--- titel: Commissie voor Contact en Overleg inzake het welzijnsbeleid t.b.v. ingezetenen van Surinaamse herkomst bwb_id: BWBR0003211 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '1978-12-23' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0003211 citeertitel: Commissie voor Contact en Overleg inzake het welzijnsbeleid t.b.v. ingezetenen van Surinaamse herkomst --- # Commissie voor Contact en Overleg inzake het welzijnsbeleid t.b.v. ingezetenen van Surinaamse herkomst ### Artikel 1 Er is een Commissie voor Contact en Overleg inzake het welzijnsbeleid ten behoeve van ingezetenen van Surinaamse herkomst, hierna te noemen de Commissie. ### Artikel 2 De Commissie brengt – desgevraagd of eigener beweging – aan de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, hierna te noemen de Minister, advies uit over: a. a. het bevorderen van activiteiten bij categoriale en algemene instellingen, gericht op het welzijn van ingezetenen van Surinaamse herkomst in de Nederlandse samenleving; b. b. mogelijke oplossingen voor welzijnsbelemmerende problemen waarmee ingezetenen van Surinaamse herkomst tijdens hun verblijf in Nederland geconfronteerd worden op sociaal-cultureel en maatschappelijk terrein; c. c. het door de Minister te voeren beleid ten aanzien van de ingezetenen van Surinaamse herkomst. ### Artikel 3 **1.** De Commissie bestaat uit de volgende door de Minister te benoemen leden: a. a. een voorzitter, die als ambtenaar in dienst is van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk; b. b. ten hoogste twee leden op voordracht van de Joint, de Landelijke Organisatie voor Maatschappelijke Dienstverlening; c. c. ten hoogste twee leden op voordracht van Gamma, de Landelijke Organisatie voor Sociaal-Cultureel Werk; d. d. ten hoogste vier leden op voordracht van de Stichting Landelijke Federatie van Welzijnsstichtingen voor Surinamers; e. e. een lid afkomstig van de Afdeling Welzijn Antillianen en Surinamers van het Ministerie; f. f. een lid afkomstig van de Directie Sociaal-Cultureel Werk van het Ministerie; g. g. een lid afkomstig van de Directie Maatschappelijke Dienstverlening van het Ministerie. **2.** Voor de in het eerste lid onder b tot en met g genoemde leden kan de Minister plaatsvervangers benoemen met inachtneming van het aldaar bepaalde. **3.** De Minister voegt aan de Commissie een ambtenaar van het Ministerie als secretaris toe. ### Artikel 4 De adviezen en voorstellen van de Commissie, voor zover niet unaniem aanvaard, vermelden de verschillende standpunten. ### Artikel 5 **1.** De Commissie kan naar haar eigen oordeel deskundigen die geen lid zijn van de Commissie, ad hoc op de vergaderingen uitnodigen. **2.** Voorts is de Commissie bevoegd om voor de uitoefening van haar werkzaamheden werkgroepen in het leven te roepen. **3.** De Commissie kan personen die geen lid zijn van de Commissie, tot lid van de werkgroepen benoemen. **4.** De Commissie regelt de taken en bevoegdheden van de werkgroepen. ### Artikel 6 De Commissie kan, met inachtneming van de bepalingen van deze beschikking, haar werkwijze en die van de secretaris geheel naar eigen inzicht regelen. ### Artikel 7 **1.** Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de Commissie geschiedt met inachtneming van het Besluit Post- en Archiefzaken Rijksadministratie 1950 (Stb. K.425) op overeenkomstig wijze als ten Departemente van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. **2.** De bescheiden worden bij opheffing van de Commissie in het archief van het in het vorige lid genoemde Departement opgenomen. ### Artikel 8 Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die van haar plaatsing in de Nederlandse Staatscourant.