--- titel: Besluit benoeming en vergoeding gezant voor de maritieme maakindustrie bwb_id: BWBR0051543 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2025-09-26' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0051543 citeertitel: Besluit benoeming en vergoeding gezant voor de maritieme maakindustrie --- # Besluit benoeming en vergoeding gezant voor de maritieme maakindustrie ### Artikel 1 Met ingang vanaf 1 oktober 2025 tot en met 31 december 2026 wordt mevrouw J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart, te Delft, benoemd tot gezant voor de maritieme maakindustrie. ### Artikel 2 **1.** De gezant voor de maritieme maakindustrie is aangesteld om bij te dragen aan de uitvoering van de sectoragenda voor de maritieme maakindustrie: het positioneren van de maritieme maakindustrie en de ontwikkeling van groene scheepvaart. **2.** De gezant voor de maritieme maakindustrie heeft als taken: a. a. het onafhankelijk signaleren van knelpunten bij uitvoering van de sectoragenda van de maritieme maakindustrie, en technisch voorzitten van rondetafelgesprekken en besprekingen hierover; b. b. het onafhankelijk adviseren en rapporteren over de voortgang en wat nodig is voor een goede implementatie van de sectoragenda voor de maritieme maakindustrie. ### Artikel 3 De onafhankelijkheid van de gezant wordt als volgt gewaarborgd: a. a. de gezant neemt geen instructies aan van noch vraagt om instructies door de bewindslieden en bewindslieden onthouden zich van het verstrekken van dergelijke instructies; b. b. de gezant en bewindspersonen delen signalen, beelden en informatie, maar sturen bij het delen hiervan niet op beoogde doelstellingen of beleidswensen. De gezant adviseert en rapporteert onafhankelijk; en c. c. de gezant en de bewindslieden zullen vroegtijdig eventuele dilemma’s rond onafhankelijkheid onderkennen en daarvoor tijdig praktische oplossingen zoeken gericht op het voorkomen ervan. ### Artikel 4 Aan de gezant voor de maritieme maakindustrie wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18 van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk en de arbeidsduurfactor op 0,444.