--- titel: Nadere algemene voorschriften inzake de 36-urige werkweek bij de rijksoverheid bwb_id: BWBR0008344 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '1997-01-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0008344 citeertitel: Nadere algemene voorschriften inzake de 36-urige werkweek bij de rijksoverheid --- # Nadere algemene voorschriften inzake de 36-urige werkweek bij de rijksoverheid ### Artikel 1 **1.** Het bevoegd gezag kan op verzoek van de ambtenaar en indien het belang van de dienst zich daartegen niet verzet een werktijdregeling vaststellen, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van het Algemeen Rijksambte-narenreglement onderscheidenlijk artikel 34, eerste lid, van het Ambte-narenreglement Staten-Generaal, waarbij het aantal te werken uren gelijk is aan het aantal kalenderdagen per jaar verminderd met het aantal zaterdagen en zondagen en niet op zaterdag of zondag vallende feest-dagen, genoemd in het zevende lid, onder a, vermenigvuldigd met 8. **2.** Bij toepassing van het eerste lid heeft de ambtenaar aanspraak op een compensatie in vrije dagen. Deze compensatie wordt berekend door de ingeroosterde werktijd te verminderen met de arbeidsduur, bedoeld in artikel 21, derde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement onderscheidenlijk artikel 34, derde lid, van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal. De compensatie kan worden opgenomen binnen een tijdvak van één jaar of over een periode van ten hoogste zeven jaren worden opgespaard, waarna de gespaarde dagen aaneengesloten worden opgenomen. **3.** Bij de vaststelling van de werktijdregeling, bedoeld in het eerste lid, wordt in overleg tussen de ambtenaar en het bevoegd gezag tevens vastgesteld hoe de compensatie in vrije dagen zal geschieden. ### Artikel 2 De volgende bepalingen zijn van toepassing op het sparen van vrije dagen, als bedoeld in artikel 1, tweede lid: a. a. het bevoegd gezag verstrekt jaarlijks een opgave van het aantal gespaarde dagen aan de ambtenaar; b. b. de opname van de vrije dagen wordt opgeschort, gedurende de periode dat de ambtenaar langer dan een maand ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte; c. c. bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte en gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid wegens ziekte langer dan een maand staakt de opbouw van het spaartegoed; d. d. bij overlijden wordt aan de nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgenden een bedrag voor ieder gespaard uur uitbetaald ter grootte van het salaris per uur dat de ambtenaar laatstelijk voor het overlijden genoot. ### Artikel 3 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1997.