--- titel: Regeling instelling Commissie stikstofbemesting bwb_id: BWBR0004787 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '1990-06-21' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0004787 citeertitel: Regeling instelling Commissie stikstofbemesting --- # Regeling instelling Commissie stikstofbemesting ### Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: ### Artikel 2 **1.** Er is een commissie van deskundigen inzake stikstofbemestingsgiften en overige maatregelen omtrent stikstofemissies naar grond- en oppervlaktewater, hierna te noemen: de commissie. **2.** De commissie heeft tot taak het adviseren van Onze ministers ten aanzien van: a. a. de kwantificering en vastlegging van stikstofbemestingsgiften en overige maatregelen omtrent stikstofemissies naar grond- en oppervlaktewater waarbij de in het Nationaal Milieubeleidsplan, de Structuurnota Landbouw, de derde Nota waterhuishouding, het Plan van aanpak beperking ammoniakemissie van de landbouw, het Rijnactieprogramma en het Noordzee-actieprogramma genoemde milieudoelstellingen aangaande stikstof kunnen worden gerealiseerd, mede in relatie met de op fosfaat gebaseerde regelgeving voor dierlijke mest en het bestaande beleid ten aanzien van ammoniak; b. b. de verschillende mogelijkheden om de milieudoelstellingen te bereiken en alle bijbehorende landbouwkundige gevolgen; c. c. de wijze waarop eventuele afwenteling van milieuproblemen van het ene naar het andere milieucompartiment kan worden voorkomen, waarbij tevens de natuuraspecten in de beschouwing worden betrokken; d. d. de mogelijkheid tot fasering van de voorgestelde maatregelen; e. e. voorstellen voor onderzoek dat noodzakelijk is voor realisatie van de in onderdeel a genoemde doelstellingen, uitgewerkt voor de jaren 1991 en 1992. **3.** De commissie dient bij de formulering van de in het tweede lid genoemde aspecten rekening te houden met: a. a. de mate van inpasbaarheid van de voorgestelde maatregelen in de bedrijfsvoering; b. b. de mate van controleerbaarheid en handhaafbaarheid van de voorgestelde maatregelen. ### Artikel 3 **1.** Tot voorzitter, tevens lid van de commissie wordt benoemd. - dr. ir. J. H. J. Spiertz van het Centrum voor Agrobiologisch Onderzoek. **2.** Tot plaatsvervangend voorzitter, tevens lid van de commissie wordt benoemd: - dr. ir. J. J. Neeteson, van het Instituut voor Bodemvruchtbaarheid. **3.** Tot secretaris-rapporteur, tevens lid van de commissie worden benoemd: - drs. P. C. Meewissen, van het Informatie- en Kenniscentrum, afdeling Milieu, Kwaliteit en Techniek; - ir. F. R. Goossensen, van het Informatie- en Kenniscentrum, afdeling Veehouderij en Milieu. **4.** Tot leden van de commissie worden benoemd: - ir. C. G. E. M. van Beek, van het Keuringsinstituut voor Waterleiding Artikelen; - ir. P. J. M. van Boheemen, van het Informatie- en Kenniscentrum, afdeling Veehouderij en Milieu; - ir. W. van Duijvenbooden, van het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne; - ir. D. W. de Hoop, van het Landbouw Economisch Instituut; - dr. ir. B. H. Janssen, van de Landbouw Universiteit Wageningen, - drs. W. J. ter Keurs, van de Rijksuniversiteit Leiden; - ir. W. Luten, van het Proefstation voor de Rundveehouderij; - ir. H. G. van der Meer, van het Centrum voor Agrobiologisch Onderzoek; - ir. M. Miedema, van het Informatie- en Kenniscentrum, afdeling Milieu, Kwaliteit en Techniek: - ir. J. H. A. M. Steenvoorden, van het Instituut voor Onderzoek van het Landelijk Gebied; - ir. E. J. B. Uunk, van de Dienst Binnenwateren Rijksinstituut Zuivering Afvalwater; - ir. W. P. Wadman, van het Instituut voor Bodemvruchtbaarheid. **5.** Bij ontstentenis van de leden kunnen zij zich laten vervangen. **6.** De secretaris-rapporteur heeft in de vergaderingen van de commissie een raadgevende stem. Hij is voor de uitoefening van zijn taak uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de commissie. **7.** De voorzitter, de secretaris-rapporteur en de overige leden van de commissie kunnen te allen tijde ontslag nemen door een schriftelijke kennisgeving aan de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. ### Artikel 4 De commissie legt haar bevindingen neer in een uiterlijk 1 november 1990 aan Onze ministers uit te brengen rapportage. ### Artikel 5 De voorbereidende stukken die betrekking hebben op de adviezen als bedoeld in artikel 1 worden ter beschikking gehouden van Onze ministers. ### Artikel 6 **1.** Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt met inachtneming van de bepaling van het Besluit algemene secretarie-aangelegenheden rijksadministratie (Stb. 1980, 182) op overeenkomstige wijze als bij het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. **2.** De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie opgeborgen in het archief van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. ### Artikel 7 De commissie wordt ingesteld tot 1 januari 1992. ### Artikel 8 **1.** Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag van haar bekendmaking in de Staatscourant en werkt terug tot 15 april 1990. **2.** Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling instelling Commissie stikstofbemesting’.