--- titel: Regeling SUWI bwb_id: BWBR0013280 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2022-03-15' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0013280 citeertitel: Regeling SUWI --- # Regeling SUWI ## Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen ### Artikel 1.1 In deze regeling wordt verstaan onder: - * basisgegevens: * gegevens die in een al dan niet door de minister gedefinieerde vorm beschikbaar zijn bij het UWV en de SVB; - *BIDN:* het Bureau Informatiediensten Nederland, genoemd in artikel 1, onderdeel m, van de Wet SUWI; - *melding:* de melding, bedoeld in artikel 44, tweede lid, van de Participatiewet, artikel 16a, tweede lid, van de IOAW of artikel 16a, tweede lid, van de IOAZ; - * minister:* de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; - * TW:* de Toeslagenwet; - * Wajong:* Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten; - * WIA:* Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; ### Artikel 1.2 **1.** De SVB heeft haar zetel te Amstelveen. **2.** Het UWV heeft zijn zetel te Amsterdam. ### Artikel 1.3 Vervallen ### Artikel 1.4 Besluiten van het UWV en de SVB, a. a. tot het verwerven en vervreemden van eigendom van registergoederen die afzonderlijk een bedrag van € 250.000,– niet te boven gaan; b. b. tot het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot huur of verhuur van registergoederen die afzonderlijk een bedrag op jaarbasis van € 1.000.000,– niet te boven gaan; behoeven niet de voorafgaande instemming van de minister, bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de Wet SUWI. ### Artikel 1.5 **1.** De verwerking van gegevens door het UWV en de SVB bij de uitvoering van andere werkzaamheden, bedoeld in artikel 73a, eerste lid, van de Wet SUWI, vindt uitsluitend plaats indien: a. a. de gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die andere dan wettelijke taken; b. b. de gegevens systematisch worden verwerkt; en c. c. de gegevens, en de wijze van verwerking daarvan, zijn omschreven in de overeenkomst op grond waarvan de andere dan wettelijke taken worden verricht. **2.** De gegevensverstrekking door het UWV en de SVB aan derden, bedoeld in artikel 73a, tweede lid, van de Wet SUWI, geschiedt slechts indien de gegevens systematisch worden verstrekt. **3.** Bij het verstrekken van gegevens op verzoek aan een derde, bedoeld in artikel 73a, tweede lid, van de Wet SUWI, brengen het UWV en de SVB de kosten van die verstrekking in rekening aan die derde. ### Artikel 1.6 Het UWV en de SVB brengen voor het verrichten van andere werkzaamheden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet SUWI, zodanige prijzen in rekening aan de opdrachtgever dat valt aan te nemen dat, gerekend over het desbetreffende jaar, alle directe en indirecte aan die andere taken toe te rekenen lasten door de te verwachten baten zijn gedekt. ### Artikel 1.7 De minister wijst een rechtspersoon aan waar het secretariaat van de landelijke cliëntenraad, bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Wet SUWI, wordt ondergebracht. ### Artikel 1.8 De centrumgemeenten, bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, van het Besluit SUWI zijn: – – Alkmaar (arbeidsmarktregio Noord-Holland Noord); – – Almere (arbeidsmarktregio Flevoland); – – Amersfoort (arbeidsmarktregio Amersfoort); – – Amsterdam (arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam); – – Apeldoorn (arbeidsmarktregio Stedendriehoek en Noordwest Veluwe); – – Arnhem (arbeidsmarktregio Midden-Gelderland); – – Breda (arbeidsmarktregio West-Brabant); – – Den Bosch (arbeidsmarktregio Noordoost-Brabant); – – Den Haag (arbeidsmarktregio Haaglanden); – – Doetinchem (arbeidsmarktregio Achterhoek); – – Dordrecht (arbeidsmarktregio Drechtsteden); – – Ede (arbeidsmarktregio Foodvalley); – – Eindhoven (arbeidsmarktregio Zuidoost-Brabant); – – Emmen (arbeidsmarktregio Drenthe); – – Enschede (arbeidsmarktregio Twente); – – Goes (arbeidsmarktregio Zeeland); – – Gorinchem (arbeidsmarktregio Gorinchem); – – Gouda (arbeidsmarktregio Midden-Holland); – – Groningen (arbeidsmarktregio Groningen); – – Haarlem (arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond); – – Heerlen (arbeidsmarktregio Zuid-Limburg); – – Helmond (arbeidsmarktregio Helmond-De Peel); – – Hilversum (arbeidsmarktregio Gooi en Vechtstreek); – – Leeuwarden (arbeidsmarktregio Friesland); – – Leiden (arbeidsmarktregio Holland Rijnland); – – Nijmegen (arbeidsmarktregio Rijk van Nijmegen); – – Roermond (arbeidsmarktregio Midden-Limburg); – – Rotterdam (arbeidsmarktregio Rijnmond); – – Tiel (arbeidsmarktregio Rivierenland); – – Tilburg (arbeidsmarktregio Midden-Brabant); – – Utrecht (arbeidsmarktregio Midden-Utrecht); – – Venlo (arbeidsmarktregio Noord-Limburg); – – Zaanstad (arbeidsmarktregio Zaanstreek/Waterland); – – Zoetermeer (arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal); – – Zwolle (arbeidsmarktregio Zwolle). ## Hoofdstuk 2. Landelijke cliëntenraad ### Artikel 2.1 **1.** De minister stelt jaarlijks voor 1 december de omvang van de middelen van de landelijke cliëntenraad als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Wet SUWI, vast aan de hand van een jaarplan met begroting. **2.** Deze middelen zijn bestemd voor: a. a. de kosten van het secretariaat en ondersteuning van de landelijke cliëntenraad; b. b. de kosten ten behoeve van leden van de landelijke cliëntenraad en in verband met de taakuitoefening door de raad; c. c. kosten in verband met in het jaarplan opgenomen onderzoeken naar cliëntenparticipatie in het domein van werk en inkomen en activiteiten ter bevordering van deze cliëntenparticipatie. **3.** De minister kan toestaan, dat de middelen worden aangewend voor meer activiteiten dan in het jaarplan met begroting zijn opgenomen. **4.** De minister kan besluiten de omvang van de middelen te wijzigen. **5.** Ten behoeve van de landelijke cliëntenraad worden geen verplichtingen aangegaan en geen uitgaven gedaan die leiden tot overschrijding van de vastgestelde middelen. ### Artikel 2.2 **1.** Elk jaar wordt ten behoeve van het beschikbaar stellen van de middelen voor de landelijke cliëntenraad voor 1 juli van het jaar voorafgaande aan het begrotingsjaar een beknopt concept jaarplan met een globale begroting en voor 1 oktober van dat jaar een jaarplan met begroting en een voorstel voor de hoogte van de twee voorschotten, ingediend. **2.** De middelen worden in twee delen bij wijze van voorschot betaald: de eerste termijn op of omstreeks 10 januari van het jaar waarop de middelen betrekking hebben, en op of omstreeks 1 juli het restant. **3.** Uiterlijk 15 maart van het jaar volgend op het jaar waarop het jaarverslag betrekking heeft, wordt aan de minister een jaarverslag van de landelijke cliëntenraad voorzien van jaarrekening met controleverklaring gezonden. **4.** De controleverklaring wordt verzorgd door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. **5.** De minister stelt de definitieve middelen voor het jaar waarover verantwoording is afgelegd vast. ## Hoofdstuk 3. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ### Paragraaf 3.1. Melding arbeidsongeschiktheid aan pensioenuitvoerder ### Artikel 3.1 **1.** De melding, bedoeld in artikel 37 van de Pensioenwet en artikel 45 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, van de arbeidsongeschiktheid van deelnemers, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet en artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, door het UWV aan een pensioenuitvoerder, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet en artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, betreft de verwerking van gegevens over de aanvraag voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsuitkering, waarbij: a. a. een pensioenuitvoerder een bestand van deelnemers en gewezen deelnemers verstrekt aan het UWV; b. b. het UWV de gegevens van de deelnemers en de gewezen deelnemers in verband brengt met gegevens van personen die een arbeidsongeschiktheidsuitkering van het UWV hebben aangevraagd; c. c. het UWV de gegevens van deelnemers en gewezen deelnemers naar aanleiding van een aanvraag voor een uitkering op grond van de in de aanhef genoemde arbeidsongeschiktheidsverzekeringswetten verstrekt aan een pensioenuitvoerder. **2.** Het UWV verstrekt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, aan de pensioenuitvoerder door middel van een daarvoor door het UWV ingerichte elektronische voorziening. **3.** Voor de levering van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, brengt het UWV geen kosten in rekening bij de pensioenuitvoerder. ### Artikel 3.2 **1.** De pensioenuitvoerder verwerkt de gegevens van de melding uitsluitend voor de uitvoering van de pensioenregeling of beroepspensioenregeling. **2.** Indien de pensioenuitvoerder de werkzaamheden uitbesteedt als bedoeld in artikel 34 van de Pensioenwet en artikel 43 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en deze uitbesteding inhoudt, dat de daar genoemde derde bewerker is in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens voor de pensioenuitvoerder, verstrekt het UWV de gegevens aan deze derde. **3.** Het UWV overlegt over de inrichting van de elektronische voorziening, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, met een vertegenwoordiging van de pensioenuitvoerders. ### Paragraaf 3.1a. Gegevensverstrekking ten behoeve van basisregistratie personen ### Artikel 3.3 **1.** Op verzoek van een college van burgemeester en wethouders verstrekt het UWV aan de hand van het meegeleverde burgerservicenummer en aanvullende identificerende gegevens adresgegevens als bedoeld in artikel 5.9, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit SUWI, die het UWV verwerkt in de polisadministratie, bedoeld in artikel 33 van de Wet SUWI. **2.** De adresgegevens, bedoeld in het eerste lid, die door het UWV worden verstrekt betreffen de in Bijlage I bij het Besluit SUWI onder Straatadres Nederland tot en met Straatadres buitenland genoemde gegevens. **3.** Het UWV verstrekt de gegevens, bedoeld in het tweede lid, op de door het college van burgemeester en wethouders bij het verzoek aangegeven wijze of verwerkt die gegevens in het kader van de gezamenlijke elektronische voorzieningen SUWI. **4.** Het UWV en de colleges van burgemeester en wethouders verwerken de adresgegevens, bedoeld in eerste en tweede lid, in het kader van de gezamenlijke elektronische voorzieningen SUWI op de wijze, bedoeld in artikel 6.2, 6.3 en 6.4. **5.** Het UWV bepaalt bij de uitvoering van taken als bedoeld in artikel 5.21, eerste en tweede lid, van het Besluit SUWI, op welke wijze bij de toepassing van het vierde lid, inhoud wordt gegeven aan de gegevensverwerking op grond van dit artikel. **6.** Het UWV verstrekt de gegevens, bedoeld in het tweede lid, zonder gebruikmaking van de gezamenlijke elektronische voorzieningen, maximaal vier maal in een kalenderjaar aan het zelfde college van burgemeester en wethouders. **7.** Onverminderd het vierde lid beëindigt het UWV de gegevensverwerking op grond van dit artikel, indien het college van burgemeester en wethouders de gegevens voor een ander doel dan het doel, genoemd in artikel 5.9, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit SUWI gebruikt. ### Paragraaf 3.1b. Gegevensverstrekking aan uitvoerders van private aanvullingsregelingen ### Artikel 3.3a Indien het UWV gegevens verstrekt aan derden als bedoeld in artikel 73, tweede lid, van de Wet SUWI, brengt het UWV deze derden ter zake van deze gegevenslevering kosten in rekening volgens door het UWV vastgestelde en voor aanvang van het kalenderjaar gepubliceerde tarieven. Het UWV kan bij de vaststelling van tarieven rekening houden met kosten voor ontwikkeling van systemen voor de verstrekking van gegevens, kosten voor aansluiting van ontvangers van de gegevens op systemen van het UWV en kosten per verstrekking. ### Paragraaf 3.2. Verzekerdenadministratie UWV ### Artikel 3.4 In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. a. arbeidsverhouding: de rechtsbetrekking tussen een werkgever en een natuurlijk persoon, krachtens welke deze persoon verplicht is, arbeid te verrichten voor die werkgever; b. b. jaaropgave: de jaaropgave, bedoeld in artikel 8 van het Loonadministratiebesluit; c. c. melding sociale verzekeringen: de melding sociale verzekeringen, bedoeld in de artikelen 1 en 4 van het Besluit melding sociale verzekeringen; d. d. uitkeringsgerechtigde: verzekerde die recht heeft op een uitkering of arbeidsondersteuning krachtens de Ziektewet, de WW, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wajong, TW of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen; e. e. uitkeringsverhouding: de rechtsbetrekking ter zake van een recht op uitkering of arbeidsondersteuning krachtens de Ziektewet, de WW, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wajong, de TW of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, tussen een uitkeringsgerechtigde en het UWV; f. f. verzekerde: 1°. de werknemer in de zin van de werknemersverzekeringen, of 2°. degene, die door het UWV als verzekerde wordt beschouwd, dan wel belanghebbende is in de zin van artikel 1 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen. 1°. 1°. de werknemer in de zin van de werknemersverzekeringen, of 2°. 2°. degene, die door het UWV als verzekerde wordt beschouwd, dan wel belanghebbende is in de zin van artikel 1 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen. g. g. verzekerdenadministratie: een systeem, dan wel een geheel van systemen of delen daarvan, door middel waarvan de in deze regeling gedefinieerde gegevens van verzekerden op systematische wijze worden vastgelegd om te kunnen worden geraadpleegd, uitgewisseld en samengevoegd en in onderling verband te kunnen worden gebracht, dat door het UWV wordt beheerd als bedoeld in artikel 33, tweede lid, van de Wet SUWI, zoals die bepaling luidde op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van artikel 5 van de Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen; h. h. verzekeringsverhouding: de rechtsbetrekking ter zake van een wettelijke verzekering als bedoeld in artikel 30 van de Wet SUWI, dan wel op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, tussen een verzekerde en het UWV waarbij hij geregistreerd is als verzekerde; i. i. code SZ: een aanduiding waarmee de wet, op grond waarvan de verzekerings- of uitkeringsverhouding bestaat, wordt aangegeven; j. j. overwerk: arbeid verricht buiten de voor de betrokkene vastgestelde dagelijkse werktijd, voorzover daardoor deze werktijd wordt overschreden; k. k. feestdag: Nieuwjaarsdag, Eerste en Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Eerste en Tweede Pinksterdag en Eerste en Tweede Kerstdag. ### Artikel 3.5 **1.** Ten behoeve van de uitvoering van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen en de wettelijke regelingen, bedoeld in artikel 30 van de Wet SUWI, worden in de verzekerdenadministratie ten aanzien van elke verzekerde ten minste de volgende gegevens door het UWV vastgelegd: a. a. persoonsgegeven: burgerservicenummer; b. b. werkgeversgegeven: aansluitingsnummer; c. c. gegevens van de arbeidsverhouding: 1º. datum aanvang arbeidsverhouding; 2º. datum einde arbeidsverhouding; 1º. 1º. datum aanvang arbeidsverhouding; 2º. 2º. datum einde arbeidsverhouding; d. d. gegevens van de verzekeringsverhouding: 1º. datum aanvang verzekeringsverhouding; 2º. datum einde verzekeringsverhouding; 3º. code SZ verzekeringsverhouding; 1º. 1º. datum aanvang verzekeringsverhouding; 2º. 2º. datum einde verzekeringsverhouding; 3º. 3º. code SZ verzekeringsverhouding; e. e. gegevens van de uitkeringsverhouding: 1º. datum aanvang uitkeringsverhouding; 2º. datum einde uitkeringsverhouding; 3º. code SZ uitkeringsverhouding. 1º. 1º. datum aanvang uitkeringsverhouding; 2º. 2º. datum einde uitkeringsverhouding; 3º. 3º. code SZ uitkeringsverhouding. **2.** In de verzekerdenadministratie kunnen door het UWV andere dan de in het eerste lid genoemde gegevens worden vastgelegd als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. a. de additionele gegevens die in de verzekerdenadministratie worden vastgelegd zijn actueel en betrouwbaar; b. b. de vastlegging van de additionele gegevens staat een toekomstige uitbreiding van de in het eerste lid genoemde gegevens niet in de weg. ### Artikel 3.6 **1.** Tussen de in de verzekerdenadministratie opgenomen gegevens moeten ten minste zodanige verbanden kunnen worden gelegd, dat vastgesteld kan worden: a. a. per verzekerde: welke verzekerings-, arbeids- en uitkeringsverhoudingen van hem zijn geregistreerd en op welke periode deze betrekking hebben; b. b. per arbeidsverhouding: op welke verzekerde en op welke werkgever die arbeidsverhouding betrekking heeft; c. c. per verzekeringsverhouding: 1º. op welke verzekerde de verzekeringsverhouding betrekking heeft; 2º. op welke wet de verzekeringsverhouding berust; 1º. 1º. op welke verzekerde de verzekeringsverhouding betrekking heeft; 2º. 2º. op welke wet de verzekeringsverhouding berust; d. d. per uitkeringsverhouding: 1º. op welke uitkeringsgerechtigde de uitkeringsverhouding betrekking heeft; 2º. op welke wet de uitkeringsverhouding berust. 1º. 1º. op welke uitkeringsgerechtigde de uitkeringsverhouding betrekking heeft; 2º. 2º. op welke wet de uitkeringsverhouding berust. **2.** Het leggen van een verband met een wet gebeurt door aanduiding van de desbetreffende wet met de code SZ-wet. ### Artikel 3.7 **1.** Het UWV houdt de gegevens bedoeld in artikel 3.5, onderdelen a tot en met e, gedurende ten minste vijf kalenderjaren na het jaar waarin deze gegevens zijn opgenomen, beschikbaar ten behoeve van raadplegingen. **2.** Vanaf het moment dat een verzekerde de leeftijd van 65 jaar bereikt of voor het bereiken van die leeftijd overlijdt, worden de hem betreffende, in de verzekerdenadministratie opgenomen gegevens, gedurende vijf jaren te rekenen vanaf dat moment door het UWV bewaard. ### Artikel 3.8 **1.** Het UWV baseert de vulling en het onderhoud van de verzekerdenadministratie op ontvangst, verificatie en verwerking van onder meer de volgende berichten en gegevensstromen: a. a. de melding sociale verzekering; b. b. een mededeling als bedoeld in artikel 59 van de Wet SUWI, zoals die bepaling luidde op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van artikel 5 van de Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen; c. c. een schriftelijk verzoek, afkomstig van de verzekerde, tot verbetering, aanvulling of verwijdering van hem betreffende gegevens; d. d. gegevensverstrekking door de verzekerde naar aanleiding van een aanvraag voor een uitkering; e. e. de jaaropgave; f. f. verificatieberichten; g. g. informatie uit hoofde van een door het UWV verrichte looncontrole of fraude-onderzoek. **2.** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid vindt de vastlegging van een arbeidsverhouding en verzekeringsverhouding door middel van de berichten bedoeld in de onderdelen b tot en met d en f van het eerste lid plaats zodra het bestaan van de arbeidsverhouding en verzekeringsverhouding wordt aangetoond. **3.** De in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, bedoelde berichten en gegevensstromen worden bewaard voor een periode van ten minste 5 jaren na afloop van het kalenderjaar waarin de gegevens in de verzekerdenadministratie zijn verwerkt. ### Artikel 3.9 **1.** Na ontvangst van de melding sociale verzekering verwerkt het UWV de daaraan te ontlenen gegevens binnen een week in de verzekerdenadministratie. **2.** Na ontvangst van de jaaropgave verwerkt het UWV de daaraan te ontlenen gegevens binnen zesentwintig weken in de verzekerdenadministratie. ### Artikel 3.10 **1.** Het UWV verifieert de in het tweede lid genoemde gegevens bij de authentieke bron bij de eerste opname van gegevens over de verzekerde in de verzekerdenadministratie en vervolgens, indien daartoe aanleiding is. **2.** Voor de in artikel 3.5 bedoelde gegevens gelden als authentieke bron: a. a. burgerservicenummer: de beheersvoorziening BSN; b. b. gegevens van de arbeidsverhouding: de administratie van de werkgever. **3.** Voor de in artikel 3.5 genoemde gegevens waarvoor in het tweede lid geen persoon of instelling als authentieke bron is aangemerkt, geldt als authentieke bron het UWV. **4.** De verificatie bij eerste opname van gegevens over de verzekerde vindt plaats binnen vier weken na ontvangst van die gegevens. ### Artikel 3.11 **1.** Het UWV houdt in het belang van de gegevensuitwisseling die noodzakelijk is voor de uitvoering van de in artikel 30 Wet SUWI genoemde wetten een gemeenschappelijke verwijsindex op de verzekerdenadministratie in stand. **2.** Van de verzekerde, met wie het UWV een verzekeringsverhouding of een uitkeringsverhouding heeft, worden in de gemeenschappelijk verwijsindex, zodanig dat zij direct te raadplegen zijn, ten minste de volgende verwijsgegevens opgenomen: a. a. het burgerservicenummer; b. b. de aard van de verhouding, waarbij de aard van de uitkeringsverhouding wordt aangeduid met de code SZ-wet; c. c. gegevens over het UWV-onderdeel en de locatie waar de verhouding is geadministreerd; d. d. de begindatum van de verhouding; e. e. de einddatum van de verhouding; f. f. het dossiernummer, behorend bij de verhouding. **3.** Wanneer een verzekerde geen verzekeringsverhouding of uitkeringsverhouding meer heeft met het UWV, blijven de verwijsgegevens ten minste vijf jaar na het einde van de laatste verzekeringsverhouding of uitkeringsverhouding in de gemeenschappelijke verwijsindex bewaard. ### Paragraaf 3.3. Facultatieve gegevensaanlevering ### Artikel 3.12 **1.** Het UWV verwerkt wekelijks gegevens met betrekking tot arbeidskrachten afkomstig van werkgevers die zich in het kader van de uitoefening van hun bedrijf of beroep bezighouden met het ter beschikking stellen van arbeidskrachten. **2.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, betreffen: a. a. het aantal dagen en aantal uren waarop arbeid is verricht; b. b. het aantal uren waarop overwerk is verricht; c. c. het aantal uren waarover onverminderde doorbetaling van loon heeft plaatsgevonden in verband met een feestdag; d. d. het aantal uren waarover onverminderde doorbetaling van loon heeft plaatsgevonden in verband met ziekte als bedoeld in artikel 629 lid 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of verlof op grond van de Wet arbeid en zorg; e. e. het aantal uren waarop de werknemer geen arbeid heeft verricht en waarover hij onverminderde doorbetaling van zijn loon heeft genoten; f. f. het kantooradres en telefoonnummer van de werkgever, bedoeld in het eerste lid; g. g. de resterende aanspraak op vakantie in uren. ### Paragraaf 3.4. Gegevensverstrekking doelgroepregistratie arbeidsbeperkten ### Artikel 3.13 Het UWV verstrekt periodiek de in bijlage IV vermelde gegevens uit de registratie arbeidsbeperkten, bedoeld in artikel 38d van de Wfsv, en uit de polisadministratie, bedoeld in artikel 33 van de Wet SUWI, aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor zover die Minister deze gegevens nodig heeft voor de uitvoering van de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten voor de sector overheid. ### Paragraaf 3.5. Tijdelijke gerichte bevordering gebruik ### Artikel 3.14 Het UWV heeft tot taak om personen die mogelijk kwalificeren als jonggehandicapte, op grond van artikel 1a:1, derde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, te faciliteren in het doen van een aanvraag, en is bevoegd personen uit deze doelgroep gericht te benaderen. ### Paragraaf 3.6. Hosting CompetentNL ### Artikel 3.15 **1.** Met het oog op het koppelen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en in het onderwijs, stelt het UWV een geüniformeerde set van beschrijvingen van vaardigheden, kennisgebieden en talenbeheersing beschikbaar aan bedrijven en instellingen, ten behoeve van de ontwikkeling van toepassingen. **2.** Het UWV stelt de set publiek en centraal beschikbaar op een portaal, in de vorm van Linked Open Data via een aparte gateway. Het UWV beheert het portaal en de bijbehorende centrale servicedesk, en biedt gebruiksondersteuning aan bedrijven en instellingen. ## Hoofdstuk 4. Re-integratie ### Paragraaf 4.1. Persoonsgebonden re-integratieovereenkomst en persoonsgebonden re-integratiebudget ### Artikel 4.1 De subsidie, bedoeld in artikel 2.7a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, en de door het UWV aan het re-integratiebedrijf of de arbodienst maximaal te vergoeden kosten van de uitvoering van de persoonsgebonden re-integratieovereenkomst, bedoeld in artikel 2.7a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen bedragen ten hoogste € 3630,– per cliënt. ### Paragraaf 4.2. Budgetten WW ### Artikel 4.2 Vervallen ### Artikel 4.3 Vervallen ### Artikel 4.4 Vervallen ### Artikel 4.5 Vervallen ### Artikel 4.5a Vervallen ### Paragraaf 4.3. Maximering subsidies ### Paragraaf 4.4. Individuele re-integratieovereenkomst ### Artikel 4.6 Het UWV en de overheidswerkgever stellen regels omtrent voorwaarden waaraan een re-integratiebedrijf, deskundige persoon of arbodienst moet voldoen, alvorens met dat bedrijf, die persoon of die dienst een individuele re-integratieovereenkomst wordt gesloten. Die regels hebben in elk geval betrekking op: 1°. 1°. uitsluitingsgronden; 2°. 2°. kwaliteitseisen; 3°. 3°. ervaringseisen. ### Artikel 4.7 **1.** Het UWV en de overheidswerkgever kunnen uitsluitend een individuele re-integratieovereenkomst sluiten indien de aanvraag vergezeld gaat van een door of namens de aanvrager, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, danwel artikel 4.2a, eerste lid, van het Besluit SUWI, opgesteld plan waarin in elk geval zijn opgenomen: 1°. 1°. het opleidingsniveau en het burgerservicenummer van de aanvrager; 2°. 2°. een beschrijving van de werkzaamheden die op grond van de individuele re-integratieovereenkomst zullen worden verricht; 3°. 3°. de verwachte begin- en einddatum van de werkzaamheden die op grond van de individuele re-integratieovereenkomst zullen worden verricht; 4°. 4°. de beroepsactiviteiten die de aanvrager naar verwachting na afloop van die periode kan vervullen; 5°. 5°. een opgave van de kosten van de werkzaamheden die op grond van de individuele re-integratieovereenkomst zullen worden verricht. **2.** Het UWV en de overheidswerkgever kunnen een termijn bepalen waarbinnen de aanvrager, bedoeld in het eerste lid, een aanvraag om een individuele re-integratieovereenkomst kan indienen. ### Artikel 4.8 In de individuele re-integratieovereenkomst wordt in elk geval geregeld: a. a. dat een door het UWV of de overheidswerkgever te bepalen deel van de kosten van de door het re-integratiebedrijf, de deskundige persoon of de arbodienst verrichte werkzaamheden slechts door het UWV of de overheidswerkgever wordt vergoed indien de persoon, ten behoeve van wie een individuele re-integratieovereenkomst is gesloten, binnen drie maanden nadat de werkzaamheden bedoeld in dit contract zijn geëindigd het verrichten van arbeid duurzaam heeft hervat, waarbij het UWV of de overheidswerkgever voor personen verschillende definities van duurzame werkhervatting mag hanteren; b. b. dat het re-integratiebedrijf, de deskundige persoon of de arbodienst op door het UWV of de overheidswerkgever te bepalen tijdstippen bij het UWV of de overheidswerkgever een rapportage indient waarin een beschrijving is opgenomen van de werkzaamheden die zijn verricht ten behoeve van de inschakeling in het arbeidsproces van de persoon. In de rapportage wordt een prognose voor de resterende periode van het traject beschreven; c. c. dat de overeenkomst door beide partijen slechts wegens gewichtige redenen tussentijds door opzegging kan worden beëindigd. ## Hoofdstuk 5. Financiering, verantwoording en informatievoorziening ### Paragraaf 5.1. Financiering ### Artikel 5.1 Vervallen ### Artikel 5.2 Vervallen ### Artikel 5.3 **1.** Het UWV, de SVB en het BIDN bieden ieder hun jaarplan met begroting jaarlijks vóór 1 november aan de minister aan. Zij bieden hun conceptjaarplan jaarlijks vóór 1 oktober aan. **2.** De jaarplannen met begrotingen van het UWV , de SVB, en het BIDN bevatten in elk geval een omschrijving van de onderwerpen die zijn genoemd in de bij deze regeling behorende bijlagen VI, VIII en XI. **3.** Het jaarplan van het UWV bestaat uit twee afzonderlijke delen, waarvan één deel uitsluitend betrekking heeft op het in artikel 5.21, tweede lid, van het Besluit SUWI bedoelde organisatieonderdeel en het andere deel op het UWV met uitzondering van het bedoelde organisatieonderdeel. **4.** De delen van het jaarplan die betrekking hebben op het in artikel 5.21, tweede lid, van het Besluit SUWI bedoelde organisatieonderdeel bevatten in elk geval een omschrijving van de onderwerpen die zijn genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage XX. ### Artikel 5.4 Vervallen ### Artikel 5.5 Vervallen ### Artikel 5.6 Vervallen ### Artikel 5.7 Vervallen ### Artikel 5.8 Vervallen ### Artikel 5.9 Vervallen ### Artikel 5.10 Vervallen ### Artikel 5.10a **1.** De jaarverslagen van het UWV en de SVB bevatten in elk geval een omschrijving van de onderwerpen die zijn genoemd in de bij deze regeling behorende bijlagen, VI en VIII. **2.** De in de jaarrekening van het UWV en de SVB op te nemen egalisatiereserve, bedoeld in artikel 52 van de Wet SUWI, heeft slechts betrekking op de uitvoeringskosten. De egalisatiereserve bedraagt ten hoogste 5 procent van het over de voorgaande 3 jaar toegekende budget voor de uitvoeringskosten, bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Wet SUWI en bedraagt niet minder dan nul. Dotatie en onttrekking aan en vrijval van de egalisatiereserve wordt afzonderlijk vermeld en toegelicht in de jaarrekening. **3.** De tussentijdse verslagen van het UWV en de SVB bevatten in elk geval een omschrijving van de onderwerpen die zijn genoemd in de bij deze regeling behorende bijlagen, VI en VIII. **4.** Het jaarverslag, de tussentijdse verslagen en de jaarrekening van het UWV bestaan uit twee afzonderlijke delen, waarvan één deel uitsluitend betrekking heeft op het in artikel 5.21, tweede lid, van het Besluit SUWI bedoelde organisatieonderdeel en het andere deel op het UWV met uitzondering van het bedoelde organisatieonderdeel. **5.** De delen van het jaarverslag en de tussentijdse verslagen die betrekking hebben op het in artikel 5.21, tweede lid, van het Besluit SUWI bedoelde organisatieonderdeel bevatten in elk geval een omschrijving van de onderwerpen die zijn genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage XX. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. **6.** Het jaarverslag, de jaarrekening en de tussentijdse verslagen van het BIDN bevatten in ieder geval een omschrijving van de onderwerpen, die zijn opgenomen in bijlage XI. Het BIDN vormt een egalisatiereserve met overeenkomstige toepassing van artikel 33 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, waarbij het tweede lid van overeenkomstige toepassing is. **7.** De jaarverslagen van het UWV bevatten voor de jaren 2021 tot en met 2025 een kassiersverslag als bedoeld in artikel 5.10f. De bij deze regeling behorende bijlage VI is niet van toepassing op het kassiersverslag. ### Paragraaf 5.1b. Accountantscontrole ### Artikel 5.10b **1.** Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: a. a. getrouwheid: de overeenstemming van de in de verantwoording opgenomen informatie met de werkelijkheid; b. b. financiële rechtmatigheid: de overeenstemming van de totstandkoming van de baten en lasten en de balans met de in Europese regelgeving, Nederlandse wetten, algemene maatregelen van bestuur, ministeriële regelingen, andere algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels die in de Staatscourant zijn gepubliceerd, opgenomen bepalingen die de uitkomst van een financiële transactie kunnen beïnvloeden; c. c. doelmatigheid: de relatie tussen de prestaties en de ingezette middelen; d. d. financiële fout: een fout die financiële consequenties heeft; e. e. onzekerheden: de baten en lasten waarover de accountant geen toereikende controle-informatie heeft verkregen als gevolg van leemten in de administratieve organisatie of interne controle of ontoereikend beleid ter voorkoming en bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik; f. f. auditrisico: het inherente risico, het interne beheersingsrisico en het ontdekkingsrisico tezamen; g. g. goedkeuringstolerantie: het bedrag van de financiële fouten respectievelijk het bedrag van de onzekerheden blijkend uit de accountantscontrole van de jaarrekening, dat een goedkeurende verklaring bij de jaarrekening niet in de weg staat; h. h. omvangsbasis: de totale baten, of totale lasten, of de som van baten en lasten voor de jaarrekening als geheel, respectievelijk per wet voor de bevindingen per wet; i. i. bedrijfsvoeringsparagraaf: onderdeel van het jaarverslag waarin, mede gebaseerd op risicoanalyse, verantwoording wordt afgelegd over de bedrijfsvoering. **2.** Deze paragraaf is van toepassing op de accountantscontrole bij de jaarrekening die wordt opgesteld door het UWV, de SVB, en het BIDN. ### Artikel 5.10c **1.** De accountant stelt ten behoeve van zijn onderzoek een controleplan en werkprogramma’s op waarin hij de opzet en de wijze van uitvoering van het onderzoek en de daarbij gehanteerde normen vastlegt. **2.** De accountant sluit bij zijn onderzoek aan bij de regels die gelden voor de accountantscontrole voor de rijksoverheid tenzij in deze regeling afwijkingen zijn vastgelegd. **3.** De accountant verricht de werkzaamheden met het oog op de afgifte van de verklaring zodanig dat daarbij een auditrisico van vijf procent per onderzochte omvangsbasis is gewaarborgd. **4.** De accountant onderzoekt of de voorgeschreven informatie in de jaarrekening is opgenomen en of de informatie in het jaarverslag niet strijdig is met deze informatie. **5.** De accountant onderzoekt de getrouwheid van de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening alsmede van de in de bedrijfsvoeringsparagraaf opgenomen rapportage over de rechtmatigheid. **6.** De accountant stelt de controlebevindingen vast van de uitvoering van de in de artikelen 30, eerste lid, onderdeel a, 32d, eerste en tweede lid, en 34, eerste lid, onderdelen a en d, van de Wet SUWI genoemde taken, voor zover het gaat om de uitvoering van wettelijke regelingen waarin uitkeringen of voorzieningen worden toegekend en waarvan de kosten ten laste komen van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, of de fondsen, bedoeld in artikel 1, onderdelen f, g, j tot en met n en w, van de Wfsv. **7.** De omvangsbasis wordt voor elk van de taken, bedoeld in het zesde lid, op overeenkomstige wijze als voor de omvangsbasis voor de jaarrekening als geheel bepaald. Bij het bepalen van de omvang van de controle op het niveau van een wet houdt de accountant rekening met de volgende toleranties in verhouding tot de gehanteerde omvangsbasis: a. a. wet ≤ € 50 miljoen: tolerantie = 10%; b. b. wet > € 50 miljoen en < € 500 miljoen: tolerantie = € 5 miljoen; c. c. wet ≥ € 500 miljoen: tolerantie = 1%. **8.** De accountant onderzoekt de doelmatigheid van het beheer en de organisatie. ### Artikel 5.10d **1.** Ten behoeve van zijn verklaring bepaalt de accountant de omvang van financiële fouten en onzekerheden die het getrouwe beeld van de jaarrekening en de daarbij behorende financiële toelichtingen dan wel het getrouwe beeld van de rechtmatigheidsinformatie in de bedrijfsvoeringsparagraaf aantasten. **2.** Voor wat betreft de financiële fouten en onzekerheden die het getrouwe beeld van de jaarrekening en de daarbij behorende financiële toelichtingen aantasten, bepaalt de accountant de omvang als volgt: a. a. financiële fouten en onzekerheden in de baten als percentage van de totale baten; b. b. financiële fouten en onzekerheden in de lasten als percentage van de totale lasten, en c. c. financiële fouten en onzekerheden in de baten en lasten tezamen als percentage van de som van baten en lasten. **3.** De accountant toetst de hoogste van de drie financiële foutpercentages en drie onzekerheidspercentages, bedoeld in het tweede lid, aan de in onderstaande tabel opgenomen toleranties en baseert daarop de strekking van zijn verklaring. | Goedkeuringstoleranties | Goedkeurende verklaring | Verklaring met beperking | Verklaring met oordeelonthouding | Afkeurende verklaring | | --- | --- | --- | --- | --- | | Financiële fouten in de verantwoording | ≤ 1% | > 1% en ≤ 3% | | > 3% | | Onzekerheden in de controle | ≤ 3% | > 3% en ≤ 10% | > 10% | | **4.** Bij de bepaling van de strekking van de uiteindelijke controleverklaring weegt de accountant het getrouwe beeld van de jaarrekening en de rechtmatigheidsrapportage in de bedrijfsvoeringsparagraaf, waaronder de getrouwheid van de rapportage over het gevoerde beleid ter voorkoming en bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik. Voor de getrouwheid van de rechtmatigheidsrapportage geldt geen kwantitatieve goedkeuringstolerantie. **5.** De controleverklaring wordt opgesteld overeenkomstig de modellen die zijn opgenomen in bijlage XXII behorende bij deze regeling. ### Artikel 5.10e **1.** Het UWV, de SVB, en het BIDN dragen er zorg voor dat de minister door middel van het verslag van bevindingen inzicht wordt geboden in de belangrijkste uitkomsten van de controlewerkzaamheden van de accountant, in elk geval met betrekking tot: a. a. fouten en onzekerheden voor de bepaling van de strekking van de controleverklaring; b. b. overige fouten en onzekerheden die niet worden gehanteerd voor de bepaling van de strekking van de controleverklaring; c. c. de doelmatigheid van het beheer en de organisatie, zoals omschreven in de bij deze regeling behorende bijlage XXIII; d. d. het jaarverslag, voor wat betreft de prestatie-indicatoren en kengetallen; e. e. het jaarverslag, voor wat betreft de bedrijfsvoeringsparagraaf. **2.** De accountant hanteert bij zijn controlewerkzaamheden als toetsingskader voor de onderdelen, genoemd in het eerste lid: bij a. de getrouwheid; bij b. de getrouwheid; bij c. de ordelijke en controleerbare totstandkoming; bij d. de ordelijke, controleerbare en deugdelijke totstandkoming voor wat betreft de prestatie-indicatoren; bij e. de ordelijke en controleerbare totstandkoming van de bedrijfsvoeringsparagraaf en de getrouwheid voor wat betreft de rechtmatigheidsrapportage in de bedrijfsvoeringsparagraaf. **3.** De accountant onderzoekt de rechtmatige uitvoering van de regelingen, bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de Wet SUWI, en vermeldt de uitkomsten van dit onderzoek in het verslag van bevindingen. ### Paragraaf 5.1c ### Artikel 5.10f In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. a. *kassiersverslag:* het financieel verslag over het beheer van de budgetten, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de Tijdelijke regeling aanvullende dienstverlening; b. b. *regeling:* de Tijdelijke regeling aanvullende dienstverlening. ### Artikel 5.10g **1.** Het kassiersverslag heeft betrekking op de in artikel 15 van de regeling bedoelde taak en bevat in elk geval een omschrijving van de onderwerpen die zijn genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage XXV. **2.** Op het kassiersverslag zijn de artikelen 5.10b, 5.10c, eerste tot en met derde en vijfde lid, 5.10d, eerste tot en met vierde lid en 5.10e, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, onderdelen a en b, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van 'jaarrekening' moet worden gelezen 'kassiersverslag' en in plaats van 'baten en lasten' moet worden gelezen 'ontvangsten en uitgaven'. **3.** De accountant onderzoekt of de voorgeschreven informatie in het kassiersverslag is opgenomen. **4.** De accountant stelt de controlebevindingen vast van de uitvoering van de in de in artikel 15 van de regeling bedoelde taak. ### Artikel 5.10h Deze paragraaf vervalt met ingang van 1 januari 2027, evenals artikel 5.10a, zevende lid, en Bijlage XXV. ### Paragraaf 5.2. Informatievoorziening #### Paragraaf 5.2.1. Informatieverstrekking UWV en SVB aan de minister en de Nederlandse Arbeidsinspectie ### Artikel 5.11 **1.** Het UWV en de SVB dragen zorg voor de elektronische beschikbaarheid van gegevens ten behoeve van de minister en de Nederlandse Arbeidsinspectie, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor het toezicht en de andere taken van de minister. **2.** Het UWV en de SVB dragen er zorg voor dat de gegevens, bedoeld in het eerste lid, voorzover zij zijn verwerkt voor de uitvoering van de aan het UWV en de SVB opgedragen taken, tenminste vijf jaar worden bewaard nadat de taak ten aanzien van de geregistreerde persoon is geëindigd. **3.** Na afloop van de termijn, bedoeld in het derde lid, bewaren het UWV en de SVB de gegevens slechts ten behoeve van historische of wetenschappelijke doeleinden. ### Artikel 5.12 **1.** Uiterlijk op de in de bijlagen VI en VIII genoemde tijdstippen verstrekken het UWV en de SVB aan de minister een rapportage over de door hen beheerde fondsen op de wijze als in de bijlagen VI en VIII is aangegeven. **2.** Het UWV en de SVB verstrekken ten behoeve van het jaarverslag van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de informatie, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlagen VI, en VIII op het in deze bijlagen bepaalde tijdstip. ### Artikel 5.13 Vervallen ### Artikel 5.14 **1.** Op verzoek van de minister respectievelijk de Nederlandse Arbeidsinspectie verstrekken het UWV en de SVB gegevens en informatie aan personen of instanties die in zijn opdracht of met zijn instemming onderzoek of analyses uitvoeren. **2.** Op verzoek van de minister respectievelijk de Nederlandse Arbeidsinspectie verstrekken het UWV en de SVB gegevens en informatie aan personen of instanties die in zijn opdracht bewerker zijn van de gegevens uit deze regeling. **3.** Op verzoek van de minister verstrekken het UWV en de SVB informatie aan door hem aangewezen internationaalrechtelijke organisaties. **4.** Op verzoek van de minister verstrekt het UWV gegevens en informatie aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor statistische doeleinden ten behoeve van de coördinatie van het overheidspersoneelsbeleid of aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor statistische doeleinden ten behoeve van de coördinatie van het onderwijspersoneelsbeleid. Het UWV levert periodiek volgens bijlage IX, de in bijlage IX genoemde bestanden. **5.** Het UWV en de SVB plegen overleg met de personen of instanties, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, over de inhoud, de vorm, de wijze en het tijdstip waarop de informatieverstrekking, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, plaatsvindt. **6.** De minister en de Nederlandse Arbeidsinspectie dragen er zorg voor, dat de personen en instanties, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, van het UWV en de SVB niet meer gegevens en informatie krijgen dan noodzakelijk is voor de uitvoering van het onderzoek dan wel voor de taak ten behoeve waarvan bedoelde personen of instanties de gegevens en informatie ontvangen en overleggen met het UWV en de SVB over de wijze waarop dit kan worden bereikt. ### Artikel 5.15 **1.** Het UWV en de SVB brengen rapporten over onderzoek dat door of in opdracht van de uitvoeringsorganisatie is uitgevoerd, ter kennis van de minister. De rapporten over onderzoeken, waarvan de minister niet reeds op de hoogte was of kon zijn, worden uiterlijk twee weken voor openbaarmaking aan de minister verstrekt. **2.** Het UWV en de SVB maken rapporten met informatie als bedoeld in artikel 5.12 en artikel 5.14, eerste lid, niet eerder dan twee dagen na verstrekking aan de minister, openbaar. **3.** In geval van de openbaarmaking, bedoeld in dit artikel, wordt de minister uiterlijk 48 uur voor de verwachte publicatietermijn geïnformeerd over de wijze waarop dit zal plaatsvinden. **4.** De minister kan op verzoek van het UWV en de SVB toestaan, dat van de termijnen, bedoeld in dit artikel wordt afgeweken. ### Artikel 5.16 **1.** Het UWV en de SVB dragen zorg voor een deugdelijke administratie en organisatie, waaronder begrepen dusdanige procedures en voorzieningen dat er, mede gelet op de stand van de kennis op het terrein van de kwaliteitszorg, voldoende waarborgen aanwezig zijn voor: a. a. het kunnen voldoen aan de informatieverplichtingen, bedoeld in § 5.2.1; b. b. tijdige verstrekking van gegevens en informatie; c. c. voldoende actualiteit; d. d. het voldoen aan het normenkader voor de betrouwbaarheid van de niet-financiële informatie zoals opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage XVII (‘Normenkader betrouwbaarheid niet-financiële informatie’); e. e. continuïteit van de verstrekking en opslag van gegevens en informatie. **2.** Het UWV en de SVB rapporteren in de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag over de kwaliteit van de informatievoorziening en over de wijze waarop deze is gewaarborgd. ### Artikel 5.17 Vervallen ### Artikel 5.17a **1.** Het UWV, de SVB en stellen de minister en de Nederlandse Arbeidsinspectie zo spoedig mogelijk in kennis van hun voornemens tot het door één of meer andere rechtspersonen of natuurlijke personen laten verrichten van werkzaamheden op het terrein van facilitaire dienstverlening of personeelsbeleid, indien het zwaarwegend karakter ervan daartoe naar hun oordeel aanleiding geeft. **2.** Een kennisgeving als bedoeld in het eerste lid omvat in elk geval de volgende informatie: a. a. een zodanige beschrijving van de door derden te verrichten werkzaamheden, dat daaruit blijkt in welke relatie deze tot de kerntaken staan; b. b. de contractduur; c. c. de volumegegevens en (geraamde) financiële omvang van het contract; en d. d. indien in verband met de werkzaamheden inzage in of overdracht van cliëntgegevens plaatsvindt: een beschrijving van aard en hoeveelheid daarvan. ### Artikel 5.18 De minister wijzigt de bepalingen in deze paragraaf en de daarbij behorende bijlagen slechts na overleg met het UWV en de SVB. #### Paragraaf 5.2.2. Informatieverstrekking aan de RWI ### Artikel 5.19 Vervallen ### Artikel 5.20 Vervallen #### Paragraaf 5.2.3. Kennisgeving besluiten UWV en SVB aan de IWI ### Artikel 5.21 Vervallen #### Paragraaf 5.2.4. Samenwerkende bestuursorganen en personen ### Artikel 5.21a Als personen en bestuursorganen als bedoeld in artikel 64, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wet SUWI worden aangewezen: a. a. de Minister van Justitie en Veiligheid, voor zover het betreft de uitvoering van taken door de Immigratie- en Naturalisatiedienst; b. b. het bestuur van een openbaar lichaam, waaraan bij gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen de uitvoering is overgedragen van de taken die bij of krachtens de in artikel 62, eerste lid, van de Wet SUWI genoemde wetten aan de colleges van burgemeester en wethouders zijn opgedragen. ### Artikel 5.21b Het gezamenlijk aanspreekpunt, bedoeld in artikel 2.5, derde lid, van het Besluit SUWI gebruikt ten minste de naam ‘werkgeversservicepunt’ in combinatie met de naam van de arbeidsmarktregio. ### Artikel 5.21c De verslaglegging van het uitvoeringsplan, bedoeld in artikel 2.6, zesde lid, van het Besluit SUWI bevat ten minste de behaalde resultaten, bedoeld in artikel 2.6, derde lid, onder c, van het Besluit SUWI, van afzonderlijke gemeenten en UWV. ### Paragraaf 5.3. Rapportage gegevensverwerking ### Artikel 5.22 **1.** Het UWV, de SVB en het BIDN rapporteren vóór 15 maart van elk jaar over de opzet en werking van het stelsel van maatregelen en procedures, gericht op het waarborgen van een exclusieve, integere, beschikbare en controleerbare gegevensverwerking. **2.** De rapportage wordt vergezeld van een oordeel van een tot de Nederlandse Orde van Register EDP-Auditors toegelaten persoon of van een verklaring van getrouwheid van een dergelijke persoon. ## Hoofdstuk 6. Eenmalige uitvraag van gegevens, elektronische voorzieningen en BIDN ### Paragraaf 6.1. Eenmalige uitvraag van gegevens en elektronische voorzieningen ### Artikel 6.1 **1.** In bijlage II bij deze regeling zijn de gegevens uit Bijlage II, bedoeld in artikel 5.2a van het Besluit SUWI opgenomen, waarop artikel 5.2a, eerste lid, van toepassing is. **2.** In de bijlage wordt bij de gegevens aangegeven vanaf welk moment artikel 5.2a, eerste lid, van het Besluit SUWI voor de verwerking van die gegevens van toepassing is. ### Artikel 6.2 **1.** In bijlage XII (Gegevensregister SUWI) bij deze regeling is het Gegevensregister SUWI opgenomen, bedoeld in artikel 5.20 van het Besluit SUWI. **2.** In bijlage XVIII (Gegevensregister BIDN) bij deze regeling zijn gegevens opgenomen als bedoeld in artikel 5.24, vierde lid, van het Besluit SUWI, die door het BIDN worden verwerkt. **3.** In bijlage XXIV (Vaststelling respectieve AVG-verantwoordelijkheden Bureau Informatiediensten Nederland – Gemeenten 2021) bij deze regeling zijn de respectieve verantwoordelijkheden vastgesteld van het BIDN en de betrokken colleges van burgemeester en wethouders voor de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de Algemene verordening gegevensbescherming. ### Artikel 6.3 In bijlage I (‘Stelselontwerp & Beveiliging Gezamenlijke elektronische voorzieningen SUWI’) bij deze regeling is het Stelselontwerp gezamenlijke elektronische voorzieningen SUWI opgenomen, bedoeld in artikel 5.21, vierde lid, van het Besluit SUWI. ### Artikel 6.4 **1.** Het UWV, de SVB, de colleges van burgemeester en wethouders, het BIDN en op de gezamenlijke elektronische voorzieningen SUWI aangesloten niet SUWI-partijen dragen zorg voor de beveiliging van de gegevensuitwisselingen die plaatsvinden in het kader van de gezamenlijke elektronische voorzieningen SUWI, tegen inbreuk op de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid, overeenkomstig hetgeen over de voor het stelsel van maatregelen en procedures te hanteren normen wordt bepaald in bijlage I (‘Stelselontwerp & Beveiliging Gezamenlijke elektronische Voorzieningen SUWI’). **2.** Het UWV, de SVB, de colleges van burgemeester en wethouders, het BIDN en op de gezamenlijke elektronische voorzieningen SUWI aangesloten niet- SUWI- partijen geven ieder in een beveiligingsplan aan op welke wijze zij invulling geven aan het eerste lid. **3.** Artikel 5.22 is van overeenkomstige toepassing op het gebruik en de inrichting van de gezamenlijke elektronische voorzieningen SUWI. ### Artikel 6.5 Bij het tot stand komen van de overeenkomst als bedoeld in artikel 5.23, eerste lid, van het Besluit SUWI wordt het in bijlage III bij deze regeling opgenomen protocol in acht genomen. ### Paragraaf 6.2. BIDN ### Artikel 6.6 **1.** De Stichting Bureau Informatiediensten Nederland wordt aangewezen als de instelling, bedoeld in artikel 1, onderdeel m, van de Wet SUWI. **2.** De Stichting Bureau Informatiediensten Nederland informeert de minister telkens schriftelijk over elke uitbreiding van andere taken dan de taak, bedoeld in artikel 1, onderdeel m, van de Wet SUWI. ## Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen en afwijkingen van de Wet SUWI en van het Besluit Inlichtingenbureau gemeenten i.v.m. invoering ### Artikel 7.1 De overgangsperiode als bedoeld in artikel II, derde lid, van het Besluit van 22 juni 2022 tot wijziging van het Besluit SUWI in verband met de tijdelijke mogelijkheid van registratie als werkloze werkzoekende, gelet op het Uitvoeringsbesluit van de Raad tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van de Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (Stb. 2022, 256), wordt verlengd tot en met 31 oktober 2022. ### Artikel 7.2 Vervallen ### Artikel 7.3 Vervallen ### Artikel 7.3a Vervallen ### Artikel 7.4 Vervallen ### Artikel 7.5 Vervallen ### Artikel 7.6 Vervallen ### Artikel 7.7 Vervallen ### Artikel 7.8 Vervallen ### Artikel 7.9 Vervallen ### Artikel 7.10 **1.** Indien op 1 januari 2002 een dienstbetrekking bestaat met een werknemer, wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte is gelegen voor die datum en ten aanzien van wie het Landelijk instituut sociale verzekeringen op die dag een taak heeft op grond van artikel 8, eerste lid, en artikel 10 van de Wet REA, zoals die artikelen luidden op de dag voorafgaand aan 1 januari 2002, heeft in afwijking van artikel 8 en 10 van de Wet REA, het UWV de taak tot bevordering van de inschakeling in het arbeidsproces van die werknemer op grond artikel 10 van die wet. **2.** Indien de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte van een werknemer is gelegen voor 1 januari 2003, is artikel 8, eerste lid, van de Wet REA, indien vaststaat dat in het bedrijf van de werkgever geen passende arbeid voorhanden is, voor de werkgever niet van toepassing en is artikel 10 van de Wet REA van toepassing, tenzij de werkgever het UWV schriftelijk meldt, dat hij de taak op grond van artikel 8 van de Wet REA zal verrichten ten aanzien van zo'n werknemer. **3.** Bij toepassing van het tweede lid, vervult het UWV zijn taak, bedoeld in artikel 10 van de Wet REA slechts nadat de werkgever aan het UWV een reïntegratieverslag heeft verstrekt dat is opgesteld op grond van artikel 71a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, dan wel met toepassing van artikel 8, achtste lid, van de Wet REA of een reïntegratieplan aan het UWV heeft verstrekt dat is opgesteld op grond van artikel 71a van de WAO, zoals dat artikel luidde voor 1 april 2002. **4.** Indien op grond van dit artikel het UWV een taak heeft op grond van artikel 10 van de Wet REA zijn in geval van het eerste lid, artikel XV, eerste en zesde lid, van de Wet verbetering poortwachter van overeenkomstige toepassing. In geval van het tweede lid is de eerste zin van artikel 34a, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering niet van toepassing. **5.** Bij de toepassing van dit artikel is artikel 43 van de Wet REA van toepassing. **6.** Artikel 4.11 van het Besluit SUWI is niet van toepassing zolang artikel 8 van de Wet REA op grond van dit artikel niet van toepassing is op de werkgever. ### Artikel 7.11 Vervallen ### Artikel 7.12 Vervallen ### Artikel 7.13 Vervallen ### Artikel 7.14 Vervallen ### Artikel 7.15 Vervallen ## Hoofdstuk 8. Slotbepalingen ### Artikel 8.1 Vervallen ### Artikel 8.2 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2002. ### Artikel 8.3 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling SUWI. ## Bijlage ## Bijlage I. bedoeld in ## Bijlage II. bedoeld in ¹ Gegevenssoort moet nog nader worden gespecificeerd. ## Bijlage III. bedoeld in ## Bijlage IV. behorende bij In deze bijlage zijn de gegevens uit de doelgroepregistratie arbeidsbeperkten en de polisadministratie gespecificeerd die het UWV periodiek aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dient te verstrekken op grond van artikel 3.13 van de Regeling SUWI. Het betreft de volgende gegevens: ## Bijlage V Vervallen ## Bijlage VI. behorende bij de ## Bijlage VII Vervallen ## Bijlage VIII. behorende bij de ## Bijlage IX. behorende bij In deze bijlage zijn de bestanden gespecificeerd die het UWV periodiek aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) of de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) verstrekt op grond van artikel 5.14, vierde lid, van de Regeling SUWI. ## Bijlage X Vervallen ## Bijlage XI. behorende bij de **Planning & control producten van BIDN** In deze bijlage zijn de informatieproducten gespecificeerd die BIDN periodiek aan SZW dient te verstrekken op grond van artikel 5.3 en 5.10a van de Regeling SUWI. Het betreft de volgende producten: BIDN levert het *conceptjaarplan met begroting* vóór 1 oktober en het *definitief jaarplan met begroting *vóór 1 november. Het definitief jaarplan van BIDN bevat in elk geval een omschrijving van de taak, bedoeld in artikel 1, onderdeel m, Wet SUWI en de andere taken die het BIDN ten behoeve van gemeenten op grond van artikel 5.24 van het Besluit SUWI verricht. BIDN dient zich op verschillende momenten te verantwoorden over de uitvoering van het jaarplan. Deze verantwoording vindt plaats in het *tussentijdse verslag* en het *jaarverslag*. Het tussentijdse verslag wordt uiterlijk zes weken na afloop van de verslagperiode (halfjaar) aan de minister verstrekt. Het jaarverslag wordt vóór 15 maart aan de minister aangeboden. In die hierna volgende tabel worden de onderwerpen benoemd, die in de diverse producten van de P&C-cyclus aan de orde dienen te komen. Daaronder volgt, per onderwerp, een nadere toelichting. Het jaarplan gaat in op de volgende vragen: In het kader van de budgetverantwoordelijkheid van SZW voor BIDN dient BIDN zich tevens te verantwoorden over prestatie-indicatoren en prestatiegegevens op het gebied van: In het jaarplan wordt ook aandacht besteed aan eventuele veranderingen in de taken van de organisatie. Gedacht kan worden aan: In het tussentijdse verslag en het jaarverslag doet BIDN verslag van de uitvoering van het beleid en de geleverde prestaties. Het jaarplan en de daarin opgenomen prestatie-indicatoren vormen hierbij het uitgangspunt. De uitkomsten van de prestatie-indicatoren worden, voorzien van een toelichting, samen met de normen/streefwaarden per wet verantwoord. Indien van toepassing beschrijft BIDN zoveel als mogelijk de eigen bijdrage aan het behalen van de doelstellingen en geeft een verklaring als doelstellingen niet worden gehaald en de verbetermaatregelen die zijn/worden genomen. Bij klantgerichtheid wordt specifiek ingegaan op o.a. klachtenafhandeling, bereikbaarheid en klanttevredenheid. BIDN doet verslag van de uitvoering van het investeringsprogramma en de invoering van nieuwe wet- en regelgeving (indien van toepassing). Hierbij wordt ingegaan op de bereikte resultaten en de daarmee gepaard gaande kosten. BIDN legt hierbij een relatie met de planning en licht eventuele wijzigingen kort toe. BIDN dient tevens verslag te doen van de fte-bezetting (vast/tijdelijk/extern) per einddatum van de verslagperiode. BIDN doet verslag van de ontwikkelingen in de ketens voor werk, inkomen en schulden voor de dienstverlening van het BIDN. In de bedrijfsvoeringsparagraaf gaat BIDN in op de sturing en beheersing van de bedrijfsprocessen binnen BIDN voor zover van belang voor de uitvoering van de taken op grond van de Wet SUWI. Het doel is aan te geven in welke mate het management van BIDN haar bedrijfsprocessen beheerst. In de bedrijfsvoeringsparagraaf legt BIDN, mede gebaseerd op risicoanalyse, verantwoording af over de bedrijfsvoering. De bedrijfsvoeringsparagraaf bestaat ten minste uit de volgende onderdelen: De wijze waarop BIDN verantwoording dient af te leggen over de rechtmatigheid in het jaarverslag en de jaarrekening, alsmede de wijze waarop de accountant zijn controlewerkzaamheden dient te verrichten, zijn nader uitgewerkt in de artikelen 5.10b t/m 5.10e van de Regeling SUWI en met name in de daarbij behorende toelichting. In artikel 5.10e, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling SUWI is aangegeven dat BIDN inzicht moet bieden in de doelmatigheid van het beheer en de organisatie. Ten aanzien van BIDN wordt verslag uitgebracht van activiteiten die zijn ondernomen om de bedrijfsprocessen door te lichten, waarbij het kostenniveau wordt gerelateerd aan de (kwaliteit van de) geleverde prestatie. BIDN wordt geacht de uitgangspunten die zij hanteert met betrekking tot doelmatigheid te expliciteren. Een toelichting op artikel 5.10e, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling SUWI, wordt gegeven in Bijlage XXIII bij de Regeling SUWI. BIDN rapporteert in het jaarverslag over het totstandkomingsproces van de informatievoorziening (inclusief de daarbij gehanteerde criteria zoals vastgelegd in bijlage XVII van de Regeling SUWI) en de wijze waarop deze is gewaarborgd (conform artikel 5.16 tweede lid, van de Regeling SUWI). In dit onderdeel rapporteert BIDN over eventuele tekortkomingen in het financieel beheer. Onder financieel beheer wordt verstaan het geheel van beslissingen, handelingen en regels die zijn bedoeld voor de sturing en beheersing van, alsmede de verantwoording over, de financiële transacties en de saldi waarvoor het management (mede)verantwoordelijkheid draagt. De administraties, die ten behoeve van het financieel beheer worden bijgehouden, worden eveneens tot het financieel beheer gerekend. Het financieel beheer dient te voldoen aan de eisen ordelijkheid en controleerbaarheid. Onder ordelijk wordt verstaan dat het financieel beheer en de administraties in overeenstemming zijn met de in de administratieve organisatie vastgelegde procedureregels. Met controleerbaar wordt bedoeld dat de uitkomsten van het financieel beheer duidelijk worden vastgelegd, opdat achteraf controle efficiënt kan worden uitgevoerd. BIDN rapporteert in het algemeen bij onvolkomenheden in het financieel beheer als die kunnen leiden tot disfunctioneren van het financieel beheer, betrekking hebben op kritieke processen, wijdverbreid zijn of kunnen leiden of hebben geleid tot aanzienlijke risico’s. BIDN rapporteert over belangrijke ontwikkelingen ten aanzien van de volgende onderwerpen: BIDN rapporteert op dit punt over belangrijke personeelsaangelegenheden, waaronder in ieder geval de personeelsomvang, het personeelsverloop, de sociale plannen en de daarmee gemoeide kosten. BIDN rapporteert over de voortgang, verbetering en vernieuwing van de geautomatiseerde ondersteuning van zowel haar primaire als ondersteunende processen. Ook de voortgang van projecten ter verbetering van gegevensbeheer en privacybescherming vallen hieronder. In het jaarverslag wordt ingegaan op het oordeel van de IT-auditor. Deze geeft conform de artikelen 5.22 en 6.4 van de Regeling SUWI een oordeel over het stelsel van maatregelen en procedures gericht op het waarborgen van een exclusieve, integere, beschikbare en controleerbare gegevensverwerking en over het beveiligingsniveau van Suwinet. Indien van toepassing geeft BIDN inzicht in de verrichte inspanningen om de kwaliteit te verbeteren c.q. te consolideren. BIDN doet verslag van belangrijke ontwikkelingen ten aanzien van de huisvesting. De onderwerpen die onder het onderdeel governance vallen hebben betrekking op de bestuurlijke inrichting van BIDN en de wijze waarop zij haar taken uitvoert. BIDN gaat in op het risicobeheersingsmodel en rapporteert over de belangrijkste risico’s en de beheersmaatregelen met betrekking tot deze risico’s. In de toelichting wordt onder andere ingegaan op: De indeling in categorieën volgt Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Ten behoeve van de bevoorschotting neemt BIDN in het jaarplan en de jaarrekening een overzicht op van de uitvoeringskosten welke ten laste komen van de rijksbijdrage. De jaarrekening van BIDN geeft inzicht in de baten en lasten over het boekjaar, de balans aan het eind van het boekjaar en de cash flow, voor zover deze betrekking hebben op de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 5.25 van het Besluit SUWI. De jaarrekening heeft betrekking op de balans en de resultatenrekening met de toelichting en op de in het jaarplan en modelverantwoording opgenomen financiële onderwerpen. De jaarrekening is zoveel als mogelijk gebaseerd op titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, tenzij hiervan in deze modelverantwoording wordt afgeweken. De in de jaarrekening opgenomen informatie dient een zodanig betrouwbaar beeld te geven van de werkelijkheid als in de gegeven omstandigheden is vereist. Alle uitvoeringskosten worden in de budgetverantwoording opgenomen, ongeacht of er budget voor is toegekend. Het salderen van bijzondere baten en lasten is niet toegestaan, tenzij wetgeving anders voorschrijft. De jaarrekening BIDN bestaat uit de volgende onderdelen: In verband met de versnelling van de verantwoording is het toegestaan het handelen in het verslagjaar te koppelen aan een jaarschijveninterpretatie. De te hanteren jaarschijf mag niet ouder zijn dan 3 maanden ten opzichte van het kalenderjaar waarop de verantwoording betrekking heeft. Indien de jaarschijven worden aangepast dan dient dit in de jaarrekening te worden vermeld evenals de vergelijkbare cijfers van het voorgaande jaar. De accountant onderzoekt de verantwoording die het management van BIDN op grond van de Regeling SUWI heeft uitgebracht. De controleverklaring en het verslag van bevindingen zijn nader geregeld in artikel 5.10b t/m e en bijlage XXII van de Regeling SUWI. BIDN vormt een egalisatiereserve met overeenkomstige toepassing van artikel 33 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en artikel 5.10a, zesde lid, van de Regeling SUWI. Deze reserve wordt ingezet voor: De vorming, besteding en vrijval van de egalisatiereserve moet toegelicht worden in de jaarrekening. BIDN beschikt gezien de aard van de dienstverlening over grootschalige ICT in verhouding tot de organisatiegrootte en het budget. De voorziene egalisatiereserve is onvoldoende groot om grootschalige (vervangings)investeringen te plegen. Het is BIDN derhalve toegestaan naast de egalisatiereserve een ‘*bestemmingsfonds voor investeringen’* aan te houden. In het jaarplan neemt BIDN een ‘*reservering investeringen*’ op, in het jaarverslag het ‘*bestemmingsfonds voor investeringen*’, inclusief een toelichting en een meerjarig overzicht van de nog te plegen investeringen. BIDN doet jaarlijks verslag van de topinkomens op basis van de Wet normering topinkomens (WNT). BIDN gaat in de tussentijdse verslagen en het jaarverslag op hoofdlijnen in op de bevindingen van de Nederlandse Arbeidsinspectie, die zij doet op grond van artikel 37 Wet SUWI, en de Algemene Rekenkamer, en op de naar aanleiding van deze bevindingen genomen maatregelen. ## Bijlage XII. behorende bij Het Gegevensregister SUWI (SGR) is toegankelijk via de pagina www.bkwi.nl. ## Bijlage XIII Vervallen ## Bijlage XIV Vervallen ## Bijlage XV Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. ## Bijlage XVI Vervallen ## Bijlage XVII Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. ## Bijlage XVIII. behorende bij Het Gegevensregister BIDN wordt als Gegevensregister Stichting Bureau Informatiediensten Nederland (Verwerkingsactiviteiten Wet SUWI/Participatiewet) bekend gemaakt via www.bidn.nl. ## Bijlage XIX. behorende bij de Regeling SUWI, artikel 7.4, eerste lid Vervallen ## Bijlage XX. behorende bij de In deze bijlage zijn de informatieproducten gespecificeerd die BKWI periodiek aan SZW dient te verstrekken op grond van artikel 5.3 en 5.10a van de Regeling SUWI. Het betreft de volgende producten: UWV levert ten aanzien van BKWI het *conceptjaarplan met begroting* vóór 1 oktober en het *definitief jaarplan met begroting *vóór 1 november. Het jaarplan van BKWI bevat in elk geval een omschrijving van de taak, bedoeld in artikel 5.21, eerste lid, van het Besluit SUWI en de andere taken die BKWI ten behoeve van ketenpartners verricht. Ten aanzien van BKWI dient UWV zich op verschillende momenten te verantwoorden over de uitvoering van het jaarplan. Deze verantwoording vindt plaats in het *tussentijdse verslag* en het *jaarverslag*. Het tussentijdse verslag wordt uiterlijk zes weken na afloop van de verslagperiode (halfjaar) aan de minister verstrekt. Het jaarverslag wordt na afloop van het verantwoordingsjaar vóór 15 maart aan de minister aangeboden. In die hierna volgende tabel worden de onderwerpen benoemd, die in de diverse producten van de P&C-cyclus aan de orde dienen te komen. Daaronder volgt, per onderwerp, een nadere toelichting. Het jaarplan gaat in op de volgende vragen: In het jaarplan wordt ook aandacht besteed aan eventuele veranderingen in de taken van de organisatie. Gedacht kan worden aan: In het tussentijdse verslag en het jaarverslag doet BKWI verslag van de uitvoering van het beleid en de geleverde prestaties. Het jaarplan en de daarin opgenomen prestatie-indicatoren vormen hierbij het uitgangspunt. De uitkomsten van de prestatie-indicatoren worden, voorzien van een toelichting, samen met de normen/streefwaarden verantwoord. Indien van toepassing beschrijft BKWI zoveel als mogelijk de eigen bijdrage aan het behalen van de doelstellingen en geeft een verklaring als doelstellingen niet worden gehaald en de verbetermaatregelen die zijn of worden genomen. Bij klantgerichtheid wordt ingegaan op o.a. klachtenafhandeling, bereikbaarheid en klanttevredenheid. UWV doet ten aanzien van BKWI verslag van de uitvoering van het investeringsprogramma en de invoering van nieuwe wet- en regelgeving (indien van toepassing). Hierbij wordt ingegaan op de bereikte resultaten en de daarmee gepaard gaande kosten. BKWI legt hierbij een relatie met de planning en licht eventuele wijzigingen kort toe. BKWI doet verslag van de ontwikkelingen in de ketens voor werk, inkomen en schulden voor de dienstverlening van het BKWI. In de bedrijfsvoeringsparagraaf gaat UWV in op de sturing en beheersing van de bedrijfsprocessen binnen BKWI. Het doel is aan te geven in welke mate het management van BKWI haar bedrijfsprocessen beheerst. In de bedrijfsvoeringsparagraaf legt UWV, mede gebaseerd op risicoanalyse, verantwoording af over de bedrijfsvoering van BKWI. De bedrijfsvoeringsparagraaf bestaat ten minste uit de volgende onderdelen: De wijze waarop UWV ten aanzien van BKWI verantwoording dient af te leggen over de rechtmatigheid in het jaarverslag en de jaarrekening, alsmede de wijze waarop de accountant zijn controlewerkzaamheden dient te verrichten, zijn nader uitgewerkt in de artikelen 5.10b t/m 5.10e van de Regeling SUWI en met name in de daarbij behorende toelichting. In artikel 5.10e, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling SUWI is aangegeven dat UWV inzicht moet bieden in de doelmatigheid van het beheer en de organisatie BKWI. Ten aanzien van BKWI wordt verslag uitgebracht van activiteiten die zijn ondernomen om de bedrijfsprocessen door te lichten, waarbij het kostenniveau wordt gerelateerd aan de (kwaliteit van de) geleverde prestatie. De Raad van Bestuur van UWV wordt geacht de uitgangspunten die zij hanteert met betrekking tot doelmatigheid te expliciteren. Een toelichting op artikel 5.10e, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling SUWI, wordt gegeven in Bijlage XXIII bij de Regeling SUWI. UWV rapporteert in het jaarverslag over het onderdeel BKWI over het totstandkomingproces van de informatievoorziening (inclusief de daarbij gehanteerde criteria zoals vastgelegd in bijlage XVII van de Regeling SUWI) en de wijze waarop deze is gewaarborgd (conform artikel 5.16, tweede lid, van de Regeling SUWI) en eventuele verbetermaatregelen. In dit onderdeel rapporteert UWV over eventuele tekortkomingen in het financieel beheer van BKWI. Onder financieel beheer wordt verstaan het geheel van beslissingen, handelingen en regels die zijn bedoeld voor de sturing en beheersing van, alsmede de verantwoording over, de financiële transacties en de saldi waarvoor het management (mede)verantwoordelijkheid draagt. De administraties, die ten behoeve van het financieel beheer worden bijgehouden, worden eveneens tot het financieel beheer gerekend. Het financieel beheer dient te voldoen aan de eisen ordelijkheid en controleerbaarheid. Onder ordelijk wordt verstaan dat het financieel beheer en de administraties in overeenstemming zijn met de in de administratieve organisatie vastgelegde procedureregels. Met controleerbaar wordt bedoeld dat de uitkomsten van het financieel beheer duidelijk worden vastgelegd, opdat achteraf controle efficiënt kan worden uitgevoerd. Het UWV rapporteert in het algemeen bij onvolkomenheden in het financieel beheer als die kunnen leiden tot disfunctioneren van het financieel beheer, betrekking hebben op kritieke processen, wijdverbreid zijn of kunnen leiden of hebben geleid tot aanzienlijke risico’s. UWV rapporteert voor het onderdeel BKWI over belangrijke ontwikkelingen ten aanzien van de volgende onderwerpen: BKWI rapporteert op dit punt over belangrijke personeelsaangelegenheden, waaronder in ieder geval de personeelsomvang, het personeelsverloop, de sociale plannen en de daarmee gemoeide kosten. UWV rapporteert over de voortgang, verbetering en vernieuwing van de geautomatiseerde ondersteuning van zowel haar primaire als ondersteunende processen bij BKWI. Ook de voortgang van projecten ter verbetering van gegevensbeheer en privacybescherming vallen hier onder. In het jaarverslag wordt ingegaan op het oordeel van de IT-auditor. Deze geeft conform de artikelen 5.22 en 6.4 van de Regeling SUWI een oordeel over het stelsel van maatregelen en procedures gericht op het waarborgen van een exclusieve, integere, beschikbare en controleerbare gegevensverwerking en over het beveiligingsniveau van Suwinet. Indien van toepassing geeft BKWI inzicht in de verrichte inspanningen om de kwaliteit te verbeteren c.q. te consolideren. De onderwerpen die onder het onderdeel governance vallen hebben betrekking op de bestuurlijke inrichting door UWV van het organisatieonderdeel BKWI en de wijze waarop zij haar taken uitvoert. UWV gaat in op het risicobeheersingsmodel binnen het organisatieonderdeel BKWI en rapporteert over de belangrijkste risico’s en de beheersmaatregelen met betrekking tot deze risico’s. In de toelichting wordt onder andere ingegaan op: De indeling in categorieën volgt Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De jaarrekening voor het onderdeel BKWI geeft inzicht in de baten en lasten over het boekjaar, de balans aan het eind van het boekjaar en de cash flow. De jaarrekening heeft betrekking op de balans en de resultatenrekening met de toelichting en op de in het jaarplan en modelverantwoording opgenomen financiële onderwerpen. De jaarrekening is zoveel als mogelijk gebaseerd op titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, tenzij hiervan in deze modelverantwoording wordt afgeweken. De in de jaarrekening opgenomen informatie dient een zodanig betrouwbaar beeld te geven van de werkelijkheid als in de gegeven omstandigheden is vereist. Alle uitvoeringskosten worden in de budgetverantwoording opgenomen, ongeacht of er budget voor is toegekend. Het salderen van bijzondere baten en lasten is niet toegestaan, tenzij wetgeving anders voorschrijft. De jaarrekening voor het onderdeel BKWI bestaat uit de volgende onderdelen: In verband met de versnelling van de verantwoording is het toegestaan het handelen in het verslagjaar te koppelen aan een jaarschijveninterpretatie. De te hanteren jaarschijf mag niet ouder zijn dan 3 maanden ten opzichte van het kalenderjaar waarop de verantwoording betrekking heeft. Indien de jaarschijven worden aangepast dan dient dit in de jaarrekening te worden vermeld evenals de vergelijkbare cijfers van het voorgaande jaar. De accountant onderzoekt de verantwoording die het management van het BKWI op grond van de Regeling SUWI heeft uitgebracht. De controleverklaring en het verslag van bevindingen zijn nader geregeld in artikel 5.10b t/m e en bijlage XXII van de Regeling SUWI. BKWI vormt een egalisatiereserve met overeenkomstige toepassing van artikel 33 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en artikel 5.10a, tweede lid, van de Regeling SUWI. Deze reserve wordt ingezet voor: De vorming, besteding en vrijval van de egalisatiereserve moet toegelicht worden in de jaarrekening. BKWI beschikt gezien de aard van de dienstverlening over grootschalige ICT in verhouding tot de organisatiegrootte en het budget. De voorziene egalisatiereserve is onvoldoende groot om grootschalige (vervangings)investeringen te plegen. Het is BKWI derhalve toegestaan naast de egalisatiereserve een ‘*bestemmingsfonds voor investeringen’* aan te houden. In het jaarplan neemt BKWI een ‘*reservering investeringen*’ op, in het jaarverslag het ‘bestemmingsfonds voor investeringen’, inclusief een toelichting en een meerjarig overzicht van de nog te plegen investeringen. BKWI doet jaarlijks verslag van de topinkomens op basis van de Wet normering topinkomens (WNT). BKWI gaat in de tussentijdse verslagen en het jaarverslag op hoofdlijnen in op de bevindingen van de Nederlandse Arbeidsinspectie, die zij doet op grond van artikel 37 Wet SUWI en de Algemene Rekenkamer, en op de naar aanleiding van deze bevindingen genomen maatregelen. ## Bijlage XXI Vervallen ## Bijlage XXII. als bedoeld in ## Bijlage XXIII. betreffende een nadere toelichting op ## Bijlage XXIV. behorende bij De Vaststelling respectieve AVG-verantwoordelijkheden Bureau Informatiediensten Nederland – Gemeenten 2021 wordt bekendgemaakt via www.bidn.nl. ## Bijlage XXV. behorende bij