--- titel: Informatiestatuut Onderzoeksraad voor veiligheid bwb_id: BWBR0017939 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2005-02-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0017939 citeertitel: Informatiestatuut Onderzoeksraad voor veiligheid --- # Informatiestatuut Onderzoeksraad voor veiligheid ### Paragraaf 1. Begripsomschrijvingen ### Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. a. rijkswet: Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid; b. b. rijksbesluit: Rijksbesluit Onderzoeksraad voor veiligheid; c. c. besluit: Besluit Onderzoeksraad voor veiligheid; d. d. minister: Minister van Justitie en Veiligheid. ### Paragraaf 2. Algemeen ### Artikel 2 **1.** De informatieverstrekking door de raad aan de minister, onderscheidenlijk door de minister aan de raad, geschiedt schriftelijk. **2.** In spoedeisende gevallen wordt informatie op de meest passende en snelle wijze verstrekt en zo nodig beperkt tot vitale informatie, met dien verstande dat de volledige informatie zo spoedig mogelijk wordt nagezonden. **3.** Ten minste een maal per jaar overlegt de minister met de voorzitter van de raad. ### Paragraaf 3. Informatieverstrekking door de minister ten behoeve van de taakuitoefening van de raad ### Artikel 3 **1.** Onder de inlichtingen, bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de rijkswet, die de raad voor de taakuitoefening in het algemeen nodig heeft, wordt in elk geval informatie begrepen betreffende: a. a. ontwikkelingen die voortvloeien uit overleg met de Staten-Generaal met betrekking tot het onderzoek van voorvallen; b. b. ontwikkelingen met betrekking tot het personeelsbeleid, de informatievoorziening en de bedrijfsvoering bij de rijksoverheid; c. c. voornemens, voorstellen en besluiten in verband met de totstandkoming of wijziging van nationale en internationale wet en regelgeving, indien kennisneming daarvan noodzakelijk is voor de taakuitoefening van de raad. **2.** De raad stelt de minister desgevraagd in kennis van zijn visie op de voornemens, de voorstellen en de besluiten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c. ### Paragraaf 4. Informatieverstrekking door de raad ten behoeve van de taakuitoefening van de minister ### Artikel 4 Vervallen ### Artikel 5 **1.** De raad informeert de minister over: a. a. de verwachte ontwikkelingen in de taakuitoefening van de raad en de daarmee samenhangende veranderingen in de werkwijze van de raad voor zover deze met het oog op de uitoefening van de taak van de minister van betekenis kunnen worden geacht of de geraamde financiële bijdrage ten laste van de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid aanmerkelijk kunnen beïnvloeden; b. b. de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de algemene of nader geoperationaliseerde doelstellingen. **2.** Ten aanzien van voorvallen informeert de raad de minister over: a. a. welke voorvallen zich hebben voorgedaan waarnaar de raad overeenkomstig artikel 5, eerste lid, van de rijkswet verplicht is een onderzoek in te stellen en naar welke voorvallen de raad een onderzoek heeft ingesteld onderverdeeld naar sectoren; b. b. welke andere voorvallen dan bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de rijkswet zich hebben voorgedaan waarnaar de raad een onderzoek heeft ingesteld; c. c. de gevallen waarin overeenkomstig de artikelen 5, eerste en tweede lid, en 6 van de Regeling Onderzoeksraad voor veiligheid melding is gedaan van een voorval; d. d. de gevallen waarin overeenkomstig de artikelen 7, eerste lid, 8, eerste lid, en 9, eerste lid, van de Regeling Onderzoeksraad voor veiligheid melding is gedaan van het instellen van een onderzoek dan wel een voorlopig bericht is verzonden; e. e. de gevallen waarin overeenkomstig de artikelen 10, 16 en 17 van de Regeling Onderzoeksraad voor veiligheid een conceptrapport dan wel een rapport of een afschrift van een rapport is verzonden; f. f. de gevallen waarin de raad overeenkomstig artikel 12 van de Regeling Onderzoeksraad voor veiligheid staten met aanmerkelijk belang heeft uitgenodigd een verzoek te doen een vertegenwoordiger te laten deelnemen aan een onderzoek, de gevallen waarin bedoelde staten daadwerkelijk een verzoek tot deelname hebben gedaan en de gevallen waarin een verzoek heeft geresulteerd in daadwerkelijke deelname van een vertegenwoordiger van bedoelde staten als waarnemer, onderzoeker of als deskundige, de gevallen waarin overeenkomstig artikel 12 van het besluit gevolg is gegeven aan een verzoek; g. g. de gevallen waarin overeenkomstig artikel 11 en 13 van de Regeling Onderzoeksraad voor veiligheid de in genoemd artikel 11 bedoelde vertegenwoordiger respectievelijk in genoemd artikel 13 bedoelde deskundige aan een onderzoek heeft deelgenomen; h. h. de gevallen waarin overeenkomstig artikel 23 van het besluit bijstand is verleend; i. i. de gevallen waarin overeenkomstig artikel 19, eerste lid, van het besluit aan een onderzoek buiten Nederland is deelgenomen. **3.** De in het eerste lid en tweede lid, aanhef en onder a, b en i, bedoelde informatieverstrekking vindt elk jaar plaats. De in het tweede lid, aanhef en onder c tot en met h, bedoelde informatieverstrekking vindt desgevraagd binnen redelijke termijn plaats. ### Artikel 6 **1.** Met het oog op het tijdig signaleren van aanmerkelijke verschillen tussen werkelijke en begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven zendt de raad naar de minister: a. a. ieder tertaal een managementsrapportage; b. b. ieder jaar een jaarrekening ten opzichte van de begroting. **2.** De managementsrapportage geeft de ontwikkelingen weer ten opzichte van de begroting. **3.** De managementsrapportage en de jaarrekening, bedoeld in het eerste lid, geschieden overeenkomstig het gestelde in de bijlage bij de regeling. ### Paragraaf 5. Betrokkenheid van de raad bij de totstandkoming van het verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van de raad ### Artikel 7 **1.** De minister kan een externe onderzoeker aanwijzen om de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van de raad te onderzoeken ten behoeve van het verslag, bedoeld in artikel 83, eerste lid, van de rijkswet. **2.** Over het besluit tot het uitvoeren van een extern onderzoek informeert de minister tijdig de raad onder vermelding van de te volgen procedure. **3.** De raad verleent alle medewerking aan de onderzoeker die redelijkerwijs van de raad kan worden verlangd. **4.** Uiterlijk 8 weken voor de datum waarop het verslag aan de Staten-Generaal dient te worden gezonden, stelt de minister de raad in kennis van het concept-verslag, met het verzoek hierop binnen 4 weken zijn visie te geven. **5.** In het verslag geeft de minister aan in hoeverre de visie van de raad is betrokken bij de finale beoordeling. ### Paragraaf 6. Slotbepalingen ### Artikel 8 Deze regeling treedt in werking op het krachtens artikel 97, eerste lid, eerste volzin, van de rijkswet vastgestelde tijdstip. ### Artikel 9 Deze regeling wordt aangehaald als: Informatiestatuut Onderzoeksraad voor veiligheid. ## Bijlage . bij de regeling als bedoeld in