--- titel: Regeling vaststelling gelijkwaardige inspanning decentrale overheden inzake EMU-saldo bwb_id: BWBR0041899 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2019-01-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0041899 citeertitel: Regeling vaststelling gelijkwaardige inspanning decentrale overheden inzake EMU-saldo --- # Regeling vaststelling gelijkwaardige inspanning decentrale overheden inzake EMU-saldo ### Artikel 1 De definities van artikel 1 van de Wet houdbare overheidsfinancien zijn van overeenkomstige toepassing op deze regeling. ### Artikel 2 Het collectieve aandeel van de decentrale overheden gezamenlijk in het EMU-saldo, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, wordt als volgt vastgesteld: a. a. voor 2019 –0 4 procent van het bruto binnenlands product; b. b. voor 2020 –0 4 procent van het bruto binnenlands product; c. c. voor 2021 –0,4 procent van het bruto binnenlands product; d. d. voor 2022 –0,4 procent van het bruto binnenlands product. ### Artikel 3 Het collectieve aandeel van de decentrale overheden in het EMU-saldo, bedoeld in artikel 2, wordt uitgesplitst naar: a. a. een aandeel voor de provincies gezamenlijk dat als volgt wordt vastgesteld: 1°. voor 2019 –0,08 procent van het bruto binnenlands product; 2°. voor 2020 –0,08 procent van het bruto binnenlands product; 3°. voor 2021 –0,08 procent van het bruto binnenlands product; 4°. voor 2022 –0,08 procent van het bruto binnenlands product; 1°. 1°. voor 2019 –0,08 procent van het bruto binnenlands product; 2°. 2°. voor 2020 –0,08 procent van het bruto binnenlands product; 3°. 3°. voor 2021 –0,08 procent van het bruto binnenlands product; 4°. 4°. voor 2022 –0,08 procent van het bruto binnenlands product; b. b. een aandeel voor de gemeenten gezamenlijk dat als volgt wordt vastgesteld: 1°. voor 2019 –0,27 procent van het bruto binnenlands product; 2°. voor 2020 –0,27 procent van het bruto binnenlands product; 3°. voor 2021 –0,27 procent van het bruto binnenlands product; 4°. voor 2022 –0,27 procent van het bruto binnenlands product; 1°. 1°. voor 2019 –0,27 procent van het bruto binnenlands product; 2°. 2°. voor 2020 –0,27 procent van het bruto binnenlands product; 3°. 3°. voor 2021 –0,27 procent van het bruto binnenlands product; 4°. 4°. voor 2022 –0,27 procent van het bruto binnenlands product; c. c. een aandeel voor de waterschappen gezamenlijk dat als volgt wordt vastgesteld: 1°. voor 2019 –0,05 procent van het bruto binnenlands product; 2°. voor 2020 –0,05 procent van het bruto binnenlands product; 3°. voor 2021 –0,05 procent van het bruto binnenlands product; 4°. voor 2022 –0,05 procent van het bruto binnenlands product. 1°. 1°. voor 2019 –0,05 procent van het bruto binnenlands product; 2°. 2°. voor 2020 –0,05 procent van het bruto binnenlands product; 3°. 3°. voor 2021 –0,05 procent van het bruto binnenlands product; 4°. 4°. voor 2022 –0,05 procent van het bruto binnenlands product. ### Artikel 4 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.