--- titel: Regeling bekostiging hoger onderwijs 2002 bwb_id: BWBR0013302 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2002-01-09' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0013302 citeertitel: Regeling bekostiging hoger onderwijs 2002 --- # Regeling bekostiging hoger onderwijs 2002 ## Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen ### Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder ## Hoofdstuk 2. Universiteiten ### Artikel 2 De bedragen bedoeld in artikel 2.22 van het besluit zijn: a. a. voor de openbare universiteit te Maastricht: € 1.461.000; b. b. voor de bijzondere universiteit te Amsterdam: € 906.000. ## Hoofdstuk 3. Hogescholen ### Artikel 3.1 **1.** De indeling van de groepen van opleidingen als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid en artikel 3.3a, eerste lid van het besluit wordt vastgesteld conform bijlage 1 bij deze regeling. **2.** In bijlage 2 bij deze regeling is bepaald welke opleidingen als dezelfde opleiding worden aangemerkt, als bedoeld in artikel 3.3a, derde lid van het besluit. **3.** De indeling van de opleidingen naar bekostigingsniveau als bedoeld in artikel 3.7, tweede lid van het besluit, wordt vastgesteld conform bijlage 3 bij deze regeling. ### Artikel 3.2 **1.** De factor BNF bedoeld in artikel 3.3, zevende lid van het besluit is 0,35. **2.** De factoren NBA en NBU bedoeld in artikel 3.3, zevende lid, van het besluit zijn: voor opleidingen met een studielast van | **in studiepunten t/m 31 augustus 2002** | **in studiepunten vanaf 1 spetember 2002** | **NBA** | **NBU** | | --- | --- | --- | --- | | 42 | 60 | 1,13 | 0,34 | | 84 | 120 | 2,25 | 1,35 | | 105 | 150 | 2,81 | 1,35 | | 126 | 180 | 3,38 | 1,35 | | 147 | 210 | 3,94 | 1,35 | | 168 | 240 | 4,50 | 1,35 | **3.** Bij opleidingen met een niet in het tweede lid genoemde studielast gelden de factoren NBA en NBU die van toepassing zijn voor de studielast die het dichtst ligt bij de studielast van de opleiding. ### Artikel 3.3 **1.** De opleidingen en groepen van opleidingen, waarop artikel 3.3b van het besluit van toepassing is en de hoogte van de limieten voor het aantal te bekostigen eerstejaarsstudenten voor die opleidingen worden vastgesteld conform bijlage 4 bij deze regeling. **2.** De maximale onderwijsvraag per opleiding als bedoeld in artikel 3.4a, tweede lid, van het besluit, worden vastgesteld conform bijlage 5 bij deze regeling. ### Artikel 3.4 **1.** De niveaus bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, onder a. van het besluit worden onderscheiden in niveau p en niveau g, waarbij niveau p het hoogste niveau is. **2.** De niveaus bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, onder b. van het besluit die niet gelijk zijn aan het in het eerste lid bedoelde niveau p, worden onderscheiden in de niveaus kuo-c, kuo-d en kuo-e. **3.** De niveaus bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, onder c. van het besluit worden onderscheiden in de niveaus kuo-v1, kuo-v2, kuo-v3 en kuo-v4. **4.** Ten behoeve van de berekening van het exploitatiedeel, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, van het besluit, zijn de bedragen: | niveau | bedrag 2003 (euro) | | --- | --- | | p | 5.548 | | g | 4.324 | | kuo-c | 6.162 | | kuo-d | 10.803 | | kuo-e | 17.190 | | kuo-v1 | 8.670 | | kuo-v2 | 9.855 | | kuo-v3 | 20.387 | | kuo-v4 | 35.133 | ### Artikel 3.5 De ruimtebehoeftenorm per hogeschool als bedoeld in artikel 3.12, tweede lid van het besluit wordt vastgesteld conform bijlage 6 bij deze regeling. ## Hoofdstuk 4. Tijdelijke en Overgangsbepalingen ### Paragraaf 1. Additionele toekenningen ### Artikel 4.1 **1.** Het bedrag, bedoeld in artikel 5.5, vierde lid, van het besluit, is € 437,94, gedeeld door de factor, bedoeld in artikel 3.7, derde lid, van het besluit. Het bedrag wordt afgerond op hele euro's. **2.** Onder aanvullende vergoeding wordt in dit artikel verstaan het bedrag dat wordt berekend als het product van de onderwijsvraag voor de desbetreffende opleiding bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, van het besluit, de factor bedoeld in artikel 3.7, derde lid, van het besluit en het bedrag bedoeld in het eerste lid. **3.** De aanvullende vergoeding wordt toegekend aan de opleidingen tot leraar basisonderwijs, voor de uitvoering van vernieuwingsprojecten gericht op een omslag naar een meer vraaggerichte werkwijze en meer in het bijzonder voor de bevordering van de integratie van informatie- en communicatietechnologie in de opleidingen, voor de navolgende activiteiten: a. a. de ontwikkeling van een leeromgeving binnen de opleiding waarbij informatie- en communicatietechnologie in hoge mate aan bod komen, conform de doelstellingen in het uitwerkingsplan `Onderwijs On-line'; b. b. de ontwikkeling van een flexibel stelsel van voltijdse, deeltijdse en duale lerarenopleidingen alsmede van curriculumonderdelen in het perspectief van maatwerk voor de individuele student; c. c. de extra aandacht voor vergroting van de deelname aan de opleidingen door allochtonen, mannen en onderwijsassistenten; d. d. de versterking van samenwerking van de opleiding met basisscholen. **4.** Ten minste een kwart van de aanvullende vergoeding wordt door de instelling besteed aan de activiteiten bedoeld in het derde lid onder a. ### Artikel 4.2 Vervallen ### Artikel 4.3 Aan de Hogeschool Brabant in Breda en aan de Hanzehogeschool Groningen wordt in het begrotingsjaar 2002 een additioneel bedrag toegekend ten behoeve van de voortgezette opleiding autonome beeldende kunst van € 108.300. ### Paragraaf 2. Overgangsbepaling bekostiging opleidingen en lerarenopleidingen op het gebied van de kunst ### Artikel 4.4 De verhoging van de onderwijsvraag voor de opleidingen en lerarenopleidingen op het gebied van de kunst voor het begrotingsjaar 2002 als bedoeld in artikel 5.3, vierde lid van het besluit wordt vastgesteld conform bijlage 7 bij deze regeling. ### Paragraaf 3. Berekening bekostiging overige opleidingen hoger beroepsonderwijs ### Artikel 4.5 **1.** Het exploitatiedeel van de applicatiecursussen voor leerkrachten eigen taal en cultuur wordt berekend door de overeenkomstig artikel 3.4 van het besluit bepaalde onderwijsvraag te vermenigvuldigen met een bedrag van € 3.110. **2.** De berekening van het huisvestingsdeel van de in dit artikel bedoelde opleidingen geschiedt overeenkomstig de bepalingen van het besluit. ## Hoofdstuk 5. Slotbepalingen ### Artikel 5.1 De regeling bekostiging hoger onderwijs van 14 maart 1994 wordt op 1 januari 2002 ingetrokken. ### Artikel 5.2 **1.** Deze regeling treedt, met uitzondering van artikel 3.3, eerste lid, in werking met ingang van de dag na uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2002. **2.** Artikel 3.3, eerste lid treedt in werking op 1 januari 2003. ### Artikel 5.3 Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling bekostiging hoger onderwijs 2002. ### Artikel 5.4 Deze regeling wordt met toelichting geplaatst in de Staatscourant met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. ## Bijlage 1 Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. ## Bijlage 2 Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. ## Bijlage 3 Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. ## Bijlage 4 Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. ## Bijlage 5 Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. ## Bijlage 6 Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. ## Bijlage 7 Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. ## Bijlage 8 Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. ## Bijlage 9 Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. ## Bijlage 10 Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. ## Bijlage 11 Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen