--- titel: Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer 2001 bwb_id: BWBR0013242 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2001-12-23' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0013242 citeertitel: Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer 2001 --- # Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer 2001 ### Paragraaf 1. Definities ### Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: ### Paragraaf 2. Verlening van de bijdrage ### Artikel 2 **1.** De bijdrage die jaarlijks voor de aanvang van het jaar waarop de bijdrage betrekking heeft aan een concessieverlener wordt verleend, is voor het desbetreffende jaar opgenomen in bijlage 1. De hoogte van de bijdrage is het resultaat van de berekening, bedoeld in artikel 55 van het besluit, vermeerderd met de bedragen die zijn berekend op grond van de artikelen 6 tot en met 15. **2.** Indien een besluit tot aanwijzing van een gemeente als bedoeld in artikel 39 Wet personenvervoer (Stcrt. 1997, 249) wordt ingetrokken, wordt de bijdrage van die gemeente verleend aan de provincie binnen wiens grondgebied die gemeente is gelegen. **3.** Voor de exploitatie van openbaar vervoer in de gemeente, stelt de provincie de bijdrage, bedoeld in het tweede lid, ter beschikking van die gemeente. Op de besteding van de bijdrage door de gemeente is artikel 18 van toepassing. ### Paragraaf 3. Berekening van de bijdrage ### Artikel 3 **1.** Met het oog op de berekening van de bijdrage worden jaarlijks per concessieverlener de vervoeropbrengsten vastgesteld op grond van de Regeling vervoeropbrengsten rijksbijdrage openbaar vervoer. De vervoeropbrengsten voor het desbetreffende jaar zijn opgenomen in bijlage 2. **2.** De reizigerskilometers van door of vanwege de werkgever verzorgd vervoer van werknemers als bedoeld in artikel 8 van het besluit, worden vermenigvuldigd met de in bijlage 3, onderdeel a, opgenomen omrekenfactor van reizigerskilometers naar fictieve vervoeropbrengsten, als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Regeling vervoeropbrengsten rijksbijdrage openbaar vervoer. **3.** In afwijking van het eerste lid, wordt bij de berekening van de bijdrage voor het jaar 2002 in bijlage 2 uitgegaan van de vastgestelde vervoeropbrengsten op grond van artikel 19 van de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer. ### Artikel 4 **1.** De rekenfactor, bedoeld in artikel 55 van het besluit, wordt jaarlijks berekend door de rekenfactor van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de rekenfactor betrekking heeft: a. a. te verlagen in verband met de taakstellende bezuiniging ter verbetering van de verhouding tussen de vervoeropbrengsten en de bijdrage; b. b. te verhogen of te verlagen, indien de gemiddelde landelijke tariefstijging lager respectievelijk hoger is dan de ontwikkelingen van de loonkosten en van de prijzen, bedoeld in artikel 64 van het besluit; c. c. te verlagen indien de beschikbare middelen voor de exploitatie van openbaar vervoer zoals afgeleid uit het hoofdstuk van Verkeer en Waterstaat op de rijksbegroting, ontoereikend zijn. **2.** De rekenfactor voor het desbetreffende jaar is opgenomen in bijlage 3, onderdeel b. ### Artikel 5 **1.** De kenmerken, bedoeld in artikel 56, onderdeel a, van het besluit worden per concessieverlener uitgedrukt in de componenten: a. a. dunheid en dichtheid; b. b. centrumfunctie; c. c. inwoners; d. d. oppervlakte land. **2.** De berekening van de in artikel 7 tot en met 10 gehanteerde begrippen: aantal inwoners, oppervlakte land, het aantal woningen, de omgevingsadressendichtheid en het regionaal klantenpotentieel per gemeente, vindt plaats op basis van opgave van het Centraal Bureau voor de Statistiek van gegevens zoals beschikbaar op 1 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de bijdrage betrekking heeft. ### Artikel 6 De component dunheid en dichtheid, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, wordt berekend door: a. a. de correctiefactor dunheid, bedoeld in artikel 7, eerste lid, en de correctiefactor dichtheid, bedoeld in artikel 7, tweede lid, bij elkaar op te tellen en te delen door 2. Het resultaat is de correctiefactor dunheid en dichtheid; b. b. de correctiefactor dunheid en dichtheid te vermenigvuldigen met de vervoeropbrengsten. Het resultaat wordt per concessieverlener uitgedrukt in een percentage van het totaal; c. c. het percentage per concessieverlener, bedoeld in onderdeel b, te vermenigvuldigen met de totale vervoeropbrengsten van Nederland; d. d. van de uitkomst van onderdeel c de vervoeropbrengsten per concessieverlener, af te trekken; e. e. de uitkomst van onderdeel d te vermenigvuldigen met de rekenfactor, bedoeld in artikel 4, waarbij eerst het getal 1 wordt opgeteld. ### Artikel 7 **1.** De correctiefactor dunheid wordt berekend door: a. a. het aantal inwoners te delen door de oppervlakte land: dit is de bevolkingsdichtheid land per concessieverlener. Op dezelfde wijze wordt de gemiddelde bevolkingsdichtheid van Nederland berekend; b. b. voor elk van de overheden de uitkomsten van onderdeel a de tweedemachtswortel te nemen; c. c. de uitkomsten van onderdeel b voor elke concessieverlener te vermenigvuldigen met de parameter `dunheid b1', ter waarde van 0,02; d. d. de uitkomsten van onderdeel c van het getal 1 af te trekken; e. e. bij de uitkomsten van onderdeel d de jaarlijks te berekenen parameter `dunheid b2' op te tellen. Deze parameter is afhankelijk van de waarden van het structuurkenmerk `bevolkingsdichtheid'; de parameter is opgenomen in bijlage 3, onderdeel c; **2.** De correctiefactor dichtheid wordt berekend door: a. a. de gemiddelde omgevingsadressendichtheid per concessieverlener te bepalen door per gemeente de omgevingsadressendichtheid te vermenigvuldigen met het aantal woningen en de som van de uitkomsten te delen door de som van het aantal woningen per gemeente; b. b. de omgevingsadressendichtheid per concessieverlener op te tellen bij de parameter `dichtheid', ter waarde van 15.000. Op dezelfde wijze wordt de gemiddelde omgevingsadressendichtheid van Nederland berekend; c. c. de uitkomsten van onderdeel b per concessieverlener te delen door de uitkomst van onderdeel b voor Nederland. ### Artikel 8 De component centrumfunctie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, wordt berekend door het regionaal klantenpotentieel als maat voor de centrumfunctie te verlagen met het aantal inwoners. De uitkomst hiervan, het klantensurplus, wordt vermenigvuldigd met een jaarlijks vast te stellen tarief. Het tarief voor het desbetreffende jaar is opgenomen in bijlage 3, onderdeel d. ### Artikel 9 De component inwoners, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, wordt berekend door het aantal inwoners te vermenigvuldigen met een jaarlijks vast te stellen tarief. Het tarief voor het desbetreffende jaar is opgenomen in bijlage 3, onderdeel e. ### Artikel 10 De component oppervlakte land, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel d, wordt berekend door de oppervlakte land in hectare te vermenigvuldigen met een jaarlijks vast te stellen tarief. Het tarief voor het desbetreffende jaar is opgenomen in bijlage 3, onderdeel f. ### Artikel 11 De tarieven, genoemd in de artikelen 8, 9 en10, worden jaarlijks berekend door het betreffende tarief van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop het tarief betrekking heeft: a. a. te verlagen in verband met de taakstellende bezuiniging ter verbetering van de verhouding tussen de vervoeropbrengsten en de bijdrage; b. b. te verhogen met de ontwikkelingen van de loonkosten en van de prijzen, bedoeld in artikel 64 van het besluit; c. c. te verlagen indien de beschikbare middelen voor de exploitatie van openbaar vervoer zoals afgeleid uit het hoofdstuk van Verkeer en Waterstaat op de rijksbegroting, ontoereikend zijn. ### Artikel 12 **1.** Krachtens artikel 56, onderdeel c, van het besluit worden in verband met bestaande trolley- en tramnetten jaarlijks vast te stellen forfaitaire bedragen toegekend aan Knooppunt Arnhem-Nijmegen, Regionaal Orgaan Amsterdam, Stadsgewest Haaglanden en Stadsregio Rotterdam. **2.** De bedragen worden jaarlijks berekend door het betreffende bedrag van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop het bedrag betrekking heeft: a. a. te verlagen in verband met de taakstellende bezuiniging ter verbetering van de verhouding tussen de vervoeropbrengsten en de bijdrage; b. b. te verhogen met de ontwikkelingen van de loonkosten en van de prijzen, bedoeld in artikel 64 van het besluit; c. c. te verlagen indien de beschikbare middelen voor de exploitatie van openbaar vervoer zoals afgeleid uit het hoofdstuk van Verkeer en Waterstaat op de rijksbegroting, ontoereikend zijn. **3.** De bedragen voor het desbetreffende jaar zijn opgenomen in bijlage 3, onderdeel g. ### Artikel 13 Krachtens artikel 56, onderdeel d, van het besluit worden forfaitaire bedragen in mindering gebracht bij het Regionaal Orgaan Amsterdam, Stadsgewest Haaglanden en Stadsregio Rotterdam. De bedragen voor het desbetreffende jaar zijn opgenomen in bijlage 3, onderdeel h. ### Artikel 14 **1.** Krachtens artikel 57, eerste lid, van het besluit worden in verband met de inzet van extra toezichthouders in de metro, tram of sneltram de bijdragen aan het Regionaal Orgaan Amsterdam, Stadsgewest Haaglanden, de Stadsregio Rotterdam en het Bestuur Regio Utrecht verhoogd met jaarlijks vast te stellen forfaitaire bedragen. De bedragen voor het desbetreffende jaar zijn opgenomen in bijlage 3, onderdeel i. **2.** Krachtens artikel 57, eerste lid, van het besluit worden in verband met de instandhouding van de metro-infrastructuur de bijdragen aan het Regionaal Orgaan Amsterdam en de Stadsregio Rotterdam verhoogd met jaarlijks vast te stellen forfaitaire bedragen. De bedragen voor het desbetreffende jaar zijn opgenomen in bijlage 3, onderdeel j. **3.** Krachtens artikel 57, eerste lid, van het besluit worden in verband met de overdracht van gemeenten van het Bestuur Regio Utrecht aan de provincie Utrecht de bijdrage aan de provincie Utrecht verhoogd en de bijdrage aan het Bestuur Regio Utrecht verlaagd met jaarlijks vast te stellen forfaitaire bedragen. De bedragen voor het desbetreffende jaar zijn opgenomen in bijlage 3, onderdeel k. ### Artikel 15 **1.** De bijdrage wordt vermeerderd met 6% van het deel van de bijdrage dat door de concessieverlener voor het jaar waarop de bijdrage betrekking heeft, is toegekend aan een concessiehouder indien voldaan is aan de in het vierde lid opgenomen vereisten. **2.** De bijdrage wordt vermeerderd met 6% van het deel van de bijdrage dat door de concessieverlener in het jaar waarop de bijdrage betrekking heeft, is besteed aan een persoon waarmee de concessieverlener een overeenkomst heeft gesloten voor het verrichten van personenvervoer per auto als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het besluit, indien voldaan is aan de in het vijfde lid opgenomen vereisten. **3.** De bijdrage wordt vermeerderd met 6% van het deel van de bijdrage dat door de concessieverlener in het jaar waarop de bijdrage betrekking heeft, is besteed aan een persoon waarmee de concessieverlener een overeenkomst heeft gesloten voor het verrichten van personenvervoer per passagiersschip als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het besluit, indien voldaan is aan de in het vijfde lid opgenomen vereisten. **4.** De vereisten, bedoeld in het eerste lid zijn dat: a. a. de inspecteur van de rijksbelastingdienst, die bevoegd is voor de heffing van de omzetbelasting ten aanzien van de concessiehouder, heeft besloten dat over de op basis van de concessie te ontvangen subsidie, omzetbelasting verschuldigd is; en b. b. de inspecteur, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet op het BTW-compensatiefonds, heeft besloten dat de concessieverlener voor de omzetbelasting, in onderdeel a, geen recht heeft op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds. **5.** De vereisten, bedoeld in het tweede en derde lid zijn dat: a. a. de inspecteur van de rijksbelastingdienst, die bevoegd is voor de heffing van de omzetbelasting ten aanzien van de persoon, bedoeld in het tweede lid en derde lid, heeft besloten dat over het op basis van de overeenkomst met de concessieverlener te ontvangen bedrag omzetbelasting is verschuldigd; en b. b. de inspecteur, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet op het BTW-compensatiefonds, heeft besloten dat de concessieverlener voor de omzetbelasting, bedoeld in onderdeel a, geen recht heeft op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds. **6.** De toepassing van artikel 2, tiende lid, van de Wet op het BTW-compensatiefonds, blijft ten aanzien van het eerste tot en met vijfde lid buiten aanmerking. ### Paragraaf 4. Vaststelling van de bijdrage ### Artikel 16 De minister stelt de bijdrage uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de bijdrage betrekking heeft ambtshalve vast. Indien de beschikking tot vaststelling van de bijdrage niet voor 1 juli kan worden gegeven, stelt de minister de concessieverlener daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien. ### Artikel 17 Bij het gewijzigd vaststellen van de bijdrage, bedoeld in artikel 64 van het besluit, wordt 65% van de bijdrage aangemerkt als loongevoelig, en 35% als prijsgevoelig. ### Paragraaf 5. Besteding van de bijdrage ### Artikel 18 **1.** De bijdrage kan uitsluitend worden besteed aan: a. a. activiteiten van concessiehouders die leiden tot kosten, toe te rekenen aan openbaar vervoer; b. b. activiteiten verricht door medewerkers van concessieverleners, voor zover deze direct betrekking hebben op het openbaar vervoer; c. c. maatregelen ten behoeve van projecten sociale veiligheid en toegankelijkheid; d. d. investeringen in infrastructuur ten behoeve van openbaar vervoer; e. e. onderhoud en instandhouding van lokale en regionale (rail)infrastructuur voor tram, metro, sneltram en (trolley)bus; f. f. reservering voor openbaar vervoer, met inbegrip van de wettelijke rente minus 4% over het positieve saldo van de reserve op 1 januari van het jaar waarop de rijksbijdrage betrekking heeft. **2.** De bijdrage kan tevens worden besteed aan: a. a. vormen van vervoer waarvoor op grond van artikel 2, tweede lid, van de Wet personenvervoer 2000 de artikelen met betrekking tot het verlenen van een bijdrage voor exploitatie van openbaar vervoer van toepassing zijn. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing; b. b. vormen van vervoer waarvoor op grond van een experiment als bedoeld in artikel 3 van de Wet personenvervoer 2000 een bijdrage voor exploitatie van openbaar vervoer is verstrekt. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing. **3.** De per concessieverlener geoormerkte bijdragen worden uitsluitend aangewend voor de doelen waarvoor zij zijn verleend. Reservering van de geoormerkte bijdrage voor de verbetering van de sociale veiligheid kan plaatsvinden, waarbij de reserve aan het eind van het jaar niet groter mag zijn dan de bijdrage in dat jaar, of indien deze bijdrage lager is dan € 25.000,– niet groter dan het totaal van deze bijdragen in het lopende en het voorafgaande jaar, tenzij de reservering bestemd is voor de aanschaf van duurzame productiemiddelen.. ### Paragraaf 6. Verantwoording van de besteding van de bijdrage ### Artikel 19 **1.** De verantwoording van de gegevens, bedoeld in artikel 68, onderdeel b, van het besluit, geschiedt overeenkomstig het in bijlage 4 opgenomen model. **2.** De in het eerste lid bedoelde gegevens gaan vergezeld van een verklaring als bedoeld in artikel 70 van het besluit, die is opgesteld met inachtneming van het controleprotocol zoals opgenomen in bijlage 5. **3.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden, vergezeld van de verklaring, bedoeld in het tweede lid, vóór 1 oktober van het jaar volgend op het kalenderjaar waar waarop zij betrekking hebben, bij de minister ingediend. Indien de termijn van indiening wordt overschreden, kan de minister besluiten tot het in mindering brengen van een bedrag op de bijdrage aan betrokken concessieverlener voor een van de eerstvolgende jaren. ### Paragraaf 7. Slotbepalingen ### Artikel 20 **1.** De Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de verantwoording van de bijdrage voor de jaren tot en met het jaar 2001, alsmede de rechtsgedingen die daarop betrekking hebben. **2.** In afwijking van het eerste lid, blijven de artikelen 16 tot en met 19 van de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer van toepassing op de vaststelling van de vervoeropbrengsten voor de berekening van de bijdrage voor het jaar 2002 met dien verstande dat in artikel 16, eerste lid, onderdeel a, onder 1§, `'NS Reizigers BV'' wordt vervangen door: de treindiensten. ### Artikel 21 In artikel 2, onderdeel a, van de Regeling vervoeropbrengsten rijksbijdrage openbaar vervoer wordt `'berekend op grond van artikel 16, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer'' vervangen door: berekend op grond van artikel 3, tweede lid, van de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer 2001. ### Artikel 22 De Regeling experiment meerjarenafspraken openbaar vervoer 2000 wordt als volgt gewijzigd: A. A. In artikel 3, eerste lid, wordt `'artikel 7 van de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer'' vervangen door: artikel 5 van de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer 2001. B. B. Artikel 7 komt te luiden: Artikel 7 De Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer 2001 is niet van toepassing, met uitzondering van de artikelen 1, 3, 16, 17 en 19. ### Artikel 23 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. ### Artikel 24 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer 2001 ## Bijlage 1. behorende bij de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer 2001 ## Bijlage 2. behorende bij de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer 2001 ## Bijlage 3. behorende bij de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer 2001 ## Bijlage 4. behorende bij de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer 2001 Verantwoording inzake de besteding van de ontvangen bijdrage voor de exploitatie van openbaar vervoer in 2004 van [naam concessieverlener]. *[afbeelding]* Ondertekening concessieverlener: Waarmerking accountant: *[afbeelding]* *[afbeelding]* *[afbeelding]* Ondertekening concessieverlener: Waarmerking accountant: ## Bijlage 5. Controleprotocol