--- titel: Regeling model huisregels Extra Beveiligde Inrichting/Afdeling bwb_id: BWBR0047620 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2022-12-17' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0047620 citeertitel: Regeling model huisregels Extra Beveiligde Inrichting/Afdeling --- # Regeling model huisregels Extra Beveiligde Inrichting/Afdeling ### Artikel 1 **1.** De directeur van een Extra Beveiligde Inrichting of Afdeling stelt, in aanvulling op de bij of krachtens de wet gegeven regels, met inachtneming van het model opgenomen in de bijlage en daarbij gegeven aanwijzingen de huisregels voor zijn inrichting vast. Indien voor de Extra Beveiligde Inrichting of Afdeling reeds huisregels zijn vastgesteld, draagt de directeur ervoor zorg dat de in de bijlage opgenomen aanwijzing wordt opgenomen in de huisregels. **2.** De directeur stelt de huisregels binnen twee dagen na inwerkingtreding van deze regeling vast ### Artikel 2 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. ### Artikel 3 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling model huisregels Extra Beveiligde Inrichting/Afdeling. ## Bijlage **Huisregels voor de Extra Beveiligde Inrichting of Afdeling,** Het is verboden de volgende voorwerpen in de inrichting in bezit te hebben: *Generiek toezichtsregime voor gedetineerden geplaatst in de Extra Beveiligde Inrichting of Afdeling op grond van artikel *6, eerste lid, onder c of d, van de Regeling selectie, plaatsing of overplaatsing van gedetineerden Teneinde voortgezet crimineel handelen in detentie of levensgevaar zettend handelen vanuit de extra beveiligde inrichting te voorkomen gelden voor gedetineerden die op grond van artikel 6, eerste lid, onder c of d, van de Regeling selectie, plaatsing of overplaatsing van gedetineerden in de Extra Beveiligde Inrichting of Afdeling zijn geplaatst de volgende toezichtmaatregelen: Aanleiding voor deze maatregelen is de motie van 6 juli 2022 van het Tweede Kamerlid Ellian waarbij hij de regering oproept om per direct een verscherpt toezichtsregime generiek ten aanzien van gedetineerden die zijn geplaatst in de EBI in te voeren.1TK 2021-2022, 24 587, nr. 844. Deze motie is aanvaard. Ik heb de Tweede Kamer aangegeven bij mijn brief van 26 september 2022 dat ik op de volgende wijze uitvoering aan deze motie geef.2TK 2021-2022, 24 598, nr. 374. Vanwege het toenemende gevaar voor het personeel, de directeur in het bijzonder, wordt een aanwijzing gegeven aan de directeur van de penitentiaire inrichting Vught om een verscherpt toezichtsregime in de huisregels van de EBI op te nemen ten aanzien van alle gedetineerden die in de EBI zijn geplaatst op grond c- en d-grond. Deze maatregelen worden niet meer door de directeur bij individueel besluit opgelegd. Op deze wijze wordt maximaal toezicht uitgeoefend om te voorkomen dat deze gedetineerde vanuit de EBI in staat is zijn criminele netwerk aan te sturen. Grondslag voor deze toezichtmaatregelen zijn de artikelen 38 en 39 van de Penitentiaire beginselenwet. Deze toezichtsmaatregelen zien niet op contact met geprivilegieerde personen, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet. Daarnaast kunnen nog separaat andere toezichtsmaatregelen door hetzij in de huisregels hetzij bij besluit van de directeur van de Extra Beveiligde Inrichting of Afdeling worden opgelegd, indien daartoe aanleiding bestaat. Deze maatregelen staan in nauw verband met een wijziging van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden (Regeling spog) in verband met de wijziging van de regeling inzake de plaatsing in de extra beveiligde inrichting en de herbeoordeling hiervan en het uitsluiten van gedetineerden met een verhoogd vlucht- of maatschappelijk risico van regionale plaatsing. Deze wijziging van de Regeling spog wordt in dezelfde Staatscourant als onderhavige regeling gepubliceerd. Voor een uitgebreide toelichting wordt naar de toelichting van de wijziging van de Regeling spog verwezen. Met name wordt daar de vraag beantwoord op welke wijze wordt omgegaan met het advies van 4 november 2022, kenmerk 4229807, van Raad voor de strafrechtstoepassing en jeugdbescherming terzake van onderhavige regeling.