--- titel: Instelling werkgroepen ter bestudering van de bestuurlijke samenwerking in grensgebieden met Duitsland en België bwb_id: BWBR0003137 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '1977-12-05' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0003137 citeertitel: Instelling werkgroepen ter bestudering van de bestuurlijke samenwerking in grensgebieden met Duitsland en België --- # Instelling werkgroepen ter bestudering van de bestuurlijke samenwerking in grensgebieden met Duitsland en België ### Artikel I In te stellen een tweetal werkgroepen – voor het grensgebied met Duitsland respectievelijk België – met de opdracht: a. a. het inventariseren van regelingen en contacten tussen besturen van provincies en gemeenten in Nederland en overeenkomstige besturen aan de andere zijde van de grens op het punt van de samenwerking over de grenzen; b. b. het inventariseren van mogelijke behoeften aan zodanige regelingen en contacten en van eventuele knelpunten die het aangaan respectievelijk leggen of goed functioneren van zodanige regelingen of contacten belemmeren; c. c. het doen van voorstellen tot het wegnemen van bovengenoemde knelpunten in het bijzonder en tot het bevorderen van de totstandkoming van wenselijke samenwerking in het algemeen. ### Artikel II In deze werkgroepen te benoemen. tot *voorzitter* en *lid:* 1. 1. mr. C. F. G. de Menthon Bake, Directeur Binnenlands Bestuur van het Ministerie van Binnenlandse Zaken; tot *lid:* 2. 2. mr. J. M. de Graaf, Directeur-Generaal voor Openbare Orde en Veiligheid van het Ministerie van Binnenlandse Zaken; 3. 3. mr. A. E. J. Smidt, chef van het bureau bestuurlijke en algemene zaken van de provinciale griffie van Groningen; 4. 4. mr. M. J. M. van Driel, chef van de afdeling ruimtelijke ordening en bestuurszaken van de provinciale griffie van Drenthe; 5. 5. mr. M. J. van Rossum du Chattel, waarnemend chef van afdeling 2 van de provinciale griffie van Overijssel; 6. 6. mr. J. A. M. Hendrikx, lid van het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland, en als plaatsvervanger: mr. J. L. van der Laan, chef van het Kabinet van de Commissaris der Koningin in die provincie; 7. 7. L. J. Cobben, medewerker van het Kabinet van de Commissaris der Koningin in de provincie Limburg, en als plaatsvervanger: J. E. Wouters, interlimburgs contactambtenaar; 8. 8. mr. H. V. van Walsum, burgemeester van Doesburg, namens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten; 9. 9. een nader door de Minister van Buitenlandse Zaken aan te wijzen ambtenaar; tot *secretaris* en *lid:* 10. 10. mr. A. Tchernoff, medewerker voor internationale aangelegenheden van het Bureau Secretaris-Generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. tot *voorzitter* en *lid:* 1. 1. mr. C. F. G. de Menthon Bake, Directeur Binnenlands Bestuur van het Ministerie van Binnenlandse Zaken; tot *lid:* 2. 2. mr. J. M. de Graaf, Directeur-Generaal voor Openbare Orde en Veiligheid van het Ministerie van Binnenlandse Zaken; 3. 3. L. J. Cobben, medewerker van het Kabinet van de Commissaris der Koningin in de provincie Limburg, en als plaatsvervanger: J. E. Wouters, interlimburgs contactambtenaar; 4. 4. drs. A. J. Nieuwenhuizen, griffier der Staten van de provincie Noord-Brabant; 5. 5. mr. H. F. M. van der Heijden, chef van het Kabinet van de Commissaris der Koningin in de provincie Zeeland; 6. 6. mr. F. J. M. Houben, burgemeester van Etten-Leur, namens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten; 7. 7. een nader door de Minister van Buitenlandse Zaken aan te wijzen ambtenaar; tot *secretaris* en *lid:* 8. 8. mr. A. Tchernoff, medewerker voor internationale aangelegenheden van het Bureau Secretaris-Generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. ### Artikel III Te bepalen: a. a. dat de werkgroepen bij het vervullen van hun opdracht voorrang zullen geven aan de samenwerking in de grensgebieden op het punt van de hulpverlening bij rampen en in elk geval daarover tussentijds verslag zullen uitbrengen; b. b. dat de werkgroepen overigens: zo enigszins mogelijk binnen een jaar een eindverslag zullen uitbrengen; anderen dan hun leden kunnen uitnodigen aan hun werkzaamheden deel te nemen; subwerkgroepen kunnen instellen. - zo enigszins mogelijk binnen een jaar een eindverslag zullen uitbrengen; anderen dan hun leden kunnen uitnodigen aan hun werkzaamheden deel te nemen; - subwerkgroepen kunnen instellen.