--- titel: Wijzigingswet Wet op het basisonderwijs, ISOVSO, WVO, enz. (decentralisatie van huisvestingsvoorzieningen) bwb_id: BWBR0008165 type: wet status: geldend datum_inwerkingtreding: '1996-07-31' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0008165 citeertitel: Wijzigingswet Wet op het basisonderwijs, ISOVSO, WVO, enz. (decentralisatie van huisvestingsvoorzieningen) --- # Wijzigingswet Wet op het basisonderwijs, ISOVSO, WVO, enz. (decentralisatie van huisvestingsvoorzieningen) ### Artikel I Wijzigt de Wet op het basisonderwijs. ### Artikel II Wijzigt de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs. ### Artikel III Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs. ### Artikel IV Wijzigt de Overgangswet WBO. ### Artikel V Wijzigt de Overgangswet ISOVSO. ### Artikel VI Wijzigt de Overgangswet WVO. ### Artikel VII Wijzigt de Wet van 27 februari 1992 (Stb. 112). ### Artikel VIII Wijzigt de Wet van 15 december 1993 (Stb. 716). ### Artikel IX Vervallen ### Artikel X Vervallen ### Artikel XI Vervallen ### Artikel XII Vervallen ### Artikel XIII Vervallen ### Artikel XIV Vervallen ### Artikel XV Vervallen ### Artikel XVI Vervallen ### Artikel XVII **1.** Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen stelt het Investeringsschema als bedoeld in artikel 5 van het Huisvestingsbesluit WVO/WCBO dat betrekking heeft op het jaar 1997 niet vast. **2.** Aanvragen voor voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van het Huisvestingsbesluit WVO/WCBO ten behoeve van scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor algemeen voortgezet onderwijs en voor voorbereidend beroepsonderwijs, die zijn ingediend bij Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voor 1 februari 1996 en betrekking hebben op het jaar 1998 dan wel niet voor 1 februari 1996 zijn ingediend en betrekking hebben op de jaren 1999 en 2000, worden beschouwd als aanvragen waarop de bepalingen bij of krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs van toepassing zijn, zoals deze luiden na de inwerkingtreding van deze wet. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen zendt de aanvragen, bedoeld in de vorige volzin, aan de desbetreffende gemeenten ten behoeve van de toepassing van artikel 76*e* van de Wet op het voortgezet onderwijs, zoals dit artikel luidt na de inwerkingtreding van deze wet. **3.** De uitvoering van de beslissingen op een aanvraag als bedoeld in artikel 6 van het Huisvestingsbesluit WVO/WCBO die betrekking hebben op het jaar 1997 vindt plaats door de desbetreffende gemeente aan de hand van de bepalingen bij of krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van deze wet. **4.** Aanvragen voor voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in artikel 4, derde lid, van het Huisvestingsbesluit WVO/WCBO ten behoeve van scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor algemeen voortgezet onderwijs en voor voorbereidend beroepsonderwijs, die niet voor 1 februari 1996 zijn ingediend bij Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en betrekking hebben op het jaar 1998, worden beschouwd als aanvragen waarop de bepalingen bij of krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs van toepassing zijn, zoals deze luiden na de inwerkingtreding van deze wet. De tweede volzin van het tweede lid is van toepassing. **5.** Aanvragen voor voorzieningen in de inventaris als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van het Huisvestingsbesluit WVO/WCBO ten behoeve van scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor algemeen voortgezet onderwijs en voor voorbereidend beroepsonderwijs, die zijn ingediend voor 15 december 1996 en betrekking hebben op het jaar 1997, worden beschouwd als aanvragen waarop de bepalingen bij of krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs van toepassing zijn, zoals deze luiden na de inwerkingtreding van deze wet. De tweede volzin van het tweede lid is van toepassing. ### Artikel XVIII **1.** Indien artikel 76*u* van de Wet op het voortgezet onderwijs toepassing vindt, vergoedt de gemeente, indien gedeelten van de gebouwen uit eigen middelen zijn bekostigd en hiervoor geen vergoeding is genoten, aan het bevoegd gezag van de desbetreffende school de restantboekwaarde van die gedeelten, voor zover het gaat om investeringen die hebben plaatsgevonden voor 1 januari 1997. **2.** De restantboekwaarde wordt vastgesteld op basis van de afschrijvingstermijn van een dertigjarige annuïtaire lening. Het bevoegd gezag dient de bekostiging uit eigen middelen aan te tonen door middel van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. ### Artikel XIX **1.** Vervallen. **2.** De gemeentelijke regeling, bedoeld in artikel 76, eerste lid, van de Wet op het basisonderwijs, artikel 84, eerste lid, van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en artikel 76*m*, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, zoals deze bepalingen luiden na de inwerkingtreding van deze wet, wordt vastgesteld ten minste acht weken voor het tijdstip waarop de aanvraag, bedoeld in artikel 68 van de Wet op het basisonderwijs, artikel 76 van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en artikel 76*e* van de Wet op het voortgezet onderwijs moet worden ingediend. ### Artikel XX Vervallen ### Artikel XXI Vervallen ### Artikel XXII Vervallen ### Artikel XXIII **1.** Deze wet treedt met uitzondering van de artikelen VII en IX tot en met XIX, alsmede XXII in werking met ingang van 1 januari 1997. **2.** Artikel VII treedt in werking met ingang van 1 augustus 1997. **3.** De artikelen IX tot en met XIX en XXII treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin deze wet wordt geplaatst.