--- titel: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar van de regiopolitie Haaglanden 2011 bwb_id: BWBR0030716 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2011-12-17' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0030716 citeertitel: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar van de regiopolitie Haaglanden 2011 --- # Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar van de regiopolitie Haaglanden 2011 ### Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2. ### Artikel 2 Als buitengewoon opsporingsambtenaar worden aangewezen de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder b, van de Politiewet 2012, werkzaam in de functie van medewerker serviceorganisatie, medewerker HKD, medewerker orde en bewakingsdiensten B, medewerker arrestantenzorg, medewerker frontoffice en rechercheassistent, die hun werkgebied hebben in de regionale eenheid Den Haag, voorheen Haaglanden. ### Artikel 3 **1.** De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein VI Generieke Opsporing, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar. **2.** De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken. **3.** De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein. ### Artikel 4 Op grond van dit besluit kunnen maximaal 1085 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd. ### Artikel 5 **1.** Als toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoonopsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag. **2.** Als direct toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012. ### Artikel 6 De buitengewoon opsporingsambtenaar kan, zover dit in zijn functie is opgenomen, de in artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012 omschreven bevoegdheden uitoefenen en daarbij gebruikmaken van handboeien, korte wapenstok, pepperspray en een vuurwapen. ### Artikel 7 **1.** De korpschef brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over: a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in de in artikel 2 genoemde functies; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd. **2.** Dit verslag wordt toegezonden aan de in artikel 5 bedoelde toezichthouders en aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie, dienst Justis, afdeling BTR, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag. ### Artikel 8 De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het besluit van 8 december 2006, nr. 5457821/06/CBK, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van het onderhavige besluit. ### Artikel 9 Dit besluit treedt in werking met ingang van 17 december 2011 en vervalt op 17 december 2016. ### Artikel 10 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar van de regiopolitie Haaglanden 2011.