--- titel: Besluit vergoeding aan ambtenaren kosten gebruik privé-telefoonaansluiting voor dienstdoeleinden bwb_id: BWBR0003133 type: AMvB status: geldend datum_inwerkingtreding: '1977-10-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0003133 citeertitel: Besluit vergoeding aan ambtenaren kosten gebruik privé-telefoonaansluiting voor dienstdoeleinden --- # Besluit vergoeding aan ambtenaren kosten gebruik privé-telefoonaansluiting voor dienstdoeleinden ### Artikel 1 Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: a. a. *betrokkene*: 1e. degene, die krachtens een aanstelling of een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in burgerlijke rijksdienst is; 2e. de beroepsmilitair alsmede de militair behorende tot het reservepersoneel, die een verbintenis heeft aangegaan om gedurende ten minste een jaar onafgebroken in werkelijke dienst te verblijven; een en ander indien hij naar het oordeel van het bevoegd gezag voor dienstdoeleinden te zijnen huize over een telefonische aansluiting dient te beschikken; 1e. 1e. degene, die krachtens een aanstelling of een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in burgerlijke rijksdienst is; 2e. 2e. de beroepsmilitair alsmede de militair behorende tot het reservepersoneel, die een verbintenis heeft aangegaan om gedurende ten minste een jaar onafgebroken in werkelijke dienst te verblijven; b. b. *bezoldigingsbesluit*: Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984; c. c. *salaris*: salaris in de zin van het bezoldigingsbesluit of, voor de betrokkene op wie dit besluit niet van toepassing is, hetgeen in de op hem van toepassing zijnde bezoldigingsregeling daarmede overeenkomt. ### Artikel 2 Aan de betrokkene wordt: a. a. behoudens het bepaalde onder *b*, een vergoeding toegekend van de door hem voor de privé-telefoonaansluiting verschuldigde aansluitings- en abonnementskosten van: 100% van die kosten indien zijn salaris gelijk aan of lager is dan het maximumbedrag van schaal 5 van de bijlage B van het bezoldigingsbesluit; 50% van die kosten indien zijn salaris hoger is dan het maximumbedrag van schaal 5, maar niet hoger dan het maximumbedrag van schaal 7 van voornoemde bijlage; b. b. een volledige vergoeding toegekend van de door hem voor de privé-telefoonaansluiting verschuldigde aanleg- en abonnementskosten van door het bevoegd gezag voor de dienst noodzakelijk geachte extra apparatuur; c. c. indien van de privé-telefoonaansluiting meer dan in incidentele gevallen gebruik wordt gemaakt voor het voeren van uitgaande dienstgesprekken, een vergoeding toegekend van de kosten van de met gebruikmaking van deze aansluiting gevoerde lokale en interlokale gesprekken ter grootte van 10%, 25% of 50% daarvan en in bijzondere gevallen tot een groter gedeelte, een en ander door het bevoegd gezag te bepalen aan de hand van de frequentie van de uitgaande dienstgesprekken; d. d. een volledige vergoeding toegekend van de kosten van de met gebruikmaking van de privé-telefoonaansluiting gevoerde internationale dienstgesprekken. ### Artikel 3 In de plaats van een vergoeding ingevolge het bepaalde in artikel 2, onder *c*, kan aan een betrokkene een volledige vergoeding worden toegekend van de kosten van de met gebruikmaking van de privé-telefoonaansluiting gevoerde lokale en interlokale dienstgesprekken. ### Artikel 4 Aan de ministers en de staatssecretarissen worden de kosten van de met gebruikmaking van de privé-telefoonaansluiting gevoerde lokale en interlokale gesprekken voor de helft en de internationale dienstgesprekken volledig vergoed. ### Artikel 5 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan omtrent het bepaalde in dit besluit nadere regels stellen. Van de bevoegdheid tot het stellen van deze regels met een sterk technisch karakter kan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties mandaat verlenen. ### Artikel 6 Ons besluit van 17 oktober 1950, nr. 9, wordt ingetrokken. ### Artikel 7 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 1977, met dien verstande dat telefoonnota’s waarin bedragen zijn opgenomen welke betrekking hebben op een periode liggende vóór 1 oktober 1977, worden verrekend op de voet van de bepalingen van Ons besluit van 17 oktober 1950, nr. 9.