--- titel: Besluit rechtspositionele voorschriften leden Raad van State en Algemene Rekenkamer bwb_id: BWBR0017937 type: AMvB status: geldend datum_inwerkingtreding: '2005-02-09' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0017937 citeertitel: Besluit rechtspositionele voorschriften leden Raad van State en Algemene Rekenkamer --- # Besluit rechtspositionele voorschriften leden Raad van State en Algemene Rekenkamer ### Artikel 1 Op de vice-president, de leden van de Raad van State en de staatsraden, zijn van toepassing hoofdstuk 3, met uitzondering van de artikelen 30 en 31, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, betrekking hebbende op de regels inzake arbeidsgezondheidskundige begeleiding en voorzieningen in verband met ziekte en arbeidsongeschiktheid die van toepassing zijn op voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren en het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren, met dien verstande dat wordt gelezen voor: a. a. «Onze Minister»: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. b. «functionele autoriteit»: vice-president van de Raad van State. ### Artikel 2 Op de president en de overige leden van de Algemene Rekenkamer zijn van toepassing hoofdstuk 3, met uitzondering van de artikelen 30 en 31 en de regels inzake herplaatsing, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, betrekking hebbende op de regels inzake arbeidsgezondheidskundige begeleiding en voorzieningen in verband met ziekte en arbeidsongeschiktheid die van toepassing zijn op voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren en het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren, met dien verstande dat wordt gelezen voor: a. a. «Onze Minister»: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. b. «functionele autoriteit»: president van de Algemene Rekenkamer. ### Artikel 3 Dit besluit en de wet van 18 oktober 2004 tot wijziging van de Wet op de Raad van State en de Comptabiliteitswet 2001 in verband met de rechtspositie van de leden van de Raad van State en de Algemene Rekenkamer (Stb. 2004, 596) treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.