--- titel: Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2019 bwb_id: BWBR0041776 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2019-01-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0041776 citeertitel: Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2019 --- # Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2019 ### Paragraaf 1. Algemene bepalingen ### Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. a. *de Minister:* de Minister van Economische Zaken; b. b. *de secretaris-generaal:* de secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat; c. c. *de plaatsvervangend secretaris-generaal:* de plaatsvervangend secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat; d. d. *de hoofden van dienst:* 1°. de directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie; 2°. de directeur-generaal Klimaat en Energie; 3°. de directeur-generaal Economie en Digitalisering; 4°. de programmadirecteur-generaal Groningen en Ondergrond; 4a°. kwartiermakend directeur-generaal Realisatie Groene Groei; 5°. de directeur Informatievoorziening; 6°. de directeur Mens en Organisatie; 7°. de directeur Bureau Bestuursraad; 8°. de directeur Communicatie; 9°. de directeur Europese en Internationale Zaken; 10°. de directeur Financieel-Economische Zaken; 11°. de directeur Wetgeving en Juridische Zaken; 12°. de directeur van de programmadirectie Klaar voor de toekomst; 13°. de secretaris-directeur van de Wetenschappelijke Klimaatraad; 14°. de directeur van het Centraal Planbureau; 15°. de algemeen directeur van de Dienst ICT Uitvoering; 16°. de inspecteur-generaal der mijnen; 17°. de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; 18°. de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur; 19°. de algemeen directeur van de Dienst Nationaal Coördinator Groningen. 1°. 1°. de directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie; 2°. 2°. de directeur-generaal Klimaat en Energie; 3°. 3°. de directeur-generaal Economie en Digitalisering; 4°. 4°. de programmadirecteur-generaal Groningen en Ondergrond; 4a°. 4a°. kwartiermakend directeur-generaal Realisatie Groene Groei; 5°. 5°. de directeur Informatievoorziening; 6°. 6°. de directeur Mens en Organisatie; 7°. 7°. de directeur Bureau Bestuursraad; 8°. 8°. de directeur Communicatie; 9°. 9°. de directeur Europese en Internationale Zaken; 10°. 10°. de directeur Financieel-Economische Zaken; 11°. 11°. de directeur Wetgeving en Juridische Zaken; 12°. 12°. de directeur van de programmadirectie Klaar voor de toekomst; 13°. 13°. de secretaris-directeur van de Wetenschappelijke Klimaatraad; 14°. 14°. de directeur van het Centraal Planbureau; 15°. 15°. de algemeen directeur van de Dienst ICT Uitvoering; 16°. 16°. de inspecteur-generaal der mijnen; 17°. 17°. de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; 18°. 18°. de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur; 19°. 19°. de algemeen directeur van de Dienst Nationaal Coördinator Groningen. e. e. *de P&O-aangelegenheden:* de aangelegenheden op het gebied van personeel, organisatie en formatie en het daarmee samenhangende budget; f. f. *CAO Rijk:* de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren, werkzaam binnen de sector Rijk. ### Artikel 2 De organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt vastgesteld overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage. ### Artikel 3 Vervallen ### Artikel 4 **1.** Mandaat, volmacht en machtiging in de zin van dit besluit heeft geen betrekking op: a. a. bevoegdheden, privaatrechtelijke rechtshandelingen en andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling met betrekking waartoe een wettelijk voorschrift zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet; b. b. bevoegdheden, privaatrechtelijke rechtshandelingen en andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling waarvan de aard zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet. **2.** Aangelegenheden waarvan de aard zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet zijn in ieder geval: a. a. beslissingen omtrent politieke beleidswijzigingen en omtrent de uitbreiding of beperking van de bemoeienissen van de minister; b. b. het vaststellen van ministeriële regelingen en beleidsregels, met uitzondering van beleidsregels als bedoeld in artikel 7, vierde lid, en artikel 14, vijfde lid; c. c. delegatie van bevoegdheden; d. d. het beslissen op een bezwaarschrift tegen een besluit dat door de minister of namens de minister door de secretaris-generaal is genomen; e. e. aangelegenheden met betrekking tot de secretaris-generaal. **3.** Mandaat, volmacht en machtiging in de zin van dit besluit heeft voorts geen betrekking op het afdoen van stukken bestemd voor: a. a. de Koning en het Kabinet van de Koning; b. b. de raad van ministers of de daaruit gevormde vaste colleges; c. c. een minister of een staatssecretaris; d. d. de voorzitter van de Eerste of de Tweede Kamer der Staten-Generaal of de voorzitter van een uit een van die kamers gevormde commissie; e. e. de Raad van State, behoudens voor zover het betreft bestuursrechtelijke procedures of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard; f. f. de Algemene Rekenkamer behoudens voor zover het betreft gevraagde inlichtingen of gedane verzoeken of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard; g. g. een adviescollege in de zin van de Kaderwet adviescolleges, met uitzondering van het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR); h. h. autoriteiten in binnen- of buitenland, in rang gelijk aan of hoger dan een minister of staatssecretaris. ### Paragraaf 2. Mandaat, volmacht en machtiging aan ondergeschikten ### Artikel 5 **1.** Aan de secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor: a. a. aangelegenheden op het gebied van de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft, zoals nader omschreven in de toelichting bij het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499); b. b. het vaststellen van personeelsreglementen als bedoeld in paragraaf 1.1 van de CAO Rijk en circulaires, met uitzondering van circulaires die naar het oordeel van de secretaris-generaal door een hoofd van dienst of de plaatsvervangend secretaris-generaal moeten worden vastgesteld; c. c. het vaststellen van de werkterreinen van de hoofden van dienst; d. d. aangelegenheden op het werkterrein van de hoofden van dienst: 1°. ten aanzien waarvan de secretaris-generaal in een incidenteel geval aan een hoofd van dienst mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld of; 2°. die door een hoofd van dienst aan de secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de secretaris-generaal door een ander hoofd van dienst of de plaatsvervangend secretaris-generaal moeten worden behandeld. 1°. 1°. ten aanzien waarvan de secretaris-generaal in een incidenteel geval aan een hoofd van dienst mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld of; 2°. 2°. die door een hoofd van dienst aan de secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de secretaris-generaal door een ander hoofd van dienst of de plaatsvervangend secretaris-generaal moeten worden behandeld. e. e. aangelegenheden op het gebied van de Wet open overheid, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst; f. f. het uitoefenen van de bevoegdheden van de minister inzake benoeming, goedkeuring van benoemingen, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen, zelfstandige bestuursorganen en commissies en colleges, voor zover daarvoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de plaatsvervangend secretaris-generaal of een hoofd van dienst; g. g. aangelegenheden op het gebied van personeel, financiën, organisatie en bedrijfsvoering, voor zover niet vallend onder het werkterrein van een hoofd van dienst; h. h. het vaststellen van de formatie en personeelsbudgetten van het kernministerie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat; i. i. aangelegenheden op het gebied van de Wet normering topinkomens, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften; j. j. aangelegenheden op het gebied van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst; k. k. aangelegenheden op het gebied van de Algemene verordening gegevensbescherming, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst of voor zover niet binnen een redelijke termijn te achterhalen is welk hoofd van dienst verantwoordelijke is; l. l. het in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken aanwijzen van functies, die de mogelijkheid bieden de nationale veiligheid te schaden als vertrouwensfunctie; m. m. het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een medewerker bij het kernministerie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Ambtenarenwet 2017; n. n. het uitoefenen van bevoegdheden namens de Staat der Nederlanden in zijn hoedanigheid van aandeelhouder of die voortvloeien uit de zeggenschap over rechtspersonen. **2.** Tot de aangelegenheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, behoren in ieder geval: a. a. het vaststellen van de organisatie en formatie van: 1°. het directoraat-generaal Bedrijfsleven en Innovatie; 2°. het directoraat-generaal Klimaat en Energie; 3°. het directoraat-generaal Economie en Digitalisering; 4°. het programmadirectoraat-generaal Groningen en Ondergrond; 4a°. het directoraat-generaal Realisatie Groene Groei i.o.; 5°. de directie Informatievoorziening; 6°. de directie Mens en Organisatie; 7°. de directie Bureau Bestuursraad; 8°. de directie Communicatie; 9°. de directie Europese en Internationale Zaken; 10°. de directie Financieel-Economische Zaken; 11°. de directie Wetgeving en Juridische Zaken; 12°. de Dienst Nationaal Coördinator Groningen. 1°. 1°. het directoraat-generaal Bedrijfsleven en Innovatie; 2°. 2°. het directoraat-generaal Klimaat en Energie; 3°. 3°. het directoraat-generaal Economie en Digitalisering; 4°. 4°. het programmadirectoraat-generaal Groningen en Ondergrond; 4a°. 4a°. het directoraat-generaal Realisatie Groene Groei i.o.; 5°. 5°. de directie Informatievoorziening; 6°. 6°. de directie Mens en Organisatie; 7°. 7°. de directie Bureau Bestuursraad; 8°. 8°. de directie Communicatie; 9°. 9°. de directie Europese en Internationale Zaken; 10°. 10°. de directie Financieel-Economische Zaken; 11°. 11°. de directie Wetgeving en Juridische Zaken; 12°. 12°. de Dienst Nationaal Coördinator Groningen. b. b. het vaststellen van de apparaatskosten van de diensten; c. c. het vaststellen van interne circulaires; d. d. personeelsaangelegenheden met betrekking tot de hoofden van dienst; e. e. het nemen van besluiten en beslissingen en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 15 of hoger van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, betreffende: 1°. het aanbieden van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht voor onbepaalde of bepaalde tijd en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst, waaronder begrepen het met wederzijds goedvinden beëindigen van de arbeidsovereenkomst en het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden in de zin van artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek; 2°. het toekennen van een hogere salarisschaal; 3°. het verlenen van langdurend verlof ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie, bedoeld in hoofdstuk 4 van de CAO Rijk; 4°. het opdragen van een andere functie; 5°. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden; 6°. het toekennen van een terugkeergarantie, al dan niet op grond van sociaal flankerend beleid; 7°. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid; 8°. het toekennen van schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen boven een bedrag van € 10.000; 9°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk; 10°. de mogelijkheid van hoofdstuk 2 van de CAO Rijk om tijdelijke arbeidsovereenkomsten in zeer bijzondere situaties te sluiten, waarbij wordt afgeweken van hetgeen is geregeld in de CAO Rijk. 1°. 1°. het aanbieden van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht voor onbepaalde of bepaalde tijd en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst, waaronder begrepen het met wederzijds goedvinden beëindigen van de arbeidsovereenkomst en het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden in de zin van artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek; 2°. 2°. het toekennen van een hogere salarisschaal; 3°. 3°. het verlenen van langdurend verlof ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie, bedoeld in hoofdstuk 4 van de CAO Rijk; 4°. 4°. het opdragen van een andere functie; 5°. 5°. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden; 6°. 6°. het toekennen van een terugkeergarantie, al dan niet op grond van sociaal flankerend beleid; 7°. 7°. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid; 8°. 8°. het toekennen van schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen boven een bedrag van € 10.000; 9°. 9°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk; 10°. 10°. de mogelijkheid van hoofdstuk 2 van de CAO Rijk om tijdelijke arbeidsovereenkomsten in zeer bijzondere situaties te sluiten, waarbij wordt afgeweken van hetgeen is geregeld in de CAO Rijk. ### Artikel 6 **1.** Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor: a. a. het sturing geven aan de organisatie en bedrijfsvoeringsaspecten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat waaronder het vaststellen van de begroting op de apparaatskosten en personeelsbudgetten; b. b. het beslissen over gemeenschappelijke en generieke ICT-vraagstukken van het ministerie; c. c. het sturing geven aan en bewaken van de uitvoering van departementale taakstellingen; d. d. het begeleiden van transitie- en organisatietrajecten die voortvloeien uit wijzigingen binnen de organisatie; e. e. het vervangen van de secretaris-generaal in overleggen met de medezeggenschap en centrales van verenigingen van ambtenaren; f. f. het optreden als Chief Information Officer (CIO) van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat door onder meer het voorzitten van de EZK CIO-raad en het binnen het ministerie beheren van het portfolio op het gebied van informatievoorziening en sturen op de naleving van (inter)departementale kaders; g. g. het voorzitten van het Bedrijfsvoeringoverleg van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat; h. h. het uitoefenen van bevoegdheden namens de Staat der Nederlanden in zijn hoedanigheid van aandeelhouder of die voortvloeien uit de zeggenschap over rechtspersonen; i. i. het invulling geven aan de eigenaarsrol, voor zover hiervoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de secretaris-generaal of een hoofd van dienst, richting: 1°. het Adviescollege Veiligheid Groningen; 2°. de Autoriteit Consument en Markt; 3°. de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur; 4°. het Centraal Bureau voor de Statistiek; 5°. het Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten; 6°. het Centraal Planbureau; 7°. de Dienst ICT Uitvoering; 8°. het Instituut Mijnbouwschade Groningen; 9°. de Kamer van Koophandel; 10°. de Nationaal Coördinator Groningen; 11°. de Nederlandse Emissieautoriteit; 12°. de Raad voor Accreditatie; 13°. de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; 14°. het Staatstoezicht op de Mijnen; 15°. de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek; 16°. de Wetenschappelijke Klimaatraad. 1°. 1°. het Adviescollege Veiligheid Groningen; 2°. 2°. de Autoriteit Consument en Markt; 3°. 3°. de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur; 4°. 4°. het Centraal Bureau voor de Statistiek; 5°. 5°. het Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten; 6°. 6°. het Centraal Planbureau; 7°. 7°. de Dienst ICT Uitvoering; 8°. 8°. het Instituut Mijnbouwschade Groningen; 9°. 9°. de Kamer van Koophandel; 10°. 10°. de Nationaal Coördinator Groningen; 11°. 11°. de Nederlandse Emissieautoriteit; 12°. 12°. de Raad voor Accreditatie; 13°. 13°. de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; 14°. 14°. het Staatstoezicht op de Mijnen; 15°. 15°. de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek; 16°. 16°. de Wetenschappelijke Klimaatraad. j. j. het sturing geven aan inbreng in projecten die voortvloeien uit het overleg tussen secretarissen-generaal; k. k. het vertegenwoordigen van het ministerie in interdepartementale gremia, waaronder de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst en de Interdepartementale Commissie Chief Information Officers; l. l. het vorderen van opgaven en inlichtingen op grond van artikel 5.3 van de Wet normering topinkomens, het handhaven, bedoeld in de artikelen 5.4, 5.5. en 5.6 van de WNT, ten aanzien van de in artikel 1 van die wet bedoelde rechtspersonen, instellingen en topfunctionarissen en de invordering van verbeurde dwangsommen en van gemaakte kosten voor bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze verband houden met de voorgaande bevoegdheid; m. m. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Wet open overheid, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst; n. n. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst; o. o. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Algemene verordening gegevensbescherming, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst of voor zover niet binnen een redelijke termijn te achterhalen is welk hoofd van dienst verantwoordelijke is; p. p. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Archiefwet 1995, voor zover niet behorend tot een hoofd van dienst, waaronder het voor het gehele ministerie vaststellen van beheersregels als bedoeld in artikel 14 van het Archiefbesluit 1995 en het vaststellen van selectielijsten als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel b, van de Archiefwet 1995 en het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden bij de overbrenging als bedoeld in artikel 15 van de Archiefwet 1995; q. q. het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een medewerker bij het kernministerie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Ambtenarenwet 2017; r. r. het inschrijven in een machtigingenregister als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten van: – het kernministerie, bedoeld in paragraaf I, tweede lid, van de Bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat; – de Dienst Nationaal Coördinator Groningen; – het Staatstoezicht op de Mijnen; – het Centraal Planbureau; – de Autoriteit Consument en Markt; – het Instituut Mijnbouwschade Groningen; en hun machtigingenbeheerders; – – het kernministerie, bedoeld in paragraaf I, tweede lid, van de Bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat; – – de Dienst Nationaal Coördinator Groningen; – – het Staatstoezicht op de Mijnen; – – het Centraal Planbureau; – – de Autoriteit Consument en Markt; – – het Instituut Mijnbouwschade Groningen; s. s. het verstrekken van ketenmachtigingen als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten door registratie in het machtigingenregister, op naam van het kernministerie, en van de buitendiensten, bedoeld in artikel I, derde lid, van de Bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, aan agentschappen of aan publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen; t. t. het nemen van besluiten en beslissingen en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 1 tot en met 14 van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, betreffende: 1°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk; 2°. het met wederzijds goedvinden beëindigen van een arbeidsovereenkomst, voor zover dit gepaard gaat met een financiële regeling waarin een geldelijke tegemoetkoming wordt verstrekt, anders of hoger dan die, bedoeld in artikel 7:673, tweede lid, en 7:671b, achtste lid, van het Burgerlijk Wetboek; 3°. het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek. 1°. 1°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk; 2°. 2°. het met wederzijds goedvinden beëindigen van een arbeidsovereenkomst, voor zover dit gepaard gaat met een financiële regeling waarin een geldelijke tegemoetkoming wordt verstrekt, anders of hoger dan die, bedoeld in artikel 7:673, tweede lid, en 7:671b, achtste lid, van het Burgerlijk Wetboek; 3°. 3°. het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek. **2.** Onder eigenaarsrol in de zin van het eerste lid, onderdeel i, wordt in ieder geval verstaan: a. a. het toezien op de bedrijfsvoering van de organisatie binnen de planning- en controlcyclus, en b. b. het uitoefenen van bevoegdheden: 1°. inzake de benoeming, goedkeuring van benoemingen, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen, zelfstandige bestuursorganen en commissies en colleges; 2°. op grond van de organieke regelingen van rechtspersonen, de Comptabiliteitswet 2016, de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, de Kaderwet adviescolleges, de Aanwijzingen voor de Planbureaus of de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties. 1°. 1°. inzake de benoeming, goedkeuring van benoemingen, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen, zelfstandige bestuursorganen en commissies en colleges; 2°. 2°. op grond van de organieke regelingen van rechtspersonen, de Comptabiliteitswet 2016, de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, de Kaderwet adviescolleges, de Aanwijzingen voor de Planbureaus of de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties. ### Artikel 7 **1.** Aan de hoofden van dienst wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein, als bedoeld in de bijlage van dit besluit, waaronder begrepen de P&O-aangelegenheden van zijn dienst, met uitzondering van aangelegenheden waarvoor mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of aan een ander hoofd van dienst. **2.** Aan de hoofden van dienst wordt voorts, ieder voor zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor aangelegenheden inzake de benoeming, ontslag en vergoeding van leden van adviescommissies ter zake van subsidieverlening. **3.** Aan de directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie en de directeur-generaal Klimaat en Energie wordt tevens, ieder voor zich, mandaat en machtiging verleend voor het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een medewerker bij het kernministerie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Ambtenarenwet 2017. **4.** Aan de inspecteur-generaal der mijnen, de algemeen directeur van de Dienst Nationaal Coördinator Groningen en de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, wordt, ieder voor zich, op zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor het vaststellen van beleidsregels. **5.** Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, en de algemeen directeur van de Dienst ICT Uitvoering wordt, ieder voor zich, volmacht en machtiging verleend voor het inschrijven van zijn dienst en zijn machtigingenbeheerders in een machtigingenregister als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten, met inachtneming van door de secretaris-generaal gestelde regels. ### Artikel 8 Aan de directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie wordt mandaat en machtiging verleend inzake: a. a. benoeming, schorsing en ontslag van de voorzitter van het Strategisch Beraad en van de voorzitter van het Tactisch Beraad alsmede benoeming en ontslag van de afgevaardigden van de deelnemers, dienstverleners en de gebruikers van het Strategisch Beraad; b. b. benoeming, ontslag en vergoeding van de leden van topteams als genoemd in het Instellingsbesluit topteams topsectorenbeleid. ### Artikel 9 **1.** Aan de programmadirecteur-generaal Groningen en Ondergrond wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met: a. a. de Mijnbouwwet, het Mijnbouwbesluit en de Mijnbouwregeling, met uitzondering van het nemen van besluiten, die krachtens artikel 132 van de Mijnbouwwet worden genomen en het verrichten van handelingen waarvoor in artikel 13, eerste lid, onderdelen a tot en met c, mandaat, volmacht en machtiging wordt verleend aan de inspecteur-generaal der mijnen; b. b. benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van de leden van de Mijnraad; c. c. benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van de leden van de Technische commissie bodembeweging. **2.** Aan de programmadirecteur-generaal Groningen en Ondergrond wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met: artikel 5.1 van de Omgevingswet, met uitzondering van artikelen 4.1119, 4.1323, 4.1324, 4.1365, 4.1366, 6.47a en 7.69 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 132 van de Mijnbouwwet. ### Artikel 10 Aan de directeur Mens en Organisatie wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en beslissingen en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 1 tot en met 14 van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, betreffende: a. a. het verlenen van langdurend verlof ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie, bedoeld in hoofdstuk 4 van de CAO Rijk; b. b. het toekennen van een terugkeergarantie op grond van sociaal flankerend beleid; c. c. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid; d. d. het toekennen van verplichte en onverplichte schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen boven een bedrag van € 10.000; e. e. de mogelijkheid van hoofdstuk 2 van de CAO Rijk om tijdelijke arbeidsovereenkomsten in zeer bijzondere situaties te sluiten, waarbij wordt afgeweken van hetgeen is geregeld in de CAO Rijk. ### Artikel 11 **1.** Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend: a. a. voor het behandelen van verzoeken van de Nationale ombudsman; b. b. het behandelen van bezwaarschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het voeren van voorlopige voorziening procedures, met uitzondering van: 1°. het nemen van beslissingen op bezwaarschriften inzake de Wet normering topinkomens, de Wet open overheid, de Wet hergebruik van overheidsinformatie en de Algemene verordening gegevensbescherming, uitgezonderd besluiten op bezwaar inzake de in dit subonderdeel genoemde wetten, die gestoeld zijn op artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht; 2°. het behandelen van bezwaarschriften en het voeren van voorlopige voorziening procedures over besluiten behorende tot het werkterrein van de inspecteur-generaal der mijnen, de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, de algemeen directeur van de Dienst Nationaal Coördinator Groningen en de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur; 1°. 1°. het nemen van beslissingen op bezwaarschriften inzake de Wet normering topinkomens, de Wet open overheid, de Wet hergebruik van overheidsinformatie en de Algemene verordening gegevensbescherming, uitgezonderd besluiten op bezwaar inzake de in dit subonderdeel genoemde wetten, die gestoeld zijn op artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht; 2°. 2°. het behandelen van bezwaarschriften en het voeren van voorlopige voorziening procedures over besluiten behorende tot het werkterrein van de inspecteur-generaal der mijnen, de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, de algemeen directeur van de Dienst Nationaal Coördinator Groningen en de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur; c. c. voor het voeren van beroep en hoger beroep, waaronder begrepen het instellen van beroep en hoger beroep en het voeren van voorlopige voorziening procedures, met uitzondering van deze procedures over besluiten behorende tot het werkterrein van de inspecteur-generaal der mijnen, de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, de algemeen directeur van de Dienst Nationaal Coördinator Groningen en de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur. **2.** Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken wordt voorts volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners, met uitzondering van verplichtingen op het werkterrein van de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, de algemeen directeur van de Dienst Nationaal Coördinator Groningen, de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur en de inspecteur-generaal der mijnen. ### Artikel 12 **1.** Aan de algemeen directeur van de Dienst Nationaal Coördinator Groningen wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten die in mandaat zijn genomen of behandeld door hem of onder hem ressorterende medewerkers, en het instellen en het voeren van beroep, hoger beroep en voorlopige voorziening procedures die niet op personeelsaangelegenheden betrekking hebben. **2.** Voorts wordt aan de algemeen directeur van de Dienst Nationaal Coördinator Groningen volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners op zijn werkterrein. ### Artikel 13 **1.** Aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen in verband met: a. a. de artikelen 50, en 51, derde lid, van de Mijnbouwwet; b. b. de artikelen 22, 30, 35, derde lid, 51, vijfde lid, 85, 88, tweede lid, 90, 91, 97, 99, derde en vierde lid, 101, 104, eerste en tweede lid, 111, tweede lid, 112, tweede lid, 113, tweede lid, en 161a, vierde lid, van het Mijnbouwbesluit; c. c. de Mijnbouwregeling, met uitzondering van de vergunningen bedoeld in paragraaf 1.3; d. d. artikel 6.14 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming; e. e. de artikelen 27 en 28 van de Wet windenergie op zee; f. f. de artikelen 17.4, 17.10, eerste en tweede lid, 17.12, vierde tot en met zesde lid, 18.2, 18.2b, tweede lid, van de Wet Milieubeheer met betrekking tot mijnbouwwerken en windparken op zee; g. g. artikel 1c, vierde en vijfde lid, van de Gaswet, voor zover het de handhaving betreft van de artikelen 8, 8a, 11 en 51 van de Gaswet ten aanzien van onderwerpen die betrekking hebben op veiligheid in verband met gas. **2.** Aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt tevens volmacht en machtiging verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van feitelijke handelingen in verband met de artikelen 4.1119, 4.1323, 4.1324, 4.1365, 4.1366, 6.47a en 7.69 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 132 van de Mijnbouwwet. **3.** Aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten die in ondermandaat zijn genomen door onder hem ressorterende medewerkers, en het instellen en het voeren van beroep, hoger beroep en voorlopige voorziening procedures die niet op personeelsaangelegenheden betrekking hebben. **4.** Voorts wordt aan de inspecteur-generaal der mijnen volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners op zijn werkterrein. ### Artikel 14 **1.** Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten die in ondermandaat zijn genomen door onder hem ressorterende medewerkers, en het instellen en het voeren van beroep, hoger beroep en voorlopige voorziening procedures die niet op personeelsaangelegenheden betrekking hebben. **2.** Voorts wordt aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners op zijn werkterrein. **3.** Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het detacheren van functionarissen voor functies, waaronder schaal 15 of hoger, in het buitenland betreffende het Concordaat, het Landbouw Attachénetwerk (LAN), experts nationaux détachés (END) bij de Europese Commissie, het Innovatie Attachénetwerk (IAN), het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) en Internationale Organisaties. **4.** De directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland kan aan de algemeen directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor het uitvaardigen van dwangbevelen en de daaruit voortvloeiende uitvoering van executiegeschillen, en voor het treffen van betalingsregelingen. De directeur-generaal kan de algemeen directeur toestaan ondermandaat, volmacht en machtiging te verlenen aan één of meer onder hem ressorterende functionarissen. **5.** Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt mandaat verleend om per geval of in het algemeen instructies, die ook beleidsregels kunnen omvatten, te geven ter zake van de uitoefening van de krachtens het vierde lid aan de algemeen directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau toekomende bevoegdheden. **6.** Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt volmacht en machtiging verleend voor het in het kader van het vorderen van schadevergoeding voegen als benadeelde partij in het strafproces in zaken die betrekking hebben op het werkterrein van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. ### Artikel 15 **1.** Aan de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten die in ondermandaat zijn genomen door onder hem ressorterende medewerkers, en het instellen en het voeren van beroep, hoger beroep en voorlopige voorziening procedures die niet op personeelsaangelegenheden betrekking hebben. **2.** Voorts wordt aan de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners op zijn werkterrein. ### Paragraaf 3. Instructies ### Artikel 16 Mandaat en volmacht worden uitgeoefend met inachtneming van: a. a. ter zake geldende algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, Aanwijzingen voor de rijksdienst en andere van toepassing zijnde regelingen, circulaires en instructies; b. b. de in de beschrijving van de administratieve organisatie voorgeschreven medeparaafprocedures alsmede andere afspraken omtrent afstemming en coördinatie. ### Artikel 17 **1.** Het krachtens mandaat, volmacht of machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt: De Minister van Economische Zaken en Klimaat, namens deze: (handtekening) (naam functionaris) (functie) **2.** Het krachtens mandaat, volmacht of machtiging ondertekenen van automatisch gegenereerde stukken geschiedt als volgt: De Minister van Economische Zaken en Klimaat, namens deze: (naam functionaris) (functie) Dit bericht is automatisch gegenereerd en bevat daarom geen handtekening. **3.** In uitzondering op het tweede lid kan een automatisch gegenereerd stuk ook met handtekening worden ondertekend. De ondertekening geschiedt dan zoals genoemd in het eerste lid. ### Paragraaf 4. Ondermandaat ### Artikel 18 **1.** De secretaris-generaal kan aan een hoofd van dienst binnen diens werkterrein ondermandaat en machtiging verlenen voor benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen, zelfstandige bestuursorganen, commissies en colleges. **2.** De secretaris-generaal kan tevens aan een hoofd van dienst ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor P&O-aangelegenheden van zijn dienst, waarvoor de secretaris-generaal of de directeur Mens en Organisatie krachtens dit besluit mandaat, volmacht en machtiging heeft verkregen. **3.** De secretaris-generaal kan voorts aan de plaatsvervangend secretaris-generaal ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor de aangelegenheden op zijn werkterrein, waaronder voor P&O-aangelegenheden. ### Artikel 19 **1.** De hoofden van dienst kunnen, ieder voor zich, voor hun werkterrein, voor aangelegenheden als bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, en 8 tot en met 15, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan hun plaatsvervangers, en wat het werkterrein van ondergeschikte organisatieonderdelen of functionarissen betreft, aan de hoofden van die onderdelen en aan die functionarissen en aan hun plaatsvervangers. **2.** Voor P&O-aangelegenheden geldt, in afwijking van het eerste lid, dat geen ondermandaat, volmacht en machtiging mag worden verleend voor de volgende aangelegenheden: a. a. het aanbieden en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd; b. b. het verlenen van langdurend verlof, bedoeld in hoofdstuk 4 van de CAO Rijk; c. c. het opdragen van een andere functie; d. d. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden; e. e. het toekennen van een hogere salarisschaal; f. f. het toekennen van beloningen; g. g. het toekennen van verplichte en onverplichte schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen; h. h. het treffen van ordemaatregelen, bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk; i. i. het toekennen van een terugkeergarantie; j. j. het afnemen van de eed en belofte; k. k. het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met en het inlenen op basis van een uitzend- of detacheringsovereenkomst dan wel op basis van een overeenkomst van opdracht van een persoon die de AOW-leeftijd heeft bereikt; l. l. het behandelen en beslissen op aanvragen voor een RVU-uitkering. **3.** De secretaris-generaal kan aan hoofden van dienst schriftelijk toestemming geven voor het, in afwijking van het tweede lid, verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging. Een afschrift hiervan wordt aan de directeur Wetgeving en Juridische zaken toegezonden. ### Artikel 19a De secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal kunnen aan het hoofd of medewerkers van de afdeling Eigenaarsadvisering ondermandaat en machtiging verlenen voor aangelegenheden als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel n, en artikel 6, eerste lid, onderdeel h. ### Artikel 20 **1.** Het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken. **2.** Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht en machtiging als bedoeld in de artikelen 18 en 19 wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Informatievoorziening, de directeur Mens en Organisatie en de Auditdienst Rijk. ### Paragraaf 5. Vervanging ### Artikel 21 **1.** De uit dit besluit voor de secretaris-generaal voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op de plaatsvervangend secretaris-generaal. Bij afwezigheid van zowel de secretaris-generaal als de plaatsvervangend secretaris-generaal gaan deze bevoegdheden over op een door de secretaris-generaal aangewezen directeur-generaal. **2.** De uit dit besluit voor de plaatsvervangend secretaris-generaal voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op de secretaris-generaal. Bij afwezigheid van zowel de plaatsvervangend secretaris-generaal als de secretaris-generaal gaan deze bevoegdheden over op een door de secretaris-generaal aangewezen directeur-generaal. **3.** De uit dit besluit voor de hoofden van dienst voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op hun plaatsvervanger, met uitzondering van de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging. ### Paragraaf 6. Ondertekening bij afwezigheid minister ### Artikel 22 **1.** Indien afwezigheid of ontstentenis van de minister eraan in de weg staat dat een door de minister genomen besluit door hem wordt ondertekend, kan, tenzij een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich ertegen verzet, een besluit namens de minister worden ondertekend door de secretaris-generaal. **2.** In het geval bedoeld in het eerste lid geschiedt het ondertekenen als volgt: De Minister van Economische Zaken en Klimaat, namens deze: overeenkomstig het door de minister genomen besluit: (handtekening) (naam) secretaris-generaal ### Paragraaf 7. Mandaat, volmacht en machtiging aan niet-ondergeschikten #### Paragraaf 7.1. Dienstonderdelen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit die ook taken verrichten voor het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat ### Artikel 23 **1.** De directie Bestuurlijke en Politieke Zaken van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verricht de aan haar opgedragen taken in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019 en de bijlage Organisatie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, voor zover van toepassing, ook voor het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. **2.** De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verricht de aan haar opgedragen taken in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019 en de bijlage Organisatie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, voor zover van toepassing, (ook) voor het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. #### Paragraaf 7.2. Mandaat, volmacht en machtiging aan hoofden van dienst en andere functionarissen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ### Artikel 24 Aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de plaatsvervangend secretaris-generaal van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de directeur-generaal Agro van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de directeur-generaal Natuur, Visserij en Landelijk Gebied van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt ieder voor zich, mandaat en machtiging verleend voor het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een medewerker bij het kernministerie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Ambtenarenwet 2017. ### Artikel 25 Aan de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor de coördinatie van de departementale crisisbeheersing van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. ### Artikel 26 **1.** Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het uitvoering geven aan hetgeen in de Verordening (EU) nr. 2017/1369 is bepaald ten aanzien van de handhavende maatregelen op het terrein van energie-etikettering. **2.** Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het voeren van de EZK brede regie en het zorg dragen van de opdrachtverstrekking en de uitvoering op het gebied van ‘specialties’ huisvesting, zoals inspectiekantoren, archiefopslag, laboratoria, waaronder begrepen het tekenen van de akte van ingebruikgeving met het Rijksvastgoedbedrijf, het bepalen van de huisvestingsbehoefte en het op basis van rijksbeleid sturen van behoeftestellers op regionale vestiging en volume op het gebied van huisvesting en huur van vastgoed met uitzondering van de pied-à-terres van de politieke top. **3.** Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt voorts mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het verrichten van taken waaronder het verlenen van ontheffingen, het nemen van maatregelen en het doen van aanwijzingen op het terrein van de Wet Implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie en de daarmee samenhangende besluiten. #### Paragraaf 7.3. Mandaat, volmacht en machtiging aan overige niet-ondergeschikten ### Artikel 26a Vervallen ### Paragraaf 8. Ondermandaat, volmacht en machtiging aan functionarissen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ### Artikel 27 **1.** De directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, kunnen, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan onder hen ressorterende functionarissen. **2.** Het ondermandaatbesluit van de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is, voor zover van toepassing, van overeenkomstige toepassing op werkzaamheden die worden verricht voor het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. **3.** Het ondermandaatbesluit van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is, voor zover van toepassing, van overeenkomstige toepassing op werkzaamheden die worden verricht voor het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. **4.** Het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. **5.** Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht en machtiging als bedoeld in het vorige lid wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de Auditdienst Rijk. ### Paragraaf 9. Instructies ### Artikel 28 Mandaat en volmacht worden uitgeoefend met inachtneming van: a. a. ter zake geldende algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, Aanwijzingen voor de rijksdienst en andere van toepassing zijnde regelingen, circulaires en instructies; b. b. de in de beschrijving van de administratieve organisatie voorgeschreven medeparaafprocedures alsmede andere afspraken omtrent afstemming en coördinatie. ### Artikel 29 **1.** Het krachtens mandaat, volmacht of machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt: De Minister van Economische Zaken en Klimaat, namens deze: (handtekening) (naam functionaris) (functie) **2.** Het krachtens mandaat, volmacht of machtiging ondertekenen van automatisch gegenereerde stukken geschiedt als volgt: De Minister van Economische Zaken en Klimaat, namens deze: (naam functionaris) (functie) Dit bericht is automatisch gegenereerd en bevat daarom geen handtekening. **3.** In uitzondering op het tweede lid kan een automatisch gegenereerd stuk ook met handtekening worden ondertekend. De ondertekening geschiedt dan zoals genoemd in het eerste lid. ### Paragraaf 10. Overgangs- en slotbepalingen ### Artikel 30 Het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2017 en de Volmacht en machtiging projectdirecteur-generaal Groningen Bovengronds inzake aangelegenheden die verband houden met schadeafhandeling en versterking van gebouwen en werken vanwege de beweging van de bodem als gevolg van de exploitatie van het Groningenveld en met het bevorderen van leefbaarheid, duurzaamheid en economie in Groningen worden ingetrokken. ### Artikel 31 Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de hoofden van dienst en de Algemene Rekenkamer. ### Artikel 32 **1.** Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2019, en werkt ten aanzien van paragraaf XV, vierde lid, en paragraaf XIX, tweede lid, onderdeel d, terug tot en met 1 januari 2018, ten aanzien van paragraaf XIX, tweede lid, onderdelen a, b, c, e en f, terug tot en met 26 oktober 2017. **2.** Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2019, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 2019, en werkt ten aanzien van paragraaf XV, vierde lid, en paragraaf XIX, tweede lid, onderdeel d, terug tot en met 1 januari 2018, ten aanzien van paragraaf XIX, tweede lid, onderdelen a, b, c, e en f, terug tot en met 26 oktober 2017. ### Artikel 33 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2019. ## Bijlage . Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat