--- titel: Regeling aanpassing landelijk gemiddelde personeelslastbedragen in verband met de ZKOO-uitkering en de CAO 1999 - 2000 bwb_id: BWBR0010485 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '1999-06-19' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0010485 citeertitel: Regeling aanpassing landelijk gemiddelde personeelslastbedragen in verband met de ZKOO-uitkering en de CAO 1999 - 2000 --- # Regeling aanpassing landelijk gemiddelde personeelslastbedragen in verband met de ZKOO-uitkering en de CAO 1999 - 2000 ### Paragraaf I. Begripsbepalingen ### Artikel 1 Voor de toepassing in deze regeling wordt verstaan onder: • Schoolsoortgroep 1: • scholen voor mavo, vbo en scholengemeenschappen mavo/vbo (inclusief afdelingen leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs), • scholen voor praktijkonderwijs voortkomend uit het svo waarop artikel 11 van de Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs van toepassing is, • scholen voor leerwegondersteunend onderwijs en scholen voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel II, tweede en vijfde lid, van de Wet van 25 mei 1998 (Stb. 337); • • scholen voor mavo, vbo en scholengemeenschappen mavo/vbo (inclusief afdelingen leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs), • • scholen voor praktijkonderwijs voortkomend uit het svo waarop artikel 11 van de Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs van toepassing is, • • scholen voor leerwegondersteunend onderwijs en scholen voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel II, tweede en vijfde lid, van de Wet van 25 mei 1998 (Stb. 337); • • Schoolsoortgroep 2: scholen voor vwo, havo en scholengemeenschappen vwo/havo; • • Schoolsoortgroep 3: scholengemeenschappen (vwo/)havo/mavo (inclusief afdelingen leerwegondersteunend onderwijs); • • Schoolsoortgroep 4: scholengemeenschappen (vwo/)havo/mavo/vbo (inclusief afdelingen leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs). - WVO: Wet op het voortgezet onderwijs, deel I. - Wet op het voortgezet onderwijs, deel I. ### Paragraaf II. Aanpassing en vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 januari 1999 in verband met verhoging van de ZKOO-uitkering en in verband met de CAO 1999-2000 ### Artikel 2 **1.** Voor de directie bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats: • • schoolsoortgroep 1: ƒ 125.836,68 • • schoolsoortgroep 2: ƒ 150.187,10 • • schoolsoortgroep 3: ƒ 148.584,01 • • schoolsoortgroep 4: ƒ 144.329,43 **2.** De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule: cf x ggl +c. Daarbij is: cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt. Deze bedraagt voor: • • schoolsoortgroep 1: ƒ 1.793,18 • • schoolsoortgroep 2: ƒ 2.638,74 • • schoolsoortgroep 3: ƒ 2.248,52 • • schoolsoortgroep 4: ƒ 1.955,45 ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO/FB-1998/30920 (OCenW-Regelingen 1998, 18), en c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet. Deze bedraagt voor: • • schoolsoortgroep 1: ƒ 17.952,39 • • schoolsoortgroep 2: ƒ 3.023,78 • • schoolsoortgroep 3: ƒ 13.511,98 • • schoolsoortgroep 4: ƒ 17.306,18 **3.** Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats ƒ 64.435,31, ongeacht de schoolsoortgroep. ### Artikel 3 **1.** Indien een aanvullende vergoeding wordt verstrekt, zijn voor de vaststelling van de vergoeding de volgende leden van toepassing. **2.** Voor de directieformatie geldt de voor de school in artikel 2, eerste lid, genoemde gemiddelde personeelslast. **3.** Voor de lerarenformatie bedraagt de gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor: • • schoolsoortgroep 1: ƒ 96.744,81 • • schoolsoortgroep 2: ƒ 117.122,49 • • schoolsoortgroep 3: ƒ 111.232,88 • • schoolsoortgroep 4: ƒ 102.759,40 **4.** Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt de in artikel 2, derde lid, genoemde gemiddelde personeelslast. ### Paragraaf III. Aanpassing en vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 februari 1999 in verband met de CAO 1999-2000 ### Artikel 4 **1.** Voor de directie bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats: • • schoolsoortgroep 1: ƒ 128.534,11 • • schoolsoortgroep 2: ƒ 153.406,51 • • schoolsoortgroep 3: ƒ 151.769,06 • • schoolsoortgroep 4: ƒ 147.423,28 **2.** De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule: cf x ggl + c. Daarbij is: cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt. Deze bedraagt voor: • • schoolsoortgroep 1: ƒ 1.831,61 • • schoolsoortgroep 2: ƒ 2.695,30 • • schoolsoortgroep 3: ƒ 2.296,72 • • schoolsoortgroep 4: ƒ 1.997,37 ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO/FB/1998/30920 (OCenW-Regelingen 1998, 18), en c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet. Deze bedraagt voor: • • schoolsoortgroep 1: ƒ 18.337,22 • • schoolsoortgroep 2: ƒ 3.088,59 • • schoolsoortgroep 3: ƒ 13.801,63 • • schoolsoortgroep 4: ƒ 17.677,16 **3.** Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats ƒ 66.034,34, ongeacht de schoolsoortgroep. ### Artikel 5 **1.** Indien een aanvullende vergoeding wordt verstrekt, zijn voor de vaststelling van de vergoeding de volgende leden van toepassing. **2.** Voor de directieformatie geldt de voor de school in artikel 4, eerste lid, genoemde gemiddelde personeelslast. **3.** Voor de lerarenformatie bedraagt de gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor: • • schoolsoortgroep 1: ƒ 98.818,63 • • schoolsoortgroep 2: ƒ 119.633,12 • • schoolsoortgroep 3: ƒ 113.617,27 • • schoolsoortgroep 4: ƒ 104.962,15 **4.** Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt de in artikel 4, derde lid, genoemde gemiddelde personeelslast. ### Paragraaf IV. Aanpassing en vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 augustus 1999 in verband met de CAO 1999-2000 ### Artikel 6 **1.** Voor de directie bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats: • • schoolsoortgroep 1: ƒ 128.799,76 • • schoolsoortgroep 2: ƒ 153.723,56 • • schoolsoortgroep 3: ƒ 152.082,72 • • schoolsoortgroep 4: ƒ 147.727,96 **2.** De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule: cf x ggl + c. Daarbij is: cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt. Deze bedraagt voor: • • schoolsoortgroep 1: ƒ 1.845,66 • • schoolsoortgroep 2: ƒ 2.729,78 • • schoolsoortgroep 3: ƒ 2.333,06 • • schoolsoortgroep 4: ƒ 2.014,13 ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, 7) en van 6 maart 1999, VO/FB-1999/4987 (OCenW-Regelingen 1999, 8 en 9) c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet. Deze bedraagt voor: • • schoolsoortgroep 1: ƒ 18.477,87 • • schoolsoortgroep 2: ƒ 3.128,10 • • schoolsoortgroep 3: ƒ 14.020,03 • • schoolsoortgroep 4: ƒ 17.825,64 **3.** Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats ƒ 66.156,12 ongeacht de schoolsoortgroep. ### Artikel 7 **1.** Indien een aanvullende vergoeding wordt verstrekt, zijn voor de vaststelling van de vergoeding de volgende leden van toepassing. **2.** Voor de directieformatie geldt de voor de school in artikel 6, eerste lid, genoemde gemiddelde personeelslast. **3.** Voor de lerarenformatie bedraagt de gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor: • • schoolsoortgroep 1: ƒ 99.022,86 • • schoolsoortgroep 2: ƒ 119.880,36 • • schoolsoortgroep 3: ƒ 113.852,08 • • schoolsoortgroep 4: ƒ 105.179,07 **4.** Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt de in artikel 6, derde lid, genoemde gemiddelde personeelslast. ### Paragraaf V. Slotbepalingen ### Artikel 8 Deze regeling zal met toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant. ### Artikel 9 **1.** Deze regeling treedt met uitzondering van de artikelen 6 en 7 in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen waarin deze regeling is bekendgemaakt en werkt wat betreft de artikelen 2 en 3 terug tot en met 1 januari 1999 en wat betreft de artikelen 4 en 5 tot en met 1 februari 1999. **2.** De artikelen 6 en 7 van deze regeling treden in werking met ingang van 1 augustus 1999.