--- titel: Regeling Groeifaciliteit bwb_id: BWBR0020560 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2006-11-25' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0020560 citeertitel: Regeling Groeifaciliteit --- # Regeling Groeifaciliteit ### Paragraaf 1. Algemene bepalingen ### Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. a. Minister: de Minister van Economische Zaken; b. b. kapitaalvennootschap: 1°. een vennootschap als bedoeld in artikel 1 van de Eerste Richtlijn 68/151/EEG van de Raad van 9 maart 1968 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de Lid-Staten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 58 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB EG L 65), of 2°. een kapitaalvennootschap die is ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie, die rechtspersoonlijkheid bezit, een apart vermogen heeft dat bij uitsluiting voor de schulden van de vennootschap kan worden aangesproken en op grond van haar nationale wetgeving onderworpen is aan garantievoorwaarden zoals bedoeld in Richtlijn 68/151/EEG van de Raad om de belangen van zowel deelgerechtigden als derden te beschermen; 1°. 1°. een vennootschap als bedoeld in artikel 1 van de Eerste Richtlijn 68/151/EEG van de Raad van 9 maart 1968 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de Lid-Staten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 58 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB EG L 65), of 2°. 2°. een kapitaalvennootschap die is ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie, die rechtspersoonlijkheid bezit, een apart vermogen heeft dat bij uitsluiting voor de schulden van de vennootschap kan worden aangesproken en op grond van haar nationale wetgeving onderworpen is aan garantievoorwaarden zoals bedoeld in Richtlijn 68/151/EEG van de Raad om de belangen van zowel deelgerechtigden als derden te beschermen; c. c. MKB-ondernemer: een natuurlijke of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt 1°. die ten tijde van de verstrekking van risicokapitaal op grond van deze regeling voldoet aan de definitie van middelgrote, kleine en micro-ondernemingen, opgenomen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 364/2004 van de Commissie van 25 februari 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10), die gevestigd is in Nederland en wier activiteiten voor een substantieel deel in Nederland worden uitgevoerd; 2°. wier activiteiten niet in overwegende mate betrekking hebben op: – landbouw, visserij en aquacultuur, met uitzondering van toelevering en dienstverlening; – onroerend goed, met uitzondering van bemiddeling; – de financiële sector voor zover de MKB-ondernemer het bank-, verzekerings- of beleggingsbedrijf uitoefent, of een participatiemaatschappij heeft; – de gezondheidszorg, voor zover de onderneming een aanbieder is als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet marktordening gezondheidszorg; 1°. 1°. die ten tijde van de verstrekking van risicokapitaal op grond van deze regeling voldoet aan de definitie van middelgrote, kleine en micro-ondernemingen, opgenomen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 364/2004 van de Commissie van 25 februari 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10), die gevestigd is in Nederland en wier activiteiten voor een substantieel deel in Nederland worden uitgevoerd; 2°. 2°. wier activiteiten niet in overwegende mate betrekking hebben op: – landbouw, visserij en aquacultuur, met uitzondering van toelevering en dienstverlening; – onroerend goed, met uitzondering van bemiddeling; – de financiële sector voor zover de MKB-ondernemer het bank-, verzekerings- of beleggingsbedrijf uitoefent, of een participatiemaatschappij heeft; – de gezondheidszorg, voor zover de onderneming een aanbieder is als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet marktordening gezondheidszorg; – – landbouw, visserij en aquacultuur, met uitzondering van toelevering en dienstverlening; – – onroerend goed, met uitzondering van bemiddeling; – – de financiële sector voor zover de MKB-ondernemer het bank-, verzekerings- of beleggingsbedrijf uitoefent, of een participatiemaatschappij heeft; – – de gezondheidszorg, voor zover de onderneming een aanbieder is als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet marktordening gezondheidszorg; d. d. participatiemaatschappij: een vennootschap 1°. in de vorm van een kapitaalvennootschap of een vennootschap met een afgescheiden vermogen die is ingericht naar Nederlands recht of naar het recht van één van de andere lidstaten van de Europese Unie; 2°. die blijkens de akte waarbij haar statuten zijn vastgesteld of blijkens de overeenkomst waarbij zij is aangegaan tot doel heeft of mede tot doel heeft het verstrekken van risicokapitaal aan MKB-ondernemers teneinde winst te behalen, met uitzondering van startersfondsen als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Regeling seed capital technostarters; 1°. 1°. in de vorm van een kapitaalvennootschap of een vennootschap met een afgescheiden vermogen die is ingericht naar Nederlands recht of naar het recht van één van de andere lidstaten van de Europese Unie; 2°. 2°. die blijkens de akte waarbij haar statuten zijn vastgesteld of blijkens de overeenkomst waarbij zij is aangegaan tot doel heeft of mede tot doel heeft het verstrekken van risicokapitaal aan MKB-ondernemers teneinde winst te behalen, met uitzondering van startersfondsen als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Regeling seed capital technostarters; e. e. bank: een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen; f. f. kapitaalverschaffer: een participatiemaatschappij of een bank; g. g. achtergestelde lening: 1°. een lening van geld door een kapitaalverschaffer aan een MKB-ondernemer met het oog op de financiering door deze ondernemer van eigen activiteiten, – welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een borgstelling die een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer op persoonlijke titel heeft gegeven, – en waarop de MKB-ondernemer krachtens een daartoe strekkende bepaling in de akte van geldlening in geval van ontbinding, een akkoord na verlening van surséance van betaling, een akkoord in faillissement of een akkoord na het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen met betrekking tot de MKB-ondernemer waaraan de achtergestelde lening is verstrekt, eerst verplicht is de niet vervallen aflossingen te betalen nadat alle andere op dat moment bestaande schulden van de debiteur zijn voldaan, met uitzondering van schulden ingevolge vorderingen waaraan een bepaling van gelijke aard als voornoemde bepaling zijn verbonden en ingevolge geldleningen die zijn verstrekt door aandeelhouders in de onderneming van de MKB-ondernemer, – en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de vorenbedoelde akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen; of 2°. een lening van geld door een kapitaalverschaffer aan een MKB-ondernemer die een rechtspersoon is wiens activa slechts bestaan uit deelnemingen in of vorderingen op een dochtermaatschappij in de zin van artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met het oog op de financiering door deze ondernemer van activiteiten van deze dochtermaatschappij, – welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een persoonlijke borgstelling van een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer en van een pandrecht gevestigd op aandelen in de dochtermaatschappij – en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen; 1°. 1°. een lening van geld door een kapitaalverschaffer aan een MKB-ondernemer met het oog op de financiering door deze ondernemer van eigen activiteiten, – welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een borgstelling die een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer op persoonlijke titel heeft gegeven, – en waarop de MKB-ondernemer krachtens een daartoe strekkende bepaling in de akte van geldlening in geval van ontbinding, een akkoord na verlening van surséance van betaling, een akkoord in faillissement of een akkoord na het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen met betrekking tot de MKB-ondernemer waaraan de achtergestelde lening is verstrekt, eerst verplicht is de niet vervallen aflossingen te betalen nadat alle andere op dat moment bestaande schulden van de debiteur zijn voldaan, met uitzondering van schulden ingevolge vorderingen waaraan een bepaling van gelijke aard als voornoemde bepaling zijn verbonden en ingevolge geldleningen die zijn verstrekt door aandeelhouders in de onderneming van de MKB-ondernemer, – en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de vorenbedoelde akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen; of – – welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een borgstelling die een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer op persoonlijke titel heeft gegeven, – – en waarop de MKB-ondernemer krachtens een daartoe strekkende bepaling in de akte van geldlening in geval van ontbinding, een akkoord na verlening van surséance van betaling, een akkoord in faillissement of een akkoord na het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen met betrekking tot de MKB-ondernemer waaraan de achtergestelde lening is verstrekt, eerst verplicht is de niet vervallen aflossingen te betalen nadat alle andere op dat moment bestaande schulden van de debiteur zijn voldaan, met uitzondering van schulden ingevolge vorderingen waaraan een bepaling van gelijke aard als voornoemde bepaling zijn verbonden en ingevolge geldleningen die zijn verstrekt door aandeelhouders in de onderneming van de MKB-ondernemer, – – en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de vorenbedoelde akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen; of 2°. 2°. een lening van geld door een kapitaalverschaffer aan een MKB-ondernemer die een rechtspersoon is wiens activa slechts bestaan uit deelnemingen in of vorderingen op een dochtermaatschappij in de zin van artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met het oog op de financiering door deze ondernemer van activiteiten van deze dochtermaatschappij, – welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een persoonlijke borgstelling van een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer en van een pandrecht gevestigd op aandelen in de dochtermaatschappij – en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen; – – welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een persoonlijke borgstelling van een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer en van een pandrecht gevestigd op aandelen in de dochtermaatschappij – – en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen; h. h. waarde van een achtergestelde lening: het nog niet afgeloste deel van de lening; i. i. aandelenkapitaal: aandelen in het kapitaal van een onderneming van de MKB-ondernemer, die de kapitaalverschaffer rechtstreeks van de MKB-ondernemer heeft verkregen tegen volstorting van die aandelen in geld, of door omzetting van een achtergestelde lening; j. j. waarde van aandelenkapitaal: het bedrag in geld dat de kapitaalverschaffer bij de volstorting van de aandelen heeft betaald dan wel, in geval van omzetting van een achtergestelde lening, of een deel daarvan, in aandelenkapitaal, de waarde van de uitstaande lening voor zover die is omgezet in aandelen, vermeerderd onderscheidenlijk verminderd met het bedrag in geld dat wegens de omzetting is bijbetaald door, onderscheidenlijk terugbetaald aan de kapitaalverschaffer; k. k. risicokapitaal: kapitaal in de vorm van aandelenkapitaal of een achtergestelde lening; l. l. reserveringsquotum: het bedrag dat de Minister op aanvraag van een kapitaalverschaffer vaststelt als maximum voor de som van de garanties voor verstrekkingen van risicokapitaal die gedurende twee jaar vanaf de datum van de vaststellingsbeschikking aan de kapitaalverschaffer kunnen worden verschaft; m. m. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden: 1°. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect: – meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan, – volledig aansprakelijk vennoot is van, of – overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en 2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen. 1°. 1°. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect: – meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan, – volledig aansprakelijk vennoot is van, of – overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en – – meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan, – – volledig aansprakelijk vennoot is van, of – – overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en 2°. 2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen. ### Artikel 2 **1.** De Minister verleent op aanvraag aan een kapitaalverschaffer een subsidie voor het verstrekken van risicokapitaal aan MKB-ondernemers in de vorm van een garantstelling voor dit risicokapitaal. **2.** De garantstelling vindt plaats onder de opschortende voorwaarde dat binnen twee maanden na de beschikking tot garantstelling ter uitvoering van die beschikking een garantstellingsovereenkomst tot stand komt tussen de Staat en de kapitaalverschaffer overeenkomstig een aanbod dat bij de beschikking wordt gevoegd. **3.** De garantstelling heeft slechts betrekking op risicokapitaal dat wordt verstrekt nadat de Minister desgevraagd een reserveringsquotum heeft toegekend, en voor zover het quotum nog toereikend en geldig is. **4.** Indien de kapitaalverschaffer bij het verkrijgen van risicokapitaal een gedeelte daarvan niet onder de garantstelling van de Staat brengt, is deze regeling slechts van toepassing op het gedeelte van het verkregen risicokapitaal dat onder de garantstelling is gebracht, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald. ### Artikel 3 De garantstelling heeft uitsluitend betrekking op risicokapitaal dat wordt verstrekt aan een MKB-ondernemer wiens onderneming redelijke rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven heeft waarbij ten minste wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. a. de verstrekking van het risicokapitaal dient niet ter vervanging van eerder aan de MKB-ondernemer verschaft krediet of kapitaal; b. b. de waarde van het risicokapitaal dat aan de MKB-ondernemer of, indien de MKB-ondernemer deel uitmaakt van een groep, aan de groep wordt verstrekt tezamen met de waarde van risicokapitaal dat door een andere kapitaalverschaffer met toepassing van deze regeling en van risicokapitaal dat met toepassing van de Regeling seed capital technostarters aan de MKB-ondernemer onderscheidenlijk de groep is verstrekt of gelijktijdig wordt verstrekt, bedraagt niet meer dan € 5.000.000,–. ### Artikel 4 **1.** Ingevolge de garantstelling wordt een garantie verleend voor 50 procent van de waarde van het risicokapitaal. **2.** De garantie wordt verleend voor de duur van de kapitaalverstrekking met een maximum van twaalf jaar, met dien verstande dat op verzoek van de kapitaalverschaffer de garantie inzake een verstrekking van aandelenkapitaal wordt gebonden aan een termijn van ten minste zes jaar en ten hoogste twaalf jaar. **3.** De kapitaalverschaffer kan een beroep doen op de garantie indien hij op risicokapitaal verlies lijdt: a. a. bij gehele of gedeeltelijke vervreemding van het risicokapitaal; b. b. indien het risicokapitaal een achtergestelde lening betreft, door gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lening door de kapitaalverschaffer; c. c. indien het risicokapitaal een achtergestelde lening betreft, door onvermogen van de MKB-ondernemer om de lening af te lossen; d. d. als gevolg van een faillietverklaring, een verlening van surséance van betaling of een van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen met betrekking tot de MKB-ondernemer; e. e. indien het risicokapitaal een achtergestelde lening betreft, bij een in kracht van gewijsde gegane homologatie van een akkoord na de faillietverklaring, na de verlening van surséance van betaling of na het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen met betrekking tot de MKB-ondernemer waaraan de lening is verstrekt; f. f. indien de MKB-ondernemer een rechtspersoon is, bij ontbinding van de rechtspersoon. ### Artikel 5 **1.** De kapitaalverschaffer is voor het verkrijgen van een reserveringsquotum een provisie van 1% van dit quotum verschuldigd. **2.** De kapitaalverschaffer is jaarlijks voor de garantie op het verstrekte risicokapitaal een provisie verschuldigd die a. a. 2,5% van de gegarandeerde waarde van dit risicokapitaal bedraagt indien de kapitaalverstrekking bestaat uit een niet converteerbare achtergestelde lening zonder dat deze gepaard gaat met een kapitaalverstrekking aan dezelfde MKB-ondernemer door de kapitaalverschaffer of door een andere kapitaalverschaffer die deel uitmaakt van dezelfde groep in de vorm van een converteerbare achtergestelde lening of aandelenkapitaal; b. b. 3% van de gegarandeerde waarde van dit risicokapitaal bedraagt in andere gevallen. **3.** Per kwartaal wordt een vierde deel van de in het tweede lid bedoelde provisie in rekening gebracht, uitgaand van de waarde van het risicokapitaal op de eerste dag van het kwartaal. **4.** De in het tweede lid bedoelde provisie is verschuldigd voor de duur van de garantie of zoveel korter als zich één van de in artikel 4, derde lid, genoemde omstandigheden voordoet. **5.** Indien het risicokapitaal aandelenkapitaal betreft dat wordt vervreemd binnen zes jaren vanaf de verstrekking van het risicokapitaal, is de kapitaalverschaffer op dat tijdstip een aanvullende provisie verschuldigd voor de periode vanaf het tijdstip van de vervreemding tot het verstrijken van de periode van zes jaren, welke aanvullende provisie wordt berekend met overeenkomstige toepassing van het tweede lid en uitgaand van de waarde van het aandelenkapitaal op de eerste dag van het kwartaal voorafgaand aan de vervreemding. **6.** Indien het risicokapitaal een achtergestelde lening betreft, is de kapitaalverschaffer op het tijdstip van de volledige aflossing van de lening een aanvullende provisie verschuldigd indien de op grond van het tweede lid voor de totale looptijd van de lening verschuldigde provisie minder bedraagt dan het zesvoud van de provisie die met toepassing van het tweede lid voor de helft van het geleende bedrag kan worden berekend, welke aanvullende provisie gelijk is aan het hiervoor bedoelde verschil. ### Artikel 6 **1.** Er is een Adviescommissie groeifaciliteit die tot taak heeft de Minister op zijn verzoek te adviseren omtrent aanvragen om garantstelling op grond van deze regeling. **2.** De adviezen van de commissie gaan vergezeld van een deugdelijke motivering. **3.** De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vier en ten hoogste zes andere leden. De leden beschikken tezamen over deskundigheid op het terrein van de kapitaalverschaffing aan groeiende ondernemingen en van bedrijfsoverdrachten en de beoordeling van ondernemingsplannen. De leden zijn geen ambtenaren, werkzaam bij de rijksoverheid. **4.** De voorzitter en de andere leden worden door de Minister voor een termijn van ten hoogste drie jaar benoemd. Zij zijn opnieuw benoembaar voor een termijn van ten hoogste drie jaar. **5.** De commissie stelt haar eigen werkwijze schriftelijk vast. **6.** Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien hij een persoonlijk belang heeft bij de beschikking op de aanvraag. **7.** De Minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de commissie bij te wonen. **8.** In het secretariaat van de commissie wordt door de Minister voorzien. **9.** Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie bewaard in het archief van dat Ministerie. **10.** De commissie verstrekt desgevraagd aan de Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. **11.** De commissie stelt jaarlijks voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar. Op verzoek van de Minister stelt de commissie tevens een evaluatieverslag op, waarin zij aandacht besteedt aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van haar taakvervulling. Het jaarverslag en het evaluatieverslag worden aan de Minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld. ### Artikel 7 **1.** Bij Ministeriële regeling wordt jaarlijks een plafond vastgesteld voor het toekennen van reserveringsquota op grond van deze regeling. Daarbij kunnen afzonderlijke subsidieplafonds worden vastgesteld voor aanvragen die betrekking hebben op de verstrekking van risicokapitaal aan bepaalde categorieën van MKB-ondernemers, voor aanvragen ten aanzien van niet converteerbare achtergestelde leningen onderscheidenlijk andere vormen van risicokapitaal of voor aanvragen van banken onderscheidenlijk participatiemaatschappijen. **2.** Het plafond voor het in 2006 toekennen van reserveringsquota op grond van deze regeling bedraagt € 85.000.000,–. **3.** Indien het plafond met betrekking tot enig kalenderjaar nog niet is vastgesteld op 1 januari van dat jaar, bedraagt het plafond met betrekking tot het toekennen van reserveringsquota in dat jaar € 85.000.000,–. ### Paragraaf 2. Subsidieverlening ### Artikel 8 Een aanvraag om garantstelling op grond van deze regeling wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage B1, en gaat vergezeld van de in het formulier genoemde bescheiden. ### Artikel 9 De Minister geeft een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag om verlening van een garantie. ### Artikel 10 **1.** De Minister kan omtrent de aanvragen het advies inwinnen van de Adviescommissie groeifaciliteit. **2.** De Minister beslist afwijzend op een aanvraag indien hij, daarbij geadviseerd door de commissie, van oordeel is dat: a. a. de aanvraag niet voldoet aan deze regeling; b. b. het goed functioneren van de kapitaalverschaffer onvoldoende is gewaarborgd voor wat betreft i. de deskundigheid van degenen die zijn belast met het verstrekken, beheren en vervreemden van risicokapitaal; ii. de betrouwbaarheid van degenen die zijn belast met het verstrekken, beheren en vervreemden van risicokapitaal en met de bepaling van en het toezicht op het beleid ter zake; iii. een integere bedrijfsuitoefening; iv. zijn financiële draagkracht en stabiliteit. i. i. de deskundigheid van degenen die zijn belast met het verstrekken, beheren en vervreemden van risicokapitaal; ii. ii. de betrouwbaarheid van degenen die zijn belast met het verstrekken, beheren en vervreemden van risicokapitaal en met de bepaling van en het toezicht op het beleid ter zake; iii. iii. een integere bedrijfsuitoefening; iv. iv. zijn financiële draagkracht en stabiliteit. **3.** Bij de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, wordt rekening gehouden met de omstandigheid of de aanvraag alleen betrekking heeft op niet converteerbare achtergestelde leningen of ook op andere vormen van risicokapitaal. ### Artikel 11 **1.** Een beschikking tot subsidieverlening houdt het aanbod in: a. a. aan een bank: om een garantstellingsovereenkomst met de Staat te sluiten ten aanzien van niet converteerbare achtergestelde leningen, of b. b. aan een bank of een participatiemaatschappij: om een garantstellingsovereenkomst met de Staat te sluiten ten aanzien van achtergestelde leningen en aandelenkapitaal, een en ander overeenkomstig het ontwerp dat bij de beschikking is gevoegd. **2.** Het ontwerp voor de garantstellingsovereenkomst wordt opgesteld overeenkomstig het desbetreffende model dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage A, met dien verstande dat de Minister in het ontwerp aanvullende voorschriften kan opnemen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. ### Paragraaf 3. Quotumreservering ### Artikel 12 **1.** De kapitaalverschaffer die een garantstellingsovereenkomst met de Staat heeft of die een aanvraag om garantstelling heeft ingediend waarop nog niet is beslist, kan een aanvraag indienen om een reserveringsquotum van ten minste € 500.000,–. **2.** De aanvraag wordt gedaan met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage B2. ### Artikel 13 **1.** Indien de aanvrager tekort is geschoten bij de naleving van verplichtingen op grond van de garantstellingsovereenkomst, kan de Minister het reserveringsquotum geheel of gedeeltelijk weigeren. **2.** Indien de aanvragen die zijn ontvangen vóór 10 december 2006 tezamen betrekking hebben op een hoger bedrag dan het voor het jaar 2006 beschikbare bedrag, verdeelt de Minister het beschikbare bedrag tussen deze aanvragen naar rato van het gevraagde reserveringsquotum. **3.** Bij Ministeriële regeling kan worden bepaald dat het tweede lid van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op aanvragen die zijn ontvangen in een periode in een ander kalenderjaar. **4.** Indien geen verdeling overeenkomstig het tweede lid of het derde lid heeft plaatsgevonden, verdeelt de Minister het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt. **5.** Indien bij toepassing van het vierde lid op een dag twee of meer aanvragen zijn ontvangen en toewijzing van al deze aanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, stelt de Minister de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting. ### Artikel 14 De Minister stelt het reserveringsquotum vast binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag dan wel, indien ten tijde van de aanvraag nog geen garantstellingsovereenkomst met de aanvrager is gesloten, binnen zes weken na het tijdstip waarop deze overeenkomst wordt gesloten, dan wel, indien de aanvraag is ontvangen in de periode, bedoeld in het tweede of derde lid van artikel 13, binnen zes weken na deze periode. ### Artikel 15 Op gemeenschappelijk verzoek van een kapitaalverschaffer die beschikt over een reserveringsquotum en van een andere kapitaalverschaffer die een garantstellingsovereenkomst met de staat heeft, kan dit quotum geheel of gedeeltelijk voor de resterende periode worden overgedragen aan de laatstgenoemde kapitaalverschaffer. ### Paragraaf 4. Slotbepalingen ### Artikel 16 **1.** Deze regeling, met uitzondering van artikel 1, onderdeel e, treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt zes jaar na het tijdstip van inwerkingtreding. **2.** Artikel 1, onderdeel e, treedt in werking op het tijdstip dat het bij koninklijke boodschap van 3 augustus 2004 ingediende voorstel van wet Regels met betrekking tot de financiële markten en het toezicht daarop (TK 2003–2004, nr. 29708) nadat het tot wet is verheven, in werking treedt. **3.** Tot het in het tweede lid bedoelde tijdstip wordt onder bank verstaan: een kredietinstelling die is ingeschreven in het register bedoeld in artikel 52, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, en die geen kredietinstelling is die gelden ter beschikking krijgt in ruil waarvoor elektronisch geld wordt uitgegeven waarmee betalingen kunnen worden verricht ook aan anderen dan de instelling die het elektronisch geld uitgeeft. ### Artikel 17 Jaarlijks vindt een evaluatie van de toepassing van deze regeling plaats, onder meer ter beoordeling of de inkomsten en de uitgaven ingevolge garantstellingen op grond van deze regeling met elkaar in evenwicht zijn. ### Artikel 18 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Groeifaciliteit. ## Bijlage A Behorende bij artikel 11, tweede lid, van de Regeling groeifaciliteit: A 1: Model algemene garantie-overeenkomst A 2: Model garantie-overeenkomst met banken inzake niet converteerbare achtergestelde leningen ## Bijlage B1 Ligt ter inzage bij SenterNovem, Den Haag. ## Bijlage B2 Ligt ter inzage bij SenterNovem, Den Haag.