2004-02-01 | BWBR0006147 | Tracéwet
This commit is contained in:
parent
8492ef09cc
commit
ffcb97b41f
1 changed files with 40 additions and 17 deletions
|
|
@ -230,21 +230,21 @@ Indien Onze Minister naar aanleiding van de bij toepassing van artikel 12, derde
|
|||
|
||||
**2.** Een beslissing tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting in zones ingevolge de artikelen artikelen 87e tot en met 87i en 106d tot en met 106h van de Wet geluidhinder met betrekking tot het gebied dat is begrepen in een tracébesluit, maakt deel uit van het tracébesluit.
|
||||
|
||||
**3.** Voor het gebied dat is begrepen in een vastgesteld tracébesluit geldt dat tracébesluit als voorbereidingsbesluit, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Voor de bij dat tracébesluit behorende zone, bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet geluidhinder onderscheidenlijk de zone, bedoeld in artikel 106b van die wet, geldt dat tracébesluit als voorbereidingsbesluit, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, met dien verstande dat dit slechts geldt met betrekking tot geprojecteerde woningen en andere geprojecteerde geluidsgevoelige objecten ten aanzien waarvan de geluidsbelasting vanwege de hoofdweg of de landelijke railweg of vanwege binnen de zone van die hoofdweg of landelijke railweg gelegen wegen of railwegen de waarden die ingevolge de artikelen 87e tot en met 87i en 106d tot en met 106h van de Wet geluidhinder als ten hoogst toelaatbare waarden worden aangemerkt, te boven zal gaan. Voor zover het tracébesluit geldt als voorbereidingsbesluit, is artikel 21, vierde tot en met zesde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening niet van toepassing. Het tracébesluit geldt niet langer als voorbereidingsbesluit indien voor het in de eerste volzin bedoelde gebied en de in de tweede volzin bedoelde zone een bestemmingsplan in overeenstemming met het tracébesluit van kracht is geworden.
|
||||
**3.** Voor het gebied dat is begrepen in een tracébesluit geldt het tracébesluit als voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 21 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Voor de bij het tracébesluit behorende zone, bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet geluidhinder onderscheidenlijk de zone, bedoeld in artikel 106b van die wet, geldt dat tracébesluit als voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 21 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, met dien verstande dat dit slechts geldt met betrekking tot geprojecteerde woningen en andere geprojecteerde geluidsgevoelige objecten ten aanzien waarvan de geluidsbelasting vanwege de hoofdweg of de landelijke railweg of vanwege binnen de zone van die hoofdweg of landelijke railweg gelegen wegen of railwegen de waarden die ingevolge de artikelen 87e tot en met 87i en 106d tot en met 106h van de Wet geluidhinder als ten hoogst toelaatbare waarden worden aangemerkt, te boven zal gaan. Voorzover het tracébesluit geldt als voorbereidingsbesluit, is artikel 21, vierde tot en met zesde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening niet van toepassing. Het tracébesluit geldt niet meer als voorbereidingsbesluit indien voor het in de eerste volzin bedoelde gebied en de in de tweede volzin bedoelde zone een bestemmingsplan in overeenstemming met het tracébesluit in werking is getreden.
|
||||
|
||||
**4.** Onder een geprojecteerde woning of een ander geprojecteerd geluidsgevoelig object als bedoeld in de tweede volzin van het derde lid wordt verstaan een nog niet aanwezige woning of ander geluidsgevoelig object waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de bouwvergunning toelaat, maar deze nog niet is afgegeven.
|
||||
|
||||
**5.** Artikel 50 van de Woningwet is niet van toepassing op aanvragen om een bouwvergunning ter realisering van het tracébesluit.
|
||||
**5.** Artikel 50 van de Woningwet is niet van toepassing op aanvragen om een bouwvergunning ter uitvoering van het tracébesluit.
|
||||
|
||||
**6.** Voor zover het tracébesluit in strijd is met een bestemmingsplan geldt het tracébesluit als vrijstelling, bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
|
||||
**6.** Voorzover het tracébesluit en het bestemmingsplan niet met elkaar in overereenstemming zijn, geldt het tracébesluit voor de uitvoering daarvan als vrijstelling, als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
|
||||
|
||||
**7.** Voor zover een bestemmingsplan of een ander besluit voor de uitvoering van werken, werkzaamheden en bouwwerken een aanlegvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening vereist, geldt zodanige eis niet in het gebied dat is begrepen in een vastgesteld tracébesluit.
|
||||
**7.** Voorzover een bestemmingsplan of een ander besluit voor de uitvoering van werken en werkzaamheden een aanlegvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening vereist, geldt zodanige eis niet voor de uitvoering van werken en werkzaamheden ter uitvoering van het tracébesluit in het gebied dat is begrepen in een tracébesluit.
|
||||
|
||||
**8.** Voor zover bij een leefmilieuverordening als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing voorschriften zijn gegeven als bedoeld in artikel 9, derde lid, van die wet, blijven deze buiten toepassing voor de uitvoering van werken, werkzaamheden en bouwwerken en voor het gebruik van gronden en opstallen ter uitvoering van een tracébesluit, voor zover zodanige voorschriften strijdig zijn met het tracébesluit.
|
||||
**8.** Voorschriften in een leefmilieuverordening als bedoeld in artikel 9, derde lid, van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing blijven buiten toepassing voor de uitvoering van werken, werkzaamheden en bouwwerken en voor het gebruik van gronden en opstallen ter uitvoering van een tracébesluit, voorzover het tracébesluit en die voorschriften niet met elkaar in overeenstemming zijn.
|
||||
|
||||
**9.** De gemeenteraad is verplicht binnen een jaar nadat het tracébesluit onherroepelijk is geworden het bestemmingsplan overeenkomstig dat tracébesluit vast te stellen of te herzien.
|
||||
|
||||
**10.** Indien een bestemmingsplan in strijd is met een onherroepelijk tracébesluit en het bestemmingsplan nog niet is aangepast aan het tracébesluit, is het gemeentebestuur verplicht aan degenen die inzage verlangen in zodanig bestemmingsplan, tevens inzage te verlenen in het ten aanzien van het door dat plan bestreken gebied vastgestelde tracébesluit.
|
||||
**10.** Indien het bestemmingsplan nog niet in overeenstemming is met het tracébesluit, verleent het gemeentebestuur aan degenen die inzage verlangen in dat plan tevens inzage in het tracébesluit.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
|
|
@ -262,7 +262,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Indien de aanleg of wijziging van een hoofdweg, landelijke railweg of hoofdvaarweg niet is opgenomen in een jaarlijks voortschrijdend meerjarig uitvoeringsprogramma voor hoofdwegen, landelijke railwegen en hoofdvaarwegen, dat bij besluit van Onze Minister is vastgesteld voor het derde jaar na het jaar waarin het tracébesluit van kracht is geworden, vervalt het tracébesluit van rechtswege. Het tracébesluit vervalt eveneens van rechtswege indien dit niet binnen 10 jaar na het jaar waarin het van kracht is geworden ten uitvoer wordt gebracht.
|
||||
Indien de aanleg of wijziging van een hoofdweg, landelijke railweg of hoofdvaarweg niet is opgenomen in een jaarlijks voortschrijdend meerjarig uitvoeringsprogramma voor hoofdwegen, landelijke railwegen en hoofdvaarwegen, dat bij besluit van Onze Minister is vastgesteld voor het derde jaar na het jaar waarin het tracébesluit van kracht is geworden, vervalt het tracébesluit van rechtswege. Het tracébesluit vervalt eveneens van rechtswege indien het niet binnen tien jaar na het tijdstip waarop het onherroepelijk is geworden in uitvoering is genomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
|
|
@ -278,7 +278,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Op de voorbereiding van de besluiten op de aanvragen om de in het eerste lid bedoelde vergunningen is de in de paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing, met dien verstande dat:
|
||||
Op de voorbereiding van de besluiten op de aanvragen om de in het tweede lid bedoelde vergunningen is de in de paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. de in artikel 3:18, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde mededeling tevens wordt gedaan aan Onze Minister;
|
||||
b. de ontwerpen van de besluiten binnen een door Onze Minister te bepalen termijn worden toegezonden aan Onze Minister, die zorg draagt voor de in artikel 3:19, eerste lid, tweede volzin, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde toezending;
|
||||
|
|
@ -299,21 +299,40 @@ h. Onze Minister beslist over de toepassing van artikel 3:29 van de Algemene wet
|
|||
|
||||
**9.** Indien bij de toepassing van het zevende lid de beslissing op een aanvraag wordt genomen door Onze in dat lid bedoelde Ministers, stort het bestuursorgaan dat in eerste aanleg bevoegd was te beslissen op de aanvraag, de ter zake ontvangen leges in 's Rijks kas.
|
||||
|
||||
**10.** Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde aanvragen is Onze Minister mede bevoegd deze in te dienen bij de bevoegde bestuursorganen.
|
||||
**10.** Ten aanzien van de in het tweede lid bedoelde aanvragen is Onze Minister mede bevoegd deze in te dienen bij de bevoegde bestuursorganen.
|
||||
|
||||
**11.** De in het tweede lid bedoelde besluiten alsmede de in artikel 3:27 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde overwegingen worden, voor zover ten aanzien daarvan het vierde lid is toegepast, gelijktijdig door Onze Minister bekendgemaakt. Zij worden voorts in de Staatscourant geplaatst.
|
||||
|
||||
**12.** Indien tegen het ontwerp van een in het eerste lid bedoeld besluit bedenkingen naar voren kunnen worden gebracht, kunnen deze bedenkingen geen grond vinden in bedenkingen tegen de desbetreffende planologische kernbeslissing, bedoeld in artikel 39 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, of tegen het tracébesluit.
|
||||
**12.** Voor zover een ontwerp van een besluit als bedoeld in het tweede lid, zijn grondslag vindt in een concrete beleidsbeslissing in een planologische kernbeslissing als bedoeld in artikel 39 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, of in een tracébesluit, kunnen bedenkingen daarop geen betrekking hebben.
|
||||
|
||||
### Artikel 20a
|
||||
|
||||
De in artikel 18, eerste lid, van de onteigeningswet bedoelde dagvaarding kan geschieden nadat het tracébesluit is vastgesteld.
|
||||
**1.** De in artikel 2 bedoelde werken worden voor de toepassing van de Belemmeringenwet Privaatrecht aangemerkt als openbare werken van algemeen nut.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien voor de uitvoering van een of meer besluiten als bedoeld in artikel 20, tweede lid, toepassing van de Belemmeringenwet Privaatrecht noodzakelijk is:
|
||||
|
||||
a. kan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in afwijking van artikel 2, vierde lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht:
|
||||
|
||||
1°. een andere plaats of gemeente aanwijzen waar de zitting plaatsvindt;
|
||||
2°. bepalen dat de zitting wordt geleid door een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen persoon;
|
||||
b. worden in afwijking van de artikelen 2, vijfde lid, en 3, tweede lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht gedeputeerde staten niet gehoord;
|
||||
c. geldt in plaats van artikel 4 van de Belemmeringenwet Privaatrecht dat:
|
||||
|
||||
1°. tegen een besluit als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, of artikel 3, tweede lid, van die wet een belanghebbende beroep kan instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State;
|
||||
2°. artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is;
|
||||
3°. de werking van een besluit als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, of artikel 3, tweede lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht opgeschort wordt totdat de termijn voor het indienen van een beroepschrift is verstreken.
|
||||
|
||||
### Artikel 20b
|
||||
|
||||
**1.** Het vonnis van onteigening van de rechtbank kan slechts in de openbare registers worden ingeschreven nadat het tracébesluit onherroepelijk is geworden.
|
||||
De in artikel 18, eerste lid, van de onteigeningswet bedoelde dagvaarding kan geschieden nadat het tracébesluit is vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** In aanvulling op de artikelen 54n en 59 van de onteigeningswet is ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde inschrijving een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dan wel een verklaring van de griffier benodigd, waaruit blijkt dat het tracébesluit onherroepelijk is geworden.
|
||||
### Artikel 20c
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd het bepaalde in artikel 59, eerste lid, van de onteigeningswet kan het vonnis van onteigening van de rechtbank niet eerder in de openbare registers worden ingeschreven dan nadat het tracébesluit onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
**2.** In aanvulling op de artikelen 54n en 59 van de onteigeningswet is ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde inschrijving een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dan wel een verklaring van de Secretaris van de Raad van State nodig, waaruit blijkt dat het tracébesluit onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk V. Bijzondere procedure voor grote projecten van nationaal belang
|
||||
|
||||
|
|
@ -327,6 +346,8 @@ In afwijking van artikel 2, eerste lid, is uitsluitend dit hoofdstuk van toepass
|
|||
|
||||
**2.** De artikelen 9, tweede lid, 11, tweede en vierde lid, 12, eerste en tweede lid, en 13 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Voor zover een ontwerp-tracébesluit zijn grondslag vindt in een concrete beleidsbeslissing in een planologische kernbeslissing als bedoeld in artikel 39 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, kunnen bedenkingen daarop geen betrekking hebben.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
@ -337,7 +358,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
De artikelen 14a tot en met 20b zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
De artikelen 14a tot en met 20c zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VA. Beroep
|
||||
|
||||
|
|
@ -345,9 +366,9 @@ De artikelen 14a tot en met 20b zijn van overeenkomstige toepassing.
|
|||
|
||||
**1.** Tegen een tracébesluit of een ander in artikel 20, tweede lid, bedoeld besluit kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen de in artikel 20, tweede lid, bedoelde besluiten aan met ingang van de dag na die waarop de in artikel 20, tiende lid, bedoelde bekendmaking is geschied.
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen de in artikel 20, tweede lid, bedoelde besluiten aan met ingang van de dag na die waarop de in artikel 20, elfde lid, bedoelde bekendmaking is geschied.
|
||||
|
||||
**3.** Voor zover beroep kan worden ingesteld tegen een of meer onderdelen van een planologische kernbeslissing als bedoeld in artikel 39 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, vangt, in afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht, de termijn voor het indienen van een beroepschrift ter zake van die onderdelen aan met ingang van de dag waarop beroep kan worden ingesteld tegen het op de planologische kernbeslissing berustende tracébesluit. Indien niet binnen een jaar na het van kracht worden van de planologische kernbeslissing een daarop berustend tracébesluit is vastgesteld, vangt de beroepstermijn aan met ingang van de dag waarop dat jaar is verstreken.
|
||||
**3.** Voor beroepen tegen een concrete beleidsbeslissing in een planologische kernbeslissing als bedoeld in artikel 39 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, die de grondslag vormt voor een tracébesluit, vangt, in afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht, de beroepstermijn aan met ingang van de dag waarop beroep kan worden ingesteld tegen het tracébesluit. Indien niet binnen een jaar na het van kracht worden van de planologische kernbeslissing een daarop berustend tracébesluit is vastgesteld, vangt de beroepstermijn aan met ingang van de dag waarop dat jaar is verstreken.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing met betrekking tot een tracébesluit.
|
||||
|
||||
|
|
@ -361,7 +382,9 @@ De artikelen 14a tot en met 20b zijn van overeenkomstige toepassing.
|
|||
|
||||
### Artikel 25c
|
||||
|
||||
Indien tegen een in artikel 20, tweede lid, bedoeld besluit beroep kan worden ingesteld, kan dat beroep geen grond vinden in bedenkingen tegen een planologische kernbeslissing als bedoeld in artikel 39 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening of tegen een tracébesluit.
|
||||
Bij het beroep tegen een tracébesluit kunnen geen gronden worden aangevoerd die betrekking hebben op de concrete beleidsbeslissing in een planologische kernbeslissing als bedoeld in artikel 39 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, waarop dat besluit berust.
|
||||
|
||||
Indien tegen een in artikel 20, tweede lid, bedoeld besluit beroep kan worden ingesteld, kunnen bij dit beroep geen gronden worden aangevoerd die betrekking hebben op een concrete beleidsbeslissing in een planologische kernbeslissing als bedoeld in artikel 39 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening of een tracébesluit waarop dat besluit berust.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VI. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue