||
|
||||
**4.** Wanneer een deelneming wordt verworven ondanks bezwaar van de Nederlandsche Bank, kan deze bepalen, onverminderd andere te treffen sancties, dat de uitoefening van de stemrechten van de verkrijger wordt geschorst of dat de uitgebrachte stemmen nietig zijn.
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 3.3.11.2. Banken met zetel in een staat die geen lidstaat is
|
||||
|
||||
### Artikel 3:109
|
||||
|
|
@ -7391,32 +7324,6 @@ b. plant en coördineert zij de toezichtactiviteiten in normale omstandigheden e
|
|||
|
||||
**7.** Indien een Nederlandse financiële EU-moederholding een beleggingsonderneming en een kredietinstelling als dochteronderneming heeft, en die kredietinstelling haar zetel in Nederland heeft, oefent de Nederlandsche Bank het toezicht op geconsolideerde basis uit op alle dochterondernemingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3:278c
|
||||
|
||||
**1.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op geconsolideerde basis, beslist zij na overleg met de toezichthoudende instanties van andere lidstaten die toezicht houden op dochterondernemingen van een Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming, Nederlandse EU-moederbank of Nederlandse financiële EU-moederholding, op grond van de evaluatie, bedoeld in artikel 3:18a, of het geconsolideerde toetsingsvermogen van de groep toereikend is gelet op haar financiële situatie en risicoprofiel en hoeveel toetsingsvermogen voor elke entiteit binnen de groep op geconsolideerde basis noodzakelijk is.
|
||||
|
||||
**2.** Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt genomen binnen vier maanden na verzending van de evaluatie, bedoeld in artikel 3:18a, aan de betrokken toezichthoudende instanties.
|
||||
|
||||
**3.** Bij het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid worden de risicobeoordelingen in aanmerking genomen die door de betrokken toezichthoudende instanties op grond van de artikelen 123 en 124 van de herziene richtlijn banken zijn verricht met betrekking tot de dochterondernemingen.
|
||||
|
||||
**4.** Bij een geschil over een besluit als bedoeld in het eerste lid kan de Nederlandsche Bank op eigen initiatief indien zij toezicht houdt op geconsolideerde basis of op verzoek van een van de betrokken toezichthoudende instanties de Europese Bankenautoriteit raadplegen.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het overleg met de betrokken toezichthoudende instanties van andere lidstaten niet binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, tot overeenstemming heeft geleid, neemt de Nederlandsche Bank onverwijld een besluit op grond van de evaluatie, bedoeld in artikel 3:18a, of het geconsolideerde toetsingsvermogen van de groep toereikend is gelet op haar financiële situatie en risicoprofiel, waarbij zij de door de betrokken toezichthoudende instanties verrichte risicobeoordelingen van de dochterondernemingen in aanmerking neemt.
|
||||
|
||||
**6.** Onverminderd artikel 3:47 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een besluit als bedoeld in het vierde en vijfde lid de risicobeoordelingen, standpunten en voorbehouden van de betrokken toezichthoudende instanties van de andere lidstaten.
|
||||
|
||||
**7.** De Nederlandsche Bank doet van het besluit onverwijld mededeling aan de betrokken toezichthoudende instanties en aan de EU-moederbeleggingsonderneming of EU-moederbank.
|
||||
|
||||
**8.** De Nederlandsche Bank actualiseert jaarlijks de besluiten of in uitzonderlijke gevallen op verzoek van een betrokken toezichthoudende instantie van een andere lidstaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 3:278d
|
||||
|
||||
**1.** Indien het overleg met de betrokken toezichthoudende instanties van andere lidstaten niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 3:278c, tweede lid, tot overeenstemming heeft geleid, neemt de Nederlandsche Bank, indien zij toezicht houdt op dochterondernemingen van een EU-moederbeleggingsonderneming of EU-moederbank of een EU-moederholding op niet-geconsolideerde basis of op subgeconsolideerde basis, onverwijld een besluit op grond van de evaluatie bedoeld in artikel 3:18a, of het toetsingsvermogen van de dochteronderneming toereikend is gelet op haar financiële situatie en risicoprofiel.
|
||||
|
||||
**2.** De Nederlandsche Bank besluit over de toepassing van de artikelen 3:18a en 3:111a, tweede lid, nadat zij de door de betrokken toezichthoudende instantie die toezicht houdt op geconsolideerde basis geuite standpunten en voorbehouden in aanmerking heeft genomen.
|
||||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank actualiseert jaarlijks het besluit, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 3:279
|
||||
|
||||
**1.** Een Nederlandse beleggingsonderneming, Nederlandse kredietinstelling of financiële holding met zetel in Nederland waarop ingevolge deze afdeling toezicht op geconsolideerde basis wordt uitgeoefend, zorgt voor een volledige consolidatie van beleggingsondernemingen, kredietinstellingen en financiële instellingen die haar dochterondernemingen zijn.
|
||||
|
|
@ -8319,14 +8226,6 @@ Van de artikelen 4:28 en 4:29 kan niet ten nadele van de consument worden afgewe
|
|||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de omwisseling, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 4:31a
|
||||
|
||||
Een elektronischgeldinstelling betaalt de nominale waarde van het aangehouden elektronisch geld terug wanneer de houder van het elektronisch geld daarom verzoekt en neemt daarbij artikel 521a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in acht.
|
||||
|
||||
### Artikel 4:31b
|
||||
|
||||
Een elektronischgeldinstelling legt de terugbetalingsrechten van personen die betalingen met het door de elektronischgeldinstelling uitgegeven elektronisch geld aanvaarden, vast in een overeenkomst met die personen.
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 4.3.1.3. Krediet
|
||||
|
||||
### Artikel 4:32
|
||||
|
|
@ -10495,6 +10394,10 @@ b. ter uitvoering van een op grond van artikel 23 van de richtlijn transparantie
|
|||
|
||||
#### Afdeling 5.2.1. Toegang tot de Nederlandse financiële markten voor marktexploitanten
|
||||
|
||||
### Artikel 5:25x
|
||||
|
||||
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt onder gereglementeerde markt mede verstaan een platform voor de veiling van emissierechten als bedoeld in hoofdstuk VII van Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Europese Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU L 302).
|
||||
|
||||
### Artikel 5:26
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden in Nederland zonder een daartoe door Onze Minister verleende vergunning een gereglementeerde markt te exploiteren of te beheren.
|
||||
|
|
@ -11386,6 +11289,10 @@ Binnen zes werkdagen nadat een besluit houdende goedkeuring aan hem bekend is ge
|
|||
|
||||
#### Afdeling 5.5.4. Aanvullende voorschriften, vrijstelling en ontheffing
|
||||
|
||||
### Artikel 5:78a
|
||||
|
||||
De artikelen 5:79, 5:80a en 5:80b zijn van toepassing op openbare biedingen ter zake waarvan de Autoriteit Financiële Markten ingevolge artikel 5:74, tweede lid, het biedingsbericht kan goedkeuren.
|
||||
|
||||
### Artikel 5:79
|
||||
|
||||
Indien de bieder zijn openbaar bod gestand heeft gedaan, is het hem gedurende een periode van een jaar nadat het biedingsbericht algemeen verkrijgbaar is gesteld niet toegestaan effecten van de soort waarop het openbaar bod betrekking had, direct of indirect, te verwerven tegen voor de rechthebbende van die effecten gunstiger voorwaarden dan volgens het openbaar bod.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue