--- titel: Regeling hernieuwbare energie vervoer 2015 bwb_id: BWBR0035829 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2015-01-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0035829 citeertitel: Regeling hernieuwbare energie vervoer 2015 --- # Regeling hernieuwbare energie vervoer 2015 ### Paragraaf 1. Algemeen ### Artikel 1.1 In deze regeling wordt verstaan onder: - *besluit:* Besluit hernieuwbare energie vervoer 2015; - *bewijs van duurzaamheid:* document dat de informatie, bedoeld in artikel 18, derde lid, van de richtlijn hernieuwbare energie bevat; - *elektriciteitsaansluiting:* aansluiting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Elektriciteitswet 1998; - *fiatteur:* natuurlijk persoon die een door een rekeningbevoegde voorgestelde transactie moet goedkeuren; - *garantie van oorsprong:* garantie van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen als bedoeld in 24, derde lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit; - *gasaansluiting:* aansluiting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel m, van de Gaswet; - *minister:* Minister van Infrastructuur en Milieu; - *rekening:* rekening als bedoeld in artikel 9.7.5.3 van de wet; - *rekeningbevoegde:* natuurlijk persoon die alle handelingen die mogelijk zijn op een rekening, met uitzondering van het goedkeuren van een transactie, mag uitvoeren. ### Artikel 1.2 De energie-inhoud op basis van de onderste verbrandingswaarde van biobrandstof waarvoor in bijlage III bij de richtlijn hernieuwbare energie geen energie-inhoud wordt vermeld en van hernieuwbare brandstof, wordt door de inboeker aangetoond aan de hand van bestaande gegevens of vastgesteld door een volgens ISO-/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium. ### Artikel 1.3 **1.** De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit alle informatie die de emissieautoriteit nodig heeft om te bepalen welke ondernemingen een jaarverplichting hebben. Hiertoe levert zij ten minste in oktober en februari een lijst met namen van de dan bekende ondernemingen met een jaarverplichting over het betreffende respectievelijk voorafgaande kalenderjaar. Deze lijst omvat de houders van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats voor minerale oliën, of geregistreerd geadresseerden voor minerale oliën, die meer dan 500.000 liter benzine, diesel, LPG of LNG leveren tot eindverbruik, dan wel importeur zijn. **2.** De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit alle informatie die de emissieautoriteit nodig heeft om te bepalen of in het register de leveringen tot eindverbruik door ondernemingen juist en volledig zijn geregistreerd. Hiertoe voert de rijksbelastingdienst ten minste een gegevensanalyse uit nadat zij daartoe de benodigde gegevens heeft ontvangen van de emissieautoriteit. Ook verstrekt zij aan de emissieautoriteit risicosignalen ten aanzien van ondernemingen bedoeld in het eerste lid. **3.** De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit informatie die de emissieautoriteit nodig heeft om specifieke toezicht- of handhavingsonderzoeken te doen naar ondernemingen die een rekening hebben in het register. **4.** De rijksbelastingdienst en het bestuur van de emissieautoriteit sluiten over de invulling van het bepaalde in dit artikel een bestuursovereenkomst. Deze bestuursovereenkomst wordt bekend gemaakt in de Staatscourant. ### Paragraaf 2. Jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer ### Artikel 2.1 Bij het invoeren van de hoeveelheid benzine, diesel, vloeibare biobrandstof en vloeibare hernieuwbare brandstof, bedoeld in artikel 9.7.2.3, eerste lid, van de wet, vermeldt de leverancier tot eindverbruik de volgende gegevens: a. a. soort brandstof; b. b. periode overeenkomend met de periode van de accijnsaangifte; c. c. volume in liters bij een temperatuur van 15 °C; d. d. of de opgave afwijkt van de accijnsopgave; e. e. indien de opgave afwijkt van de accijnsopgave, de reden voor die afwijking. ### Paragraaf 3. Inboeken hernieuwbare energie vervoer ### Artikel 3.1 **1.** De hoeveelheid vloeibare biobrandstof die wordt ingeboekt is de hoeveelheid in liters bij een temperatuur van 15 °C die blijkens de massabalans van het gehanteerde duurzaamheidssysteem en de bedrijfsadministratie van de locatie van de inboeker is geleverd aan de Nederlandse markt voor vervoer. **2.** Voor een hoeveelheid vloeibare biobrandstof die wordt ingeboekt stelt de inboeker ten behoeve van het bestuur van de emissieautoriteit een bewijs van duurzaamheid op. **3.** Bij vermenging van een hoeveelheid vloeibare biobrandstof met een hoeveelheid vloeibare fossiele brandstof wordt de biobrandstof bij deelleveringen uit de gemengde hoeveelheid in gelijke percentages aan die deelleveringen toegekend. ### Artikel 3.2 **1.** De hoeveelheid aan vervoer in Nederland geleverde gasvormige biobrandstof die wordt ingeboekt, is de geleverde hoeveelheid gas in normaal m^3 die blijkt uit de meter van het aan de gasaansluiting van de inboeker gekoppelde bemeterd leverpunt of de aan de gasaansluiting van de inboeker gekoppelde bemeterde leverpunten. **2.** Voor een hoeveelheid gasvormige biobrandstof die wordt ingeboekt zijn garanties van oorsprong afgegeven. De op de garanties van oorsprong vermelde hoeveelheid fysiek ingevoede gasvormige biobrandstof heeft ten minste de omvang van de hoeveelheid, bedoeld in het eerste lid. **3.** De garanties van oorsprong, bedoeld in het tweede lid: a. a. zijn voorafgaand aan het inboeken van de hoeveelheid gasvormige biobrandstof, bedoeld in het eerste lid, op de rekening van de emissieautoriteit als bedoeld in artikel 3 van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit geboekt, en b. b. hebben op het moment van overboeken op die rekening hun geldigheid niet verloren. **4.** Voor de bepaling van de omvang van de op de garanties van oorsprong vermelde energie-inhoud in normaal m^3 wordt de op die garanties vermelde inhoud in MWh vermenigvuldigd met 102,33. ### Artikel 3.3 **1.** De hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof die wordt ingeboekt is de hoeveelheid in liters bij een temperatuur van 15 °C die blijkens de bedrijfsadministratie van de inboeker is geleverd aan de Nederlandse markt voor vervoer. **2.** Voor een hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof die wordt ingeboekt is een verificatieverklaring hernieuwbare brandstof afgegeven. **3.** Vloeibare hernieuwbare brandstof kan worden ingeboekt door de onderneming die die brandstof geleverd heeft gekregen door de producent. ### Artikel 3.4 De hoeveelheid aan wegvoertuigen in Nederland geleverde elektriciteit die wordt ingeboekt is de geleverde hoeveelheid in kWh die blijkt uit de meter van het aan de elektriciteitsaansluiting van de inboeker gekoppelde leverpunt of de aan de elektriciteitsaansluiting van de inboeker gekoppelde leverpunten. ### Artikel 3.5 **1.** Bij het inboeken van een hoeveelheid hernieuwbare energie vervoer vermeldt de inboeker de in bijlage 1 genoemde gegevens. **2.** De inboeker beschikt over de bewijsstukken met betrekking tot de gegevens, bedoeld in het eerste lid. **3.** De inboeker vermeldt bij het inboeken de gegevens zoals die vermeld zijn op de bewijsstukken. ### Artikel 3.6 **1.** Het gedeelte, bedoeld in artikel 9.7.4.6, derde lid, van de wet, is het door Eurostat bekend gemaakte gemiddelde aandeel van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen in de Europese Unie twee jaar voorafgaand aan het betreffende kalenderjaar. **2.** De factor, bedoeld in artikel 9.7.4.6, derde lid, van de wet is tweeënhalf. ### Artikel 3.7 De importeur die een hoeveelheid vloeibare biobrandstof heeft ingeboekt, overlegt aan het bestuur van de emissieautoriteit een bewijs van aangifte accijns voor die hoeveelheid. ### Artikel 3.8 Bij de uitgifte van hernieuwbare brandstofeenheden door het bestuur van de emissieautoriteit wordt de energie-inhoud van biobrandstof die is geproduceerd uit de materialen, genoemd in bijlage 2: a. a. tabel 1, 2 en 3 vermenigvuldigd met twee, b. b. tabel 4 en 5 niet vermenigvuldigd met twee. ### Artikel 3.9 **1.** Op verzoek van de drijver van een inrichting kan de minister besluiten dat, in afwijking van artikel 3.8, onderdeel b, bij de uitgifte van hernieuwbare biobrandstofeenheden door het bestuur van de emissieautoriteit de energie-inhoud van biobrandstof die is geproduceerd uit materialen, genoemd in bijlage 2, tabel 5, onder specifieke locatie- of bedrijfsomstandigheden wordt vermenigvuldigd met twee. **2.** Een verzoek als bedoeld in het eerste lid vermeldt in ieder geval de ontstaanswijze van het materiaal, de huidige toepassingen van het materiaal en de marktcondities. **3.** De minister beoordeelt na een verzoek als bedoeld in het eerste lid, de materialen als volgt: a. a. de energie-inhoud van biobrandstof geproduceerd uit materiaal dat in de richtlijn hernieuwbare energie of bijbehorende communicaties als residu wordt aangemerkt, telt dubbel; b. b. de energie-inhoud van biobrandstof geproduceerd uit materiaal dat niet in de richtlijn hernieuwbare energie of bijbehorende communicaties als residu wordt genoemd, telt slechts dubbel als: 1°. er geen alternatieve toepassing is, 2°. het materiaal niet zodanig in kwaliteit is verlaagd of verontreinigd dat het niet meer geschikt is voor zijn oorspronkelijke toepassing, en 3°. het geen ongebruikt product is ongeacht of de houdbaarheidsdatum is verstreken; 1°. 1°. er geen alternatieve toepassing is, 2°. 2°. het materiaal niet zodanig in kwaliteit is verlaagd of verontreinigd dat het niet meer geschikt is voor zijn oorspronkelijke toepassing, en 3°. 3°. het geen ongebruikt product is ongeacht of de houdbaarheidsdatum is verstreken; c. c. de energie-inhoud van biobrandstof geproduceerd uit materiaal dat niet op grond van onderdeel a of b kan worden gecategoriseerd, is een niet-voedsel of niet-voeder cellulose of lignocellulose materiaal en telt slechts dubbel als: 1°. de energie-inhoud van een biobrandstof geproduceerd uit dat materiaal voor ten minste 70% afkomstig is uit het aandeel cellulose en/of lignocellulose van het materiaal, en 2°. het onder 1° vermelde percentage met behulp van de criteria in bijlage 3 is vastgesteld; 1°. 1°. de energie-inhoud van een biobrandstof geproduceerd uit dat materiaal voor ten minste 70% afkomstig is uit het aandeel cellulose en/of lignocellulose van het materiaal, en 2°. 2°. het onder 1° vermelde percentage met behulp van de criteria in bijlage 3 is vastgesteld; d. d. de energie-inhoud van biobrandstof geproduceerd uit materiaal dat niet op grond van onderdeel a, b of c kan worden gecategoriseerd en daarom wordt aangemerkt als een co-product, telt niet dubbel als: 1°. het productieproces waaruit het materiaal overblijft is aangepast om een grotere hoeveelheid of een hogere kwaliteit van dat materiaal te verkrijgen, of 2°. het in aanzienlijke mate bijdraagt aan de waarde van alle producten uit het proces waarin het ontstaat; 1°. 1°. het productieproces waaruit het materiaal overblijft is aangepast om een grotere hoeveelheid of een hogere kwaliteit van dat materiaal te verkrijgen, of 2°. 2°. het in aanzienlijke mate bijdraagt aan de waarde van alle producten uit het proces waarin het ontstaat; e. e. de energie-inhoud van biobrandstof geproduceerd uit materiaal dat niet op grond van onderdeel a, b, c of d kan worden gecategoriseerd en daarom wordt aangemerkt als afval of residu, telt dubbel. **4.** Ten behoeve van de beoordeling, bedoeld in het derde lid, wordt verstaan onder: a. a. *alternatievetoepassing:* toepassing anders dan opwekking van elektriciteit of warmte, compostering of benutting van het lignocellulosedeel van biomassa als diervoeder; b. b. *residu:* van landbouw, aquacultuur, visserij of bosbouw afkomstig restproduct of stof die niet het eindproduct vormt waarop een productieproces rechtstreeks is gericht. ### Paragraaf 4. Verificatie ### Artikel 4.1 **1.** De verificateur hernieuwbare brandstof: a. a. voorziet de verificatieverklaring hernieuwbare brandstof van een uniek nummer dat tot hem te herleiden is; b. b. verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit een overzicht van de door hem afgegeven en ingenomen verificatieverklaringen hernieuwbare brandstof; c. c. ziet erop toe dat te verifiëren hoeveelheden energie en grondstoffen zijn bepaald overeenkomstig artikel 4 van het Meetinstrumentenbesluit I. **2.** De verificatie en de verificatieverklaring hernieuwbare brandstof voldoen aan de eisen gesteld in bijlage 4. ### Artikel 4.2 **1.** De dubbeltellingverificateur: a. a. voorziet de dubbeltellingverklaring van een uniek nummer dat tot hem te herleiden is; b. b. beheert de unieke nummers van de dubbeltellingverklaringen; c. c. verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit een overzicht van de door hem afgegeven en ingenomen verklaringen; d. d. ziet erop toe dat te verifiëren hoeveelheden grondstoffen en biobrandstoffen zijn bepaald overeenkomstig artikel 4 van het Meetinstrumentenbesluit I; e. e. ziet er op toe dat het toegepaste duurzaamheidssysteem passend is voor de gebruikte grondstof. **2.** De dubbeltellingverificatie en de dubbeltellingverklaring voldoen aan de eisen gesteld in bijlage 5. ### Artikel 4.3 **1.** De inboekverificatieverklaring dan wel het rapport van bevindingen wordt langs elektronische weg verstrekt aan het bestuur van de emissieautoriteit. **2.** De inboekverificateur vermeldt in het register het resultaat van de verificatie. **3.** De inboekverificatie voldoet aan de eisen gesteld in bijlage 6. **4.** Het rapport van bevindingen wordt opgesteld overeenkomstig de norm ISAE 3000 op basis van een verificatie van alle inboekingen die ter verificatie werden aangeboden. ### Paragraaf 5. Register hernieuwbare energie vervoer ### Artikel 5.1 **1.** Het register is toegankelijk via het internet. **2.** Het register is toegankelijk op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur. **3.** Voor de toegang tot het register wordt gebruik gemaakt van een door het bestuur van de emissieautoriteit aangewezen authenticatiemiddel. ### Artikel 5.2 **1.** De emissieautoriteit neemt alle maatregelen die redelijkerwijs van haar verwacht kunnen worden om er voor te zorgen dat het register beschikbaar is op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur. **2.** De emissieautoriteit draagt tevens zorg voor de nodige voorzieningen van technische en organisatorische aard ter beveiliging van het register tegen verlies of aantasting van gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking daarvan. ### Artikel 5.3 De emissieautoriteit kan de toegang tot het register opschorten indien schade is ontstaan of dreigt te ontstaan aan het register. ### Artikel 5.4 **1.** De aanvraag voor een rekening vermeldt de gewenste faciliteiten. **2.** Bij de aanvraag voor een rekening verstrekt de onderneming aan het bestuur van de emissieautoriteit langs elektronische weg de volgende gegevens: a. a. de naam, het vestigingsadres en handelsregisternummer van de onderneming; b. b. de naam en een kleurenkopie van het geldige legitimatiebewijs van de statutair vertegenwoordigingsbevoegde van de onderneming alsmede een uittreksel uit het handelsregister waaruit de bevoegdheid blijkt; c. c. RSIN; d. d. de naam, het woonadres, het burgerservicenummer en een kleurenkopie van het geldige legitimatiebewijs van de rekeningbevoegden en fiatteurs; e. e. het bewijs van een actieve bankrekening; f. f. indien de onderneming een vergunning voor een accijnsgoederenplaats heeft of geregistreerd geadresseerde is: 1°. de afgiftedatum, de ingangsdatum, de einddatum en het nummer van de vergunning voor de accijnsgoederenplaats; 2°. De activiteiten en goederen waarvoor de vergunning is afgegeven. 1°. 1°. de afgiftedatum, de ingangsdatum, de einddatum en het nummer van de vergunning voor de accijnsgoederenplaats; 2°. 2°. De activiteiten en goederen waarvoor de vergunning is afgegeven. ### Artikel 5.5 **1.** Bij de aanvraag van een rekening met inboekfaciliteit verstrekt de onderneming aan het bestuur van de emissieautoriteit langs elektronische weg voorts de volgende gegevens, indien de onderneming: a. a. vloeibare biobrandstof wil inboeken: 1°. de naam en het vestigingsadres van de bedrijfslocaties; 2°. per bedrijfslocatie de naam van het voor die locatie gehanteerde duurzaamheidssysteem of de voor die locatie gehanteerde duurzaamheidssystemen; 3°. het certificaat en de geldigheidsduur daarvan van het duurzaamheidssysteem of de duurzaamheidssystemen, bedoeld in onderdeel b. 1°. 