--- titel: Regeling gefluoreerde broeikasgassen en gereguleerde stoffen koelinstallaties bwb_id: BWBR0026453 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2011-08-24' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0026453 citeertitel: Regeling gefluoreerde broeikasgassen en gereguleerde stoffen koelinstallaties --- # Regeling gefluoreerde broeikasgassen en gereguleerde stoffen koelinstallaties ## Hoofdstuk 1. Algemeen ### Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: – *airco van een mobiel werktuig:* koelinstallatie die – niet hermetisch gesloten is en minder dan drie kilogram gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevat, of – hermetisch gesloten is en minder dan zes kilogram gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevat, en hoofdzakelijk bestemd is om de luchttemperatuur en de vochtigheid in de bestuurdersruimte van een werktuig als bedoeld in bijlage I bij deze regeling te doen dalen; – – niet hermetisch gesloten is en minder dan drie kilogram gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevat, of – – hermetisch gesloten is en minder dan zes kilogram gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevat, – *airco van een voertuig:* koelinstallatie die – niet hermetisch gesloten is en minder dan drie kilogram gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevat, of – hermetisch gesloten is en minder dan zes kilogram gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevat, en hoofdzakelijk bestemd is om de luchttemperatuur en de vochtigheid in de bestuurdersruimte of de passagiersruimte van een voertuig als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c en d, van de Wegenverkeerswet 1994 te doen dalen; – – niet hermetisch gesloten is en minder dan drie kilogram gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevat, of – – hermetisch gesloten is en minder dan zes kilogram gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevat, - *deelnemer:* deelnemer aan het examen, bedoeld in artikel 3, eerste lid; - *exameninstelling:* door de Minister aangewezen instelling als bedoeld in artikel 3, tweede tot en met vierde lid; - *installeren:* aaneenkoppelen van twee of meer apparatuuronderdelen of circuits die gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevatten of daartoe bestemd zijn met het oog op het plaatsen van een systeem op de locatie waar het zal functioneren, inclusief de handeling waarbij leidingen voor gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen van een systeem worden aaneengekoppeld om een koelcircuit te voltooien ongeacht de noodzaak het systeem na montage te vullen; - *keuringsinstantie:* door de minister aangewezen instantie als bedoeld in artikel 25, eerste lid; - *koelinstallatie:* drukapparatuur of drukapparaat als bedoeld in artikel 1, onder e, van het Warenwetbesluit drukapparatuur, waarin zich gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevinden; - *koudemiddelenregistratie:* registratie waarbij wordt bijgehouden de hoeveelheid gefluoreerde broeikasgassen en gereguleerde stoffen die wordt gevuld of bijgevuld in koelinstallaties en de teruggewonnen hoeveelheid gefluoreerde broeikasgassen en gereguleerde stoffen uit koelinstallaties evenals de bestemming hiervan; - *lekcontrole:* controle op lekkage als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de f-gassenverordening voor zover het gefluoreerde broeikasgassen betreft en controle op lekdichtheid als bedoeld in artikel 23 van de EG-verordening ozonlaagafbrekende stoffen en artikel 29a voorzover het gereguleerde stoffen betreft; - *minister:* de Minister van Infrastructuur en Milieu; - *mobiele airco:* airco van een voertuig of airco van een mobiel werktuig; – *mobiele koelinstallatie:* koelinstallatie die – niet hermetisch gesloten is en drie kilogram of meer gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevat of – hermetisch gesloten is en zes kilogram of meer gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevat, en zich bevindt in of op een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder e, van de Spoorwegwet of een voertuig als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c of d, van de Wegenverkeerswet 1994; – – niet hermetisch gesloten is en drie kilogram of meer gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevat of – – hermetisch gesloten is en zes kilogram of meer gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevat, - *onderhouden:* alle werkzaamheden, met uitzondering van het terugwinnen en het uitvoeren van lekcontroles, waarbij de circuits die gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevatten of daartoe bestemd zijn, worden geopend, waaronder het vullen van het systeem met gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen, het wegnemen van een of meer circuit- of apparatuuronderdelen, het hermonteren van een of meer circuit- of apparatuuronderdelen en het herstellen van lekken; - *stationaire koelinstallatie:* koelinstallatie die tijdens het functioneren niet mobiel is; - *terugwinnen:* verzamelen en opslaan van gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen tijdens onderhoud of voorafgaand aan de verwijdering van koelinstallaties of houders als bedoeld in artikel 2, onder 12, van de f-gassenverordening. ## Hoofdstuk 2. Diploma’s ### Paragraaf 2.1. Werkzaamheden waarvoor een diploma verplicht is ### Artikel 2 **1.** Personen die een of meer van de volgende werkzaamheden verrichten aan stationaire en mobiele koelinstallaties, beschikken over een bij de betreffende categorie van werkzaamheden behorend diploma als bedoeld in het tweede lid: a. a. het verrichten van lekcontroles van mobiele koelinstallaties, en van stationaire koelinstallaties: 1°. die niet hermetisch gesloten zijn en drie kilogram of meer gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevatten of 2°. die hermetisch gesloten zijn en zes kilogram of meer gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevatten; 1°. 1°. die niet hermetisch gesloten zijn en drie kilogram of meer gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevatten of 2°. 2°. die hermetisch gesloten zijn en zes kilogram of meer gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevatten; b. b. het terugwinnen; c. c. het installeren, of d. d. het onderhouden. **2.** Het diploma heeft betrekking op een van de volgende categorieën van werkzaamheden: a. a. categorie I: de houder van het diploma is bevoegd alle werkzaamheden als genoemd in het eerste lid te verrichten; b. b. categorie II: de houder van het diploma is bevoegd: 1°. de werkzaamheid, genoemd in het eerste lid, onder a, te verrichten op voorwaarde dat hierbij het koelcircuit, dat de gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevat, niet wordt geopend; 2°. de werkzaamheden, genoemd in het eerste lid, onder b tot en met d, te verrichten bij stationaire koelinstallaties die niet hermetisch gesloten zijn en minder dan drie kilogram gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevatten of die hermetisch gesloten zijn en minder dan zes kilogram gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevatten; 1°. 1°. de werkzaamheid, genoemd in het eerste lid, onder a, te verrichten op voorwaarde dat hierbij het koelcircuit, dat de gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevat, niet wordt geopend; 2°. 2°. de werkzaamheden, genoemd in het eerste lid, onder b tot en met d, te verrichten bij stationaire koelinstallaties die niet hermetisch gesloten zijn en minder dan drie kilogram gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevatten of die hermetisch gesloten zijn en minder dan zes kilogram gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevatten; c. c. categorie III: de houder van het diploma is bevoegd de werkzaamheid, genoemd in het eerste lid, onder b, te verrichten bij stationaire koelinstallaties die niet hermetisch gesloten zijn en minder dan drie kilogram gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevatten of die hermetisch gesloten zijn en minder dan zes kilogram gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevatten; d. d. categorie IV: de houder van het diploma is bevoegd de werkzaamheid, genoemd in het eerste lid, onder a, te verrichten voorzover hierbij het koelcircuit, dat de gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen bevat, niet wordt geopend. **3.** Personen die belast zijn met het terugwinnen bij mobiele airco’s beschikken over een bij deze werkzaamheid behorend diploma. **4.** Degene die beschikt over een diploma behorend tot categorie I als bedoeld in het tweede lid, onder a, is tevens gerechtigd de werkzaamheid, bedoeld in het derde lid, te verrichten. **5.** Voor personen: a. a. die een opleiding voor het kunnen verrichten van de betreffende werkzaamheid volgen met het oogmerk het hierbij behorende diploma te verkrijgen, en b. b. die tot het moment dat het diploma voor die betreffende werkzaamheid is verkregen bij het verrichten van die werkzaamheid werkzaam zijn onder direct toezicht en verantwoordelijkheid van iemand die over een bij het bij die werkzaamheid behorend diploma beschikt, is het eerste lid voor een periode van maximaal twee jaar en het derde lid voor een periode van maximaal een jaar niet van toepassing, te rekenen vanaf de aanvangsdatum van de opleiding. ### Paragraaf 2.2. Het examen ### Artikel 3 **1.** Een diploma wordt verkregen door het met gunstig gevolg afleggen van het examen bij een exameninstelling als bedoeld in het tweede tot en met vierde lid. **2.** De Stichting Emissiepreventie Koudetechniek is aangewezen als de instelling die het examen afneemt voor een diploma voor het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aan stationaire en mobiele koelinstallaties. **3.** De Stichting Vakopleiding Automobiel- en Motorrijwielbedrijf is aangewezen als de instelling die het examen afneemt voor een diploma voor het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, derde lid, aan airco’s van voertuigen. **4.** De Stichting Certificering Examinering Risicovolle Taken is aangewezen als de instelling die het examen afneemt voor een diploma voor het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, derde lid, aan airco’s van mobiele werktuigen. **5.** Een persoon meldt zich voor het afleggen van het examen vooraf aan bij de betreffende exameninstelling. **6.** Tijdens het examen voor een diploma als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt getoetst of een deelnemer voldoet aan de exameneisen behorend bij de betreffende categorie van werkzaamheden, die zijn neergelegd in bijlage II bij deze regeling. **7.** Tijdens het examen voor een diploma als bedoeld in artikel 2, derde lid, wordt getoetst of een deelnemer voldoet aan de exameneisen, die zijn neergelegd in bijlage III bij deze regeling. **8.** Onverminderd de artikelen 8, vijfde lid, onder c, en 16 is de geldigheidsduur van het diploma onbeperkt. **9.** Onder het examen wordt in deze regeling mede verstaan het herexamen, tenzij nadrukkelijk anders is bepaald. ### Artikel 4 **1.** De minister stelt de inhoud van het examen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, vast waarmee getoetst wordt of een deelnemer voldoet aan de exameneisen behorend bij de betreffende categorie van werkzaamheden, die zijn neergelegd in de bijlagen II of III bij deze regeling. Voorafgaande aan de vaststelling adviseert de exameninstelling de minister over de inhoud van het examen. **2.** Het examen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, bestaat uit een theorie- en een praktijkgedeelte. ### Artikel 5 De minister stelt de uitslag van het examen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, met inachtneming van het advies van de exameninstelling inzake de resultaten van het door een deelnemer afgelegde examen vast en draagt er zorg voor dat de uitslag binnen drie weken na ontvangst van dat advies aan een deelnemer wordt verzonden. ### Artikel 6 **1.** Indien een deelnemer een of meer onderdelen van het examen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, niet met goed gevolg heeft afgelegd, wordt hij in de gelegenheid gesteld een herexamen te doen voor het betreffende onderdeel of de betreffende onderdelen. **2.** Het herexamen vindt plaats binnen zes maanden nadat een deelnemer van de resultaten van het examen op de hoogte is gesteld. **3.** Indien een deelnemer een of meer onderdelen van het herexamen niet met goed gevolg heeft afgelegd, is hij niet gerechtigd opnieuw herexamen te doen. ### Artikel 7 **1.** Een deelnemer is voor het afleggen van het examen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, voorafgaand een vergoeding verschuldigd aan de exameninstelling. **2.** Indien de verschuldigde vergoeding niet voor de dag waarop het examen zal worden afgenomen is ontvangen wordt de deelnemer uitgesloten van deelname aan het examen. **3.** De exameninstelling doet de minister jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de verschuldigde vergoeding voor het afleggen van het examen voor het volgende kalenderjaar. De minister stelt de hoogte van de vergoeding vast. **4.** De hoogte van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor een examen of een herexamen dat wordt afgelegd: a. a. met het oog op het verkrijgen van een diploma voor werkzaamheden als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a of b: 1°. voor een examen of een herexamen op alle onderdelen: € 635,– exclusief BTW; 2°. voor een herexamen van het theoriegedeelte: € 135,– exclusief BTW; 3°. voor een herexamen van een onderdeel van het praktijkgedeelte: € 310,– exclusief BTW; 1°. 1°. voor een examen of een herexamen op alle onderdelen: € 635,– exclusief BTW; 2°. 2°. voor een herexamen van het theoriegedeelte: € 135,– exclusief BTW; 3°. 3°. voor een herexamen van een onderdeel van het praktijkgedeelte: € 310,– exclusief BTW; b. b. met het oog op het verkrijgen van een diploma voor werkzaamheden als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder c of d: 1°. voor een examen of een herexamen op beide onderdelen: € 435,– exclusief BTW; 2°. voor een herexamen van het theoriegedeelte: € 135,– exclusief BTW; 3°. voor een herexamen van het praktijkgedeelte: € 310,– exclusief BTW. 1°. 1°. voor een examen of een herexamen op beide onderdelen: € 435,– exclusief BTW; 2°. 2°. voor een herexamen van het theoriegedeelte: € 135,– exclusief BTW; 3°. 3°. voor een herexamen van het praktijkgedeelte: € 310,– exclusief BTW. c. c. met het oog op het verkrijgen van een diploma voor werkzaamheden als bedoeld in artikel 2, derde lid: 1°. voor een examen of een herexamen op alle onderdelen: € 220,– exclusief BTW; 2°. voor een herexamen van het theoriegedeelte: € 69,– exclusief BTW; 3°. voor een herexamen van het praktijkgedeelte: € 193,– exclusief BTW. 1°. 1°. voor een examen of een herexamen op alle onderdelen: € 220,– exclusief BTW; 2°. 2°. voor een herexamen van het theoriegedeelte: € 69,– exclusief BTW; 3°. 3°. voor een herexamen van het praktijkgedeelte: € 193,– exclusief BTW. **5.** In afwijking van het vierde lid, onder a, bedraagt de hoogte van de vergoeding voor een examen of een herexamen met het oog op het verkrijgen van een diploma voor werkzaamheden als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, indien de deelnemer al beschikt over een diploma voor werkzaamheden als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder b, voor een examen of voor een herexamen: € 245,– exclusief BTW. ### Artikel 8 **1.** Indien onvoorziene omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de minister beslissen dat het examen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, geheel of gedeeltelijk opnieuw wordt afgenomen. **2.** Indien een deelnemer in strijd heeft gehandeld met deze regeling of het examenreglement, bedoeld in artikel 9, tweede lid, of zich ten aanzien van het examen aan enig bedrog heeft schuldig gemaakt, bericht de exameninstelling de minister hieromtrent. **3.** In het geval, bedoeld in het tweede lid, wordt door een examinator binnen een week na constatering van de onregelmatigheid een schriftelijk verslag opgemaakt. Dit verslag bevat in ieder geval: a. a. het examen waarop het voorval betrekking heeft; b. b. het tijdstip waarop het voorval heeft plaatsgevonden; c. c. de naam van de betrokken deelnemer; d. d. een omschrijving van het voorval; e. e. de datum en het tijdstip waarop het verslag is gemaakt; f. f. de zienswijze van de betrokken deelnemer; g. g. de zienswijze van een eventuele getuige, met diens naam; h. h. de naam en de handtekening van degene die het verslag heeft gemaakt; i. i. zo mogelijk originele bewijsstukken die de bevindingen onderbouwen. **4.** Het verslag wordt aan de betrokken deelnemer toegezonden. Voorts wordt onverwijld een afschrift aan de minister gezonden. **5.** Indien een deelnemer zich aan een handeling, als bedoeld in het tweede lid, schuldig heeft gemaakt kan de minister besluiten: a. a. dat een deelnemer voor een periode van ten hoogste zes maanden wordt uitgesloten van deelname aan een of meer examens als bedoeld in deze regeling; b. b. tot ongeldigverklaring van het examen; c. c. tot intrekking van een reeds verleend diploma op grond van deze regeling. ### Paragraaf 2.3. Taken en verplichtingen exameninstelling ### Artikel 9 **1.** De exameninstelling is belast met de feitelijke werkzaamheden met betrekking tot het organiseren en afnemen van het examen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, waaronder: a. a. het uitbrengen van het advies, bedoeld in artikel 4, eerste lid; b. b. het geven van voorlichting over en bekendheid aan het examen; c. c. het vaststellen van de examendatum, het tijdstip en de plaats; d. d. het toezenden van de uitnodiging voor de deelname aan het examen; e. e. het afnemen van het examen door examinatoren; f. f. het factureren van de vergoeding, bedoeld in artikel 7, eerste lid, aan een deelnemer; g. g. het binnen drie weken na afloop van het examen uitbrengen van het advies, bedoeld in artikel 5, en h. h. het registeren van individuele en algemene resultaten van de examens. **2.** De exameninstelling stelt een examenreglement vast. Het reglement bevat ten minste: a. a. de procedure- en gedragsregels die gelden voorafgaand, gedurende en na afloop van het examen; b. b. de criteria op basis waarvan het examen wordt beoordeeld ten behoeve van het advies over de examenresultaten, bedoeld in artikel 5; c. c. onverminderd artikel 10 de termijn waarbinnen individuele en algemene resultaten van de examens bewaard blijven, en d. d. de procedures voor externe afstemming en klachten in verband met de uitvoering van deze regeling. **3.** De exameninstelling stelt een huishoudelijk reglement vast dat ten minste bevat: a. a. de taken die een examinator heeft; b. b. de criteria waaraan de examinator moet voldoen, waarbij ten minste wordt vastgelegd: 1°. dat hij voldoende kennis heeft van de relevante examenmethoden en de examendocumenten, en 2°. dat hij voldoende relevante praktijkervaring heeft; 1°. 1°. dat hij voldoende kennis heeft van de relevante examenmethoden en de examendocumenten, en 2°. 2°. dat hij voldoende relevante praktijkervaring heeft; c. c. de criteria waaraan de examenruimte moet voldoen en welke technische middelen en hulpmiddelen beschikbaar moeten zijn; d. d. de procedures voor interne controles en evaluaties van de uitvoering van deze regeling. **4.** Het examenreglement, het huishoudelijk reglement, en wijzigingen hiervan behoeven de goedkeuring van de minister. **5.** De exameninstelling is onafhankelijk en onpartijdig en neemt bij de uitvoering van de werkzaamheden het examenreglement en het huishoudelijk reglement in acht. **6.** De exameninstelling neemt afdoende maatregelen om fraude voor, tijdens en na het examen te voorkomen. **7.** Indien de exameninstelling niet meer voldoet aan een of meer van haar verplichtingen, bericht zij dit onverwijld schriftelijk aan de minister. ### Artikel 10 De exameninstelling is gehouden de inschrijving van een deelnemer, de resultaten van het door hem afgelegde examen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, evenals het advies aan de minister, bedoeld in artikel 5, te bewaren tot: a. a. ten minste dertien weken na de dag van het examen; b. b. ten minste dertien weken na de dag waarop de beslissing op het bezwaarschrift bekend is gemaakt, indien tegen de uitslag van het examen bezwaar is gemaakt, of c. c. ten minste dertien weken na de dag waarop het beroep onherroepelijk is, indien tegen een beslissing op bezwaar beroep is ingesteld. ### Artikel 11 **1.** De exameninstelling verstrekt desgevraagd aan de minister alle voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van alle zakelijke gegevens en bescheiden, indien dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. **2.** De exameninstelling zendt elk jaar een jaarverslag aan de minister waarin verantwoording wordt afgelegd over de wijze waarop zij in het voorafgaande kalenderjaar uitvoering heeft gegeven aan haar taken en verplichtingen voortvloeiend uit deze regeling. **3.** Het jaarverslag wordt opgesteld met inachtneming van de richtsnoeren, bedoeld in bijlage IV bij deze regeling. ### Paragraaf 2.4. Schorsing en intrekking aanwijzing exameninstelling ### Artikel 12 **1.** De minister kan de aanwijzing van de exameninstelling schorsen, indien de instelling naar het oordeel van de minister een of meer van de taken of verplichtingen, bedoeld in de artikelen 9 tot en met 11, niet of onvoldoende uitvoert respectievelijk nakomt. **2.** In geval van schorsing geeft de minister de exameninstelling gedurende een door hem te bepalen periode de gelegenheid de tekortkoming ongedaan te maken. **3.** Indien de tekortkoming door de exameninstelling binnen de door de minister gestelde termijn naar het oordeel van de minister ongedaan is gemaakt, wordt de schorsing van de aanwijzing opgeheven. ### Artikel 13 De minister kan de aanwijzing van de exameninstelling intrekken indien: a. a. de instelling hierom verzoekt; b. b. de instelling naar het oordeel van de minister ernstig tekortschiet bij de uitvoering of nakoming van een of meer van de taken of verplichtingen, bedoeld in de artikelen 9 tot en met 11; c. c. de instelling niet meewerkt aan een controle door de minister in het kader van deze regeling; d. d. de aanwijzing ingevolge artikel 12, eerste lid, is geschorst en de tekortkoming binnen de door de minister gestelde termijn niet ongedaan is gemaakt, of e. e. de instelling surseance van betaling is verleend of in staat van faillissement verkeert. ### Paragraaf 2.5. Afgifte en intrekken diploma’s ### Artikel 14 **1.** De minister verstrekt het diploma aan een deelnemer die met gunstig gevolg het examen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, heeft afgelegd. **2.** De minister registreert aan wie een diploma als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is uitgereikt. Deze gegevens worden bewaard totdat de betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt doch ten minste vijf jaar. ### Artikel 15 Het diploma vermeldt ten minste: a. a. de volledige naam van de houder van het diploma; b. b. een registratienummer; c. c. de werkzaamheden, bedoeld in de artikelen 2, eerste of derde lid, die de houder van het diploma bevoegd is te verrichten; d. d. de datum van afgifte en de ondertekening door de minister. ### Artikel 16 Indien de houder van een diploma bij voortduring in strijd handelt met deze regeling, artikel 3 van het Besluit gefluoreerde broeikasgassen milieubeheer, artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit EG-verordening ozonlaagafbrekende stoffen of artikel 29a kan de minister tot intrekking van het diploma besluiten. In dat geval levert de betrokkene zijn diploma in bij de minister. ### Paragraaf 2.6. Vergoeding aan de minister ### Artikel 17 Vervallen ## Hoofdstuk 3. Bedrijfscertificaten ### Paragraaf 3.1. Aanvraag, verkrijgen, schorsen en intrekken bedrijfscertificaten ### Artikel 18 Een bedrijf dat stationaire of mobiele koelinstallaties installeert of onderhoudt mag deze werkzaamheden uitsluitend verrichten indien het beschikt over een geldig bedrijfscertificaat dat is afgegeven door een keuringsinstantie. ### Artikel 19 **1.** Een bedrijf kan een bedrijfscertificaat als bedoeld in artikel 18 verkrijgen, indien het beschikt over: a. a. personeel dat houder is van een diploma als bedoeld in artikel 2, tweede lid; b. b. voldoende adequaat gediplomeerd personeel als bedoeld onder a in relatie tot het ter zake te verwachten werkaanbod; c. c. voldoende en adequate instrumenten voor en noodzakelijke procedures ten behoeve van het personeel dat zich bezig houdt met de betreffende werkzaamheden, en d. d. een koudemiddelenregistratie. **2.** Bij de aanvraag van een bedrijfscertificaat worden ten minste overgelegd: a. a. een overzicht van de beschikbaarheid van het personeel, bedoeld in het eerste lid, onder a, in relatie tot het te verwachten werkaanbod evenals kopieën van de diploma’s, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het personeel; b. b. een document waarin de voor het personeel noodzakelijke instrumenten en procedures zijn beschreven; c. c. een koudemiddelenregistratie, en d. d. het registratienummer uit het handelsregister. **3.** Een bedrijf als bedoeld in artikel 18 kan een aanvraag voor een bedrijfscertificaat indienen bij een keuringinstantie. **4.** Een bedrijf bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, ten minste vijf jaar. **5.** Een bedrijf voldoet na afgifte van een bedrijfscertificaat bij voortduring aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, en stelt op verzoek van de keuringsinstantie de gegevens van de koudemiddelenregistratie beschikbaar. **6.** Indien een bedrijf niet meer voldoet aan de eisen op basis waarvan een bedrijfscertificaat is verleend, bericht zij dit onverwijld schriftelijk aan de keuringsinstantie. ### Artikel 20 Het bedrijfscertificaat vermeldt ten minste: a. a. de naam van het bedrijf; b. b. een registratienummer afgegeven door de keuringsinstantie; c. c. de werkzaamheden, bedoeld in artikel 18, die de houder van het bedrijfscertificaat bevoegd is te verrichten; d. d. de datum van afgifte en de ondertekening door een vertegenwoordiger van de keuringinstantie. ### Artikel 21 **1.** De keuringsinstantie voert vierentwintig maanden na afgifte van een bedrijfscertificaat een tussentijdse beoordeling uit waarbij wordt bezien of een bedrijf nog voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 19, eerste lid. De tussentijdse beoordeling wordt vervolgens iedere achtenveertig maanden herhaald. **2.** De keuringsinstantie voert achtenveertig maanden na afgifte van een bedrijfscertificaat een herkeuring uit waarbij wordt beoordeeld of een bedrijf nog voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 19, eerste lid. De herkeuring wordt vervolgens iedere achtenveertig maanden herhaald. ### Artikel 22 **1.** De keuringinstantie kan een bedrijfscertificaat tijdelijk of definitief intrekken: a. a. indien een bedrijf hierom verzoekt; b. b. indien een bedrijf naar het oordeel van de keuringinstantie niet meer voldoet aan een of meer eisen als genoemd in artikel 19, eerste lid, of in strijd handelt met artikel 19, vierde, vijfde of zesde lid; c. c. indien een bedrijf niet of onvoldoende meewerkt aan een tussentijdse beoordeling of herkeuring door de keuringinstantie of de keuringsinstantie anderszins niet in staat is een bedrijf te beoordelen, of d. d. een bedrijf surseance van betaling is verleend of in staat van faillissement verkeert. **2.** Bij een tijdelijke intrekking stelt de keuringinstantie een bedrijf gedurende een door de keuringinstantie te bepalen periode in de gelegenheid de tekortkoming ongedaan te maken. **3.** Indien de tekortkoming door een bedrijf binnen de door de keuringinstantie gestelde termijn naar het oordeel van de keuringinstantie ongedaan is gemaakt, wordt de tijdelijke intrekking van een bedrijfscertificaat opgeheven. **4.** De keuringinstantie kan een bedrijfscertificaat in ieder geval definitief intrekken, indien een bedrijfscertificaat tijdelijk is ingetrokken en de tekortkoming binnen de door de keuringinstantie gestelde termijn niet ongedaan is gemaakt. **5.** Indien de aanwijzing van de keuringsinstantie ingevolge artikel 29, eerste lid, wordt ingetrokken, vervalt het oorspronkelijke bedrijfscertificaat van rechtswege na vierentwintig maanden te rekenen vanaf de dag van de intrekking van de aanwijzing, of zoveel eerder als een nieuw bedrijfscertificaat door een andere keuringsinstantie is verleend. ### Artikel 23 De keuringsinstantie neemt bij de certificering, tussentijdse beoordeling en herkeuring van bedrijven, bedoeld in de artikelen 19 en 21, en de tijdelijke en definitieve intrekking van bedrijfscertificaten, bedoeld in artikel 22, de bepalingen die zijn neergelegd in bijlage V bij deze regeling in acht. ### Paragraaf 3.2. Aanwijzing, taken en verplichtingen keuringinstantie ### Artikel 24 De keuringinstantie is belast met het beoordelen van bedrijven in het kader van deze regeling, het afgeven van bedrijfscertificaten en het in voorkomende gevallen tijdelijk of definitief intrekken hiervan. ### Artikel 25 **1.** Een instantie kan door de minister worden aangewezen als keuringinstantie indien de instantie voldoet aan de volgende voorwaarden: a. a. zij is onafhankelijk en onpartijdig bij de uitvoering van de werkzaamheden ingevolge paragraaf 3.1 van deze regeling; b. b. zij houdt in een register bij welke bedrijven over een bedrijfscertificaat beschikken en houdt deze gegevens actueel; c. c. zij beschikt over een reglement waarin ten minste de te volgen procedures zijn neergelegd voor het verstrekken en het tijdelijk en definitief intrekken van een bedrijfscertificaat en het tussentijds beoordelen en herkeuren van bedrijven, en d. d. zij beschikt over personeel dat voor het uitvoeren van de beoordelingen van bedrijven voldoet aan de eisen, die zijn neergelegd in bijlage VI bij deze regeling; e. e. zij registreert op een geaggregeerd niveau de gegevens van de resultaten van de koudemiddelenregistratie die door bedrijven ingevolge artikel 19, vierde lid, beschikbaar zijn gesteld. **2.** De keuringinstantie bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder b en e, ten minste vijf jaar. **3.** De keuringinstantie neemt bij de uitvoering van de werkzaamheden ingevolge paragraaf 3.1 van deze regeling het reglement, bedoeld in het eerste lid, onder c, in acht en voldoet bij voortduring aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid. **4.** Indien de keuringsinstantie niet meer voldoet aan een of meer van haar verplichtingen, bericht zij dit onverwijld schriftelijk aan de minister. **5.** De minister overlegt periodiek met alle keuringinstanties. De keuringinstanties zijn verplicht aan dit overleg deel te nemen. ### Artikel 26 **1.** Een instantie kan een aanvraag voor een aanwijzing als bedoeld in artikel 25, eerste lid, indienen bij de minister. **2.