--- titel: Allocatiecode systeembeheerders gas bwb_id: BWBR0052342 type: zbo status: geldend datum_inwerkingtreding: '2026-02-21' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0052342 citeertitel: Allocatiecode systeembeheerders gas --- # Allocatiecode systeembeheerders gas De Autoriteit Consument en Markt, Gelet op artikel 12f, eerste lid van de Gaswet en artikel 3.121 van de Energiewet; Besluit: ## 1. Algemene bepalingen ### 1. Werkingssfeer en definities 1.1 1.1 Voor de toepassing van deze code gelden de begrippen en bijbehorende begripsbepalingen uit de Energiewet en uit de Begrippencode gas TSB en DSB. 1.2 1.2 In deze code wordt verstaan onder: a. distributiesysteem: distributiesysteem voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet; b. distributiesysteembeheerder: distributiesysteembeheerder voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet; c. transmissiesysteem: transmissiesysteem voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet; d. transmissiesysteembeheerder: transmissiesysteembeheerder voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet; e. balanceringsverantwoordelijke: balanceringsverantwoordelijke voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet. f. offline allocatie: de maandelijkse allocatie op de 6e en 16e werkdag na afloop van de maand en de 10e werkdag van de vierde maand na afloop van de maand a. a. distributiesysteem: distributiesysteem voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet; b. b. distributiesysteembeheerder: distributiesysteembeheerder voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet; c. c. transmissiesysteem: transmissiesysteem voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet; d. d. transmissiesysteembeheerder: transmissiesysteembeheerder voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet; e. e. balanceringsverantwoordelijke: balanceringsverantwoordelijke voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet. f. f. offline allocatie: de maandelijkse allocatie op de 6e en 16e werkdag na afloop van de maand en de 10e werkdag van de vierde maand na afloop van de maand 1.2a 1.2a Vanwege wijzigingen in de Allocatiecode systeembeheerders gas als gevolg van invoering van de Energiewet, zijn verwijzingen vanuit de Meetcode gas RNB en vanuit de Informatiecode Elektriciteit en Gas naar de Allocatiecode systeembeheerders gas niet meer correct. De juiste nummering van de verwijzing is terug te vinden in de transponeringstabellen zoals opgenomen in Bijlage 6a Transponeringstabellen verwijzingen naar Allocatiecode systeembeheerders gas. 1.3 1.3 Het bepaalde in deze code betreft het proces van allocatie ten behoeve van balanceringsverantwoordelijken en leveranciers op grond van gegevens van aangeslotenen op de distributiesystemen en op het transmissiesysteem, alsmede de daarbij behorende instrumenten en informatiestromen. 1.4 1.4 Voor de processen waar deze code betrekking op heeft is het aansluitingenregister van de systeembeheerder steeds leidend. 1.5 1.5 In deze code wordt voor distributiesystemen en gesloten systemen verstaan onder: a. aansluiting = allocatiepunt als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet; b. leverancier = marktdeelnemer als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet. a. a. aansluiting = allocatiepunt als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet; b. b. leverancier = marktdeelnemer als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet. 1.6 1.6 De distributiesysteembeheerder bepaalt per aansluiting de aansluitingcategorie en legt dit vast in het aansluitingenregister. 1.7 1.7 Voor profielverbruikers met een kleine aansluiting gelden de volgende aansluitingcategorieën: a. Voor kleinverbruikers met een standaardjaarverbruik < 5.000 m^3 (n;35,17) en met een gasmeter ≤ G6 c.q. geen meetinrichting wordt de aansluitingcategorie G1A gebruikt b. voor de overige profielverbruikers met een kleine aansluiting wordt de aansluitingcategorie G2A gebruikt. a. a. Voor kleinverbruikers met een standaardjaarverbruik < 5.000 m^3 (n;35,17) en met een gasmeter ≤ G6 c.q. geen meetinrichting wordt de aansluitingcategorie G1A gebruikt b. b. voor de overige profielverbruikers met een kleine aansluiting wordt de aansluitingcategorie G2A gebruikt. 1.8 1.8 Toewijzing van aansluitingcategorieën voor profielverbruikers met een kleine aansluiting door de distributiesysteembeheerder gebeurt bij ingebruikname van de aansluiting en vervolgens jaarlijks per 1 januari op basis van de op dat moment bekende gegevens en de bovenstaande toewijzingscriteria. 1.9 1.9 Voor verbruikers met een grote aansluiting of invoeders gelden de volgende aansluitingcategorieën: a. Voor verbruikers met een grote aansluiting en met een gemiddelde jaarafname over de laatste 36 maanden groter dan 1.000.000 m^3_(n;35,17) of die beschikken over een aansluiting met een aansluitcapaciteit groter dan 2.500 m^3_(n;35,17) per uur wordt de aansluitingcategorie GGV gebruikt. b. Voor andere verbruikers met een grote aansluiting, die beschikken over een uurlijks op afstand uitleesbare meetinrichting kan op verzoek van de aangeslotene de aansluitingcategorie GGV worden gebruikt. c. Voor andere dan de onder onderdeel a of b bedoelde verbruikers met een grote aansluiting en met een gemiddelde jaarafname over de laatste 36 maanden groter dan 170.000 m^3_(n;35,17) dan wel een verbruik over de laatste 12 maanden van meer dan 250.000 m^3_(n;35,17) of die beschikken over een aansluiting met een aansluitcapaciteit groter dan 400 m^3_(n;35,17) per uur wordt de aansluitingcategorie GXX gebruikt. d. Voor andere dan de onder onderdeel a, b, of c bedoelde verbruikers met een grote aansluiting, die beschikken over een dagelijks op afstand uitleesbare meetinrichting kan op verzoek van de aangeslotene de aansluitingcategorie GXX worden gebruikt. e. Voor andere dan onder onderdeel a, b, c of d verbruikers met een grote aansluiting wordt de aansluitingcategorie G2C gebruikt. f. Voor een aansluiting op een distributiesysteem waar gas in het distributiesysteem gevoed wordt met een gemiddeld jaarvolume over de laatste 36 maanden groter dan 1.000.000 m^3_(n;35,17) wordt de aansluitingcategorie GIS gebruikt. g. Voor andere dan de in onderdeel f bedoelde aansluitingen op een distributiesysteem waar gas in het distributiesysteem gevoed wordt en die beschikken over een uurlijks op afstand uitleesbare meetinrichting kan op verzoek van de aangeslotene de aansluitingcategorie GIS worden gebruikt. h. Voor andere dan de onder onderdeel f of g bedoelde aansluitingen op een distributiesysteem waar gas in het distributiesysteem gevoed wordt, wordt aansluitingcategorie GIN gebruikt. a. a. Voor verbruikers met een grote aansluiting en met een gemiddelde jaarafname over de laatste 36 maanden groter dan 1.000.000 m^3_(n;35,17) of die beschikken over een aansluiting met een aansluitcapaciteit groter dan 2.500 m^3_(n;35,17) per uur wordt de aansluitingcategorie GGV gebruikt. b. b. Voor andere verbruikers met een grote aansluiting, die beschikken over een uurlijks op afstand uitleesbare meetinrichting kan op verzoek van de aangeslotene de aansluitingcategorie GGV worden gebruikt. c. c. Voor andere dan de onder onderdeel a of b bedoelde verbruikers met een grote aansluiting en met een gemiddelde jaarafname over de laatste 36 maanden groter dan 170.000 m^3_(n;35,17) dan wel een verbruik over de laatste 12 maanden van meer dan 250.000 m^3_(n;35,17) of die beschikken over een aansluiting met een aansluitcapaciteit groter dan 400 m^3_(n;35,17) per uur wordt de aansluitingcategorie GXX gebruikt. d. d. Voor andere dan de onder onderdeel a, b, of c bedoelde verbruikers met een grote aansluiting, die beschikken over een dagelijks op afstand uitleesbare meetinrichting kan op verzoek van de aangeslotene de aansluitingcategorie GXX worden gebruikt. e. e. Voor andere dan onder onderdeel a, b, c of d verbruikers met een grote aansluiting wordt de aansluitingcategorie G2C gebruikt. f. f. Voor een aansluiting op een distributiesysteem waar gas in het distributiesysteem gevoed wordt met een gemiddeld jaarvolume over de laatste 36 maanden groter dan 1.000.000 m^3_(n;35,17) wordt de aansluitingcategorie GIS gebruikt. g. g. Voor andere dan de in onderdeel f bedoelde aansluitingen op een distributiesysteem waar gas in het distributiesysteem gevoed wordt en die beschikken over een uurlijks op afstand uitleesbare meetinrichting kan op verzoek van de aangeslotene de aansluitingcategorie GIS worden gebruikt. h. h. Voor andere dan de onder onderdeel f of g bedoelde aansluitingen op een distributiesysteem waar gas in het distributiesysteem gevoed wordt, wordt aansluitingcategorie GIN gebruikt. 1.9a 1.9a Toewijzing van aansluitingcategorieën door distributiesysteembeheerder of de transmissiesysteembeheerder aan verbruikers met een grote aansluiting of invoeders gebeurt jaarlijks per 1 augustus op basis van de op dat moment bekende gegevens en de bovenstaande toewijzingscriteria en is geldig vanaf 1 januari van het daaropvolgende jaar. 1.10 1.10 Indien op grond van 1.9 de aansluitingcategorie van een aangeslotene wijzigt, informeert de systeembeheerder, uiterlijk per 1 september volgend op de toewijzing, de betreffende aangeslotene, zijn meetverantwoordelijke en leverancier schriftelijk over de toegewezen aansluitingcategorie. 1.11 1.11 Voor een allocatiepunt waar een distributiesysteembeheerder de systeemverliezen van een systeemgebied op administreert wordt de aansluitingcategorie GMN gebruikt 1.12 1.12 Voor de indeling in aansluitingcategorieën van aansluitingen op een gesloten systeem, aangesloten op een distributiesysteem, waarvan de beheerder van het gesloten systeem aangegeven heeft gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten geldt dat: a. voor verbruikers met een gemiddelde jaarafname over de laatste 36 maanden groter dan 1.000.000 m^3_(n;35,17) de aansluitingcategorie GGV wordt gebruikt.; b. voor overige verbruikers, die beschikken over een uurlijks op afstand uitleesbare meetinrichting op verzoek van de aangeslotene de aansluitingcategorie GGV kan worden gebruikt; c. voor overige verbruikers de aansluitingcategorie GXX wordt gebruikt; d. voor een aansluiting waar gas in het distributiesysteem gevoed wordt met een gemiddeld jaarvolume over de laatste 36 maanden groter dan 1.000.000 m^3_(n;35,17) de aansluitingcategorie GIS wordt gebruikt.; e. voor andere aansluitingen waar gas in het distributiesysteem gevoed wordt en die beschikken over een uurlijks op afstand uitleesbare meetinrichting op verzoek van de aangeslotene de aansluitingcategorie GIS kan worden gebruikt; f. voor overige aansluitingen waar gas in het distributiesysteem gevoed wordt, de aansluitingcategorie GIN wordt gebruikt. a. a. voor verbruikers met een gemiddelde jaarafname over de laatste 36 maanden groter dan 1.000.000 m^3_(n;35,17) de aansluitingcategorie GGV wordt gebruikt.; b. b. voor overige verbruikers, die beschikken over een uurlijks op afstand uitleesbare meetinrichting op verzoek van de aangeslotene de aansluitingcategorie GGV kan worden gebruikt; c. c. voor overige verbruikers de aansluitingcategorie GXX wordt gebruikt; d. d. voor een aansluiting waar gas in het distributiesysteem gevoed wordt met een gemiddeld jaarvolume over de laatste 36 maanden groter dan 1.000.000 m^3_(n;35,17) de aansluitingcategorie GIS wordt gebruikt.; e. e. voor andere aansluitingen waar gas in het distributiesysteem gevoed wordt en die beschikken over een uurlijks op afstand uitleesbare meetinrichting op verzoek van de aangeslotene de aansluitingcategorie GIS kan worden gebruikt; f. f. voor overige aansluitingen waar gas in het distributiesysteem gevoed wordt, de aansluitingcategorie GIN wordt gebruikt. ## 2. Allocatie ### 2. Tijdschema allocatie #### 2.1. Near-real-time allocatie 2.1.1 2.1.1 De transmissiesysteembeheerder verzamelt elk uur, kort na het volle uur, voor alle entry- en exitpunten op het transmissiesysteem met een jaarlijkse hoeveelheid gemeten gas ≥ 170.000 m^3 de meetwaarden per uur. 2.1.2 2.1.2 De transmissiesysteembeheerder verstrekt uiterlijk 5 minuten na afloop van het uur waarop de gegevens betrekking hebben, aan balanceringsverantwoordelijke(n) de near-real-time allocatiegegevens, samengesteld op grond van de overeenkomstig 2.1.1 verzamelde meetwaarden. 2.1.3 2.1.3 In afwijking van 2.1.2 verstrekt de transmissiesysteembeheerder aan balanceringsverantwoordelijke(n) de near-real-time allocatiegegevens, samengesteld op grond van de conform 2.1.1 verzamelde meetwaarden voor de exitpunten waar het transmissiesysteem is verbonden met een distributiesysteem uiterlijk 15 minuten na afloop van het uur waarop de gegevens betrekking hebben. 2.1.4 2.1.4 Voor informatieve doeleinden verzamelt de transmissiesysteembeheerder de in 2.1.1 genoemde meetwaarden ook voor alle intervallen van 5 minuten binnen een uur. Indien de transmissiesysteembeheerder niet tijdig een in 2.1.1 genoemde meetwaarde voor een uur beschikbaar heeft, gebruikt de transmissiesysteembeheerder in plaats van de uurwaarde een lineaire extrapolatie van de laatst ontvangen 5 minuten waarde. 2.1.5 2.1.5 Indien de in 2.1.4 genoemde 5 minuten waarde niet beschikbaar is gebruikt de transmissiesysteembeheerder de laatst beschikbare uurwaarde. 2.1.6 2.1.6 Met behulp van het Centraal Systeem Stuursignaal wordt, uitgaande van de meetwaarden afkomstig van meetinrichtingen op de exitpunten waar het transmissiesysteem is verbonden met een distributiesysteem elk uur, kort na het volle uur, de allocatie van de meetwaarde per balanceringsverantwoordelijke(n) per systeemgebied per aansluitingcategorie uitgevoerd. 2.1.7 2.1.7 Bij het bepalen van de allocaties conform 2.1.6 wordt gebruik gemaakt van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen op aansluitingen met de aansluitingcategorie GGV of GIS en die zijn aangesloten op een distributiesysteem en van het aansluitingenregister van de distributiesysteembeheerder. 2.1.7a 2.1.7a Bij het bepalen van de allocaties conform 2.1.6 wordt voor aansluitingen op gesloten systemen aangesloten op een distributiesysteem, waarvan de beheerder heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten, gebruik gemaakt van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen bij de aansluitingen op dat gesloten systeem met de aansluitingcategorie GGV of GIS en van het aansluitingenregister van de beheerder van het gesloten systeem. Deze gegevens treden in de plaats van de gegevens van de aansluiting van het gesloten systeem op het distributiesysteem. Indien de gegevens van de beheerder van het gesloten systeem ontbreken worden de gegevens van de aansluiting van het gesloten systeem op het distributiesysteem gebruikt. 2.1.8 2.1.8 Bij het samenstellen conform 2.1.6 van de allocatiegegevens van aangeslotenen op distributiesystemen niet behorende tot de aansluitingcategorie GGV of GIS of met de aansluitingcategorie GGV of GIS, maar waarvoor geen meetwaarden zijn aangeleverd, worden de rekenregels toegepast van de bijlage 1a van deze code en bijlage 3 van de Informatiecode elektriciteit en gas. 2.1.8a 2.1.8a Bij het samenstellen conform 2.1.6 van de allocatiegegevens van aangeslotenen op gesloten systemen aangesloten op een distributiesysteem waarvan de beheerder van het gesloten systeem heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten, niet behorende tot de aansluitingcategorie GGV of GIS of met de aansluitingcategorie GGV of GIS, maar waarvoor geen meetwaarden zijn aangeleverd, worden de rekenregels toegepast van bijlage 3 van de Informatiecode Elektriciteit en Gas. 2.1.9 2.1.9 Nadere regels voor het uit te voeren allocatieproces zijn opgenomen in de hoofdstukken 4 en 4a en in bijlage 2a. #### 2.2. Maandelijkse allocatie 2.2.1 2.2.1 De transmissiesysteembeheerder, de distributiesysteembeheerders en de beheerders van gesloten systemen die hebben aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten, verzamelen maandelijks de meetwaarden per uur afkomstig van meetinrichtingen bij de telemetrieaansluitingen. De transmissiesysteembeheerder verzamelt maandelijks de meetwaarden per uur afkomstig van meetinrichtingen op de entrypunten met uurmeting en op de exitpunten met uurmeting. 2.2.2 2.2.2 1. De distributiesysteembeheerder maakt bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen bij aansluitingen en systeemkoppelingen en van het aansluitingenregister van het distributiesysteem. 2. De beheerder van een gesloten systeem die heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten, maakt bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens geregistreerd door meetinrichtingen bij aansluitingen en van het aansluitingenregister van het gesloten systeem. 3. Voor systeemkoppelingen die de verbinding vormen tussen het transmissiesysteem en een distributiesysteem maakt de transmissiesysteembeheerder bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen op de systeemkoppelingen en van de door de distributiesysteembeheerder aangeleverde allocatiegegevens en van de allocatiegegevens die zijn aangeleverd door de beheerder van een gesloten systeem. 4. Voor exitpunten van verbruikers op het transmissiesysteem maakt de transmissiesysteembeheerder bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van a. gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen van de transmissiesysteembeheerder; b. confirmaties; en c. zijn aansluitingenregister. 5. Voor overige entry- en exitpunten op het transmissiesysteem maakt de transmissiesysteembeheerder bij het samenstellen van de allocaties gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen op deze entry- en exitpunten en van confirmaties. 1. 1. De distributiesysteembeheerder maakt bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen bij aansluitingen en systeemkoppelingen en van het aansluitingenregister van het distributiesysteem. 2. 2. De beheerder van een gesloten systeem die heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten, maakt bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens geregistreerd door meetinrichtingen bij aansluitingen en van het aansluitingenregister van het gesloten systeem. 3. 3. Voor systeemkoppelingen die de verbinding vormen tussen het transmissiesysteem en een distributiesysteem maakt de transmissiesysteembeheerder bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen op de systeemkoppelingen en van de door de distributiesysteembeheerder aangeleverde allocatiegegevens en van de allocatiegegevens die zijn aangeleverd door de beheerder van een gesloten systeem. 4. 4. Voor exitpunten van verbruikers op het transmissiesysteem maakt de transmissiesysteembeheerder bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van a. gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen van de transmissiesysteembeheerder; b. confirmaties; en c. zijn aansluitingenregister. a. a. gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen van de transmissiesysteembeheerder; b. b. confirmaties; en c. c. zijn aansluitingenregister. 5. 5. Voor overige entry- en exitpunten op het transmissiesysteem maakt de transmissiesysteembeheerder bij het samenstellen van de allocaties gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen op deze entry- en exitpunten en van confirmaties. 2.2.3 2.2.3 De distributiesysteembeheerder past bij het samenstellen van de allocatiegegevens voor profielverbruikers de rekenregels toe van bijlage 3 van de Informatiecode Elektriciteit en Gas. 2.2.4 2.2.4 Nadere regels voor het maandelijks uit te voeren allocatieproces zijn opgenomen in de hoofdstukken 4 en 4a. #### 2.3. [vervallen] – #### 2.4. Maandelijkse allocatie: Allocatiegegevens op de 6e werkdag na afloop van de maand 2.4.1 2.4.1 1. De distributiesysteembeheerder verstrekt uiterlijk op de zesde werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de transmissiesysteembeheerder, balanceringsverantwoordelijke(n) en leverancier(s). 2. De beheerder van een gesloten systeem die heeft aangegeven gebruik te willen maken van in deze code genoemde berichten, verstrekt uiterlijk op de zevende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de balanceringsverantwoordelijke(n) en leverancier(s). 3. De transmissiesysteembeheerder verstrekt uiterlijk de zesde werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de balanceringsverantwoordelijke(n) en leverancier(s), samengesteld op grond van de op het transmissiesysteem aangesloten verbruikers. 1. 1. De distributiesysteembeheerder verstrekt uiterlijk op de zesde werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de transmissiesysteembeheerder, balanceringsverantwoordelijke(n) en leverancier(s). 2. 2. De beheerder van een gesloten systeem die heeft aangegeven gebruik te willen maken van in deze code genoemde berichten, verstrekt uiterlijk op de zevende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de balanceringsverantwoordelijke(n) en leverancier(s). 3. 3. De transmissiesysteembeheerder verstrekt uiterlijk de zesde werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de balanceringsverantwoordelijke(n) en leverancier(s), samengesteld op grond van de op het transmissiesysteem aangesloten verbruikers. 2.4.2 2.4.2 De allocatiegegevens die verstrekt zijn volgens het bepaalde in 2.4.1 worden beschouwd als de voorlopige allocatie. 2.4.3 2.4.3 Indien de distributiesysteembeheerder of de beheerder van een gesloten systeem die heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten met betrekking tot een aansluiting niet tijdig of niet volledig meetgegevens heeft ontvangen van de meetverantwoordelijke zal hij ten behoeve van de maandelijkse allocatie een schatting maken van het verbruik van de betreffende aansluiting voor de betreffende periode en dit verbruik vlak verdelen over de uren. #### 2.5. Maandelijkse allocatie: Allocatiegegevens op de 16e werkdag na afloop van de maand 2.5.1 2.5.1 1. De distributiesysteembeheerder en de beheerder van een gesloten systeem die heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten verstrekken uiterlijk op de zestiende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de transmissiesysteembeheerder, balanceringsverantwoordelijke(n) en leverancier(s). 2. De transmissiesysteembeheerder verstrekt uiterlijk op de zestiende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan balanceringsverantwoordelijke(n) en leverancier(s), samengesteld op grond van de op het transmissiesysteem aangesloten verbruikers. 3. De transmissiesysteembeheerder verstrekt voor de overige entry- en exitpunten uiterlijk de zestiende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben de allocatiegegevens aan balanceringsverantwoordelijke(n). 4. De transmissiesysteembeheerder verstrekt voor een balansrelatie op het virtuele handelspunt twee werkdagen na de ontvangst van de door alle distributiesysteembeheerders aan de transmissiesysteembeheerder verstrekte allocatiegegevens de allocatiegegevens aan balanceringsverantwoordelijke(n). 1. 1. De distributiesysteembeheerder en de beheerder van een gesloten systeem die heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten verstrekken uiterlijk op de zestiende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de transmissiesysteembeheerder, balanceringsverantwoordelijke(n) en leverancier(s). 2. 2. De transmissiesysteembeheerder verstrekt uiterlijk op de zestiende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan balanceringsverantwoordelijke(n) en leverancier(s), samengesteld op grond van de op het transmissiesysteem aangesloten verbruikers. 3. 3. De transmissiesysteembeheerder verstrekt voor de overige entry- en exitpunten uiterlijk de zestiende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben de allocatiegegevens aan balanceringsverantwoordelijke(n). 4. 4. De transmissiesysteembeheerder verstrekt voor een balansrelatie op het virtuele handelspunt twee werkdagen na de ontvangst van de door alle distributiesysteembeheerders aan de transmissiesysteembeheerder verstrekte allocatiegegevens de allocatiegegevens aan balanceringsverantwoordelijke(n). 2.5.2 2.5.2 Indien een distributiesysteembeheerder niet in staat blijkt om allocatiegegevens aan te leveren binnen de in 2.5.1 gestelde termijn, kan de transmissiesysteembeheerder na overleg met betrokkenen – waaronder in elk geval worden begrepen de desbetreffende distributiesysteembeheerder en de betrokken balanceringsverantwoordelijke(n) – de allocatie vaststellen met behulp van door de transmissiesysteembeheerder geschatte waardes. 