--- titel: Aanpassing bedragen landelijke gemiddelde personeelslast (gpl) en bekendmaking van de opslagpercentages Vervangingsfonds ( VF) en Participatiefonds (PF) schooljaar 2001- 2003 bwb_id: BWBR0013560 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2002-03-29' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0013560 citeertitel: Aanpassing bedragen landelijke gemiddelde personeelslast (gpl) en bekendmaking van de opslagpercentages Vervangingsfonds ( VF) en Participatiefonds (PF) schooljaar 2001- 2003 --- # Aanpassing bedragen landelijke gemiddelde personeelslast (gpl) en bekendmaking van de opslagpercentages Vervangingsfonds ( VF) en Participatiefonds (PF) schooljaar 2001- 2003 ### Paragraaf I. Begripsbepalingen ### Artikel 1 Voor de toepassing in deze regeling wordt verstaan onder: ### Paragraaf II. Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 januari 2002 ### Artikel 2 **1.** Voor de directie bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor: **2.** De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule: cf x ggl +c. Daarbij is: cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt. Deze bedraagt voor: ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO/FB/1998/30920 (OCenW-Regelingen 1998, 18), en c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet. Deze bedraagt voor: **3.** Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats € 34.823,03, ongeacht de schoolsoortgroep. ### Artikel 3 **1.** Indien een aanvullende bekostiging op grond van artikel 85a, eerste lid, van de WVO wordt verstrekt, zijn voor de vaststelling van de bekostiging de volgende leden van toepassing. **2.** Voor de directieformatie geldt de voor de school in artikel 2, eerste lid, genoemde gemiddelde personeelslast. **3.** Voor de lerarenformatie bedraagt de gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor **4.** Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt de in artikel 2, derde lid, genoemde gemiddelde personeelslast. ### Paragraaf III. Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 juli 2002 ### Artikel 4 **1.** Voor de directie bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor: **2.** De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule: cf x ggl +c. Daarbij is: cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt. Deze bedraagt voor: ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO/FB/1998/30920 (OCenW-Regelingen 1998, 18), en c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet. Deze bedraagt voor: **3.** Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats € 35.416,51, ongeacht de schoolsoortgroep. ### Artikel 5 **1.** Indien een aanvullende bekostiging op grond van artikel 85a, eerste lid, van de WVO wordt verstrekt, zijn voor de vaststelling van de bekostiging de volgende leden van toepassing. **2.** Voor de directieformatie geldt de voor de school in artikel 4, eerste lid, genoemde gemiddelde personeelslast. **3.** Voor de lerarenformatie bedraagt de gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor **4.** Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt de in artikel 4, derde lid, genoemde gemiddelde personeelslast. ### Paragraaf IV. Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 augustus 2002 ### Artikel 6 **1.** Voor de directie bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor: **2.** De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule: cf x ggl +c. Daarbij is: cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt. Deze bedraagt voor: ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO/FB/1998/30920 (OCenW-Regelingen 1998, 18), en c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet. Deze bedraagt voor: **3.** Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats € 35.446,63, ongeacht de schoolsoortgroep. ### Artikel 7 **1.** Indien een aanvullende bekostiging op grond van artikel 85a, eerste lid, van de WVO wordt verstrekt, zijn voor de vaststelling van de bekostiging de volgende leden van toepassing. **2.** Voor de directieformatie geldt de voor de school in artikel 6, eerste lid, genoemde gemiddelde personeelslast. **3.** Voor de lerarenformatie bedraagt de gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor **4.** Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt de in artikel 6, derde lid, genoemde gemiddelde personeelslast. ### Paragraaf V. Maatregelen schooljaar 2002-2003 ### Artikel 8 Voor het schooljaar 2002-2003 is het percentage in verband met de kosten van vervanging, bedoeld in artikel 84b van de WVO: 2,12%. ### Artikel 9 Voor het schooljaar 2002-2003 is het percentage in verband met de kosten van werkloosheidsuitkeringen of suppleties inzake arbeidsongeschiktheid, bedoeld in artikel 84b van de WVO: 3,56%. ### Paragraaf VI. Slotbepalingen ### Artikel 10 Deze regeling zal met toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant. ### Artikel 11 Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen waarin deze regeling is bekendgemaakt en werkt wat betreft de artikelen 2 en 3 terug tot en met 1 januari 2002.