1°. de naam en het vestigingsadres van de bedrijfslocaties; 2°. 2°. per bedrijfslocatie de naam van het voor die locatie gehanteerde duurzaamheidssysteem of de voor die locatie gehanteerde duurzaamheidssystemen; 3°. 3°. het certificaat en de geldigheidsduur daarvan van het duurzaamheidssysteem of de duurzaamheidssystemen, bedoeld in onderdeel b. b. b. gasvormige biobrandstof wil inboeken: 1°. het aantal gasaansluitingen ten behoeve van leveringen aan vervoer in Nederland dat hij bezit, en 2°. het EAN van die aansluitingen. 1°. 1°. het aantal gasaansluitingen ten behoeve van leveringen aan vervoer in Nederland dat hij bezit, en 2°. 2°. het EAN van die aansluitingen. c. c. hernieuwbare brandstof wil inboeken: de naam van de producent van de hernieuwbare brandstof. d. d. elektriciteit wil inboeken: 1°. het aantal elektriciteitsaansluitingen dat hij bezit; 2°. het EAN van die aansluitingen. 1°. 1°. het aantal elektriciteitsaansluitingen dat hij bezit; 2°. 2°. het EAN van die aansluitingen. ### Artikel 5.6 **1.** Het bestuur van de emissieautoriteit controleert of de gegevens en documenten die verstrekt zijn, volledig, actueel, nauwkeurig en waarheidsgetrouw zijn. **2.** Indien is voldaan aan de eisen voor het hebben van een rekening maakt de emissieautoriteit uiterlijk tien werkdagen na ontvangst van de gegevens, bedoeld in de artikelen 5.4 of 5.5, in het register een rekening aan voor de aanvrager. **3.** Alvorens de rekening te gebruiken accepteert de rekeninghouder de gebruiksvoorwaarden. ### Artikel 5.7 **1.** De rekeninghouder meldt wijzigingen van de op hem betrekking hebbende gegevens, bedoeld in de artikel 5.4 of 5.5, binnen tien werkdagen langs elektronische weg aan het bestuur van de emissieautoriteit. **2.** De emissieautoriteit wijzigt de gegevens, nadat de juistheid van de melding, bedoeld in het eerste lid, is vastgesteld overeenkomstig die melding binnen tien werkdagen na ontvangst van die melding. **3.** Artikel 5.6, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 5.8 **1.** Indien een rekeningbevoegde weet of vermoedt dat een onbevoegde persoon zich toegang tot de rekening kan verschaffen, meldt hij dit onverwijld langs elektronische weg aan het bestuur van de emissieautoriteit. **2.** Indien een melding als bedoeld in het eerste lid is ontvangen, schort de emissieautoriteit de toegang tot de betreffende rekening op. **3.** Tot het moment waarop de melding, bedoeld in het eerste lid, is ontvangen, wordt elke toegang tot de rekening als bevoegd aangemerkt. ### Artikel 5.9 **1.** De rekeninghouder wijst per rekening ten minste twee en ten hoogste tien rekeningbevoegden aan. **2.** De rekeninghouder kan per rekening ten minste twee en ten hoogste tien fiatteurs aanwijzen. **3.** Een rekeningbevoegde kan slechts fiatteur zijn voor een overboeking die hij niet heeft geïnitieerd. ### Paragraaf 6. Rapportage ### Artikel 6.1 Het overzicht, bedoeld in artikel 9.7.4.7 van de wet wordt openbaar gemaakt op 1 januari, 1 maart, 10 april, 1 juli en 1 oktober, dan wel op de eerste werkdag na de genoemde datum. ### Paragraaf 7. Slotbepalingen ### Artikel 7.1 Wijzigt het Besluit aanwijzing ambtenaren VROM-regelgeving. ### Artikel 7.2 De Regeling hernieuwbare energie vervoer wordt ingetrokken. ### Artikel 7.3 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. ### Artikel 7.4 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling hernieuwbare energie vervoer 2015. ## Bijlage 1. bij ## Bijlage 2. bij de ^1 Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten) (PbEU 2009, L 300). ^2 Mededeling van de Commissie over de praktische tenuitvoerlegging van de duurzaamheidsregeling van de EU over biobrandstoffenen vloeibare biomassa en over boekingsregels voor biobrandstoffen (PbEU 2010, C 160) ^1 Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten) (PbEU 2009, L 300). ## Bijlage 3. bij ## Bijlage 4. bij Verificatieverklaringen hernieuwbare brandstof worden afgegeven bij: ## Bijlage 5. bij ## Bijlage 6. bij