2.5.2a 2.5.2a Indien een beheerder van een gesloten systeem die gebruik wil maken van de in deze code genoemde berichten niet in staat blijkt om allocatiegegevens aan te leveren binnen de in 2.5.1 gestelde termijn, zal de transmissiesysteembeheerder de allocatie vaststellen met behulp van door de distributiesysteembeheerder aangeleverde gegevens over de aansluiting van het gesloten systeem op het distributiesysteem. 2.5.3 2.5.3 De allocatiegegevens die verstrekt zijn overeenkomstig 2.5.1, 2.5.2 of 2.5.2a zijn de definitieve allocatiegegevens die de basis vormen voor de financiële verrekening beschreven in 6.1. #### 2.6. Maandelijkse allocatie: Allocatiegegevens op de 10e werkdag van de vierde maand na afloop van de maand 2.6.1 2.6.1 1. De distributiesysteembeheerder en de beheerder van een gesloten systeem die gebruik wil maken van de in deze code genoemde berichten verstrekken uiterlijk op de tiende werkdag van de vierde maand na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de transmissiesysteembeheerder, balanceringsverantwoordelijke(n), en leverancier(s). 2. De transmissiesysteembeheerder verstrekt uiterlijk op de tiende werkdag van de vierde maand na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan balanceringsverantwoordelijke(n) en leverancier(s), samengesteld op grond van de op het transmissiesysteem aangesloten verbruikers. 3. De transmissiesysteembeheerder verstrekt voor een balansrelatie op het virtuele handelspunt twee werkdagen na de ontvangst van de door alle distributiesysteembeheerders aan de transmissiesysteembeheerder verstrekte allocatiegegevens de allocatiegegevens aan balanceringsverantwoordelijke(n). 1. 1. De distributiesysteembeheerder en de beheerder van een gesloten systeem die gebruik wil maken van de in deze code genoemde berichten verstrekken uiterlijk op de tiende werkdag van de vierde maand na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de transmissiesysteembeheerder, balanceringsverantwoordelijke(n), en leverancier(s). 2. 2. De transmissiesysteembeheerder verstrekt uiterlijk op de tiende werkdag van de vierde maand na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan balanceringsverantwoordelijke(n) en leverancier(s), samengesteld op grond van de op het transmissiesysteem aangesloten verbruikers. 3. 3. De transmissiesysteembeheerder verstrekt voor een balansrelatie op het virtuele handelspunt twee werkdagen na de ontvangst van de door alle distributiesysteembeheerders aan de transmissiesysteembeheerder verstrekte allocatiegegevens de allocatiegegevens aan balanceringsverantwoordelijke(n). 2.6.2 2.6.2 Indien een distributiesysteembeheerder niet in staat blijkt om allocatiegegevens aan te leveren binnen de in 2.6.1 gestelde termijn, kan de transmissiesysteembeheerder na overleg met betrokkenen – waaronder in elk geval worden begrepen de desbetreffende distributiesysteembeheerder en de betrokken erkende balanceerverantwoordelijke(n) – de allocatie vaststellen met behulp van door de transmissiesysteembeheerder geschatte waardes. 2.6.2a 2.6.2a Indien een beheerder van een gesloten systeem die gebruik wil maken van de in deze code genoemde berichten niet in staat blijkt om allocatiegegevens aan te leveren binnen de in 2.6.1 gestelde termijn, zal de transmissiesysteembeheerder de allocatie vaststellen met behulp van door de distributiesysteembeheerder aangeleverde gegevens. 2.6.3 2.6.3 De allocatiegegevens die verstrekt zijn overeenkomstig 2.6.1, 2.6.2, of 2.6.2a zijn correcties op de definitieve gegevens bedoeld in 2.5.3 en vormen de basis voor correcties op de in 2.5.3 bedoelde verrekening. #### 2.7. Consistentie van de aangeleverde gegevens 2.7.1 2.7.1 De distributiesysteembeheerder en de beheerder van een gesloten systeem die gebruik wil maken van de berichten genoemd in deze code draagt er zorg voor dat informatie, die aan de transmissiesysteembeheerder, balanceringsverantwoordelijke(n) en leverancier(s) wordt verschaft, consistent is (inclusief de restvolumes en correctievolumes). 2.7.2 2.7.2 De transmissiesysteembeheerder draagt er zorg voor dat informatie, die aan balanceringsverantwoordelijke(n) en leverancier(s) wordt verschaft, consistent is (inclusief de restvolumes en correctievolumes). ## 3. Tijdschema reconciliatie 3.1 3.1 De transmissiesysteembeheerder en de distributiesysteembeheerders voeren maandelijks de reconciliatie uit aan de hand van vastgestelde verbruiken. De maandelijkse reconciliatie wordt uitgevoerd tussen de tiende werkdag van elke kalendermaandmaand en de negende werkdag van de daaropvolgende kalandermaand. De verrekening van de reconciliatie vindt tweemaal per jaar plaats. 3.2 3.2 De distributiesysteembeheerders zenden uiterlijk op de negende werkdag van elke maand de reconciliatiegegevens aan de transmissiesysteembeheerder en de betrokken balanceringsverantwoordelijke(n) en leverancier(s). De distributiesysteembeheerder draagt er zorg voor dat informatie, die aan de transmissiesysteembeheerder, balanceringsverantwoordelijke(n) en leverancier(s) wordt verschaft, consistent is. 3.3 3.3 In uitzonderlijke gevallen kan de transmissiesysteembeheerder een distributiesysteembeheerder toestaan de reconciliatiegegevens na het in 3.2 gestelde tijdstip te verstrekken. 3.4 3.4 Nadat alle distributiesysteembeheerders de gegevens ter beschikking hebben gesteld totaliseert de transmissiesysteembeheerder de aangeleverde te reconciliëren hoeveelheden gas en faciliteert de verrekening met de betrokken balanceringsverantwoordelijke(n). 3.5 3.5 De transmissiesysteembeheerder verzendt tweemaal per jaar, in april en in oktober, op uiterlijk de veertiende werkdag van de maand de debetfacturen naar de desbetreffende balanceringsverantwoordelijken. 3.6 3.6 De transmissiesysteembeheerder stelt de creditfacturen op en verzendt deze, zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen veertien werkdagen nadat alle debetfacturen zijn voldaan, naar de desbetreffende balanceringsverantwoordelijken. Op deze creditnota’s zijn de betalingen op de debetnota’s verwerkt, die inmiddels door de transmissiesysteembeheerder zijn ontvangen. In het geval dat na drie maanden na de verzending van de debetfacturen (nog) niet alle debetfacturen zijn betaald door de balanceringsverantwoordelijken, zal de uitbetaling van de creditnota’s onder vermindering van het nog niet betaalde bedrag worden uitbetaald aan de balanceringsverantwoordelijken. De uitbetaling van de creditfacturen (zo nodig onder aftrek van niet-betaalde debetfacturen) wordt door de transmissiesysteembeheerder uitgevoerd op de veertiende werkdag na de factuurdatum. Betalingen op debetfacturen, die door de transmissiesysteembeheerder zijn ontvangen nadat de creditfacturen zijn opgesteld, zullen worden verwerkt in gecorrigeerde creditfacturen, die door de transmissiesysteembeheerder de eerstvolgende keer zullen worden opgesteld. ## 4. Het allocatieproces voor systeemgebieden 4.0.0 4.0.0 De distributiesysteembeheerder voert voor zijn systeemgebieden de allocatie op uurbasis uit, op de wijze zoals in dit hoofdstuk is weergegeven. ### 4.0. Toegestane programmaverantwoordelijken 4.0.1 4.0.1 Op aansluitingen, van een verbruiker of een invoeder die zijn verbonden met een systeemgebied is slechts één balanceerverantwoordelijke toegestaan. 4.0.2 4.0.2 Op exitpunten waar het transmissiesysteem is verbonden met een systeemgebied zijn meerdere balanceerverantwoordelijken toegestaan. 4.0a.1 4.0a.1 Een directe koppeling van een systeemgebied van een distributiesysteembeheerder met een systeemgebied van een andere distributiesysteembeheerder kan een betrouwbare uitkomst van het allocatieproces belemmeren. De distributiesysteembeheerders melden in dat kader in voorkomende gevallen het bestaan van de koppeling aan de transmissiesysteembeheerder, waarna de karakteristieken van de koppeling (waaronder geografische plaats en capaciteit) zullen worden vastgelegd in een Systeemverbindingsovereenkomst tussen de transmissiesysteembeheerder en de desbetreffende distributiesysteembeheerders. 4.0a.2 4.0a.2 Op de systeemkoppeling van de systeemgebieden is een dagelijks op afstand uitleesbare meetinrichting. Deze meetinrichting wordt door één van de betrokken distributiesysteembeheerders beheerd. 4.0a3 4.0a3 De distributiesysteembeheerder die de meetinrichting beheert, verstrekt aan de transmissiesysteembeheerder uiterlijk op de eerste werkdag na afloop van de dag of de maand de per uur door de systeemkoppeling gestroomde hoeveelheid gas. Voor zover van toepassing verwerkt de distributiesysteembeheerder de hoeveelheid restenergie (van het koppelingspunt) in de aan de transmissiesysteembeheerder verstrekte uurhoeveelheid. De transmissiesysteembeheerder zal de ingevolge 4.1.3 van deze code aan de betrokken distributiesysteembeheerders te verstrekken hoeveelheid gas voor de betreffende systeemgebieden met de opgegeven hoeveelheid verrekenen. ### 4.1. Verstrekking van basisgegevens door de transmissiesysteembeheerder 4.1.1 4.1.1 De transmissiesysteembeheerder zorgt ervoor dat de gegevens, die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de near-real-time allocatie op exitpunten waar het transmissiesysteem is verbonden met een distributiesysteem, uiterlijk vijf minuten na afloop van het uur in het Centraal Systeem Stuursignaal beschikbaar zijn. 4.1.1a 4.1.1a In geval twee systeemgebieden beheerd door twee distributiesysteembeheerders gekoppeld zijn, zoals toegelicht in 4.0a.1, 4.0a.2, 4.0a.3. en de hoeveelheid gas op jaarbasis 1.000.000 m^3(n;35.17) of 10% van het betrokken systeemgebied waarover de laagste hoeveelheid zorgt de distributiesysteembeheerder die de meetinrichting beheert dat de gegevens, die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de near-real-time allocatie op systeemkoppelingen waar het transmissiesysteem is verbonden met een systeemgebied, uiterlijk vijf minuten na afloop van het uur in het Centraal Systeem Stuursignaal beschikbaar zijn. 4.1.2 4.1.2 De transmissiesysteembeheerder verstrekt de gegevens, die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de maandelijkse allocatie, uiterlijk de vierde werkdag na afloop van de maand om 07.00 uur aan de distributiesysteembeheerder door middel van het bericht ‘MINFO’. Deze gegevens worden beschouwd als zijnde definitieve gegevens. 4.1.3 4.1.3 Voor elk relevant systeemgebied worden voor elk uur van de betreffende periode de volgende gegevens verstrekt: • de gemeten hoeveelheid gas (uitgedrukt in MJ) • de calorische bovenwaarde van het gas • de voor de allocatie relevante gegevens betreffende de gaskwaliteit. • de restenergie conform paragraaf 4.5. • • de gemeten hoeveelheid gas (uitgedrukt in MJ) • • de calorische bovenwaarde van het gas • • de voor de allocatie relevante gegevens betreffende de gaskwaliteit. • • de restenergie conform paragraaf 4.5. ### 4.1a. Verstrekking van basisgegevens door de distributiesysteembeheerder 4.1a.1 4.1a.1 Uiterlijk de zesde werkdag na afloop van de maand verstrekt de distributiesysteembeheerder aan de beheerder van een op zijn systeem aangesloten gesloten systeem die heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten, voor elk uur van de betreffende periode de te gebruiken calorische bovenwaarde. 4.1a.2 4.1a.2 De distributiesysteembeheerder gebruikt hiervoor de calorische waarde die hij heeft ontvangen van de transmissiesysteembeheerder of, indien van toepassing, de waarde die hij conform 4.1b.11 heeft berekend. ### 4.1b. Decentrale Invoeding 4.1b.1 4.1b.1 Als een distributiesysteembeheerder niet alleen gas ontvangt vanuit het transmissiesysteem, maar daarnaast ook invoeding via aansluitingen met de aansluitingcategorie GIS of GIN, zal de distributiesysteembeheerder hiermee rekening moeten houden bij de verbruiksbepaling en de allocatie. 4.1b.2 4.1b.2 Het gas dat wordt ingevoed via aansluitingen met de aansluitingcategorie GIS of, GIN wordt toegekend aan de balanceringsverantwoordelijke voor de betreffende aansluiting en kan verhandeld worden als ware het gas ingevoed in het transmissiesysteem. 4.1b.3 4.1b.3 De distributiesysteembeheerder registreert de balanceringsverantwoordelijke(n) waarvoor het gas op de verbindingspunten met de andere transportsystemen e.d. wordt ontvangen. 4.1b.4 4.1b.4 De distributiesysteembeheerder bepaalt de totale hoeveelheid energie per uur van een systeemgebied door de invoeding via aansluitingen met de aansluitingcategorie GIS of GIN op te tellen bij de gashoeveelheid uit het transmissiesysteem (uitgedrukt in MJ). 4.1b.5 4.1b.5 In het Centraal-Systeem-Stuursignaal wordt het near-real-time allocatieproces, zoals beschreven in bijlage 2a (Het near-real-time allocatieproces in het Centraal-Systeem-Stuursignaal) ongewijzigd uitgevoerd, waarbij meetwaarden voor aansluitingen met de aansluitingcategorie GIS of GIN als negatieve waarden in de allocatie berekening worden meegenomen, nadat eerst het totale verbruik van het systeemgebied is bepaald door de ingevoede hoeveelheid die niet afkomstig is uit het transmissiesysteem op te tellen bij de gashoeveelheid uit het transmissiesysteem (uitgedrukt in MJ). 4.1b.6 4.1b.6 De distributiesysteembeheerder alloceert de gemeten hoeveelheid op de verbindingspunten met andere transportsystemen en dergelijke aan de betrokken balanceringsverantwoordelijke(n). De transmissiesysteembeheerder beschouwt deze allocaties als allocatie op een virtueel entrypunt. 4.1b.7 4.1b.7 Gas dat wordt ingevoed op een systeemgebied, wordt in beginsel toegerekend met de werkelijke gemeten calorische waarde van het ingevoede gas. 4.1b.8 4.1b.8 Indien de calorische waarde op de aansluiting van de invoedingsinstallatie niet conform hoofdstuk 3 van de Meetcode gas LNB wordt gemeten, of de gegevens niet conform 6.4.2.17 van de Informatiecode Elektriciteit en Gas.zijn verzonden, wordt in afwijking van 4.1b.7 gas dat wordt ingevoed op een systeemgebied aan de (balanceringsverantwoordelijke van de) invoeder toegerekend met de calorische waarde 34,11 MJ/m^3_(n). 4.1b.9 4.1b.9 Indien 3.1a.8 van de Aansluit- en transportcode gas DSB van toepassing is, zal in afwijking van 4.1b.7 en 4.1b.8 het gas dat wordt ingevoed op een systeemgebied aan de (balanceringsverantwoordelijke van de) invoeder worden toegerekend met de actuele calorische uurwaarde van het gas dat vanuit het transmissiesysteem in het desbetreffende systeemgebied wordt ingevoed. 4.1b.10 4.1b.10 Indien 4.1b.9 wordt toegepast, overlegt de invoeder aan de distributiesysteembeheerder jaarlijks een rapport van de gerealiseerde calorische waarden per uur. 4.1b.11 4.1b.11 Gas dat door verbruikers wordt afgenomen in een systeemgebied wordt aan (de balanceringsverantwoordelijken van) deze verbruikers toegerekend met de gewogen gemiddelde calorische waarde voor het desbetreffende systeemgebied, bepaald op basis van de hoeveelheden en calorische waarden volgens paragraaf 4.1 en de informatie en gegevens als bedoeld in 4.1b.7 tot en met 4.1b.9. ### 4.2. Allocatie per systeemgebied 4.2.1 4.2.1 De distributiesysteembeheerder voert voor elk relevant systeemgebied de offline allocatie uit. Daarvoor bepaalt de distributiesysteembeheerder voor elke aangeslotene via welk systeemgebied het gas voor de verbruiker in het distributiesysteem van de distributiesysteembeheerder wordt gevoed en legt dit vast in het aansluitingenregister. Ten behoeve van de near-real-time allocatie zorgt de distributiesysteembeheerder ervoor dat deze informatie ook dagelijks beschikbaar is in het Centraal Systeem Stuursignaal. 4.2.1a 4.2.1a Met behulp van het Centraal Systeem Stuursignaal wordt voor elk relevant systeemgebied de near-real-time allocatie uitgevoerd. 4.2.2 4.2.2 Bij het uitvoeren van de allocatie zorgt de distributiesysteembeheerder ervoor dat de som van de verstrekte allocaties van een systeemgebied voor elk uur gelijk is aan de op het systeemgebied gemeten hoeveelheid gas van het desbetreffende uur. ### 4.4. Samenstellen van de allocatiegegevens door distributiesysteembeheerder 4.4.1 4.4.1 De distributiesysteembeheerder stelt de allocatiegegevens per systeemgebied vast op grond van gegevens van de aangeslotenen op zijn systeem. De distributiesysteembeheerder voert voor elk uur van de maand de allocatie uit. 4.4.2 4.4.2 De distributiesysteembeheerder is gehouden de samengestelde allocatiegegevens uitsluitend toe te wijzen aan tot het transmissiesysteem toegelaten balanceringsverantwoordelijken met erkenning LB. 4.4.3 4.4.3 Als de transmissiesysteembeheerder constateert dat (een gedeelte van) de door een distributiesysteembeheerder samengestelde allocatiegegevens zijn toegewezen aan niet- balanceringsverantwoordelijken of aan balanceringsverantwoordelijken zonder erkenning LB, zal de transmissiesysteembeheerder de betreffende distributiesysteembeheerder hierop wijzen en in de gelegenheid stellen de verstrekte gegevens te corrigeren. Indien de distributiesysteembeheerder de correctie niet binnen de in 2.6.1 gestelde termijn uitvoert, of indien, na correctie, de verstrekte allocatiegegevens nog niet voldoen aan het in hiervoor gestelde, zal de transmissiesysteembeheerder de distributiesysteembeheerder voor de desbetreffende allocatie beschouwen als een levering aan de distributiesysteembeheerder en derhalve de geleverde transportdienst volgens de standaard voorwaarden factureren aan de distributiesysteembeheerder, tenzij dit niet aan de distributiesysteembeheerder kan worden toegerekend. 4.4.4 4.4.4 Als eerste stap wordt door de distributiesysteembeheerder de allocatie op grond van de telemetrieverbruikaansluitingen uitgevoerd. Voor elke aangeslotene is in het aansluitingenregister vastgelegd aan welke balanceringsverantwoordelijken en aan welke leverancier(s) de vastgestelde uurhoeveelheid moet worden toegewezen. 4.4.5 4.4.5 Als tweede stap worden de allocaties op grond van de telemetrieverbruikaansluitingen gesommeerd per balanceringsverantwoordelijke/leverancier combinatie per aansluitingcategorie. 4.4.6 4.4.6 De distributiesysteembeheerder stelt, als derde stap, het systeemverliezen vast op de waarde die conform 4.9.3 is berekend voor het desbetreffende uur. 4.4.7 4.4.7 De distributiesysteembeheerder berekent, als vierde stap, de totale afgenomen uurhoeveelheid energie voor het collectief van de profielverbruikers. Daartoe trekt de distributiesysteembeheerder de som van de in de tweede stap bepaalde allocaties en het in de derde stap bepaalde systeemverliezen af van de totale hoeveelheid energie op het systeemgebied in het desbetreffende uur. 4.4.8 4.4.8 De vijfde stap betreft het uitvoeren van de allocatie voor de profielverbruikers. De basis hiervoor wordt gevormd door de conform de verbruiksprofielenmethodiek uitgevoerde berekeningen. Voor elke balanceringsverantwoordelijke/leverancier combinatie berekent de distributiesysteembeheerder per aansluitingcategorie het ‘veronderstelde geprofileerd verbruik’ (VGV_BV,LE,PC, systeemgebied) (zie bijlage 3 van de Informatiecode Elektriciteit en Gas). 4.4.9 4.4.9 De meetcorrectiefactor (MCF) voor het desbetreffende systeemgebied wordt berekend door het ingevolge 4.4.7 berekende ‘totaal profielverbruikers‘ te delen door de som van het ‘veronderstelde geprofileerde verbruik’: MCF_systeemgebied = totaal profielverbruikers / ΣVGV_systeemgebied waarin: ΣVGV_systeemgebied = de som van het veronderstelde geprofileerde verbruik van alle balanceringsverantwoordelijke/leverancier combinaties op het systeemgebied. De meetcorrectiefactor moet ten behoeve van toekomstig gebruik (bijvoorbeeld bij het reconciliatieproces) worden opgeslagen als variabele met zoveel mogelijk cijfers achter de komma (‘single precision floating point’). 4.4.10 4.4.10 Voor elke balanceringsverantwoordelijke/leverancier combinatie per aansluitingcategorie wordt het gecorrigeerde geprofileerde verbruik (GGV), uitgedrukt in MJ, berekend: GGV_BV;LE,AC,systeemgebied = MCF_systeemgebied × VGV_BV;LE,AC,systeemgebied, waarin: GGV_BV;LE,AC,systeemgebied = het gecorrigeerde geprofileerde verbruik voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke/leverancier combinatie en aansluitingcategorie VGV_BV;LE,AC,systeemgebied = het veronderstelde geprofileerde verbruik voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke/leverancier combinatie en aansluitingcategorie, uitgedrukt in MJ. 4.4.11 4.4.11 De beheerder van het gesloten systeem voert voor zijn systeem de allocatie voor elk uur van de maand uit. 4.4.12 4.4.12 Als eerste stap alloceert de beheerder van het gesloten systeem de bepaalde hoeveelheid energie op de aansluiting van zijn gesloten systeem en het systeemgebied als negatieve hoeveelheid aan de balanceringsverantwoordelijke en leverancier van de beheerder van het gesloten systeem 4.4.13 4.4.13 Als tweede stap wordt door de beheerder van het gesloten systeem de allocatie op grond van de telemetrieverbruikaansluitingen uitgevoerd. Voor elke aansluiting is in zijn aansluitingenregister vastgelegd aan welke balanceringsverantwoordelijken en aan welke leverancier(s) en aansluitingcategorie de bepaalde uurhoeveelheid moet worden toegewezen. 4.4.14 4.4.14 Als derde stap worden de allocaties op grond van de telemetrieverbruikaansluitingen gesommeerd per balanceringsverantwoordelijke/leverancier-combinatie per aansluitingcategorie. 4.4.15 4.4.15 Als vierde stap berekent de beheerder van het gesloten systeem het niet toegewezen volume op zijn systeem door de allocaties van de tweede en de derde stap af te trekken van de gemeten hoeveelheid energie op het overdrachtspunt tussen zijn gesloten systeem en het systeemgebied. Dit niet toegewezen volume wordt toegewezen aan de balanceringsverantwoordelijke en leverancier van de beheerder van het gesloten systeem. ### 4.5. Restenergie 4.5.1 4.5.1 De restenergie wordt vastgesteld conform de Meetcode gas LNB. De wijze waarop de restenergie zal worden verwerkt in de allocatiegegevens is uitgewerkt in bijlage 3 (Verwerken van restenergie). 4.5.2 4.5.2 In geval van de near-real-time allocatie wordt de restenergie op nul gesteld. ### 4.6. Correcties op allocaties 4.6.0 4.6.0 Verschillen tussen near-real-time allocaties en de offline allocaties worden verrekend via het settlement proces conform 4.1.6 van de Transportcode gas TSB. Het portfolio- onbalanssignaal en het systeembalanssignaal worden niet opnieuw berekend naar aanleiding van offline allocaties. 4.6.1 4.6.1 Indien de transmissiesysteembeheerder binnen drie maanden nadat de gegevens conform 4.1.2 verstuurd zijn, constateert dat een conform 4.1.2 en 4.1.3 aan de distributiesysteembeheerder beschikbaar gestelde uurhoeveelheid voor een systeemgebied of een hoeveelheid restenergie op een systeemgebied onjuist is, verstrekt de transmissiesysteembeheerder na overleg met de distributiesysteembeheerder aangepaste gegevens conform 4.1.2 en 4.1.3. 4.6.2 4.6.2 Indien een distributiesysteembeheerder binnen 80 dagen nadat de gegevens conform 2.5.1 verstuurd zijn, vaststelt dat een door hem samengesteld allocatiegegeven onjuist is, zal de daaruit voortvloeiende correctie worden uitgevoerd in het allocatieproces conform 2.6.1. 4.6.3 4.6.3 Balanceringsverantwoordelijken en leveranciers zijn gehouden de conform de 2.4.1 en 2.5.1 door de distributiesysteembeheerder of de transmissiesysteembeheerder verstrekte gegevens bij ontvangst te controleren op plausibiliteit en eventuele vermeende fouten zo spoedig mogelijk, doch in elk geval vijf werkdagen vóór de verstrekking van nieuwe gegevens conform respectievelijk 2.4.1, 2.5.1 en 2.6.1, te melden bij de distributiesysteembeheerder of de transmissiesysteembeheerder en, in geval van vermeende fouten in de meting, bij de partij die de meting verricht, opdat deze fouten gecorrigeerd kunnen worden vóór de verstrekking van nieuwe gegevens conform respectievelijk 2.4.1, 2.5.1 en 2.6.1. 4.6.4 4.6.4 Indien een distributiesysteembeheerder vaststelt dat een door hem samengesteld allocatiegegeven, dat betrekking heeft op (een uur van) een maand binnen de reconciliatieperiode, onjuist is, zal de daaruit voortvloeiende correctie (de zogenaamde correctie- energie) worden uitgevoerd in het reconciliatieproces. Deze correcties kunnen alleen worden uitgevoerd ingeval de correctie betrekking heeft op een binnen de reconciliatieperiode vallende periode. 4.6.5 4.6.5 De wijze waarop de correctie-energie zal worden verwerkt in de reconciliatiegegevens is uitgewerkt in bijlage 4 (Verwerken van correctie-energie). ### 4.7. Bijzondere omstandigheden 4.7.1 4.7.1 De allocatieregels richten zich op de normale omstandigheden. Een strikte toepassing van de regels kan in bijzondere omstandigheden leiden tot onbetrouwbare uitkomsten van het allocatieproces. Een aantal van deze bijzondere situaties, inclusief de te volgen werkwijze bij de allocatie, zijn beschreven in deze paragraaf. In overige uitzonderingssituaties, indien deze het allocatieproces dreigen te verstoren, beslist de distributiesysteembeheerder of de transmissiesysteembeheerder, na overleg met betrokkenen. 4.7.2 4.7.2 Slechts één aangeslotene achter het overdrachtspunt: In het uitzonderlijke geval dat er in het distributiesysteem van een distributiesysteembeheerder slechts één aangeslotene is aangesloten op een systeemgebied en deze aangeslotene niet beschikt over een dagelijks of uurlijks op afstand uitleesbare meetinrichting, zal de distributiesysteembeheerder de ingevolge 4.1.3 van de Allocatiecode systeembeheerders gas door de transmissiesysteembeheerder beschikbare gestelde meetgegevens van het systeemgebied gebruiken ten behoeve van de allocatie op grond van deze aangeslotene. 4.7.3 4.7.3 Negatieve uitkomst allocatie: Voor profielverbruikers kan zich de uitzonderingssituatie voordoen dat de allocatie een negatieve hoeveelheid oplevert. De betreffende distributiesysteembeheerder stelt deze negatieve allocatie ongewijzigd ter beschikking aan de transmissiesysteembeheerder. De transmissiesysteembeheerder en de distributiesysteembeheerder streven ernaar negatieve allocaties zo weinig mogelijk te laten voorkomen. 4.7.4 4.7.4 Geen profielverbruikers in een systeemgebied: Indien uitsluitend telemetrieverbruikaansluitingen in het systeemgebied aanwezig zijn en voor het systeemgebied de gesommeerde allocatie voor een uur ongelijk is aan de ingevolge 4.1.3 van de Allocatiecode systeembeheerders gas voor dat uur beschikbaar gestelde hoeveelheid gas, dient de distributiesysteembeheerder dit feit vóór de verstrekking van de allocatiegegevens te melden bij de transmissiesysteembeheerder en zal in overleg tussen de transmissiesysteembeheerder en de betreffende distributiesysteembeheerder, met in achtneming van de belangen van de betrokkenen, een passende oplossing worden gezocht. 4.7.5 4.7.5 Allocatie bij pieklevering: In de situatie dat daadwerkelijk pieklevering plaatsvindt, worden de allocaties met aansluitingcategorie G1A en G2A van een balanceringsverantwoordelijke op de systeemverbindingen tussen het transmissiesysteem en een systeemgebied in twee delen opgesplitst, waarbij de hoeveelheid voor een uur die kleiner is dan de gesommeerde vastgestelde exitcapaciteit ten behoeve van kleinverbruikers van de betreffende balanceringsverantwoordelijke aan de betreffende balanceringsverantwoordelijke wordt toegekend en het meerdere aan de transmissiesysteembeheerder. 4.7.6 4.7.6 De in 4.7.5 genoemde splitsing zal door de transmissiesysteembeheerder in de near-real-time allocatie worden verwerkt. 4.7.7 4.7.7 De in 4.7.5 genoemde splitsing zal niet door de distributiesysteembeheerder in de maandelijkse allocaties en het bijbehorende berichtenverkeer (“LALL”) worden verwerkt. De transmissiesysteembeheerder zal de splitsing na ontvangst van de allocaties aanbrengen in de gesommeerde allocaties. ### 4.8. Verstrekking van maandelijkse allocatiegegevens (offline allocatiegevens) 4.8.1 4.8.1 De distributiesysteembeheerder verzendt voor elk systeemgebied de berekende meetcorrectiefactor aan de transmissiesysteembeheerder, betreffende balanceringsverantwoordelijken en leveranciers, middels het bericht ‘CINFO’. 4.8.2 4.8.2 De distributiesysteembeheerder respectievelijk de beheerder van een gesloten systeem die gebruik wil maken van de berichten genoemd in deze code, verzendt de gesommeerde allocaties voor elke voorkomende combinatie van balanceringsverantwoordelijken, leverancier en aansluitingcategorie aan de transmissiesysteembeheerder, betreffende balanceringsverantwoordelijken en leveranciers middels het bericht ‘LALL’. 4.8.3 4.8.3 De transmissiesysteembeheerder verstrekt de allocatiegegevens door middel van berichten aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijken en leveranciers, samengesteld op grond van de op het transmissiesysteem aangesloten verbruikers middels het bericht 'LALL'. 4.8.4 4.8.4 a: De distributiesysteembeheerder respectievelijk de beheerder van een gesloten systeem die gebruik wil maken van de berichten genoemd in deze code verzendt voor elke telemetrieaansluiting de gealloceerde uurhoeveelheid aan de desbetreffende leverancier middels het bericht ‘BALL’ b: Bij een verbruiker met een aansluiting op het transmissiesysteem verzendt de transmissiesysteembeheerder die gebruik wil maken van de berichten genoemd in deze code verzendt voor elke aansluiting de gealloceerde uurhoeveelheid aan de desbetreffende leverancier middels het bericht ‘BALL’ a: a: De distributiesysteembeheerder respectievelijk de beheerder van een gesloten systeem die gebruik wil maken van de berichten genoemd in deze code verzendt voor elke telemetrieaansluiting de gealloceerde uurhoeveelheid aan de desbetreffende leverancier middels het bericht ‘BALL’ b: b: Bij een verbruiker met een aansluiting op het transmissiesysteem verzendt de transmissiesysteembeheerder die gebruik wil maken van de berichten genoemd in deze code verzendt voor elke aansluiting de gealloceerde uurhoeveelheid aan de desbetreffende leverancier middels het bericht ‘BALL’ ### 4.9. Vaststelling te alloceren systeemverliezen 4.9.1 4.9.1 Ten behoeve van de allocatie van de systeemverliezen, berekent de distributiesysteembeheerder jaarlijks voor 1 oktober per systeemgebied de te alloceren systeemverliezen per uur voor het daaropvolgende kalenderjaar. 4.9.2 4.9.2 Uiterlijk op de vijfde werkdag in oktober publiceert de distributiesysteembeheerder de te alloceren systeemverliezen, bedoeld in het eerste lid, op elektronische wijze op een publiek toegankelijke plaats. 4.9.3 4.9.3 Bij de berekening, bedoeld in het eerste lid, volgt de distributiesysteembeheerder achtereenvolgens de volgende stappen. a. De distributiesysteembeheerder berekent per systeemgebied voor elke maand van het eerstvolgende kalenderjaar de gemiddelde gerealiseerde systeemverliezen per maand van de drie meest recente volledig gereconcilieerde kalenderjaren. b. Met de gemiddelde gerealiseerde systeemverliezen als bedoeld in onderdeel a berekent de distributiesysteembeheerder voor zijn gehele verzorgingsgebied: 1°. de som van de systeemverliezen per maand; 2°. de som van de systeemverliezen per jaar; 3°. de som van de systeemverliezen per jaar voor zover de som van de systeemverliezen per maand bedoeld in sub 1° positief is. c. De distributiesysteembeheerder berekent een jaarcorrectiefactor door de som van de systeemverliezen per jaar bedoeld in onderdeel b, sub 2° te delen door de som van het systeemverlies per jaar bedoeld in onderdeel b, sub 3°. d. Indien de som van de systeemverliezen per maand bedoeld in onderdeel b, sub 1° negatief is, stelt de distributiesysteembeheerder de te alloceren systeemverliezen voor die maand in alle systeemgebieden gelijk aan nul. e. Per maand, per systeemgebied waarvan de distributiesysteembeheerder de systeemverliezen niet gelijk heeft gesteld aan nul op grond van onderdeel d, berekent de distributiesysteem beheerder de gecorrigeerd systeemverliezen door de gemiddelde gerealiseerde systeemverliezen per maand, bedoeld in onderdeel a, te vermenigvuldigen met de jaarcorrectiefactor. f. Met de gecorrigeerde systeemverliezen bedoeld in onderdeel e berekent de distributiesysteembeheerder voor het voor de distributiesysteembeheerder krachtens 3.37, eerste lid, van de Energiewet, vastgestelde gebied: 1°. de som van de gecorrigeerde systeemverliezen per maand; 2°. de som van de gecorrigeerde systeemverliezen per maand voor zover de gecorrigeerde systeemverliezen positief is. g. De distributiesysteembeheerder berekent per maand een maandcorrectiefactor door de som van het gecorrigeerde systeemverlies bedoeld in onderdeel f, sub 1° te delen door de som van de gecorrigeerde systeemverliezen bedoeld in onderdeel f, sub 2°. h. Voor elke maand waarin de gecorrigeerde systeemverliezen, bedoeld in onderdeel e, negatief is, stelt de distributiesysteembeheerder de te alloceren systeemverliezen gelijk aan nul. i. Voor de maanden waarin de gecorrigeerde systeemverliezen niet gelijk is gesteld aan nul op grond van onderdeel h, berekent de distributiesysteembeheerder de te alloceren systeemverliezen per maand per systeemgebied door de gecorrigeerde systeemverliezen, bedoeld in onderdeel e, te vermenigvuldigen met de maandcorrectiefactor. j. De distributiesysteembeheerder berekent voorts de te alloceren systeemverliezen per systeemgebied, per uur door de te alloceren systeemverliezen per maand, zoals berekend op basis van de voorgaande stappen te vermenigvuldigen met het quotiënt van de profielfractie van het G2C-profiel bij standaardtemperatuur van het betreffende uur en de som van dezelfde profielfracties van de betreffende gasmaand. a. a. De distributiesysteembeheerder berekent per systeemgebied voor elke maand van het eerstvolgende kalenderjaar de gemiddelde gerealiseerde systeemverliezen per maand van de drie meest recente volledig gereconcilieerde kalenderjaren. b. b. Met de gemiddelde gerealiseerde systeemverliezen als bedoeld in onderdeel a berekent de distributiesysteembeheerder voor zijn gehele verzorgingsgebied: 1°. de som van de systeemverliezen per maand; 2°. de som van de systeemverliezen per jaar; 3°. de som van de systeemverliezen per jaar voor zover de som van de systeemverliezen per maand bedoeld in sub 1° positief is. 1°. 1°. de som van de systeemverliezen per maand; 2°. 2°. de som van de systeemverliezen per jaar; 3°. 3°. de som van de systeemverliezen per jaar voor zover de som van de systeemverliezen per maand bedoeld in sub 1° positief is. c. c. De distributiesysteembeheerder berekent een jaarcorrectiefactor door de som van de systeemverliezen per jaar bedoeld in onderdeel b, sub 2° te delen door de som van het systeemverlies per jaar bedoeld in onderdeel b, sub 3°. d. d. Indien de som van de systeemverliezen per maand bedoeld in onderdeel b, sub 1° negatief is, stelt de distributiesysteembeheerder de te alloceren systeemverliezen voor die maand in alle systeemgebieden gelijk aan nul. e. e. Per maand, per systeemgebied waarvan de distributiesysteembeheerder de systeemverliezen niet gelijk heeft gesteld aan nul op grond van onderdeel d, berekent de distributiesysteem beheerder de gecorrigeerd systeemverliezen door de gemiddelde gerealiseerde systeemverliezen per maand, bedoeld in onderdeel a, te vermenigvuldigen met de jaarcorrectiefactor. f. f. Met de gecorrigeerde systeemverliezen bedoeld in onderdeel e berekent de distributiesysteembeheerder voor het voor de distributiesysteembeheerder krachtens 3.37, eerste lid, van de Energiewet, vastgestelde gebied: 1°. de som van de gecorrigeerde systeemverliezen per maand; 2°. de som van de gecorrigeerde systeemverliezen per maand voor zover de gecorrigeerde systeemverliezen positief is. 1°. 1°. de som van de gecorrigeerde systeemverliezen per maand; 2°. 2°. de som van de gecorrigeerde systeemverliezen per maand voor zover de gecorrigeerde systeemverliezen positief is. g. g. De distributiesysteembeheerder berekent per maand een maandcorrectiefactor door de som van het gecorrigeerde systeemverlies bedoeld in onderdeel f, sub 1° te delen door de som van de gecorrigeerde systeemverliezen bedoeld in onderdeel f, sub 2°. h. h. Voor elke maand waarin de gecorrigeerde systeemverliezen, bedoeld in onderdeel e, negatief is, stelt de distributiesysteembeheerder de te alloceren systeemverliezen gelijk aan nul. i. i. Voor de maanden waarin de gecorrigeerde systeemverliezen niet gelijk is gesteld aan nul op grond van onderdeel h, berekent de distributiesysteembeheerder de te alloceren systeemverliezen per maand per systeemgebied door de gecorrigeerde systeemverliezen, bedoeld in onderdeel e, te vermenigvuldigen met de maandcorrectiefactor. j. j. De distributiesysteembeheerder berekent voorts de te alloceren systeemverliezen per systeemgebied, per uur door de te alloceren systeemverliezen per maand, zoals berekend op basis van de voorgaande stappen te vermenigvuldigen met het quotiënt van de profielfractie van het G2C-profiel bij standaardtemperatuur van het betreffende uur en de som van dezelfde profielfracties van de betreffende gasmaand. ## 4a. Het allocatieproces voor overige entry- en exitpunten van het transmissiesysteem Met uitzondering van de exitpunten waar het transmissiesysteem is verbonden met een systeemgebied voert de transmissiesysteembeheerder voor alle entry- en exitpunten van het transmissiesysteem de allocatie uit. De transmissiesysteembeheerder bepaalt voor deze entry- en exitpunten de allocatie op uurbasis, conform deze paragraaf. Op deze entry- en exitpunten zijn meerdere portfolio’s toegestaan. In beginsel is de allocatie gelijk aan de confirmatie. Indien de meting ongelijk is aan som van de confirmaties, dan wordt het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties gealloceerd volgens 4a.1.1.1 tot en met 4a.1.1.3. Hierbij geeft de transmissiesysteembeheerder op alle overige entry- en exitpunten aan de balanceringsverantwoordelijken de keuze tussen de allocatierollen Balancerend en Proportioneel. Indien er op een entry- of exitpunt voor het uur waarvoor de allocatie wordt uitgevoerd een OBA, als bedoeld in 5.1.8 van de Invoedcode gas TSB, actief is, dan wordt voor dat uur het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties toegekend aan de OBA. Indien een OBA actief wordt op een entry- of exitpunt, krijgen alle portfolio’s op dat entry- of exitpunt de allocatierol Proportioneel. De transmissiesysteembeheerder publiceert op haar website op welke entry- en exitpunten een OBA actief is. Indien een OBA inactief of niet aanwezig is, wordt het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties gealloceerd conform 4a1.1.2 of 4a.1.1.3. Indien er op een entry- of exitpunt één of meerdere portfolio(s) met de allocatierol Balancerend aanwezig zijn, geldt het volgende. Het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties wordt toegekend aan de portfolio’s met de allocatierol Balancerend waarvan de richting van de gasstroom overeenkomt met de richting van de gasstroom van het verschil tussen de meting en de som van de betreffende confirmaties. Het verschil wordt pro rata aan de betreffende confirmaties toegekend aan deze portfolio’s. De allocatie is dan gelijk aan de confirmatie plus het pro rata bepaalde verschil. Indien er geen portfolio met de allocatierol Balancerend is waarvan de richting van de gasstroom overeenkomt met de richting van de gasstroom van het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties, wordt het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties gealloceerd conform 4a.1.1.3. Indien er op een entry- of exitpunt geen OBA actief is en de allocatierol Balancerend ook niet voorkomt, geldt het volgende. Het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties wordt toegekend aan de portfolio’s waarvan de confirmatie dezelfde richting van de gasstroom heeft als de meting. Het verschil wordt pro rata aan de betreffende confirmaties toegekend aan deze portfolio’s. De allocatie is dan gelijk aan de confirmatie plus het pro rata bepaalde verschil. 4a.1.2 4a.1.2 Indien een balanceringsverantwoordelijke volgens 4a.1.1 op een entry- of exitpunt de keuze heeft tussen verschillende allocatierollen, zal de balanceringsverantwoordelijke de transmissiesysteembeheerder per entry- en exitpunt schriftelijk melden welke allocatierol hij zal vervullen. Indien de transmissiesysteembeheerder deze informatie niet uiterlijk vijf werkdagen voor aanvang van de balanceringsverantwoordelijkheid op het betreffende entry- of exitpunt ontvangt zal de transmissiesysteembeheerder aan de balanceringsverantwoordelijke de rol proportioneel toekennen. 4a.1.3 4a.1.3 Indien een balanceringsverantwoordelijke kiest voor de allocatierol balancerend terwijl er al een andere balancerende balanceringsverantwoordelijke op het entry- of exitpunt aanwezig is, zal de transmissiesysteembeheerder in overleg gaan met zowel de oorspronkelijke balancerende balanceringsverantwoordelijke als de nieuwe balancerende balanceringsverantwoordelijke, met als resultaat een van de volgende situaties: 1. Beide balanceringsverantwoordelijken krijgen de allocatierol 2. Een van beide partijen verandert zijn allocatierol in proportioneel. 1. 1. Beide balanceringsverantwoordelijken krijgen de allocatierol 2. 2. Een van beide partijen verandert zijn allocatierol in proportioneel. 4a.1.4 4a.1.4 Indien de gecontracteerde entry- en/of exitcapaciteit of het gebruiksrecht van de gecontracteerde entry- en/of exitcapaciteit wordt overgedragen aan een andere balanceringsverantwoordelijke dan wordt de allocatierol ook overgedragen, tenzij de ontvangende balanceringsverantwoordelijke anders aangeeft. Indien de gecontracteerde entry- en/of exitcapaciteit of het gebruiksrecht van de gecontracteerde entry- en/of exitcapaciteit gedeeltelijk wordt overgedragen, zullen de betrokken balanceringsverantwoordelijken handelen volgens 4a.1.2. Indien de gecontracteerde entry- en/of exitcapaciteit of het gebruiksrecht van de gecontracteerde entry- en/of exitcapaciteit wordt overgedragen aan een andere balanceringsverantwoordelijke die reeds actief is op de betreffende aansluiting, dan wordt de vigerende allocatierol van de ontvangende balanceringsverantwoordelijke toegepast op de extra entry- en/of exitcapaciteit, tenzij anders aangegeven volgens 4a.1.2. 4a.1.5 4a.1.5 Indien uitvoering van 4a.1.2, 4a.1.3 en 4a.1.4 niet uiterlijk vijf werkdagen voor aanvang van de balanceringsverantwoordelijkheid op het betreffende entry- en exitpunt leiden tot een uitvoerbaar allocatiealgoritme zal de transmissiesysteembeheerder de betrokken balanceringsverantwoordelijken een allocatierol toedelen en deze hierover informeren. 4a.1.6 4a.1.6 Binnen de condities van 4a.1.2 is een balanceringsverantwoordelijke bevoegd zijn allocatierol te wijzigen volgens de volgende regels. De balanceringsverantwoordelijke zal de transmissiesysteembeheerder zijn nieuwe allocatierol schriftelijk melden. Deze nieuwe allocatierol zal in werking treden op de eerste gasdag van de eerstkomende gasmaand, rekening houdend met een verwerkingstijd van vijf werkdagen door de transmissiesysteembeheerder na ontvangst van de melding, tenzij anders overeengekomen. Indien ten gevolge van voorgenoemde melding, of ten gevolge van het niet langer contracteren van entry- en/of exitcapaciteit door een balanceringsverantwoordelijke met de allocatierol balancerend, niet langer een balanceringsverantwoordelijke met de allocatierol balancerend op een entry- en exitpunt aanwezig is, zal de transmissiesysteembeheerder de andere balanceringsverantwoordelijken op het betreffende entry- en/of exitpunt uiterlijk drie werkdagen voordat de wijziging in werking treedt schriftelijk op de hoogte brengen. Indien ten gevolge van een wijziging van de allocatierol van een balanceringsverantwoordelijke of ten gevolge van de aanvang van het contracteren door een balanceringsverantwoordelijke met de allocatierol balancerend, een balanceringsverantwoordelijke met de allocatierol balancerend actief wordt op een entry- en/of exitpunt, zal de transmissiesysteembeheerder de andere balanceringsverantwoordelijken op het betreffende entry- en/of exitpunt uiterlijk drie werkdagen voordat de wijziging in werking treedt schriftelijk op de hoogte brengen. 4a.1.7 4a.1.7 De transmissiesysteembeheerder zal per entry- en exitpunt per balanceringsverantwoordelijke de allocatierol opnemen in zijn administratie. Deze informatie is opvraagbaar voor balanceringsverantwoordelijken die actief zijn op de betreffende entry- en exitpunten en zal verstrekt worden rekening houdend met belangen van alle betrokken partijen. 4a.2.1 4a.2.1 [vervallen] 4a.2.2 4a.2.2 [vervallen] 4a.2.3 4a.2.3 [vervallen] 4a.2.4 4a.2.4 Allocatie op het TTF Op het TTF geldt dat de gealloceerde hoeveelheid gelijk is aan de geconfirmeerde hoeveelheid; een uitzondering hierop is de balansrelatie. 4a.2.5 4a.2.5 Balansrelatie op het TTF In een balansrelatie wordt de op het TTF gealloceerde hoeveelheid tussen één of meer balansleverende en één balansontvangende balanceringsverantwoordelijke bepaald op basis van de fysieke levering op binnenlandse verbruikspunten in een portfolio van de balansontvangende balanceringsverantwoordelijke. Met behulp van de balansrelatie kan daarmee onbalansrisico op binnenlandse verbruikspunten over één- of meerdere balansleverende partijen verdeeld worden. De gealloceerde hoeveelheid wordt bepaald door de inzet van één of meer van de onderstaande varianten: Aansluitingcategorieën Een balansleverende- en een balansontvangende balanceringsverantwoordelijke kunnen een balansrelatie beperken tot één of meer gespecificeerde aansluitingcategorieën binnen het gemeten verbruik binnen de balansontvangende balanceringsverantwoordelijke. Procentuele nominatie De verdeling van de fysieke levering vindt plaats op basis van een vooraf door de balansleverende- en een balansontvangende balanceringsverantwoordelijken genomineerd en geconfirmeerd percentage. Maxbalans De gealloceerde hoeveelheid op het TTF tussen een balansleverende en een balansontvangende balanceringsverantwoordelijke heeft een vooraf gespecificeerde bovengrens. Minbalans De gealloceerde hoeveelheid op het TTF tussen een balansleverende en een balansontvangende balanceringsverantwoordelijke heeft een vooraf gespecificeerde ondergrens waaronder geen overdracht plaats heeft. Voor de toepassing van een balansrelatie op het TTF: – staat de balansontvangende partij als balanceringsverantwoordelijke in het aansluitingenregister van de betreffende systeembeheerder vermeld – wordt de overdracht tussen de balansleverende en de balansontvangende partij geacht plaats te vinden bij de fysieke exit. – worden de realisaties van de balansleverende partij onder de balansrelatie beschouwd als exitallocaties. – – staat de balansontvangende partij als balanceringsverantwoordelijke in het aansluitingenregister van de betreffende systeembeheerder vermeld – – wordt de overdracht tussen de balansleverende en de balansontvangende partij geacht plaats te vinden bij de fysieke exit. – – worden de realisaties van de balansleverende partij onder de balansrelatie beschouwd als exitallocaties. 4a.3.1 4a.3.1 Balanceringsverantwoordelijken op een entry- en/of exitpunt kunnen de transmissiesysteembeheerder verzoeken de allocatie op het betreffende entry- en/of exitpunt door een andere partij te laten uitvoeren. De transmissiesysteembeheerder en de betreffende balanceringsverantwoordelijken dienen vooraf overeenstemming te bereiken over de werkwijze. Als voorwaarde geldt dat de gemeten hoeveelheid energie en de som van de allocaties voor het betreffende entry- en/of exitpunt voor elk uur exact overeen dienen te komen; tevens geldt dat het tijdstip van beschikbaarstelling van de allocaties aan de transmissiesysteembeheerder overeen dient te komen met twee minuten voor het in 2.1.3 genoemde tijdstip voor de near-real-time allocaties en met twee werkdagen voor het in 2.5.1 genoemde moment voor de definitieve offline allocaties. 4a.3.2 4a.3.2 Indien de transmissiesysteembeheerder niet conform 4a.3.1 en de overige met die andere partij gemaakte afspraken de allocaties krijgt aangeleverd, zal de transmissiesysteembeheerder zelf die allocaties voor de betreffende entry- en/of exitpunt bepalen in overeenstemming met het bepaalde in deze Allocatiecode systeembeheerders gas. 4a.4.1 4a.4.1 Verschillen tussen near-real-time allocaties en de definitieve allocaties worden verrekend via het settlement proces conform 4.1.6 van de Transportcode gas TSB. Het portfolio-onbalans- signaal en het systeem-balans-signaal worden niet opnieuw berekend naar aanleiding van offline allocaties. 4a.4.2 4a.4.2 Balanceringsverantwoordelijken zijn gehouden de conform 2.4.1 door de transmissiesysteembeheerder verstrekte gegevens, bij ontvangst te controleren op plausibiliteit en eventuele vermeende fouten zo spoedig mogelijk te melden bij de transmissiesysteembeheerder en, in geval van vermeende fouten in de meting, bij de partij die de meting verricht, opdat deze fouten gecorrigeerd kunnen worden binnen de termijn zoals genoemd in 2.5.1. 4a.4.3 4a.4.3 Indien de transmissiesysteembeheerder binnen de termijn zoals genoemd in 2.5.1 vaststelt dat een door hem samengesteld allocatiegegeven onjuist is, zal de transmissiesysteembeheerder: – informatie verstrekken over de correctie aan de balanceringsverantwoordelijke met betrekking tot de aansluiting waarop de gecorrigeerde uurwaarde betrekking heeft; – een correctie uitvoeren op de gealloceerde uurhoeveelheid binnen de termijn zoals genoemd in 2.5.1. – – informatie verstrekken over de correctie aan de balanceringsverantwoordelijke met betrekking tot de aansluiting waarop de gecorrigeerde uurwaarde betrekking heeft; – – een correctie uitvoeren op de gealloceerde uurhoeveelheid binnen de termijn zoals genoemd in 2.5.1. ## 5. Nadere reconciliatieregels ### 5.1. Reconciliatie per systeemgebied 5.1.1 5.1.1 De distributiesysteembeheerders voeren de reconciliatie uit per systeemgebied. 5.1.2 5.1.2 Voor elke profielverbruiker waarvoor bij het samenstellen van de allocatiegegevens gedurende (een deel van) de reconciliatieperiode het verbruik per uur met behulp van de verbruiksprofielenmethodiek is berekend, berekent de distributiesysteembeheerder het verbruik. 5.1.2a 5.1.2a Voor elke kalendermaand binnen de reconciliatieperiode berekent de distributiesysteembeheerder de hoeveelheid afgenomen energie, waarbij één of meerdere van de volgende termijnen worden onderscheiden: – De recente verbruiksperiode; dit betreft het tijdvak waar het vastgestelde verbruik betrekking op heeft. – De periode vóór de recente verbruiksperiode; dit betreft het tijdvak vanaf het begin van de reconciliatieperiode tot aanvang van de verbruiksperiode. De in deze periode daadwerkelijk afgenomen hoeveelheid energie is al in een eerder reconciliatieproces berekend – De periode na de recente verbruiksperiode; dit betreft het tijdvak tussen het einde van de verbruiksperiode en het einde van de reconciliatieperiode. – – De recente verbruiksperiode; dit betreft het tijdvak waar het vastgestelde verbruik betrekking op heeft. – – De periode vóór de recente verbruiksperiode; dit betreft het tijdvak vanaf het begin van de reconciliatieperiode tot aanvang van de verbruiksperiode. De in deze periode daadwerkelijk afgenomen hoeveelheid energie is al in een eerder reconciliatieproces berekend – – De periode na de recente verbruiksperiode; dit betreft het tijdvak tussen het einde van de verbruiksperiode en het einde van de reconciliatieperiode. 5.1.2b 5.1.2b Afgenomen energie in de recente verbruiksperiode: Voor de verbruiksperiode wordt uitgegaan van volledige gasdagen. De meterstanden worden bij aanvang van de gasdag opgenomen. 5.1.2c 5.1.2c Het vastgestelde verbruik wordt door de distributiesysteembeheerder verdeeld over de kalendermaanden van de verbruiksperiode. De distributiesysteembeheerder berekent de door een profielverbruiker in een kalendermaand daadwerkelijk afgenomen energie, rekening houdend met de meetcorrectiefactor (MCF) van het systeemgebied, volgens de formule: Eklant, mnd = Eklant, vperiode × (VPPc,h × MCFsysteemgebied,h)mnd / Σ(VPPc,h × MCFsysteemgebied,h)vperiode, waarin: Eklant, vperiode: de daadwerkelijk afgenomen hoeveelheid energie van de profielverbruiker in de recente verbruiksperiode; Σ(VPPc,h × MCFsysteemgebied,h)mnd: de som van het uurlijkse product van de profielfractie van het verondersteld profiel voor de desbetreffende aansluitingcategorie en de meetcorrectiefactor van het systeemgebied; bedoelde som wordt berekend over (het gedeelte van) de desbetreffende kalendermaand waarvoor de hoeveelheid moet worden vastgesteld; Σ (VPPc,h × MCFsysteemgebied,h)vperiode: de som, berekend over de recente verbruiksperiode van het uurlijkse product van de profielfractie van het verondersteld profiel voor de desbetreffende profielverbruiker en de meetcorrectiefactor van het systeemgebied; Eklant, mnd: de daadwerkelijk afgenomen hoeveelheid energie van de profielverbruiker in de desbetreffende kalendermaand 5.1.2d 5.1.2d Afgenomen energie, reeds eerder gereconcilieerd: De distributiesysteembeheerder neemt de in een eerder reconciliatieproces vastgestelde hoeveelheid energie per kalendermaand mee in het reconciliatieproces 5.1.2e 5.1.2e Toegerekende energie, nog niet gereconcilieerd: De distributiesysteembeheerder bepaalt de toegerekende hoeveelheid energie voor de profielverbruiker, afgenomen in de periode vanaf de verbruiksperiode tot aan het einde van de reconciliatieperiode. Dit is gelijk aan wat in het allocatieproces voor deze periode is toegerekend voor de desbetreffende profielverbruiker en kan eventueel per kalendermaand worden herberekend volgens de formule: Eklant,mnd, toegerekend = Σ(SJV × 35,17 × VPPc,h × MCFsysteemgebied,h)mnd, waarin: SJV: standaardjaarverbruik van de aansluiting; VPPc,h: de profielfractie van het verondersteld profiel voor de desbetreffende aansluitingcategorie, rekening houdend met de juiste temperatuur MCFsysteemgebied,h: de meetcorrectiefactor van het desbetreffende systeemgebied Eklant,mnd, toegerekend: de toegerekende energie van de profielverbruiker voor het tijdvak tussen de laatste vastgestelde meterstand en het einde van de reconciliatieperiode de kalendermaand, uitgedrukt in MJ. 5.1.3 5.1.3 Berekeningen voor telemetrieaansluiting: Voor telemetrieaansluitingen, berekent de distributiesysteembeheerder tijdens het reconciliatieproces het verbruik per uur. 5.1.3a 5.1.3a Voor elke kalendermaand binnen de reconciliatieperiode berekent de distributiesysteembeheerder voor iedere telemetrieaansluiting de daadwerkelijk afgenomen of ingevoede hoeveelheid energie door de dagelijks of uurlijks op afstand uitleesbare meetinrichtingen te sommeren en de sommatie uit te drukken in MJ. In principe zijn dit dezelfde uurwaarden als gebruikt tijdens het allocatieproces, behoudens een enkele gecorrigeerde waarde. De correctie van de aan een balanceringsverantwoordelijke toegewezen hoeveelheid energie (op maandbasis) ten gevolge van een gecorrigeerde uurwaarde voor een telemetrieaansluiting, wordt dus tijdens het reconciliatieproces uitgevoerd. 5.1.4 5.1.4 Berekening van de systeemverliezen: Nadat de berekeningen voor alle relevante verbruikers door de distributiesysteembeheerder zijn uitgevoerd, berekent de distributiesysteembeheerder de systeemverliezen van de desbetreffende maand van het desbetreffende systeemgebied. De distributiesysteembeheerder informeert de betrokken balanceringsverantwoordelijken en leveranciers over de systeemverliezen. Als eerste stap berekent de distributiesysteembeheerder het maandtotaal van het desbetreffende systeemgebied. De door de transmissiesysteembeheerder volgens 4.1.2 verstrekte gegevens worden gesommeerd inclusief de eventueel op het systeemgebied aanwezige en volgens B3.1.1 verstrekte restenergie tot een maandtotaal plus de sommatie van de invoedingsaansluitingen uit 5.1.3a Als tweede stap bepaalt de distributiesysteembeheerder de systeemverliezen van het desbetreffende systeemgebied voor de desbetreffende maand door het maandtotaal van het systeemgebied te verminderen met de gedurende de desbetreffende kalendermaand afgenomen hoeveelheid energie (inclusief de eventueel aanwezige en volgens B3.2.2 respectievelijk B4.2.1 verstrekte rest- en correctie-energie) door de telemetrieverbruikers en de som van de afgenomen hoeveelheid energie door de verbruikers, bedoeld in 5.1.2 en welke hoeveelheid is berekend zoals in die paragraaf is aangegeven. 5.1.5 5.1.5 De distributiesysteembeheerder berekent voor elk systeemgebied voor iedere balanceringsverantwoordelijke/leverancier combinatie voor elke kalendermaand de door de in 5.1.2 en 5.1.3 bedoelde verbruikers afgenomen of ingevoede hoeveelheid energie. Dit is het maandtotaal per balanceringsverantwoordelijke/leverancier combinatie. 5.1.6 5.1.6 De distributiesysteembeheerder sommeert voor elk systeemgebied per aansluitingcategorie voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke/leverancier combinatie de berekende hoeveelheid energie per verbruiker voor elke kalendermaand. De per aansluitingcategorie aan de balanceringsverantwoordelijke/leverancier combinatie toe te kennen hoeveelheid energie wordt verkregen door het totaal van: • de som van de hoeveelheid energie per verbruiker, waarvan de hoeveelheid is vastgesteld ingevolge 5.1.3. • de som van de hoeveelheid energie per verbruiker, waarvan de hoeveelheid is vastgesteld ingevolge 5.1.2a, 5.1.2b, 5.1.2c, 5.1.2d, 5.1.2e • • de som van de hoeveelheid energie per verbruiker, waarvan de hoeveelheid is vastgesteld ingevolge 5.1.3. • • de som van de hoeveelheid energie per verbruiker, waarvan de hoeveelheid is vastgesteld ingevolge 5.1.2a, 5.1.2b, 5.1.2c, 5.1.2d, 5.1.2e 5.1.7 5.1.7 Bij bedoelde sommatie moet door de distributiesysteembeheerder rekening worden gehouden met de omstandigheid dat, indien een verbruiker tijdens de reconciliatieperiode is veranderd van balanceringsverantwoordelijke en/of leverancier, de hoeveelheid energie moet worden toegewezen aan de in de desbetreffende kalendermaand geldende balanceringsverantwoordelijke /leverancier combinatie. ### 5.2. Verrekening door de transmissiesysteembeheerder 5.2.1 5.2.1 Nadat de reconciliatiegegevens door alle distributiesysteembeheerders zijn aangeleverd sommeert de transmissiesysteembeheerder deze aangeleverde reconciliatiegegevens tot een met de betreffende balanceringsverantwoordelijke te verrekenen hoeveelheid per kalendermaand. 5.2.2 5.2.2 De transmissiesysteembeheerder bepaalt per kalendermaand de verrekenprijs. Als verrekenprijs zal de maandgemiddelde prijs worden gebruikt van de in 4.1.6.4 van de Transportcode gas TSB bepaalde gasprijs. ### 5.3. Verstrekking van reconciliatiegegevens 5.3.1 5.3.1 De distributiesysteembeheerder verstrekt aan de transmissiesysteembeheerder, betreffende balanceringsverantwoordelijken en leveranciers de reconciliatiegegevens: Voor elk systeemgebied: per kalendermaand per aansluitingcategorie voor elke voorkomende balanceringsverantwoordelijke/leverancier combinatie de tijdens het lopende reconciliatieproces vastgestelde totale hoeveelheid gas (uitgedrukt in MJ), de totale hoeveelheid gas vóór de uitvoering van dit reconciliatieproces, alsmede de systeemverliezen van de desbetreffende maand; hiervoor wordt het bericht ‘RNINFO’ gebruikt. 5.3.2 5.3.2 De transmissiesysteembeheerder verstrekt de betreffende balanceringsverantwoordelijken dereconciliatiegegevens: Per kalendermaand de te reconciliëren hoeveelheid gas (verschil tussen de tijdens het lopende reconciliatieproces vastgestelde totale hoeveelheid energie en de totale hoeveelheid gas vóór de uitvoering van dit reconciliatieproces), uitgedrukt in MJ, en het bij deze hoeveelheid behorende factuurbedrag; hiervoor wordt het bericht ‘RSINFO’ gebruikt. 5.3.3 5.3.3 De distributiesysteembeheerder verstrekt de leveranciers de reconciliatiegegevens: Per gereconcilieerde aansluiting per kalendermaand het toegerekende volume, het verbruik dat aanleiding is geweest voor de toerekening van de volumes, de aansluitingcategorie en het standaard-jaarverbruik gas die zijn toegepast in de toerekening aan de desbetreffende leverancier. ## 6. Settlement (verrekening van verschillen tussen near-real-time allocaties en maandelijkse allocaties) 6.1 6.1 De transmissiesysteembeheerder voert maandelijks de settlement uit aan de hand van de near- real-time allocaties per uur conform paragraaf 2.1, de definitieve allocatiegegevens conform paragraaf 2.5 en de correcties op de definitieve allocatiegegevens conform paragraaf 2.6 zoals beschreven in hoofdstuk 4.1.6 van Transportcode gas TSB. ## 7. Slotbepalingen 7.1 7.1 De Allocatiecode gas wordt ingetrokken. 7.2 7.2 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. 7.3 7.3 Dit besluit wordt aangehaald als: Allocatiecode systeembeheerders gas. ## Bijlage 1a. Verbruiksprofielen voor verbruikers met aansluitingcategorie GXX en (in geval van fall-back) GGV B1a.1 Deze bijlage is alleen van toepassing op verbruikers met aansluitingcategorie GXX en GGV (de laatste alleen voor fall-back). De in deze bijlage voorgeschreven verbruiksprofielen worden uitsluitend gebruikt ten behoeve van de near-real-time allocatie. B1a.2.1 Uiterlijk op 1 augustus van elk jaar stelt het overlegplatform, bedoeld in B3.1.2 van de Informatiecode Elektriciteit en Gas, de parameters voor het verbruiksprofiel voor de aansluitingcategorie GXX ter beschikking aan de beheerder van het Centraal Systeem Stuursignaal en aan de transmissiesysteembeheerder. B1a.2.2 Dit verbruiksprofiel wordt in het Centraal Systeem Stuursignaal gebruikt bij de profielberekeningen vanaf de eerste gasdag van het volgende kalenderjaar. B1a.2.5 Dit verbruiksprofiel geeft het verwachte gemiddelde verbruikspatroon van een verbruiker met aansluitingcategorie GXX gedurende de verbruiksperiode; hierbij wordt gebruik gemaakt van de verwachte temperaturen zoals gedefinieerd in B1a.2.8. B1a.2.6 Voor het vaststellen van de verwachte temperaturen en/of de verbruiksprofielen wordt één temperatuurgebied onderscheiden. De gerealiseerde temperatuur en overige relevante klimaatgegevens worden gebaseerd op de meetgegevens van de meteostations De Bilt, Beek, De Kooy, Eelde, Vlissingen en Twente B1a.2.7 De transmissiesysteembeheerder verstrekt elke werkdag uiterlijk om 10:00 uur voorafgaande aan de betreffende gasdag(en) de verwachte temperatuurcoëfficiënt (VTC), uitgedrukt in °C, voor elk uur van de komende gasdag(en) aan het Centraal Systeem Stuursignaal. B1a.2.8 De verwachte temperatuurcoëfficiënt (VTCuur) wordt voor elk uur door de transmissiesysteembeheerder berekend volgens B1a.2.8a tot en met B1a.2.8c. B1a.2.8a Bepaal de volgende klimaatfactoren voor elk van de meteostations De Bilt, Beek, De Kooy, Eelde, Vlissingen en Twente: B1a.2.8b Bereken de temperatuurfactor voor elk meteostation met de formule:Tfactor=(6*(t1- w1)+3*(t2-w2)+(t3-w3))/10+q1 B1a.2.8c Bereken VTCuur met de volgende formule: VTCuur = 0,28 × Tfactor[de Bilt] + 0,14 × Tfactor[Eelde] + 0,15 × Tfactor[Beek] + 0,15 × Tfactor[de Kooy] + 0,12 × Tfactor[Vlissingen] + 0,16 × Tfactor[Twente] B1a.2.9 [vervallen] B1a.2.10 Alle berekeningen in het kader van de verbruiksprofielen worden uitgevoerd met variabelen met zoveel mogelijk cijfers achter de komma ('single precision floating point'). B1a.3.1 Het jaarverbruik telemetrieverbruikaansluitingen wordt bepaald door het gemeten verbruik over de laatste relevante verbruiksperiode, uitgedrukt in m³(n;35,17), te delen door het aantal uren in de genoemde verbruiksperiode en vervolgens te vermenigvuldigen met het aantal uren in het betreffende jaar. In formule: JV = *VVP/UP*UJ*, waarin: JV = jaarverbruik telemetrieverbruikers; VVP = verbruik over de verbruiksperiode van een telemetrieverbruikaansluiting; UP = aantal uren dat de verbruiksperiode van een telemetrieverbruikaansluiting omvat [uren] UJ = aantal uren in het betreffende jaar (8.760 uur voor een standaard en 8.784 uur voor een schrikkeljaar) [uren] B1a.3.2 Indien van een telemetrieverbruikaansluiting het gemeten verbruik geen betrekking heeft op een relevante verbruiksperiode, bepaalt de distributiesysteembeheerder het jaarverbruik van die telemetrieverbruikaansluiting naar beste inzicht. B1a.3.3 Het jaarverbruik telemetrieverbruikeraansluiting wordt uiterlijk binnen vijf werkdagen na de allocatie als bedoeld in paragraaf 2.5 van de Allocatiecode systeembeheerders gas, door de distributiesysteembeheerder herberekend. Het jaarverbruik van een verbruiker met aansluitingcategorie GXX vormt de basis voor de met het Centraal Systeem Stuursignaal uit te voeren berekeningen ten behoeve van de near-real-time allocatie. B1a.4.1.1 De onder B3.4.1 en B3.4.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas vermelde bewerkingen worden per systeemgebied uitgevoerd in het Centraal Systeem Stuursignaal. B1a.4.1.2 De distributiesysteembeheerder bepaalt de som van de jaarverbruiken van de verbruikers met aansluitingcategorie GXX van elke combinatie van balanceringsverantwoordelijke en leverancier en stelt deze informatie uiterlijk om 02:00 uur voorafgaande aan de betreffende gasdag beschikbaar voor gebruik in het Centraal Systeem Stuursignaal. B1a.4.1.4 Voor de desbetreffende aansluitingcategorie wordt voor elk uur de profielfractie van het temperatuurafhankelijke deel van het profiel (TAP) uit de regressiecoëfficiënt (RER) voor het desbetreffende uur, de stooktemperatuur (TST) voor het desbetreffende uur en de verwachte temperatuurcoëfficiënt (VTC) van het relevante temperatuurgebied van het desbetreffende uur bepaald volgens de formules: TAP_PC = 0 indien VTC > TST_PC en TAP_PC = RER_PC × (TST_PC – TAC) indien VTC ≤ TST_PC Hierbij wordt de verwachte temperatuurcoëfficiënt conform B1a.2.8 zoals aangeleverd is door de transmissiesysteembeheerder gebruikt. B1a.4.1.5 Vervolgens wordt voor de aansluitingcategorie GXX voor elk uur de profielfractie van het verondersteld profiel (VP) uit de desbetreffende profielfractie van het temperatuuronafhankelijke deel van het profiel (TOP) en de desbetreffende profielfractie van het temperatuurafhankelijke deel van het profiel (TAP), bepaald volgens de formule: VP_PC = TOP_PC + TAP_PC B1a.4.1.6 Voor elk uur wordt het veronderstelde geprofileerde verbruik (VGV) bepaald, uitgedrukt in kWh, voor de verbruikers met aansluitingcategorie GXX per balanceringsverantwoordelijke/leverancier combinatie (PV;LE) achter een bepaald systeemgebied volgens de formule: VGV_PV;LE,GXX,systeemgebied = VP_GXX × ΣJV_PV;LE,GXX,systeemgebied × 9,7694, waarin: VP_GXX = de profielfractie van het verondersteld profiel voor de GXX aansluitingcategorie voor het desbetreffende uur; ΣJV_PV;LE,GXX,systeemgebied = de som van alle jaarverbruiken van verbruikers met aansluitingcategorie GXX van de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke/leverancier combinatie in het desbetreffende systeemgebied. VGV_PV;LE,GXX,systeemgebied = het veronderstelde geprofileerde verbruik van de grootverbruikers met aansluitingcategorie GXX voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke/leverancier combinatie, en systeemgebied, uitgedrukt in kWh. Het aldus berekende veronderstelde geprofileerde verbruik is de basis voor de near real-time allocatie op grond van de ‘profielklanten’. Bij het ontbreken van de near real-time meetwaarden voor een verbruiker met aansluitingcategorie GGV kan voor het bepalen van een vervangende near real-time allocatie van een verbruiker met aansluitingcategorie GGV gebruik worden gemaakt van de profielenmethodiek. B1a.4.2.1 De distributiesysteembeheerder stelt uiterlijk om 02:00 uur voorafgaande aan de betreffende gasdag het jaarverbruik van elke verbruiker met aansluitingcategorie GGV afzonderlijk beschikbaar voor gebruik in het Centraal Systeem Stuursignaal. B1a.4.2.2 De berekening van een vervangende near real-time allocatie van een verbruiker met aansluitingcategorie GGV verloopt identiek aan de werkwijze zoals beschreven in B1a.5.1.1 en is dus gebaseerd op de GXX aansluitingcategorie. In plaats van de in B1a.5.1.6 genoemde som van alle jaarverbruiken van verbruikers met aansluitingcategorie GXX van de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke/leverancier combinatie in het desbetreffende systeemgebied dient het jaarverbruik van de betreffende grootverbruiker met aansluitingcategorie GGV te worden gebruikt. ## Bijlage 2a. Het near-real-time allocatieproces in het Centraal Systeem Stuursignaal In het Centraal Systeem Stuursignaal wordt voor elk relevant systeemgebied de allocatie voor elk uur uitgevoerd. In deze bijlage wordt voor een systeemgebied voor een uur aangegeven op welke wijze het Centraal Systeem Stuursignaal de gegevens samenstelt. B2a.1 Als eerste stap wordt in het Centraal Systeem Stuursignaal de allocatie op grond van de aangeslotenen met aansluitingcategorie GGV of GIS uitgevoerd. Voor elke aangeslotene is in de door de distributiesysteembeheerders aangeleverde gegevens van zijn aansluitingenregister vastgelegd aan welke balanceringsverantwoordelijke de gemeten uurhoeveelheid moet worden toegewezen. B2a.2.1 Indien het Centraal Systeem Stuursignaal voor een aangeslotene met aansluitingcategorie GGV of GIS niet tijdig een meetwaarde ontvangt, gebruikt het Centraal Systeem Stuursignaal de meetwaarde van zeven dagen eerder op hetzelfde tijdstip van de betreffende aansluiting. Indien er in deze situatie geen meetwaarde van zeven dagen eerder op hetzelfde tijdstip beschikbaar is, zal de meetwaarde berekend worden met behulp van de profielenmethodiek volgens bijlage B1a. B2a.2.2 Indien het Centraal Systeem Stuursignaal voor een aangeslotene met aansluitingcategorie GGV of GIS de in B2a.2.1 genoemde niet tijdig aangeleverde meetwaarde op een later tijdstip alsnog ontvangt, zal het Centraal Systeem Stuursignaal deze meetwaarde opslaan om gebruikt te kunnen worden in een situatie zoals beschreven in B2a.2.1. B2a.3 Als tweede stap worden de allocaties op grond van de aangeslotenen met aansluitingcategorieën GGV en GIS gesommeerd per balanceringsverantwoordelijke per aansluitingcategorie. B2a.3a Het Centraal Systeem Stuursignaal stelt, als derde stap, de systeemverliezen vast op de waarde die conform 4.9.3 is berekend voor het desbetreffende uur. B2a.4 Het Centraal Systeem Stuursignaal berekent, als vierde stap, de totale afgenomen uurhoeveelheid voor het collectief van de profielverbruikers en de aangeslotenen met aansluitingcategorie GXX of GIN. Daartoe trekt het Centraal Systeem Stuursignaal de som van de in de tweede stap bepaalde allocaties en de in de derde stap bepaalde systeemverliezen af van de op het systeemgebied gemeten hoeveelheid gas van het desbetreffende uur. B2a.5 De vijfde stap betreft het uitvoeren van de allocatie voor de niet-GGV en niet-GIS aangeslotenen. De basis hiervoor wordt gevormd door de conform bijlage 1a van deze code en bijlage 3 van de Informatiecode Elektriciteit en Gas uitgevoerde berekeningen. Voor elke balanceringsverantwoordelijke berekent het Centraal Systeem Stuursignaal per aansluitingcategorie het ‘veronderstelde geprofileerd verbruik’ (VGV_BV;LE,PC,systeemgebied) (zie bijlage 1a van deze code en bijlage 3 van de Informatiecode Elektriciteit en Gas). Hieronder wordt weergegeven hoe de allocatie voor de niet-GGV en niet-GIS aangeslotenen plaatsvindt. B2a.5.1 De meetcorrectiefactor (MCF) voor het desbetreffende systeemgebied wordt berekend door het ingevolge B2a.4 berekende ‘niet-GGV en niet-GIS klanten’ te delen door de som van het ‘veronderstelde geprofileerde verbruik’: MCF_systeemgebied = totaal niet-GGV en niet-GIS klanten/ ΣVGV_systeemgebied, waarin: ΣVGV_systeemgebied = de som van het veronderstelde geprofileerde verbruik van alle balanceringsverantwoordelijken op het systeemgebied. B2a.5.2 Voor elke balanceringsverantwoordelijke per aansluitingcategorie wordt het gecorrigeerde geprofileerde verbruik (GGV), uitgedrukt in MJ, berekend: GGV_BV,AC,systeemgebied = MCF_systeemgebied × VGV_BV,AC,systeemgebied, waarin: GGV_BV,AC,systeemgebied = het gecorrigeerde geprofileerde verbruik voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke en aansluitingcategorie VGV_BV,AC,systeemgebied = het veronderstelde geprofileerde verbruik voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke en aansluitingcategorie, uitgedrukt in MJ ## Bijlage 3. Verwerken van restenergie ## Bijlage 4. Verwerken van correctie-energie B4.2.1 Indien een distributiesysteembeheerder vaststelt dat een door hem samengesteld allocatiegegeven onjuist is en dit allocatiegegeven heeft betrekking op één of meerdere maanden binnen de reconciliatieperiode, zal de distributiesysteembeheerder: B4.3.1 Indien een distributiesysteembeheerder vaststelt dat een of meer resultaten van het allocatieproces onjuist zijn, en deze onjuiste resultaten hebben betrekking op één of meerdere maanden binnen de reconciliatieperiode, zullen de daaruit voortvloeiende correcties voor balanceringsverantwoordelijken worden uitgevoerd in de reconciliatie. B4.5.1 De distributiesysteembeheerder of de transmissiesysteembeheerder hanteert met betrekking tot de omvang van de correctie een grens van 25.000 kWh (@ 2.559 m^3_(n;35,17)) per maand waaronder geen correcties worden uitgevoerd. ## Bijlage 5. [Vervallen] - ## Bijlage 6. [Vervallen] - ## Bijlage 6a. Transponeringstabellen verwijzingen naar Allocatiecode *[afbeelding]*