--- titel: Mandaatbesluit LNV beleidskern bwb_id: BWBR0026200 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2009-08-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0026200 citeertitel: Mandaatbesluit LNV beleidskern --- # Mandaatbesluit LNV beleidskern ## Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen ### Artikel 1 **1.** De directeur en de plaatsvervangend directeur van de domeindirecties, de facetdirecties en de programmadirecties, alsmede de regiodirecteuren van de regiovestigingen Noord, Zuid, Oost en West van de Directie Regionale Zaken zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende: a. a. besluiten omtrent subsidieverstrekkingen aan organisaties werkzaam op het beleidsterrein van de directie, voor zover het subsidiebedrag het hiervoor vastgestelde bedrag in de begroting van de directie niet overschrijdt en de subsidie niet is gebaseerd op een door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie vastgestelde regeling; b. b. het sluiten van overeenkomsten met betrekking tot onderzoek op het beleidsterrein van de directie, voor zover het subsidiebedrag het hiervoor vastgestelde bedrag in de begroting van de directie niet overschrijdt; c. c. het sluiten van overeenkomsten voor uitgaven van materiële aard; d. d. de beantwoording van aan de Minister gerichte individuele brieven, zijn werkterrein betreffende, voor zover het antwoord zich beperkt tot een beschrijving van vigerend beleid en niet van politieke betekenis is, terwijl ook overigens uit de aard en inhoud van de desbetreffende brieven niet voortvloeit dat de beantwoording door de minister persoonlijk of namens hem door de secretaris-generaal dient te worden ondertekend. **2.** Het hoofd van de eenheid Bedrijfsvoering Beleidskern en het plaatsvervangend hoofd van de eenheid Bedrijfsvoering Beleidskern zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het sluiten van overeenkomsten voor uitgaven van materiële aard. ### Artikel 2 **1.** De overige leden van het managementteam van de domeindirecties, de facetdirecties, de programmadirecties en de eenheid Bedrijfsvoering Beleidskern zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het sluiten van overeenkomsten voor uitgaven van materiële aard voor zover deze een bedrag van € 10.000,– niet te boven gaan. **2.** De overige leden van het managementteam van de eenheid Bedrijfsvoering Beleidskern zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het sluiten overeenkomsten voor uitgaven van materiële aard van de domeindirecties, facetdirecties en de programmadirecties voor zover deze een bedrag van € 10.000,– niet te boven gaan. **3.** Programmadirecteuren zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het sluiten van overeenkomsten voor uitgaven van materiële aard binnen het eigen budget van het betreffende programma. **4.** Programmamanagers zijn, na een schriftelijk akkoord van de voor het programma verantwoordelijk directeur, gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het sluiten van overeenkomsten voor zover deze een bedrag van € 10.000,– niet te boven gaan. ## Hoofdstuk 2. Directie voedsel, dier en consument ### Artikel 3 De directeur en de plaatsvervangend directeur Voedsel, Dier en Consument zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende besluiten als bedoeld in artikel 24, tiende lid, onderdeel a, artikel 24a, eerste lid, onderdeel f, artikel 30, derde lid, artikel 33, zesde lid, artikel 37, derde lid, van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke stoffen, alsmede het ter inzage liggen van ontwerpbesluiten, voor zover het besluit niet van politieke betekenis is. ### Artikel 4 De directeur, de plaatsvervangend directeur, de Chief Veterinary Officer en de plaatsvervangend Chief Veterinary Officer zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende: a. a. de registratie van diergeneesmiddelen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet, alsmede schorsingen en doorhalingen ingevolge de artikelen 10 en 11 van de Diergeneesmiddelenwet; b. b. de toestemming voor de proefneming, bedoeld in artikel 75, eerste lid, onder b, van het Diergeneesmiddelenbesluit; c. c. de vergunning voor het bereiden, verpakken, etiketteren of afleveren van diergeneesmiddelen, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet; d. d. de aanwijzing, bedoeld in artikel 29, van de Diergeneesmiddelenwet; e. e. de ontheffing, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet. ### Artikel 4a De directeur en de plaatsvervangend directeur Voedsel, Dier en Consument zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het niet in behandeling nemen van aanvragen als bedoeld in artikel 67 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en artikel 2 van de Regeling vergunning biotechnologie. ## Hoofdstuk 3. Directie natuur, landschap en platteland ### Artikel 5 De directeur en de plaatsvervangend directeur Natuur, Landschap en Platteland zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende: a. a. de goedkeuring van de begroting van het Jachtfonds, bedoeld in artikel 33 van de Jachtwet, en de bekostiging van het Jachtfonds, bedoeld in artikel 37 van de Jachtwet, alsmede de goedkeuring van de begroting van het Faunafonds, bedoeld in artikel 90, tweede lid, van de Flora- en faunawet en de verlening van de bijdrage aan het Faunafonds, bedoeld in artikel 96, eerste lid, van de Flora- en faunawet; b. b. de besluiten als bedoeld in de artikelen 16, eerste lid, 19d, eerste lid en 19j, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998, voorzover het niet betreft de bevoegdheid tot het vernietigen van of tot het onthouden van goedkeuring aan een besluit van een ander bestuursorgaan als bedoeld in artikel 10:3, tweede lid, onderdeel d van de Algemene wet bestuursrecht; c. c. het in kennis stellen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, bedoeld in artikel 19k, tweede lid, van de Natuurbeschermingswet 1998; d. d. het sluiten van privaatrechtelijke overeenkomsten houdende aansluiting van privaatrechtelijke en publiekrechtelijke rechtspersonen op de Nationale Databank Flora en Fauna van de Gegevensautoriteit Natuur. ## Hoofdstuk 4. Directie agroketens en visserij ### Artikel 6 Vervallen ### Artikel 7 De directeur, de plaatsvervangend directeur Agroketens en Visserij, het hoofd Uitvoering Visserijregelingen en de procesmanager Uitvoering Visserijregelingen zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende: a. a. de besluiten inzake het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998; b. b. de besluiten inzake de Regeling visvergunning; c. c. de besluiten inzake de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij; d. d. de besluiten inzake de Regeling technische maatregelen 2000; e. e. de besluiten inzake de goedkeuring van de werkprogramma’s, bedoeld in de Regeling werkprogramma’s producentenorganisaties visserij- en aquacultuursector; f. f. de besluiten inzake de Uitvoeringsregeling visserij, voor zover geen betrekking hebbend op vrijstellingen; g. g. de uitvoering van de functies van de beheersautoriteit, bedoeld in artikel 59 van verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van de Europese Unie van 27 juli 2006 inzake het Europees Visserijfonds (PbEU L 223); h. h. het opleggen van leges als bedoeld in artikel 74 van de Visserijwet 1963; i. i. het verlenen van de akte, bedoeld in artikel 10 van de Visserijwet 1963; j. j. de besluiten, bedoeld in artikel 3 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985; k. k. de besluiten, bedoeld in artikel 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977, voor zover betrekking hebbend op ontheffingen van de bepalingen bij of krachtens dat besluit genomen; l. l. het verlenen van schriftelijke toestemmingen als bedoeld in de artikelen 7, tweede lid, en 21, tweede lid, van de Visserijwet 1963; m. m. de besluiten, bedoeld in de artikelen 8 en 11 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985, voor zover geen betrekking hebbend op vrijstellingen; n. n. de besluiten, bedoeld in artikel 11 van het Reglement minimummaten en gesloten tijden 1985, voor zover geen betrekking hebbend op vrijstellingen; o. o. het aangaan van overeenkomsten van huur en verhuur van visrecht voor alle staatswateren, met uitzondering van die welke in beheer zijn bij het Bureau Beheer Landbouwgronden en Staatsbosbeheer; p. p. het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 54b van de Visserijwet 1963, alsmede de hiermee samenhangende besluiten, bedoeld in de artikelen 5:25, 5:31, 5:31a, 5:32, 5:37, 4:94, 4:96, 4:99, 4:112 van de Algemene wet bestuursrecht en de aanwijzing van de ambtenaren van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit die de beslissing tot bestuursdwang uitvoeren; q. q. de besluiten, bedoeld in artikel 34c van de Regeling eisen, administratie en registratie inzake uitoefening visserij. ### Artikel 8 De programmadirecteur van het programma Biobased Economy is gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende: a. a. besluiten omtrent subsidieverstrekkingen aan organisaties werkzaam op het beleidsterrein van het programma, voor zover het subsidiebedrag het hiervoor vastgestelde bedrag in de begroting van het programma niet overschrijdt en de subsidie niet is gebaseerd op een door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie vastgestelde regeling; b. b. het sluiten van overeenkomsten met betrekking tot onderzoek op het beleidsterrein van het programma, voor zover het subsidiebedrag het hiervoor vastgestelde bedrag in de begroting van het programma niet overschrijdt; c. c. het sluiten van overeenkomsten voor uitgaven van materiële aard; d. d. de beantwoording van aan de Minister gerichte individuele brieven, zijn werkterrein betreffende, voor zover het antwoord zich beperkt tot een beschrijving van vigerend beleid en niet van politieke betekenis is, terwijl ook overigens uit de aard en inhoud van de desbetreffende brieven niet voortvloeit dat de beantwoording door de minister persoonlijk of namens hem door de secretaris-generaal dient te worden ondertekend. ## Hoofdstuk 5. Directie regionale zaken ### Artikel 9 De directeur en de plaatsvervangend directeur van de Directie Regionale Zaken, alsmede de regiodirecteuren en MT-leden van de regiovestigingen Noord, Zuid, Oost en West zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende: a. a. de besluiten, bedoeld in de artikelen 16, eerste lid, 19d, eerste lid, 19j, eerste lid, en de verklaring van geen bedenkingen, bedoeld in 46b, eerste lid, en 47b, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998, met uitzondering van de bevoegdheid tot het vernietigen van of het onthouden van goedkeuring aan een besluit van een ander bestuursorgaan als bedoeld in artikel 10:3, tweede lid, onderdeel d, van de Algemene wet bestuursrecht; b. b. de besluiten als bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de Natuurbeschermingswet 1998; c. c. de inschrijving, bedoeld in artikel 40 van de Natuurbeschermingswet 1998; d. d. het zenden van een afschrift van de ontvangstbevestiging en van het verzoek om een vergunning als bedoeld in artikel 44 van de Natuurbeschermingswet 1998; e. e. de besluiten tot toepassing van bestuursdwang, bedoeld in artikel 57, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet; f. f. besluiten als bedoeld in artikel 15, eerste lid, tweede volzin, van de Tracéwet en artikel 9, eerste lid, tweede volzin, van de Spoedwet wegverbreding. ### Artikel 10 De directeur en de plaatsvervangend directeur, alsmede de regiodirecteur en de MT-leden van de regiovestiging Oost van de Directie Regionale Zaken zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende besluiten op grond van de Regeling eenmalig project herintroductie otters. ### Artikel 11 De directeur en de plaatsvervangend directeur, alsmede de regiodirecteur en de MT-leden van de regiovestiging West van de Directie Regionale Zaken zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het aangaan van verplichtingen en het doen van betalingen voortkomend uit de rijksparticipatie in de gemeenschappelijke regelingen voor Midden-Delfland en de Grevelingen. ## Hoofdstuk 6. Directie juridische zaken ### Artikel 12 De directeur en de plaatsvervangend directeur van de Directie Juridische Zaken zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende: a. a. de besluiten op grond van artikel 6 van de Wet openbaarheid van bestuur stekkende tot verdaging van een beslissing op een verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet openbaarheid van bestuur; b. b. de verzoeken aan derden op grond van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht, betrekking hebbend op een verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet openbaarheid van bestuur; c. c. het verstrekken van documenten ten aanzien waarvan reeds een beslissing op grond van de Wet openbaarheid van bestuur is genomen; d. d. de besluiten op grond van de artikelen 86, 90 en 91 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren; e. e. de afwijzing van verzoeken om schadevergoeding en de toekenning van schadevergoeding voor zover dit een bedrag van € 5000,– niet te boven gaat; f. f. de besluiten op grond van artikel 128, eerste lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie strekkende tot verdaging van goedkeuring van een verordening of een ander besluit van een orgaan van een bedrijfslichaam. ### Artikel 13 De overige leden van het managementteam van de Directie Juridische Zaken zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende: a. a. de besluiten op grond van artikel 6 van de Wet openbaarheid van bestuur stekkende tot verdaging van een beslissing op een verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet openbaarheid van bestuur; b. b. de verzoeken aan derden op grond van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht, betrekking hebbend op een verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet openbaarheid van bestuur; c. c. het verstrekken van documenten ten aanzien waarvan reeds een beslissing op grond van de Wet openbaarheid van bestuur is genomen. ## Hoofdstuk 7. Directie internationale zaken ### Artikel 14 De directeur en de plaatsvervangend directeur van de Directie Internationale Zaken zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het sluiten van overeenkomsten ter realisering van programmadoelstellingen zoals goedgekeurd door de secretaris-generaal van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (TRCIZ/2006/20202). ## Hoofdstuk 8. Directie kennis en innovatie ### Artikel 15 De directeur en de plaatsvervangend directeur van de Directie Kennis en Innovatie zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende: a. a. de bekostiging van AOC’s, van agrarische HBO-instellingen, Wageningen Universiteit, van agrarische innovatie en praktijkcentra en van het Kenniscentrum Beroepsonderwijs Bedrijfsleven; b. b. de besluiten met betrekking tot het groene onderwijs inzake de Wet educatie en beroepsonderwijs; c. c. de besluiten met betrekking tot het groene onderwijs inzake de Wet op het voortgezet onderwijs; d. d. de besluiten met betrekking tot het groene onderwijs inzake de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; e. e. de besluiten met betrekking tot het groene onderwijs inzake de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten; f. f. de beschikkingen inzake de Regeling subsidie Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, voor zover het subsidiebedrag het hiervoor vastgestelde bedrag in de begroting van de directie Kennis en innovatie niet overschrijdt; g. g. de beschikkingen inzake de Regeling praktijkleren en versterking primaire opleidingen groen voor zover het subsidiebedrag het hiervoor vastgestelde bedrag in de begroting van de directie Kennis en innovatie niet overschrijdt; h. h. de beschikkingen inzake de Regeling kennisverspreiding en innovatie groen onderwijs, voor zover het subsidiebedrag het hiervoor vastgestelde bedrag in de begroting van de directie Kennis en innovatie niet overschrijdt; i. i. de beschikkingen inzake het Openstellingsbesluit innovatie groen onderwijs 2009 , voor zover het subsidiebedrag het hiervoor vastgestelde bedrag in de begroting van de directie Kennis en Innovatie niet overschrijdt; j. j. de beschikkingen inzake hoofdstuk 4a van de Regeling LNV-subsidies; k. k. betalingen te verrichten aan de Centrale financiën instellingen, agentschap van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor de bekostiging van instellingen voor agrarisch onderwijs op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de Wet op het voortgezet onderwijs of de Wet educatie en beroepsonderwijs. ## Hoofdstuk 9. Slotbepalingen ### Artikel 16 De ondertekening, bedoeld in artikelen 1 tot en met 15, luidt: De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, voor deze: gevolgd door functieaanduiding, handtekening en naam functionaris. ### Artikel 17 De volgende besluiten worden ingetrokken: a. a. het besluit van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 10 mei 2001, nr. TRCJZ/2001/1671, houdende het mandaat directeur Groene Ruimte en Recreatie (Stcrt. 2001, 91); b. b. het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 20 oktober 2003, nr. TRCJZ/2003/8996, houdende het mandaatbesluit Directie Natuur; c. c. het Mandaatbesluit LNV Regionale Zaken; d. d. het Mandaatbesluit LNV Directie Visserij; e. e. het Mandaatbesluit LNV Directie Juridische Zaken; f. f. het Mandaatbesluit LNV Directie Kennis; g. g. het Mandaatbesluit LNV directie Landbouw; h. h. het Mandaatbesluit LNV Directie Internationale Zaken; i. i. het Mandaatbesluit LNV Voedselkwaliteit en Diergezondheid; j. j. het Mandaatbesluit LNV Directie Industrie en Handel. ### Artikel 18 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 16 juni. ### Artikel 19 Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit LNV beleidskern.