--- titel: Besluit ex artikel 810a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bwb_id: BWBR0007534 type: AMvB status: geldend datum_inwerkingtreding: '1995-09-15' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0007534 citeertitel: Besluit ex artikel 810a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering --- # Besluit ex artikel 810a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ### Artikel 1 Voor het bepalen van de vergoedingen voor werkzaamheden, wegens tijdverzuim en daarmede verband houdende noodzakelijke kosten voor reis- en verblijfkosten, toekomende aan de deskundigen, bedoeld in artikel 810a, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, is artikel 2 van het Besluit griffierechten burgerlijke zaken van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 2 **1.** De ouder die op grond van artikel 810a, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de rechter verzoekt een deskundige te benoemen, is aan de griffier een eigen bijdrage verschuldigd met betrekking tot de vergoedingen en kosten, bedoeld in artikel 1. **2.** De eigen bijdrage bedraagt € 45,38, indien het inkomen van de ouder blijkens het door deze over te leggen afschrift van een bewijs van toevoeging, bedoeld in artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstand, niet meer bedraagt dan in artikel 2, eerste of tweede lid, telkens onderdeel d, van het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand is bedoeld. **3.** De eigen bijdrage bedraagt € 181,51, indien het inkomen van de ouder blijkens het door deze over te leggen afschrift van een bewijs van toevoeging, bedoeld in artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstand, niet meer bedraagt dan in artikel 2, eerste of tweede lid, telkens onderdeel e, van het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand is bedoeld. **4.** De eigen bijdrage bedraagt € 453,78, indien geen afschrift van het bewijs van toevoeging als bedoeld in artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstand wordt overgelegd. **5.** In plaats van een afschrift van het bewijs van toevoeging als bedoeld in artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstand kan een verklaring van de raad voor rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1 van die wet worden overgelegd waaruit het inkomen van de ouder blijkt. **6.** Artikel 30 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 3 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin het wordt geplaatst.