--- titel: Besluit instelling, gebiedsindeling en bestuursgrootte kamers van koophandel en fabrieken bwb_id: BWBR0009277 type: AMvB status: geldend datum_inwerkingtreding: '1998-01-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0009277 citeertitel: Besluit instelling, gebiedsindeling en bestuursgrootte kamers van koophandel en fabrieken --- # Besluit instelling, gebiedsindeling en bestuursgrootte kamers van koophandel en fabrieken ### Paragraaf 1. Begripsbepaling ### Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder wet: Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997 ### Paragraaf 2. Instelling en gebiedsindeling van de kamers ### Artikel 2 Er is een kamer voor onderscheidenlijk het gebied dat omvat: a. a. de gemeenten Aa en Hunze, Achtkarspelen, Ameland, Appingedam, Assen, Bedum, Bellingwedde, Boarnsterhim, Bolsward, Borger-Odoorn, Coevorden, Dantumadeel, Delfzijl, De Marne, De Wolden, Dongeradeel, Eemsmond, Emmen, Ferwerderadiel, Franekeradeel, Gaasterlân-Sleat, Groningen, Grootegast, Haren, Harlingen, Heerenveen, Het Bildt, Hoogeveen, Hoogezand-Sappemeer, Kollumerland c.a., Leek, Leeuwarden, Leeuwarderadeel, Lemsterland, Littenseradiel, Loppersum, Marum, Menaldumadeel, Menterwolde, Meppel, Midden-Drenthe, Nijefurd, Noordenveld, Ooststellingwerf, Opsterland, Pekela, Reiderland, Scheemda, Schiermonnikoog, Skarsterlân, Slochteren, Smallingerland, Sneek, Stadskanaal, Ten Boer, Terschelling, Tynaarlo, Tytsjerksteradiel, Veendam, Vlagtwedde, Vlieland, Westerveld, Weststellingwerf, Winschoten, Winsum, Wûnseradiel, Wymbritseradiel, Zuidhorn; b. b. de gemeenten Almelo, Apeldoorn, Barneveld, Borne, Brummen, Dalfsen, Deventer, Dinkelland, Elburg, Enschede, Epe, Ermelo, Haaksbergen, Hardenberg, Harderwijk, Hattem, Heerde, Hellendoorn, Hengelo (O), Hof van Twente, Kampen, Lochem, Losser, Nunspeet, Oldebroek, Oldenzaal, Olst-Wijhe, Ommen, Putten, Raalte, Rijssen-Holten, Staphorst, Steenwijkerland, Tubbergen, Twenterand, Voorst, Wierden, Zutphen, Zwartewaterland, Zwolle; c. c. de gemeenten Aalten, Arnhem, Berkelland, Beuningen, Bronckhorst, Doesburg, Doetinchem, Duiven, Ede, Groesbeek, Heumen, Lingewaard, Millingen aan de Rijn, Montferland, Mook en Middelaar, Nijmegen, Oost-Gelre, Overbetuwe, Oude IJsselstreek, Renkum, Rheden, Rijnwaarden, Rozendaal, Ubbergen, Wageningen, Westervoort, Wijchen, Winterswijk, Zevenaar; d. d. de gemeenten Almere, Amersfoort, Baarn, Blaricum, Bunschoten, Bussum, Dronten, Eemnes, Hilversum, Huizen, Laren, Lelystad, Leusden, Muiden, Naarden, Nijkerk, Noordoostpolder, Renswoude, Scherpenzeel, Soest, Urk, Weesp, Wijdemeren, Woudenberg, Zeewolde; e. e. de gemeenten Abcoude, Breukelen, Bunnik, Buren, Culemborg, De Bilt, De Ronde Venen, Druten, Geldermalsen, Giessenlanden, Gorinchem, Houten, IJsselstein, Leerdam, Lingewaal, Loenen, Lopik, Maarssen, Maasdriel, Montfoort, Neder-Betuwe, Neerijnen, Nieuwegein, Oudewater, Rhenen, Tiel, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vianen, West Maas en Waal, Wijk bij Duurstede, Woerden, Zaltbommel, Zederik, Zeist; f. f. de gemeenten Alkmaar, Andijk, Anna Paulowna, Beemster, Bergen, Castricum, Den Helder, Drechterland, Edam-Volendam, Enkhuizen, Graft-De Rijp, Harenkarspel, Heerhugowaard, Heiloo, Hoorn, Langedijk, Medemblik, Niedorp, Opmeer, Purmerend, Schagen, Schermer, Stede Broec, Texel, Waterland, Wervershoof, Koggenland, Wieringen, Wieringermeer, Zeevang, Zijpe; g. g. de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beverwijk, Bloemendaal, Diemen, Haarlem, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Uitgeest, Uithoorn, Velsen, Wormerland, Zaanstad, Zandvoort; h. h. de gemeenten Alphen aan den Rijn, Bodegraven, Boskoop, Delft, Den Haag, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Lansingerland, Leiden, Leiderdorp, Leidschendam-Voorburg, Lisse, Maasland, Midden-Delfland, Nieuwkoop, Noordwijk, Noordwijkerhout, Oegstgeest, Pijnacker-Nootdorp, Rijnwoude, Rijswijk, Teylingen, Voorschoten, Wassenaar, Westland, Zoetermeer, Zoeterwoude; i. i. de gemeenten Alblasserdam, Albrandswaard, Barendrecht, Bergambacht, Bernisse, Binnenmaas, Brielle, Capelle aan den IJssel, Cromstrijen, Dirksland, Dordrecht, Goedereede, Gouda, Graafstroom, Hardinxveld-Giessendam, Hellevoetsluis, Hendrik-Ido-Ambacht, Korendijk, Krimpen aan den IJssel, Liesveld, Maassluis, Middelharnis, Moordrecht, Nederlek, Nieuw-Lekkerland, Nieuwerkerk aan den IJssel, Oostflakkee, Oud-Beijerland, Ouderkerk, Papendrecht, Reeuwijk, Ridderkerk, Rotterdam, Rozenburg, Schiedam, Schoonhoven, Sliedrecht, Spijkenisse, Strijen, Vlaardingen, Vlist, Waddinxveen, Westvoorne, Zevenhuizen-Moerkapelle, Zwijndrecht; j. j. de gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Borsele, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Goes, Halderberge, Hulst, Kapelle, Middelburg, Moerdijk, Noord-Beveland, Oosterhout, Reimerswaal, Roosendaal, Rucphen, Schouwen-Duiveland, Sluis, Steenbergen, Terneuzen, Tholen, Veere, Vlissingen, Woensdrecht, Zundert; k. k. de gemeenten Aalburg, Asten, Bergeijk, Bernheze, Best, Bladel, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cranendonk, Cuijk, Deurne, Dongen, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Gilze en Rijen, Goirle, Grave, Haaren, Heeze-Leende, Helmond, 's-Hertogenbosch, Heusden, Hilvarenbeek, Laarbeek, Landerd, Lith, Loon op Zand, Maasdonk, Mill en Sint Hubert, Nuenen c.a., Oirschot, Oisterwijk, Oss, Reusel-De Mierden, Schijndel, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Sint-Oedenrode, Someren, Son en Breugel, Tilburg, Uden, Valkenswaard, Veghel, Veldhoven, Vught, Waalre, Waalwijk, Werkendam, Woudrichem; l. l. de gemeenten Arcen en Velden, Beek, Beesel, Bergen, Brunssum, Echt-Susteren, Eijsden, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Helden, Horst aan de Maas, Kerkrade, Kessel, Landgraaf, Leudal, Maasbree, Maasgouw, Maastricht, Margraten, Meerlo-Wanssum, Meerssen, Meijel, Nederweert, Nuth, Onderbanken, Roerdalen, Roermond, Schinnen, Sevenum, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Venray, Voerendaal, Weert. ### Paragraaf 3. Grootte van het algemeen bestuur ### Artikel 3 Vervallen ### Paragraaf 4. Gevolgen van de instelling, opheffing en gebiedsindeling van de kamers ### Artikel 4 In geval van instelling of opheffing van een kamer dan wel van wijziging van het gebied van een kamer regelt Onze Minister zo nodig de overgang van rechten, lasten, verplichtingen en bezittingen van de betrokken kamers. ### Artikel 5 **1.** In geval een wijziging van het gebied van een kamer leidt tot een wijziging in het algemeen bestuur, die niet samenvalt met het einde van de zittingsperiode van de leden van dat bestuur, eindigt in afwijking van artikel 8, eerste lid, van de wet de zittingsperiode van die leden op het tijdstip van de wijziging. **2.** In geval van instelling of opheffing van een kamer of van wijziging van het gebied van een kamer als bedoeld in het eerste lid kan Onze Minister een van artikel 8, eerste lid, van de wet afwijkende termijn voor de zittingsperiode van de leden van het algemeen bestuur vaststellen. Artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de wet geldt niet ten aanzien van benoemingen voor een aldus vastgestelde termijn. ### Artikel 6 In geval van instelling van een kamer of van wijziging van het gebied van een kamer bepaalt Onze Minister ter zake van de benoeming voor de eerste maal van de leden van het algemeen bestuur, van welke kamer of kamers het algemeen bestuur bevoegd is voor de toepassing van de artikelen 10, tweede lid, en 11, vierde lid, van de wet. ### Artikel 7 In geval van instelling van een kamer worden in afwijking van artikel 45 of 51 van de wet, de eerste begroting en het eerste activiteitenplan binnen zes weken na de instelling vastgesteld, voor een periode eindigende, al naar gelang Onze Minister bepaalt, bij het verstrijken van het lopende kalenderjaar, hetzij één jaar daarna. ### Artikel 8 **1.** De eerste rekening van inkomsten en uitgaven, het eerste overzicht van de grootte en de samenstelling van het vermogen en het eerste jaarverslag van een kamer hebben betrekking op de eerste begrotingsperiode van die kamer. **2.** De laatste rekening van inkomsten en uitgaven, het laatste overzicht van de grootte en de samenstelling van het vermogen en het laatste jaarverslag van een opgeheven kamer worden door het algemeen bestuur van de daartoe door Onze Minister aangewezen kamer vastgesteld, al dan niet na overleg met het algemeen bestuur van een eveneens door Onze Minister aangewezen andere kamer. ### Paragraaf 5. Overgangs- en slotbepalingen ### Artikel 9 Vervallen ### Artikel 10 Vervallen ### Artikel 11 Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2 van de wet in werking treedt. ### Artikel 12 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit instelling, gebiedsindeling en bestuursgrootte kamers van koophandel en fabrieken.