--- titel: Besluit verlening mandaat en machtiging aan de Commissie Vervolgonderzoek Rekenschap bwb_id: BWBR0017445 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2005-01-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0017445 citeertitel: Besluit verlening mandaat en machtiging aan de Commissie Vervolgonderzoek Rekenschap --- # Besluit verlening mandaat en machtiging aan de Commissie Vervolgonderzoek Rekenschap ### Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. a. minister: de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b. b. Commissie: de Commissie Vervolgonderzoek Rekenschap, ingesteld bij de Regeling instelling commissie vervolgonderzoek rekenschap; c. c. instelling: bekostigde instellingen als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, landelijk orgaan als bedoeld in artikel 1.5.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en instellingen als bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, voor zover het betreft het onderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving. ### Artikel 2 Voor zover het onderzoek van de Commissie betrekking heeft op de sector van het hoger onderwijs verleent de minister een machtiging aan de Commissie om ten behoeve van de uitvoering van haar onderzoek op grond van de artikelen 9.6, derde lid, 9.9, tweede lid, 9.51, vijfde lid, 10.6 en 10.10, vijfde lid van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek aan universiteiten en hogescholen inlichtingen te vragen. ### Artikel 3 Voor zover het onderzoek van de Commissie betrekking heeft op de sector van de educatie en het beroepsonderwijs vervult de Commissie haar taak op basis van artikel 2.5.6 dan wel artikel 2.5.10, eerste lid, in samenhang met artikel 2.5.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs. De Commissie krijgt desgevraagd inzage in informatie, boeken en bescheiden. ### Artikel 4 De Commissie oefent de bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 2 en 3 slechts uit voor zover dat voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig is. Bij een verzoek aan een instelling om inlichtingen te verstrekken geeft zij de grondslag aan op grond waarvan dat verzoek wordt gedaan en met welk doel de inlichtingen worden gevraagd.