--- titel: Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Pruisen tot wijziging van vroegere grenstractaten bwb_id: BWBV0006057 type: verdrag status: geldend datum_inwerkingtreding: '1868-08-31' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBV0006057 citeertitel: Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Pruisen tot wijziging van vroegere grenstractaten --- # Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Pruisen tot wijziging van vroegere grenstractaten ### Artikel 1 Artikel 32 van het grenstractaat van 2 Julij 1824, voor zooverre hetzelve betrekking heeft op het bij overeenkomst van de belanghebbenden van 31 October 1863 te Assen reëel verdeelde compascuum, en de tot gemeld compascuum in betrekking staande artikelen 5, 7 en 8 van het grensverdrag van 11 October 1784 worden ingetrokken. ### Artikel 2 Het in artikel 5 van het grenstractaat van 2 Julij 1824 vervatte verbod, om nader dan 100 Rijnlandsche roeden of 376 Nederlandsche ellen en 7 palmen aan de grenslinie gebouwen op te rigten, gelijk mede de daartoe behoorende latere verklaringen, wordt ter weêrszijden der grenslinie, langs het door de daartoe geregtigden bij overeenkomst van 31 October 1863 verdeelde compascuum, opgeheven onder de bijzondere bepalingen door beide Regeringen vastgesteld. ### Artikel 3 Het in artikel 22 van het grensverdrag van 11 October 1784 vervatte verbod, om op gronden, ter weêrszijden der grenslinie gelegen, vaste zandwegen aan te leggen, wordt opgeheven. ### Artikel 4 Aangezien het niet de bedoeling der Hooge contracterende Partijen is zich in den loop der justitie te mengen, wordt de bepaling, vervat in artikel 18 van het grenstractaat van 11 October 1784, luidende: » doch zullen de beide hooge Heeren Committenten intusschen gehouden zijn, daarop acht te geven en des noods door spoedige stricte bevelen, de voltrekking en handhaving van deze nadere Conventie en ten einde niemand daaromtrent bezwaard worde, zich laten aangelegen zijn, alsmede aan de respective richters te gelasten zich daarnaar, bij voorkomende differenten, in judicando te gedragen,” opgeheven. ### Artikel 5 De eene Regering verleent aan de andere de bevoegdheid de op haar gebied gelegene gronden van onderdanen van den anderen Staat, welke volgens artikel 17 van het Convenant van 11 October 1784 vrijdom van lasten genieten, overeenkomstig de wetten van hun land te belasten, nadat de schadevergoeding voor de onderdanen, die tot dusverre vrijdom genoten, volgens de daaromtrent getroffene nadere overeenkomsten, vastgesteld en betaald is. Na afloop van den vrijdom van lasten is artikel 17 van het Convenant van 11 October 1784 opgeheven. ### Artikel 6 Het tegenwoordig verdrag, hetwelk in Hoogduitsche en Nederlandsche talen is opgemaakt, treedt na uitwisseling der ratificatien in werking.