--- titel: Regeling specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren bwb_id: BWBR0049033 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2024-12-09' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0049033 citeertitel: Regeling specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren --- # Regeling specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren ### Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: - *alternatieve verblijfplaats:* een plaats die geschikt is voor verblijf door een beschermde diersoort, die is ingericht ter vervanging van een plaats geschikt voor verblijf door een beschermde diersoort die door verduurzaming van een gebouw ongeschikt is geworden of zal worden; a. *beschermde diersoorten:* in het wild levende: a. dieren van soorten, genoemd in: 1°. bijlage IV bij Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG 1992, L 206); 2°. bijlage II van het op 19 september 1979 te Bern tot stand gekomen Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijke leefmilieus (Trb. 1980, 60); 3°. bijlage I bij het op 23 juni 1979 te Bonn tot stand gekomen Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten (Trb. 1980, 145); 4°. onderdeel A van de bijlage bij de Wet natuurbescherming, bedoeld in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming; of 5°. onderdeel A van bijlage IX bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bedoeld in artikel 11.54, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving; of b. vogelsoorten, als bedoeld in artikel 1 van Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010, L 20). a. a. dieren van soorten, genoemd in: 1°. bijlage IV bij Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG 1992, L 206); 2°. bijlage II van het op 19 september 1979 te Bern tot stand gekomen Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijke leefmilieus (Trb. 1980, 60); 3°. bijlage I bij het op 23 juni 1979 te Bonn tot stand gekomen Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten (Trb. 1980, 145); 4°. onderdeel A van de bijlage bij de Wet natuurbescherming, bedoeld in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming; of 5°. onderdeel A van bijlage IX bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bedoeld in artikel 11.54, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving; of 1°. 1°. bijlage IV bij Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG 1992, L 206); 2°. 2°. bijlage II van het op 19 september 1979 te Bern tot stand gekomen Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijke leefmilieus (Trb. 1980, 60); 3°. 3°. bijlage I bij het op 23 juni 1979 te Bonn tot stand gekomen Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten (Trb. 1980, 145); 4°. 4°. onderdeel A van de bijlage bij de Wet natuurbescherming, bedoeld in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming; of 5°. 5°. onderdeel A van bijlage IX bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bedoeld in artikel 11.54, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving; of b. b. vogelsoorten, als bedoeld in artikel 1 van Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010, L 20). - *soortenmanagementplan:* een beleidsplan gericht op het versterken van de staat van instandhouding van beschermde diersoorten binnen een gemeente of enkele gemeenten, berustend op ecologisch onderzoek, dat wordt opgesteld met als doel het dienen als onderbouwing voor het aanvragen van een ontheffing, vergunning of vrijstelling van een verbod ten aanzien van beschermde diersoorten, als bedoeld in artikel 3.3, 3.8 en artikel 3.10, tweede lid, van de Wet natuurbescherming en artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g van de Omgevingswet, dan wel ten aanzien van hun voorplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren, ter versnelling van de energiebesparende isolatie van de thermische schil van gebouwen in de gebouwde omgeving; - *Minister:* Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. ### Artikel 2 De minister verstrekt aan de provincie een specifieke uitkering ter bevordering van: a. a. het adviseren van gemeenten over en ondersteunen van gemeenten bij het opstellen, voorbereiden, implementeren en monitoren van soortenmanagementplannen; b. b. het inrichten van alternatieve verblijfplaatsen; c. c. het beoordelen van ontheffingen, vergunningen of vrijstellingen die worden onderbouwd met een soortenmanagementplan, met als doel het versnellen van de energiebesparende isolatie van gebouwen in de gebouwde omgeving; en d. d. het toezichthouden op en handhaven van voorschriften ter bescherming van beschermde diersoorten, in zoverre dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de energiebesparende isolatie van de thermische schil van gebouwen in de gebouwde omgeving. ### Artikel 3 **1.** De specifiek uitkering bedraagt in 2023 exclusief btw voor de provincie: a. a. Groningen: € 1.617.470; b. b. Fryslân: € 2.109.585; c. c. Drenthe: € 1.556.890; d. d. Overijssel: € 3.205.584; e. e. Flevoland: € 777.480; f. f. Gelderland: € 6.034.523; g. g. Utrecht: € 3.459.343; h. h. Noord-Holland: € 7.023.834; i. i. Zuid-Holland: € 8.637.156; j. j. Zeeland: € 1.429.871; k. k. Noord-Brabant: € 7.369.130; en l. l. Limburg: € 3.839.753. **2.** De specifieke uitkering bedraagt in 2024 exclusief btw voor de provincie: a. a. Groningen: € 1.968.918; b. b. Fryslân: € 2.660.544; c. c. Drenthe: € 1.946.228; d. d. Overijssel: € 3.620.557; e. e. Flevoland: € 979.648; f. f. Gelderland: € 6.651.783; g. g. Utrecht: € 3.552.814; h. h. Noord-Holland: € 7.108.109; i. i. Zuid-Holland: € 8.591.066; j. j. Zeeland: € 1.706.928; k. k. Noord-Brabant: € 7.844.810; en l. l. Limburg: € 4.098.777. **3.** De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW verschuldigd over kosten voor de activiteiten bedoeld in artikel 2 voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds. ### Artikel 4 **1.** De Minister verleent bij het besluit tot verlening van de specifieke uitkering een voorschot van 100 procent dat in één keer wordt uitbetaald. **2.** De uitkeringsbeschikking vermeldt in elk geval: a. a. het totale bedrag van de uitkering; b. b. het moment van uitbetaling van de uitkering; c. c. de periode waarbinnen de uitkering moet zijn besteed en de activiteiten moeten zijn afgerond; en d. d. het ingeschatte bedrag dat de provincie aan BTW verschuldigd zal zijn. ### Artikel 5 **1.** Gedeputeerde staten besteden het voor die provincie in de derde kolom van de tabel in bijlage I opgenomen bedrag voor de verdeling middelen voor ondersteunende taken provincies uiterlijk 31 december 2030 aan: a. a. het adviseren van gemeenten over het soortenmanagementplan; b. b. het beoordelen van aanvragen van gemeenten van ontheffingen, vergunningen of vrijstellingen die worden onderbouwd met een soortenmanagementplan; c. c. het realiseren of financieren van alternatieve verblijfplaatsen; d. d. het toezichthouden op en handhaven van voorschriften ter bescherming van beschermde diersoorten, in zoverre dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de energiebesparende isolatie van de thermische schil van gebouwen in de gebouwde omgeving; of e. e. alle kosten die direct samenhangen met de activiteiten, bedoeld in artikel 2. **2.** Gedeputeerde staten besteden ten minste van het voor die provincie in de derde kolom van de tabel in bijlage I opgenomen totale bedrag voor de verdeling van middelen voor ondersteunende taken van provincies, het voor die provincie in bijlage III opgenomen bedrag aan de activiteiten genoemd in het eerste lid, onderdeel c. **3.** Gedeputeerde staten verstrekken uiterlijk 1 juli 2028 het voor die provincie in de tweede kolom van de tabel in bijlage I voor de verdeling van middelen ter verstrekking aan gemeenten voor soortenmanagementplannen opgenomen bedrag aan een deel van de gemeentes binnen hun provincie ten behoeve van activiteiten die gericht zijn op het voorbereiden, opstellen, implementeren of monitoren van soortenmanagementplannen, op een manier die naar hun oordeel bijdraagt aan een doelmatige versnelling van de isolatie van gebouwen. **4.** Wanneer gedeputeerde staten op grond van het derde lid een bedrag verstrekken aan een gemeente, dan verstrekken zij het voor die gemeente in bijlage II opgenomen bedrag. **5.** Middelen die door gedeputeerde staten worden verstrekt aan gemeenten dienen uiterlijk 31 december 2030 door gemeenten te zijn besteed. **6.** Gedeputeerde staten besteden de specifieke uitkering alleen aan activiteiten die na 1 januari 2021 zijn gestart. **7.** In afwijking van het vierde lid, kunnen gedeputeerde staten een lager bedrag, dan het voor die gemeente in bijlage II opgenomen bedrag, op grond van het derde lid aan een gemeente verstrekken, indien de op het moment van verstrekking te verwachten werkelijke kosten lager liggen dan het voor die gemeente in bijlage II opgenomen bedrag. **8.** Indien gedeputeerde staten op grond van het zevende lid een lager bedrag verstrekken dan het bedrag opgenomen in bijlage II, dan kunnen zij het verschil tussen het verstrekte bedrag en het voor die gemeente in bijlage II opgenomen bedrag verstrekken aan een andere gemeente, of andere gemeentes, voor activiteiten als bedoeld in het derde lid, op een wijze die naar opvatting van gedeputeerde staten bijdraagt aan een doelmatige versnelling van de isolatie van gebouwen, ook als daarmee in totaal een ander bedrag wordt verstrekt dan het voor die andere gemeente, of andere gemeentes, in bijlage II opgenomen bedrag. ### Artikel 6 **1.** Gedeputeerde staten informeren de Minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt. **2.** Gedeputeerde staten verlenen op verzoek van de Minister medewerking en verstrekken op verzoek van de Minister informatie ten behoeve van de voortgang en evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt. **3.** Gedeputeerde staten informeren de Minister, in het jaar dat de provincie de in artikel 7, tweede lid, bedoelde eindverantwoording aan de Minister heeft verstrekt, over het aantal gemeenten dat de middelen heeft ontvangen voor het opstellen dan wel het uitvoeren van het soortenmanagementplan. ### Artikel 7 **1.** Gedeputeerde staten leggen verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet. **2.** Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, blijkt dat de specifieke uitkering niet volledig of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de Minister worden teruggevorderd. De Minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan gedeputeerde staten. **3.** De Minister stelt de specifieke uitkering vast uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de gedeputeerde staten, op de in het eerste lid bedoelde wijze, de eindverantwoording aan de Minister hebben verstrekt. ### Artikel 8 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2032, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verstrekt. ### Artikel 9 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren. ## Bijlage I. met de bedragen als bedoeld in ## Bijlage II. met de bedragen als bedoeld in De bedragen exclusief btw die gemeenten ontvangen, indien zij door de gedeputeerde staten zijn geselecteerd voor een verstrekking: ## Bijlage III. met de bedragen als bedoeld in Het gedeelte van de bedragen exclusief btw die provincies ontvangen voor ondersteunende taken, dat provincies ten minste moeten besteden aan het realiseren of financieren van alternatieve verblijfplaatsen: