From ff3ec41de72137015654ebfb3b06883d3bbbf55b Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Sep 2017 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2017-09-01 | BWBR0017017 | Wet kinderopvang --- wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md | 49 ++++++++++++---------- 1 file changed, 27 insertions(+), 22 deletions(-) diff --git a/wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md b/wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md index 4a76a5efe78..d2e12f9ee9e 100644 --- a/wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md +++ b/wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md @@ -160,8 +160,7 @@ Een ouder met een partner heeft slechts aanspraak op een kinderopvangtoeslag, in a. in Nederland of op het continentaal plat, in een andere lidstaat of in Zwitserland arbeid verricht, b. een uitkering ontvangt als bedoeld in het eerste lid, onder c, e, h of i, en gebruik maakt van een in één van die onderdelen bedoelde voorziening gericht op arbeidsinschakeling of een daarmee vergelijkbare uitkering respectievelijk voorziening, vastgesteld krachtens de wetgeving van een andere lidstaat of Zwitserland, -c. werkloos wordt als bedoeld in het tweede lid en een uitkering ontvangt als bedoeld in het tweede lid, onder a of b, of een daarmee vergelijkbare uitkering, vastgesteld krachtens de wetgeving van een andere lidstaat of Zwitserland, of -d. een persoon is als bedoeld in het eerste lid, onder f, g, j, k of l. +c. een persoon is als bedoeld in het eerste lid, onder f, g, j, k of l. **4.** Voor de toepassing van deze wet wordt met inkomen uit werk en woning als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, gelijkgesteld een daarmee overeenkomend inkomen dat niet tot het verzamelinkomen van de ouder behoort omdat het niet behoort tot het Nederlands inkomen als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet inkomstenbelasting 2001, of is vrijgesteld op grond van bepalingen van internationaal recht. @@ -175,7 +174,7 @@ a. in Nederland, een andere lidstaat of Zwitserland woont, b. op grond van artikel 1.2, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomstenbelasting 2001 of artikel 3, tweede lid, onderdeel e, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen partner is van de ouder, en c. bloed- of aanverwant is van de ouder in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn. -**7.** Indien een ouder of zijn partner in een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen berekeningsjaar werkloos wordt, behoudt hij in afwijking van het vijfde lid gedurende zes kalendermaanden dezelfde aanspraak op een kinderopvangtoeslag indien sprake is van omstandigheden als bedoeld in het vijfde lid. +**7.** Indien de arbeid van een ouder of zijn partner in een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen berekeningsjaar is beëindigd, behoudt de ouder in afwijking van het vijfde lid gedurende zes kalendermaanden dezelfde aanspraak op een kinderopvangtoeslag indien sprake is van omstandigheden als bedoeld in het vijfde lid. ### Artikel 1.6a @@ -393,13 +392,19 @@ Vervallen **1.** Uiterlijk tien weken na de ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, eerste of tweede lid, besluit het college op de aanvraag. Indien uit het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, eerste lid, is gebleken dat de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de bij of krachtens de artikelen 1.49 tot en met 1.59 gestelde regels en anderszins niet is gebleken van feiten en omstandigheden die op het tegendeel duiden, wordt positief op de aanvraag beslist. -**2.** In de beschikking waarin positief op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt beslist, bepaalt het college de datum van ingang van de exploitatie. Deze datum ligt niet voor de datum van de bekendmaking van de beschikking. Het college draagt zorg voor inschrijving van het kindercentrum, het gastouderbureau of de voorziening voor gastouderopvang in het register kinderopvang waarbij de datum van ingang van de exploitatie als startdatum van de registratie wordt opgenomen. +**2.** In de beschikking waarin positief op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt beslist, bepaalt het college de datum van ingang van de toestemming tot exploitatie. Deze datum ligt niet voor de datum van de bekendmaking van de beschikking. Vervolgens draagt het college onverwijld zorg voor inschrijving van het kindercentrum, het gastouderbureau of de voorziening voor gastouderopvang in het register kinderopvang waarbij de datum van ingang van de toestemming tot exploitatie als startdatum van de registratie wordt opgenomen. -**3.** Het college deelt de houder van het kindercentrum of gastouderbureau schriftelijk mee dat inschrijving van het kindercentrum, het gastouderbureau onderscheidenlijk de voorziening voor gastouderopvang in het register kinderopvang heeft plaatsgevonden. +**3.** Bij een inschrijving als bedoeld in het tweede lid, doet het college opgave van de gegevens die ingevolge artikel 1.45, vierde lid, zijn verstrekt. -**4.** Bij een inschrijving als bedoeld in het tweede lid, doet het college opgave van de gegevens die ingevolge artikel 1.45, vierde lid, zijn verstrekt. +**4.** Indien in een kindercentrum voorschoolse educatie wordt aangeboden, neemt het college dit op in het register kinderopvang. -**5.** Indien in een kindercentrum voorschoolse educatie wordt aangeboden, neemt het college dit op in het register kinderopvang. +**5.** Indien uit een onderzoek als bedoeld in artikel 1.62, tweede tot en met vijfde lid, of anderszins blijkt dat de exploitatie niet langer in overeenstemming is met de bij of krachtens de artikelen 1.47, eerste lid, en 1.49 tot en met 1.59 gestelde regels, dan wel indien blijkt dat de houder niet langer het kindercentrum, het gastouderbureau of de voorziening voor gastouderopvang exploiteert en er geen wijziging van de houder van dat kindercentrum, gastouderbureau of die voorziening voor gastouderopvang heeft plaatsgevonden, kan het college besluiten de beschikking, bedoeld in het tweede lid, in te trekken. + +**6.** In het besluit, waarbij een beschikking als bedoeld in het tweede lid, wordt ingetrokken, bepaalt het college met ingang van welke datum er geen toestemming meer is voor de exploitatie. Deze datum ligt niet voor de datum van de bekendmaking van de beschikking. Vervolgens draagt het college onverwijld zorg voor verwijdering van het kindercentrum, het gastouderbureau of de voorziening voor gastouderopvang uit het register kinderopvang, waarbij ook de einddatum van de toestemming tot exploitatie wordt opgenomen. + +**7.** Indien de aanvraag tot exploitatie van een kindercentrum, gastouderbureau of voorziening voor gastouderopvang heeft plaatsgevonden voor 1 januari 2010 door middel van een melding bij het college volstaat het college, in afwijking van het vijfde en zesde lid, met een beschikking waarin wordt bepaald met ingang van welke datum er geen toestemming meer is voor de exploitatie en verwijdering van het kindercentrum, het gastouderbureau of de voorziening voor gastouderopvang uit het register kinderopvang. + +**8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de verwijdering van het kindercentrum, het gastouderbureau of de voorziening voor gastouderopvang uit het register kinderopvang. ### Artikel 1.47 @@ -407,9 +412,9 @@ Vervallen **2.** Het college kan naar aanleiding van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, besluiten tot wijziging van de gegevens en verwerkt dit zo nodig in het register kinderopvang. -**3.** De houder van een kindercentrum of van een gastouderbureau kan het college verzoeken de inschrijving van een kindercentrum, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang uit het register kinderopvang te verwijderen. +**3.** De houder van een kindercentrum of van een gastouderbureau kan het college verzoeken de beschikking, bedoeld in artikel 1.46, tweede lid, in te trekken. Indien het college besluit tot intrekking van de beschikking, draagt het college onverwijld zorg voor de verwijdering van het kindercentrum, het gastouderbureau of de voorziening voor gastouderopvang uit het register kinderopvang. -**4.** Het college kan naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in het derde lid besluiten tot verwijdering van de inschrijving uit het register kinderopvang en verwerkt dit in het register kinderopvang. +**4.** Indien de aanvraag tot exploitatie van een kindercentrum, gastouderbureau of voorziening voor gastouderopvang heeft plaatsgevonden voor 1 januari 2010 door middel van een melding bij het college volstaat het college, in afwijking van het derde lid, met een beschikking waarin wordt bepaald met ingang van welke datum er geen toestemming meer is voor de exploitatie en verwijdering van het kindercentrum, het gastouderbureau of de voorziening voor gastouderopvang uit het register kinderopvang. **5.** Het college heft geen recht als bedoeld in artikel 229 van de Gemeentewet in verband met een verzoek als bedoeld in het eerste en derde lid. @@ -417,11 +422,9 @@ Vervallen ### Artikel 1.47a -**1.** Het college kan besluiten de inschrijving van een kindercentrum, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang zonder een daaraan voorafgaand verzoek van de houder uit het register kinderopvang te verwijderen of de gegevens hiervan in het register kinderopvang te wijzigen. Indien het college hiertoe besluit, verwerkt het college dit in het register kinderopvang. +**1.** Onze Minister dan wel het college kan besluiten de gegevens van een kindercentrum, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang zonder een daaraan voorafgaand verzoek van de houder in het register kinderopvang te wijzigen. Indien Onze Minister dan wel het college hiertoe besluit, wordt dit verwerkt in het register kinderopvang. -**2.** Onze Minister kan besluiten de gegevens van een kindercentrum, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang zonder een daaraan voorafgaand verzoek van de houder in het register kinderopvang te wijzigen. Indien Onze Minister hiertoe besluit, verwerkt hij dit in het register kinderopvang. - -**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van het eerste en tweede lid nadere regels worden gesteld. +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van het eerste lid nadere regels worden gesteld. ### Artikel 1.47b @@ -1213,11 +1216,15 @@ In dit hoofdstuk en de op dit hoofdstuk berustende bepalingen wordt verstaan ond **1.** Uiterlijk tien weken na de ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, besluit het college op de aanvraag. Indien uit het onderzoek, bedoeld in artikel 2.20, eerste lid, is gebleken dat de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de bij of krachtens de artikelen 2.5 tot en met 2.16 gestelde regels en anderszins niet is gebleken van feiten en omstandigheden die op het tegendeel duiden, wordt positief op de aanvraag beslist. -**2.** In de beschikking waarin positief op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt beslist, bepaalt het college de datum van ingang van de exploitatie. Deze datum ligt niet voor de datum van de bekendmaking van de beschikking. Het college draagt zorg voor inschrijving van de peuterspeelzaal in het register peuterspeelzaalwerk waarbij de datum van ingang van de exploitatie als startdatum van de registratie wordt opgenomen. +**2.** In de beschikking waarin positief op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt beslist, bepaalt het college de datum van ingang van de toestemming tot exploitatie. Deze datum ligt niet voor de datum van de bekendmaking van de beschikking. Vervolgens draagt het college onverwijld zorg voor inschrijving van de peuterspeelzaal in het register peuterspeelzaalwerk waarbij de datum van ingang van de toestemming tot exploitatie als startdatum van de registratie wordt opgenomen. -**3.** Het college deelt de houder schriftelijk mee dat inschrijving van de peuterspeelzaal in het register peuterspeelzaalwerk heeft plaatsgevonden. +**3.** Bij een inschrijving als bedoeld in het tweede lid, doet het college opgave van de gegevens die ingevolge artikel 2.2, derde lid, zijn verstrekt. -**4.** Bij een inschrijving als bedoeld in het tweede lid, doet het college opgave van de gegevens die ingevolge artikel 2.2, derde lid, zijn verstrekt. +**4.** Indien uit een onderzoek als bedoeld in artikel 2.20, tweede tot en met vierde lid, of anderszins blijkt dat de exploitatie niet langer in overeenstemming is met de bij of krachtens de artikelen 2.4, eerste lid, en 2.5 tot en met 2.16 gestelde regels, dan wel indien blijkt dat de houder niet langer de peuterspeelzaal exploiteert en er geen wijziging van de houder van die peuterspeelzaal heeft plaatsgevonden, kan het college besluiten de beschikking, bedoeld in het tweede lid, in te trekken. + +**5.** In het besluit, waarbij een beschikking als bedoeld in het tweede lid, wordt ingetrokken, bepaalt het college met ingang van welke datum er geen toestemming meer is voor de exploitatie. Deze datum ligt niet voor de datum van de bekendmaking van de beschikking. Vervolgens draagt het college onverwijld zorg voor verwijdering van de peuterspeelzaal uit het register peuterspeelzaalwerk, waarbij ook de einddatum van de toestemming tot exploitatie wordt opgenomen. + +**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de verwijdering van de peuterspeelzaal uit het register peuterspeelzaalwerk. ### Artikel 2.4 @@ -1225,9 +1232,9 @@ In dit hoofdstuk en de op dit hoofdstuk berustende bepalingen wordt verstaan ond **2.** Het college kan naar aanleiding van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, besluiten tot wijziging van de gegevens en verwerkt dit zo nodig in het register peuterspeelzaalwerk. -**3.** De houder kan het college verzoeken de inschrijving van een peuterspeelzaal uit het register peuterspeelzaalwerk te verwijderen. +**3.** De houder van een peuterspeelzaal kan het college verzoeken de beschikking, bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, in te trekken. -**4.** Het college kan naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in het derde lid besluiten tot verwijdering van de inschrijving en verwerkt dit in het register peuterspeelzaalwerk. +**4.** Het college kan naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in het derde lid besluiten tot intrekking van de beschikking. Indien het college hiertoe besluit, draagt het college onverwijld zorg voor de verwijdering van de peuterspeelzaal uit het register peuterspeelzaalwerk. **5.** Het college heft geen recht als bedoeld in artikel 229 van de Gemeentewet in verband met een verzoek als bedoeld in het eerste en derde lid. @@ -1235,11 +1242,9 @@ In dit hoofdstuk en de op dit hoofdstuk berustende bepalingen wordt verstaan ond ### Artikel 2.4a -**1.** Het college kan besluiten de inschrijving van een peuterspeelzaal zonder een daaraan voorafgaand verzoek van de houder uit het register peuterspeelzaalwerk te verwijderen of de gegevens hiervan in het register peuterspeelzaalwerk te wijzigen. Indien het college hiertoe besluit, verwerkt het college dit in het register peuterspeelzaalwerk. +**1.** Onze Minister dan wel het college kan besluiten de inschrijving van een peuterspeelzaal zonder een daaraan voorafgaand verzoek van de houder in het register peuterspeelzaalwerk te wijzigen. Indien Onze Minister dan wel het college hiertoe besluit, wordt dit verwerkt in het register peuterspeelzaalwerk. -**2.** Onze Minister kan besluiten de inschrijving van een peuterspeelzaal zonder een daaraan voorafgaand verzoek van de houder in het register peuterspeelzaalwerk te wijzigen. Indien Onze Minister hiertoe besluit, verwerkt hij dit in het register peuterspeelzaalwerk. - -**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van het eerste en tweede lid nadere regels worden gesteld. +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van het eerste lid nadere regels worden gesteld. ### Artikel 2.4b