--- titel: Besluit tijdelijke aanwijzing toezichthoudend orgaan, een nationaal orgaan voor informatieveiligheid en een gegevensbeschermingsautoriteit bwb_id: BWBR0038131 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2016-07-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0038131 citeertitel: Besluit tijdelijke aanwijzing toezichthoudend orgaan, een nationaal orgaan voor informatieveiligheid en een gegevensbeschermingsautoriteit --- # Besluit tijdelijke aanwijzing toezichthoudend orgaan, een nationaal orgaan voor informatieveiligheid en een gegevensbeschermingsautoriteit ### Artikel 1 In dit besluit wordt onder verordening verstaan: verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PbEU 2014, L 257). ### Artikel 2 **1.** De Autoriteit Consument en Markt, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt, is voor Nederland: a. a. het toezichthoudende orgaan, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de verordening; b. b. het in artikel 22, derde lid, van de verordening bedoelde orgaan dat verantwoordelijk is voor het opstellen, onderhouden en publiceren van vertrouwenslijsten als bedoeld in dat artikel. **2.** De Minister van Veiligheid en Justitie is voor Nederland het nationale orgaan voor informatieveiligheid, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de verordening. **3.** Het College bescherming persoonsgegevens, bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens, is voor Nederland de gegevensbeschermingsautoriteit, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de verordening. ### Artikel 3 **1.** Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2016. **2.** Indien het bij koninklijke boodschap van 17 februari 2016 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Telecommunicatiewet, de Boeken 3 en 6 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene wet bestuursrecht alsmede daarmee samenhangende wijzigingen van andere wetten in verband met de uitvoering van EU-verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten (uitvoering EU-verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten) (34 413) tot wet wordt verheven, vervalt dit besluit met ingang van de datum waarop de onderdelen H, I en L van artikel I van die wet in werking treden.