--- titel: Instelling Commissie Evaluatie Militair Straf- en Tuchtrecht bwb_id: BWBR0005462 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '1992-06-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0005462 citeertitel: Instelling Commissie Evaluatie Militair Straf- en Tuchtrecht --- # Instelling Commissie Evaluatie Militair Straf- en Tuchtrecht ### Artikel 1 Er is een Commissie Evaluatie Militair Straf- en Tuchtrecht, hierna te noemen de commissie. ### Artikel 2 De commissie is als volgt samengesteld: ### Artikel 3 De commissie heeft tot taak aan de Minister van Justitie en de Staatssecretaris van Defensie rapport uit te brengen met betrekking tot de praktijk, zoals die zich voordoet bij de toepassing van het herziene militaire straf-, strafproces- en tuchtrecht, in welk rapport de commissie conclusies uit het in onze opdracht te verrichten en door de commissie te begeleiden evaluatieonderzoek kan neerleggen en, indien de commissie daartoe aanleiding aanwezig acht, aanbevelingen op grond van deze conclusies kan doen. ### Artikel 4 **a.** Aan de commissie is een secretariaat toegevoegd. Dit secretariaat staat onder leiding van de secretaris. **b.** Het secretariaat is voor de uitoefening van zijn taak verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie. ### Artikel 5 Het in artikel 3 bedoelde evaluatieonderzoek zal worden verricht door een door ons aan te wijzen onderzoeksinstituut. Over de te geven onderzoeksopdracht zal de commissie worden gehoord. ### Artikel 6 Zowel de commissie als het aan te wijzen onderzoeksinstituut zijn bevoegd zich rechtstreeks te wenden tot alle autoriteiten, instanties en personen. ### Artikel 7 De niet-ambtelijke leden van de commissie ontvangen een vergoeding. ### Artikel 8 De commissie neemt bij haar werkzaamheden zodanige voorzorgen in acht, dat de persoonlijke levenssfeer van de bij het onderzoek te betrekken personen wordt gewaarborgd. ### Artikel 9 Een ieder die betrokken is bij de werkzaamheden van de commissie en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift terzake van die gegevens geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn werkzaamheden ten behoeve van de commissie de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. ### Artikel 10 **a.** De commissie brengt zo mogelijk binnen twaalf maanden na instelling rapport uit. **b.** De commissie dient haar bevindingen schriftelijk vast te leggen in een eindrapport. ### Artikel 11 Dit besluit, waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer, zal met toelichting worden geplaatst in de Staatscourant en treedt in werking op 1 juni 1992.