** Bij de aanvraag toont de instantie aan dat zij voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 25, eerste lid, door overlegging van de daarvoor noodzakelijke gegevens en bescheiden die direct of indirect van belang zijn voor de beoordeling van de aanvraag. ### Artikel 27 **1.** De keuringinstantie verstrekt desgevraagd aan de minister alle voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van alle zakelijke gegevens en bescheiden, indien dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. **2.** De keuringinstantie stuurt elk jaar een jaarverslag aan de minister waarin verantwoording wordt afgelegd over de wijze waarop zij in het voorafgaande kalenderjaar uitvoering heeft gegeven aan haar taken en verplichtingen voortvloeiende uit deze regeling. **3.** Het jaarverslag wordt opgesteld met inachtneming van de richtsnoeren, die zijn neergelegd in bijlage VII bij deze regeling. ### Paragraaf 3.3. Schorsing en intrekking van aanwijzing keuringinstantie ### Artikel 28 **1.** De minister kan de aanwijzing van de keuringinstantie schorsen, indien de instantie naar het oordeel van de minister: a. a. niet meer voldoet aan een of meer van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 25 of 27; b. b. niet geacht wordt in staat te zijn een of meer van de werkzaamheden, bedoeld in paragraaf 3.1, naar behoren uit te voeren. **2.** Bij schorsing geeft de minister de keuringinstantie gedurende een door hem te bepalen periode gelegenheid de tekortkoming ongedaan te maken. **3.** Indien de tekortkoming door de keuringinstantie binnen de door de minister gestelde termijn naar het oordeel van de minister ongedaan is gemaakt, wordt de schorsing opgeheven. ### Artikel 29 **1.** De minister kan de aanwijzing van de keuringinstantie intrekken, indien: a. a. de instantie hierom verzoekt; b. b. de instantie ernstig tekort is geschoten bij de uitvoering van artikel 24 of de naleving van een of meer van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 25 en 27; c. c. de instantie misbruik maakt van haar bevoegdheden; d. d. de instantie niet meewerkt aan een controle door de minister in het kader van deze regeling; e. e. de aanwijzing ingevolge artikel 28, eerste lid, is geschorst en de tekortkoming naar het oordeel van de minister binnen de door de hem gestelde termijn niet ongedaan is gemaakt, of f. f. de instantie surseance van betaling is verleend of in staat van faillissement verkeert. **2.** De keuringsinstantie overlegt bij intrekking van de aanwijzing aan de minister alle relevante inlichtingen en bescheiden, waaronder het register, bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder b. **3.** De keuringsinstantie stelt de betrokken bedrijven onverwijld op de hoogte van het besluit van de minister tot intrekking van de aanwijzing. ## Hoofdstuk 3a. Lekdichtheid koelinstallaties ### Artikel 29a **1.** De EG-verordening standaardlekcontroles stationaire koelinstallaties is van overeenkomstige toepassing op koelinstallaties voor zover het gereguleerde stoffen betreft. **2.** Artikel 23, tweede en derde lid, van de EG-verordening ozonlaagafbrekende stoffen, is van overeenkomstige toepassing op mobiele koelinstallaties voor zover het gereguleerde stoffen betreft. ### Artikel 29b De exploitant van een koelinstallatie die gereguleerde stoffen bevat en is voorzien van een lekdetectiesysteem, draagt er zorg voor dat ten minste een keer per twaalf maanden dat lekdetectiesysteem wordt gecontroleerd door een persoon die beschikt over het bij de betreffende categorie werkzaamheden behorende diploma, bedoeld in artikel 2, eerste lid, om te garanderen dat dat lekdetectiesysteem behoorlijk functioneert, waarbij wordt verstaan onder: a. a. *exploitant:* natuurlijke of rechtspersoon die de feitelijke controle uitoefent over het technisch functioneren van de koelinstallatie; b. b. *lekdetectiesysteem:* geijkt mechanisch, elektrisch of elektronisch apparaat om lekken van gereguleerde stoffen op te sporen, dat waarschuwt als het deze stoffen heeft vastgesteld. ## Hoofdstuk 4. Overgangsregeling ### Artikel 30 **1.** Degene die houder is van een diploma STEK-monteur of een diploma CFK-monteur wordt geacht tot 1 juli 2010 houder te zijn van een diploma behorend bij categorie I als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a. **2.** Artikel 2, derde lid, is tot 1 juli 2010 niet van toepassing op een persoon die beschikt over een diploma auto-airco monteur (STEK) of een diploma demonteur auto-airco (STEK). **3.** Een bedrijf dat aan de ter zake geldende eisen ingevolge de Aanwijzingsregeling Stichting Erkenningsregeling voor de uitoefening van het Koeltechnisch Installatiebedrijf voldoet en als zodanig is erkend wordt geacht tot 1 juli 2011 houder te zijn van een tussentijds bedrijfscertificaat ten behoeve van het kunnen verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 18. ### Artikel 31 **1.** Nadat degene die houder is van een diploma STEK-monteur of een diploma CFK-monteur dit diploma aan de minister heeft toegezonden, verstrekt de minister een diploma behorend bij categorie I als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a. **2.** Nadat degene die houder is van een diploma auto-airco monteur (STEK) of een diploma demonteur auto-airco (STEK) dit diploma aan de minister heeft toegezonden, verstrekt de minister een diploma als bedoeld in artikel 2, derde lid. **3.** Indien de toezending van het diploma, bedoeld in het eerste of tweede lid, geschiedt voor 1 maart 2010, zendt de minister het diploma behorend bij categorie I als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, of het diploma, bedoeld in artikel 2, derde lid, tezamen met het oorspronkelijke diploma voor 1 juli 2010 aan de betrokkene toe. ## Hoofdstuk 5. Wederzijdse erkenning ### Artikel 32 **1.** Met de beroepseisen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, en waarop Verordening (EG) nr. 303/2008 van de Europese Commissie van 2 april 2008 tot instelling, ingevolge Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, van minimumeisen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning voor de certificering van bedrijven en personeel betreffende stationaire koel-, klimaatregelings- en warmtepompapparatuur die bepaalde gefluoreerde broeikasgassen bevat (PbEU L 92) niet van toepassing is, worden gelijkgesteld beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau van deze regeling. **2.** Met de beroepseisen, bedoeld in artikel 2, derde lid, en waarop Verordening (EG) nr. 307/2008 van de Europese Commissie van 2 april 2008 tot vaststelling, ingevolge Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, van minimumeisen voor opleidingsprogramma’s en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van opleidingsvoorschriften voor personeel op het gebied van bepaalde gefluoreerde broeikasgassen bevattende klimaatregelingssystemen in bepaalde motorvoertuigen (PbEU L 92) niet van toepassing is, worden gelijkgesteld beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau van deze regeling. **3.** Met een bedrijfscertificaat als bedoeld in artikel 18 en waarop Verordening (EG) nr. 303/2008 van de Europese Commissie van 2 april 2008 tot instelling, ingevolge Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, van minimumeisen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning voor de certificering van bedrijven en personeel betreffende stationaire koel-, klimaatregelings- en warmtepompapparatuur die bepaalde gefluoreerde broeikasgassen bevat (PbEU L 92) niet van toepassing is, wordt gelijkgesteld een verklaring van goedkeuring, afgegeven door een onafhankelijke keuringsinstantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, welke verklaring is afgegeven op basis van onderzoekingen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau van deze regeling. ## Hoofdstuk 6. Slotbepalingen ### Artikel 33 De Aanwijzingsregeling Stichting Erkenningsregeling voor de uitoefening van het Koeltechnisch Installatiebedrijf wordt met ingang van 1 juli 2011 ingetrokken. ### Artikel 34 Wijzigt de Inzamelingsregeling CFK en halonen. ### Artikel 35 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2010. ### Artikel 36 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gefluoreerde broeikasgassen en gereguleerde stoffen koelinstallaties. ## Bijlage I. , behorende bij Werktuigen waarop deze regeling van toepassing is: ## Bijlage II. , behorend bij Exameneisen aan een diploma, als bedoeld in artikel 2, eerste lid: ^1 Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering en de gezamenlijke nakoming van daaruit voortvloeiende verplichtingen (Trb. 2005, 1). ^2 Verordening (EG) nr. 1516/2007 van de Europese Commissie van 19 december 2007 tot vaststelling, ingevolge Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, van basisvoorschriften inzake controle op lekkage van stationaire koel-, klimaatregelings- en warmtepompapparatuur die bepaalde gefluoreerde broeikasgassen bevat (PbEU L 335). ^3 Verordening (EG) nr. 1494/2007 van de Europese Commissie van 17 december 2007 tot vaststelling, ingevolge Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, van de vorm van etiketteringseisen betreffende producten en apparatuur die bepaalde gefluoreerde broeikasgassen bevatten (PbEU L 332). ^4 Het op 16 september 1987 te Montreal tot stand gekomen Protocol betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken, met bijlagen (Trb. 1988, 11). ^5 Handelingen welke opening van het koelcircuit vereisen behoren niet tot de bevoegdheden van personeel dat categorie IV werkzaamheden uitvoert. ## Bijlage III. , behorend bij Exameneisen aan een diploma, als bedoeld in artikel 2, derde lid: Het examen voor de categorie werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, derde lid, omvat het volgende: ^1 Richtlijn 2006/40/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2006 betreffende emissies van klimaatregelingsapparatuur in motorvoertuigen en houdende wijziging van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad (PbEU L 161). ## Bijlage IV. , behorende bij Het jaarverslag bestaat ten minste uit de volgende onderdelen: ## Bijlage V. , behorend bij ## Bijlage VI. , behorend bij Degene als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder d, die beoordelingen van bedrijven uitvoert, voldoet aan de volgende eisen: ## Bijlage VII. , behorend bij Het jaarverslag bestaat ten minste uit de volgende onderdelen: