--- titel: Regeling tot aanwijzing van vermogenstraceerders en bijzondere opsporingsambtenaren bwb_id: BWBR0032987 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2020-01-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0032987 citeertitel: Regeling tot aanwijzing van vermogenstraceerders en bijzondere opsporingsambtenaren --- # Regeling tot aanwijzing van vermogenstraceerders en bijzondere opsporingsambtenaren ### Artikel 1 Als ambtenaren die kunnen worden belast met de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen of beslissingen van het openbaar ministerie, als bedoeld in artikel 556, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, worden aangewezen: a. a. de vermogenstraceerders, werkzaam bij het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM), die op grond van artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b van het Wetboek van Strafvordering zijn aangewezen; b. b. de bij de politie werkzame buitengewone opsporingsambtenaren, die op grond van artikel 142, eerste lid, aanhef en onder a van het Wetboek van Strafvordering zijn aangewezen en c. c. de opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, als bedoeld in artikel 141, aanhef en onder d van het Wetboek van Strafvordering en artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten. ### Artikel 2 Deze regeling berust op artikel 6:1:5, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. ### Artikel 3 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tot aanwijzing van vermogenstraceerders en bijzondere opsporingsambtenaren. ### Artikel 4 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.