--- titel: Uitvoeringsregeling BSE 2001-II bwb_id: BWBR0012236 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2001-02-11' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0012236 citeertitel: Uitvoeringsregeling BSE 2001-II --- # Uitvoeringsregeling BSE 2001-II ### Artikel 1 **1.** Als programma als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit subsidies energieprogramma's, wordt vastgesteld het programma opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1. **2.** Voor het in bijlage 1 opgenomen programma worden subsidieplafonds vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in bijlage 1, onderdeel F. **3.** De in het tweede lid bedoelde bedragen zijn beschikbaar voor aanvragen die zijn ontvangen in de in bijlage 1, onderdeel G, opgenomen perioden. **4.** Het bedrag in bijlage 1, onderdeel F, onder a, wordt verdeeld op de wijze, bepaald in artikel 9, eerste lid, van het Besluit subsidies energieprogramma's. De bedragen in bijlage 1, onderdeel F, onder b, worden verdeeld op de wijze, bepaald in artikel 9, tweede lid, van het Besluit subsidies energieprogramma's. ### Artikel 2 **1.** Er is een Adviescommissie energiebesparing door innovatie die tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent aanvragen om subsidie als bedoeld in bijlage 1, onderdeel B, onder 3. **2.** De adviezen van de commissie gaan vergezeld van een deugdelijke motivering. **3.** De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vier en ten hoogste acht andere leden. **4.** De voorzitter en de leden worden door de minister voor een termijn van ten hoogste drie jaar benoemd. Zij zijn te allen tijde opnieuw benoembaar. **5.** De commissie stelt haar eigen werkwijze schriftelijk vast. **6.** Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien hij een persoonlijk belang heeft bij de beschikking op de aanvraag. **7.** De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de commissie bij te wonen. **8.** De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voorzover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. **9.** In het secretariaat van de commissie wordt door de minister voorzien. **10.** Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beƫindiging van de werkzaamheden van de commissie opgeslagen in het archief van dat ministerie. **11.** De commissie stelt jaarlijks voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar. Op verzoek van de minister, maar ten minste elk vierde jaar, stelt de commissie tevens een evaluatieverslag op, waarin zij aandacht besteedt aan de doelmatigheid en de doeltreffendheid van haar taakvervulling. Het jaarverslag en het evaluatieverslag worden aan de minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld. ### Artikel 3 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. ### Artikel 4 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling BSE 2001-II. ## Bijlage . Bijlage 1