--- titel: Regeling vermindering verhuurderheffing 2014 bwb_id: BWBR0034548 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2017-03-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0034548 citeertitel: Regeling vermindering verhuurderheffing 2014 --- # Regeling vermindering verhuurderheffing 2014 ## Hoofdstuk 1. Definities ### Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. a. *belastingplichtige:* belastingplichtige als bedoeld in artikel 1.4 van de wet; b. b. *omgevingsvergunning:* omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onderdelen a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; c. c. *Vrijstellingsbesluit DAEB:* besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen; d. d. *wet:* Wet maatregelen woningmarkt 2014 II. ## Hoofdstuk 2. Aanmelding van een voorgenomen investering ### Artikel 2 **1.** De aanmelding van een voorgenomen investering bevat ten minste: a. a. een aanduiding van de voorgenomen investering; b. b. een aanduiding van de postcodes, de adressen, dan wel de kadastrale aanduidingen van de objecten ten aanzien waarvan de voorgenomen investering wordt verricht; c. c. een reële raming van de investeringskosten per huurwoning van de voorgenomen investering, en d. d. indien van toepassing: een opgave van de datum waarop het bevoegd gezag de ten behoeve van een voorgenomen investering afgegeven omgevingsvergunning heeft verstrekt of schriftelijk kenbaar heeft gemaakt die vergunning te zullen verstrekken; e. e. indien het een voorgenomen investering als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 8°, van de wet betreft: een energielabel met een opnamedatum die op het tijdstip van aanmelding van de voorgenomen investering niet ouder is dan 6 maanden, alsmede het verwachte energielabel na realisatie van de investering. **2.** De belastingplichtige verklaart dat de voorgenomen investering betrekking heeft op een of meerdere huurwoningen. **3.** Het energielabel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, is vastgesteld en afgegeven op de wijze, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Regeling energieprestatie gebouwen. **4.** Indien de belastingplichtige voor een huurwoning een aangemelde voorgenomen investering als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 8°, van de wet, intrekt en voor die huurwoning binnen vijf werkdagen een nieuwe aanmelding voor een voorgenomen investering doet, kan hij eenmalig de bij de nieuwe aanmelding het energielabel overleggen die hij bij de ingetrokken voorgenomen investering heeft overlegd. **5.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel e, kan bij de aanmelding van een voorgenomen investering tot 1 oktober 2021 een energielabel gebruikt worden met een opnamedatum van na 1 juli 2020. ## Hoofdstuk 3. Aanmelding van een gerealiseerde investering ### Artikel 3 **1.** De aanmelding van een gerealiseerde investering bevat ten minste: a. a. een aanduiding van de gerealiseerde investering; b. b. een aanduiding van de postcodes en de adressen ten aanzien waarvan de gerealiseerde investering is verricht; c. c. de vergunning indien de investering vergunningplichtig is; d. d. indien sprake is van de bouw van huurwoningen als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet: een verhuurderverklaring waaruit blijkt dat de huurprijs lager is en zal zijn dan het bedrag, genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag; e. e. indien sprake is van verbouw van niet voor bewoning bestemde ruimten tot huurwoningen die gerealiseerd is na 31 december 2017: een verhuurderverklaring waaruit blijkt dat de huurprijs lager is en zal zijn dan het bedrag, genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag; f. f. de datum waarop de investering is gerealiseerd; g. g. de gerealiseerde investeringskosten per huurwoning; h. h. indien sprake is van verduurzaming als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 8°, van de wet: een energielabel dat is vastgesteld en afgegeven nadat de investering is voltooid. **2.** Artikel 2, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. **3.** In afwijking van het eerste lid geschiedt de aanmelding van een gerealiseerde investering, waarvoor een voorlopige investeringsverklaring is afgegeven voor 1 januari 2021, met inachtneming van het eerste lid zoals dat gold voor 1 januari 2021. ## Hoofdstuk 3a. Vrijstelling van de heffingsvermindering ### Artikel 3a **1.** De aanvraag van een verklaring als bedoeld in artikel 1.6, tweede lid, onderdeel c, van de wet bevat ten minste: a. a. een aanduiding van de postcode en het adres van de woningen waarvan de belastingplichtige de eigendom verwerft en waarvoor de vrijstelling wordt aangevraagd; b. b. een verklaring van de toegelaten instelling die de woning in eigendom verwerft dat de aankoop onderdeel uitmaakt van een plan dat beoogt uitvoering te geven aan een activiteit in het kader van stedelijke vernieuwing als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet, en c. c. de datum van de eigendomsoverdracht van de woning aan de toegelaten instelling. **2.** De aanvraag van een verklaring als bedoeld in artikel 1.6, vierde lid, onderdeel c, van de wet bevat ten minste: a. a. een aanduiding van de postcodes dan wel de adressen van de woningen ten aanzien waarvan de vrijstelling wordt aangevraagd; b. b. de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 1.6, vierde lid, onderdeel a, van de wet voor die woningen, en c. c. de datum waarop de woningen zijn gerealiseerd. ## Hoofdstuk 4. Diensten van algemeen economisch belang ### Artikel 4 **1.** De compensatie bedraagt maximaal € 15 miljoen per belastingplichtige per jaar. **2.** Indien het bedrag, genoemd in het eerste lid, varieert gedurende de periode waarin aan de belastingplichtige de activiteiten, bedoeld in artikel 1.14, eerste lid, van de wet zijn opgedragen, wordt dit jaarbedrag berekend als het gemiddelde van de jaarlijkse compensatiebedragen die naar verwachting gedurende die periode zullen worden toegekend. ### Artikel 5 De belastingplichtige administreert de netto kosten, bedoeld in artikel 5 van het Vrijstellingsbesluit DAEB, verbonden met de gerealiseerde investeringen op een zodanige wijze dat inzicht kan worden verkregen in de hoogte van deze kosten, zulks afgescheiden van de reguliere bedrijfsvoering, in relatie tot de heffingsvermindering. ## Hoofdstuk 5. Slotbepalingen ### Artikel 6 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2014. ### Artikel 7 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vermindering verhuurderheffing 2014.