--- titel: Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES bwb_id: BWBR0035939 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2015-01-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0035939 citeertitel: Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES --- # Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES ## Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen ### Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: - *BSF 2000:* Besluit studiefinanciering 2000; - *BTOS:* Besluit tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; - *WSF 2000:* Wet studiefinanciering 2000; - *WSF BES:* Wet studiefinanciering BES; - *WTOS:* Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. ### Artikel 2 **1.** Voor de toepassing van artikel 17, derde lid, van het BSF 2000 en artikel 5, derde lid, van het BTOS wordt onder indexcijfer van de cao-lonen verstaan: de reeks ‘CAO-lonen per maand inclusief bijzondere beloningen’, zoals die is berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek en is gepubliceerd in het Statistisch Bulletin. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 6,33 procent. **2.** Voor de toepassing van artikel 17, derde lid, van het BSF 2000, en artikel 5, derde lid, van het BTOS, wordt onder consumentenprijsindex verstaan: de reeks ‘consumentenprijsindex alle huishoudens’, zoals die is berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek en is gepubliceerd in het Statistisch Bulletin. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 3,35 procent. **3.** Voor de toepassing van artikel 8.1, tweede lid van de WSF BES wordt onder consumentenprijsindex verstaan: de index in de reeks ‘consumentenprijsindex Caribisch Nederland’ met de grootste procentuele stijging. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 2,56 procent. ### Artikel 3 **1.** Het rentepercentage, bedoeld in artikel 6.3, eerste lid, van de WSF 2000 zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel N, van de Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs, wordt voor het jaar 2026 vastgesteld op 2,29 procent. **2.** Het rentepercentage, bedoeld in artikel 6.3 van de WSF 2000, wordt voor het jaar 2026 vastgesteld op 2,33 procent. **3.** Het rentepercentage, bedoeld in artikel 4.3 van de WSF BES, wordt voor het jaar 2026 vastgesteld op 2,29 procent. ## Hoofdstuk 2. Normen ### Artikel 4 Vervallen ### Artikel 5 Met ingang van 1 januari 2026 worden de bedragen, genoemd in artikel 3.9, tweede lid, van de WSF 2000, vastgesteld op € 23.152,70 onderscheidenlijk € 29.333,26. ### Artikel 5a **1.** Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in artikel 3.9a, onder a, van de WSF 2000, vastgesteld op € 20.750,30. **2.** Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in artikel 3.9a, onder b, van de WSF 2000, vastgesteld op € 26.289,28. ### Artikel 6 Vervallen ### Artikel 7 Met ingang van 1 januari 2026 luiden de bedragen, genoemd in de overzichten 1, 2 en 3 van artikel 3.18 van de WSF 2000, als volgt: ^1 Voor mbo-studenten die lesgeld verschuldigd zijn, wordt de maximale aanvullende beurs/lening ingevolge artikel 3.2, derde lid, van de Wet studiefinanciering 2000 vanaf 1 januari 2026 verhoogd met € 121,50 en per 1 augustus 2026 met € 125,92 per maand. ### Artikel 7a **1.** Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in artikel 3.27, tweede lid, onder a, van de WSF 2000, vastgesteld op € 96,09. **2.** Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in artikel 3.27, tweede lid, onder b, van de WSF 2000, vastgesteld op € 192,21. ### Artikel 8 Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in de artikelen 4.7, derde lid, 4.18, tweede lid, en 5.2, vierde lid, van de WSF 2000, vastgesteld op € 1.213,95. ### Artikel 8a Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in artikel 6.2a, tweede lid, van de WSF 2000, zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, van de Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs, vastgesteld op € 1.628,53. ### Artikel 8b Met ingang van 1 januari 2026 luiden de bedragen, genoemd in artikel 12.14, tweede lid, van de WSF 2000, als volgt: ### Artikel 8c Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in artikel 12.15, derde lid, van de WSF 2000, vastgesteld op € 2.167,34. ### Artikel 8d Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in artikel 12.30, derde lid, van de WSF 2000, vastgesteld op € 35,31. ## Hoofdstuk 3. Normen ### Artikel 9 Met ingang van schooljaar 2026–2027 wordt het grensbedrag draagkracht, bedoeld in artikel 2.23, tweede lid, van de WTOS, vastgesteld op € 45.686,11. ### Artikel 10 Met ingang van 1 januari 2026 wordt de hoogte van de basistoelage per kalendermaand, bedoeld in artikel 4.3 van de WTOS, als volgt vastgesteld: a. a. € 147,65 voor een thuiswonende leerling; b. b. € 344,26 voor een uitwonende leerling. ### Artikel 11 Met ingang van schooljaar 2026–2027 luiden de bedragen van de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in artikel 4.6 van de WTOS, als volgt: ### Artikel 12 Met ingang van schooljaar 2026–2027 wordt de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in artikel 5.4 van de WTOS, vastgesteld op € 959,01. ### Artikel 13 Met ingang van schooljaar 2026–2027 luiden de bedragen van de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in de overzichten 1 en 2 van artikel 5.10 van de WTOS, als volgt: ### Artikel 14 Vervallen ## Hoofdstuk 4. Normen ### Artikel 15 Met ingang van 1 januari 2026 luiden de bedragen, bedoeld in artikel 2.2 van de WSF BES, als volgt: ## Hoofdstuk 5. Wijziging bedragen in andere regelingen ### Artikel 16 Vervallen ### Artikel 17 Vervallen ### Artikel 18 Vervallen ## Hoofdstuk 6. Slotbepalingen ### Artikel 19 Vervallen ### Artikel 20 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES.