--- titel: Regeling experimenten Wmo bwb_id: BWBR0018702 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2006-01-10' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0018702 citeertitel: Regeling experimenten Wmo --- # Regeling experimenten Wmo ### Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. a. de minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. b. het wetsvoorstel: het voorstel van wet houdende nieuwe regels betreffende maatschappelijke ondersteuning (Wet maatschappelijke ondersteuning); c. c. experiment maatschappelijke ondersteuning: project gericht op de invoering van het wetsvoorstel, met uitzondering van het onderdeel op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met problemen met opgroeien en van ouders met problemen met opvoeden; d. d. ambassadeursrol: activiteiten gericht op het geven van informatie aan gemeenten en aan de minister over het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning en, voor zover de ambassadeursrol wordt vervuld door een gemeente die een experiment maatschappelijke ondersteuning uitvoert, over het experiment maatschappelijke ondersteuning; e. e. experiment huishoudelijke verzorging: project gericht op de invoering van het wetsvoorstel voor wat betreft het verlenen van huishoudelijke verzorging in aanvulling op andere zorg in de zin van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. ### Artikel 2 **1.** De minister kan een in bijlage 1 genoemde gemeente of openbaar lichaam op aanvraag een uitkering verstrekken ten behoeve van voor een daarbij behorend werkgebied het uitvoeren van een experiment maatschappelijke ondersteuning in combinatie met het voor een daarbij behorende regio gelijktijdig vervullen van een ambassadeursrol gedurende maximaal 24 maanden in de periode van 1 juli 2005 tot en met 31 december 2007. **2.** De minister kan een in bijlage 2 genoemde gemeente of openbaar lichaam op aanvraag een uitkering verstrekken ten behoeve van het uitvoeren van een experiment huishoudelijke verzorging in de periode van 1 juni 2005 tot en met 30 september 2005. **3.** De minister verstrekt een in bijlage 3 genoemde gemeente een uitkering ten behoeve van het vervullen van een ambassadeursrol voor de in bijlage 3 bij de desbetreffende gemeente genoemde regio in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2007. ### Artikel 3 **1.** De uitkering voor het uitvoeren van een experiment maatschappelijke ondersteuning bedraagt ten hoogste € 250 000. **2.** De uitkering voor het vervullen van een ambassadeursrol bedraagt ten hoogste € 40 000. **3.** De uitkering voor het uitvoeren van een experiment huishoudelijke verzorging bedraagt ten hoogste € 13 500. ### Artikel 4 **1.** Een experiment maatschappelijke ondersteuning: a. a. is gericht op één of meer onderdelen van maatschappelijke ondersteuning in de zin van het wetsvoorstel, met uitzondering van het onderdeel op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met problemen met opgroeien en van ouders met problemen met opvoeden; b. b. is gericht op één of meer van de volgende thema’s: 1°. het versterken van de gemeentelijke regie over de keten ter verlening van maatschappelijke ondersteuning; 2°. het bevorderen van de samenwerking tussen gemeenten; 3°. het bevorderen van de betrokkenheid van de burgers bij de vorming en verantwoording van het gemeentelijke beleid; 4°. het bevorderen van algemeen gemeentelijk beleid waarbij rekening is gehouden met de toepasselijkheid daarvan voor specifieke doelgroepen; 5°. het bevorderen van een systeem van verbanden waar mensen vrijwillig deel van uitmaken waardoor burgers elkaar kunnen ondersteunen; 6°. het afstemmen van de uitvoering van maatschappelijke ondersteuning en de Wet werk en bijstand; 7°. het experimenteren met de uitvoering van ondersteunende en activerende begeleiding, als omschreven in artikel 6, respectievelijk 7 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ; 1°. 1°. het versterken van de gemeentelijke regie over de keten ter verlening van maatschappelijke ondersteuning; 2°. 2°. het bevorderen van de samenwerking tussen gemeenten; 3°. 3°. het bevorderen van de betrokkenheid van de burgers bij de vorming en verantwoording van het gemeentelijke beleid; 4°. 4°. het bevorderen van algemeen gemeentelijk beleid waarbij rekening is gehouden met de toepasselijkheid daarvan voor specifieke doelgroepen; 5°. 5°. het bevorderen van een systeem van verbanden waar mensen vrijwillig deel van uitmaken waardoor burgers elkaar kunnen ondersteunen; 6°. 6°. het afstemmen van de uitvoering van maatschappelijke ondersteuning en de Wet werk en bijstand; 7°. 7°. het experimenteren met de uitvoering van ondersteunende en activerende begeleiding, als omschreven in artikel 6, respectievelijk 7 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ; c. c. is vernieuwend voor Nederland; d. d. heeft betrekking op de verbetering van de ontwikkelingen of uitvoering van het gemeentelijke beleid; e. e. is gericht op draagvlak bij relevante organisaties van cliënten of burgers; f. f. levert resultaten op die overgedragen kunnen worden aan andere gemeenten of openbare lichamen. **2.** Een experiment huishoudelijke verzorging is gericht op: a. a. het treffen van de benodigde voorbereidingen om huishoudelijke verzorging te kunnen verstrekken; b. b. het bevorderen van de afstemming van de huishoudelijke verzorging op andere zorg in de zin van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten vanuit het perspectief van de burger aan welke deze zorg verstrekt wordt. **3.** Het vervullen van een ambassadeursrol bestaat uit het: a. a. deelnemen aan en, voor zover de ambassadeursrol wordt vervuld door een gemeente die een experiment maatschappelijke ondersteuning uitvoert, het leveren van een inhoudelijke bijdrage aan de door of namens de minister georganiseerde periodieke landelijke bijeenkomsten; b. b. informeren van gemeenten in de desbetreffende regio over de invoering van het wetsvoorstel in aanvulling op de informatie die door of namens de minister wordt verstrekt, waarbij rekening wordt gehouden met de behoefte van die gemeenten aan informatie en waartoe ten minste vier bijeenkomsten met die gemeenten per jaar worden georganiseerd; c. c. inventariseren van en aan de minister rapporteren over knelpunten bij de invoering van het wetsvoorstel die zich voordoen of kunnen voordoen bij de gemeenten in de desbetreffende regio. ### Artikel 5 **1.** In de beslissing tot verlening van een uitkering wordt het bedrag van de te verlenen uitkering vermeld dan wel de wijze waarop dit wordt bepaald en welk bedrag ten hoogste zal worden verleend. **2.** In de beslissing tot verlening van een uitkering wordt aangegeven welke activiteiten met behulp van de uitkering zullen worden bekostigd, welke doelen daarmee worden nagestreefd en welke kosten met de activiteiten zullen zijn gemoeid. **3.** In de beslissing tot verlening van een uitkering wordt vermeld welk bedrag als voorschot zal worden verstrekt en op welke wijze dat voorschot wordt betaald. **4.** De artikelen 4:48 en 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. **5.** Een uitkering ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. ### Artikel 6 Het college van burgemeester en wethouders of het openbaar lichaam doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van een uitkering. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd. ### Artikel 7 Gedurende de periode waarvoor een uitkering is verstrekt, zendt het college van burgemeester en wethouders of het openbaar lichaam drie maal per jaar een schriftelijk verslag aan de minister over de activiteiten waarvoor de uitkering is verstrekt. ### Artikel 8 **1.** Het college van burgemeester en wethouders of het openbaar lichaam verstrekt aan de door de minister aangewezen ambtenaren of andere personen op diens verzoek alle bescheiden en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor een juiste vervulling van hun taak. De bescheiden worden op één adres getoond en de inlichtingen, op verzoek, schriftelijk verstrekt. Indien het college van burgemeester en wethouders of het openbaar lichaam slechts kan voldoen aan deze verplichting door inbreuk te maken op het recht van enig persoon op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, verstrekt het college van burgemeester en wethouders of het openbaar lichaam de verlangde gegevens op zodanige wijze dat deze niet tot personen herleidbaar zijn. **2.** Ook anderszins wordt zoveel mogelijk medewerking verleend teneinde de door de minister aangewezen ambtenaren of andere personen in staat te stellen hun taak op een juiste wijze te vervullen. **3.** De gemeente of het openbaar lichaam werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de uitvoering van de landelijke functie en de invoering van het wetsvoorstel. ### Artikel 9 De bijlage bij de jaarrekening van het laatste jaar waarin de uitkering wordt verstrekt, bevat de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, over de jaren waarin de uitkering is verstrekt. Daarbij wordt aangegeven in hoeverre de verleende uitkering is besteed ten behoeve van het doel waarvoor het was bestemd. ### Artikel 10 De minister geeft binnen zes maanden na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 9, een beschikking tot vaststelling van de uitkering. De artikelen 4:46, 4:49, 4:52, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 11 De minister kan formulieren vaststellen voor de verslagen. ### Artikel 12 De minister kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. ### Artikel 13 De regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 juni 2005 en vervalt met ingang van 1 januari 2008, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft ten aanzien van de uitkeringen of voorschotten die op grond van deze regeling zijn verstrekt. ### Artikel 14 De regeling wordt aangehaald als: Regeling experimenten Wmo. ## Bijlage 1. , behorend bij ## Bijlage 2. , behorend bij ## Bijlage 3. , behorend bij