From ff9f715cacfb2263d3791c4e1f76b1cb9ebb2edb Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Sep 2014 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2014-09-01 | BWBR0032895 | Frequentiebesluit 2013 --- .../BWBR0032895/README.md | 25 +++++++++++++++---- 1 file changed, 20 insertions(+), 5 deletions(-) diff --git a/amvb/frequentiebesluit-2013/BWBR0032895/README.md b/amvb/frequentiebesluit-2013/BWBR0032895/README.md index c2a515cdda8..b7402d33707 100644 --- a/amvb/frequentiebesluit-2013/BWBR0032895/README.md +++ b/amvb/frequentiebesluit-2013/BWBR0032895/README.md @@ -279,15 +279,30 @@ i. de identificatie van het zendapparaat door middel van een daartoe bij de verg **1.** Voor alle categorieën vergunningen die zijn verleend met toepassing van de procedure, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a, van de wet, geldt dat een vergunning van rechtswege telkens met een periode van vijf jaar wordt verlengd. -**2.** Vergunningen die zijn verleend met toepassing van een van de procedures, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdelen b tot en met f, van de wet, worden niet verlengd, tenzij het algemeen maatschappelijk, cultureel of economisch belang verlenging naar het oordeel van Onze Minister vordert of verlenging naar het oordeel van Onze Minister van belang is voor de bevordering van de overgang van analoge naar digitale techniek, mits de aanvraag om verlenging uiterlijk een jaar, doch niet eerder dan twee jaar voor het tijdstip waarop de periode waarvoor de vergunning is verleend, is verstreken, is ontvangen door Onze Minister. Bij ministeriële regeling kan voor nader bepaalde vergunningen een afwijkende periode worden bepaald waarbinnen het verzoek tot verlenging moet worden ontvangen. +**2.** -**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een vergunning die op grond van de artikelen 3.19a of 3.20 van de wet is verkregen. +Vergunningen die zijn verleend met toepassing van een van de procedures, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdelen b tot en met f, van de wet worden niet verlengd, tenzij Onze Minister besluit dat een vergunning geheel of gedeeltelijk verlengbaar is omdat hij van oordeel is dat: -**4.** Vergunningen die zijn verleend met toepassing van de procedure, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, van de wet, worden op aanvraag verlengd, tenzij een doelmatige ordening van het frequentiespectrum zich daartegen verzet. +a. een verlenging het algemeen maatschappelijk, cultureel of economisch belang dient, of +b. verlenging van belang is voor de bevordering van de overgang van analoge naar digitale techniek. -**5.** In het geval een vergunning wordt verlengd kunnen de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen worden gewijzigd en kunnen nieuwe voorschriften en beperkingen aan de vergunning worden toegevoegd. +**3.** Onze Minister neemt het besluit, bedoeld in het tweede lid, in de periode tussen vier en twee jaar voor afloop van de vergunning. Bij het gebruik van frequentieruimte door of ten behoeve van commerciële media-instellingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Mediawet 2008 kan, in afwijking van de vorige volzin, het besluit in de periode tussen vier en een jaar voor afloop van de vergunning genomen worden. -**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden omtrent de verlenging van vergunningen. Deze regels kunnen per te verlenen vergunning verschillen. +**4.** Onze Minister maakt het besluit, bedoeld in het tweede lid, bekend in de Staatscourant, alsmede de verlengingsperiode en, voor zover dit op dat moment reeds mogelijk is, de voorschriften en beperkingen die bij verlenging zullen worden gewijzigd of aan de vergunning zullen worden verbonden. + +**5.** Een aanvraag om verlenging wordt ingediend binnen een bij ministeriële regeling te bepalen periode. + +**6.** Voordat de aanvraagperiode, bedoeld in het vijfde lid, start, maakt Onze Minister de regels, bedoeld in artikel 3.15, eerste lid, van de wet bekend. + +**7.** Indien de continuïteit van dienstverlening naar het oordeel van Onze Minister in het geding is, kan hij, in afwijking van het tweede lid, vanaf twee jaar voor afloop van de vergunning een vergunning ambtshalve verlengen voor een door hem te bepalen termijn. Onze Minister maakt tevens met het besluit, bedoeld in de eerste volzin, de regels, bedoeld in artikel 3.15, eerste lid, van de wet, de verlengingsperiode en de voorschriften en beperkingen die bij verlenging zullen worden gewijzigd of aan de vergunning zullen worden verbonden, bekend. Indien bij de verlenging, bedoeld in de eerste volzin toepassing gegeven wordt aan het tiende lid, kunnen de wijzigingen en toevoegingen bedoeld in dat lid ingaan op een eerdere datum dan die waarop de looptijd van de te verlengen vergunning verstrijkt. + +**8.** Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een vergunning die op grond van de artikelen 3.19a of 3.20 van de wet is verkregen. + +**9.** Vergunningen die zijn verleend met toepassing van de procedure, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, van de wet, worden op aanvraag verlengd, tenzij een doelmatige ordening van het frequentiespectrum zich daartegen verzet. + +**10.** In het geval een vergunning wordt verlengd kunnen de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen worden gewijzigd en kunnen nieuwe voorschriften en beperkingen aan de vergunning worden toegevoegd. + +**11.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden omtrent de verlenging van vergunningen. Deze regels kunnen per te verlenen vergunning verschillen. ### Paragraaf 3.7. Verplichte overdracht van een vergunning