--- titel: Uitvoeringsregeling BSE-nieuw energieonderzoek bwb_id: BWBR0013577 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2002-04-13' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0013577 citeertitel: Uitvoeringsregeling BSE-nieuw energieonderzoek --- # Uitvoeringsregeling BSE-nieuw energieonderzoek ### Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder minister: de Minister van Economische Zaken. ### Artikel 2 **1.** Als energieprogramma als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit subsidies energieprogramma's, wordt vastgesteld het programma opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage. **2.** Voor het in de bijlage opgenomen energieprogramma worden subsidieplafonds vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in de bijlage, onderdeel F. **3.** De in het tweede lid bedoelde bedragen zijn beschikbaar voor aanvragen die zijn ontvangen in de in de bijlage, onderdeel G, opgenomen perioden. **4.** Het bedrag, genoemd in de bijlage, onderdeel F, onder a, wordt verdeeld op de wijze, bepaald in artikel 9, eerste lid, van het Besluit subsidies energieprogramma's. De bedragen, genoemd in de bijlage, onderdeel F, onder b, worden verdeeld op de wijze, bepaald in artikel 9, tweede lid, van het Besluit subsidies energieprogramma's. ### Artikel 3 **1.** Er is een Adviescommissie nieuw energieonderzoek die tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent aanvragen om subsidie inzake onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten in het kader van het energieprogramma nieuw energieonderzoek. **2.** De adviezen van de commissie gaan vergezeld van een deugdelijke motivering. **3.** De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee en ten hoogste vier andere leden. De leden zijn deskundig op het terrein waarop de commissie een taak heeft en zijn geen ambtenaren, werkzaam bij het Ministerie van Economische Zaken. **4.** De voorzitter en de leden worden door de minister voor een termijn van ten hoogste drie jaar benoemd. Zij zijn te allen tijde opnieuw benoembaar. **5.** De commissie stelt haar eigen werkwijze schriftelijk vast. **6.** Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien hij een persoonlijk belang heeft bij de beschikking op de aanvraag. **7.** In het secretariaat van de commissie wordt door de minister voorzien. **8.** Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beƫindiging van de werkzaamheden van de commissie opgeslagen in het archief van dat ministerie. **9.** De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs noodzakelijk is. **10.** De commissie stelt jaarlijks voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar. Op verzoek van de minister, maar ten minste elk vierde jaar, stelt de commissie tevens een evaluatieverslag op, waarin zij aandacht besteedt aan de doelmatigheid en de doeltreffendheid van haar taakvervulling. Het jaarverslag en het evaluatieverslag worden aan de minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld. ### Artikel 4 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. ### Artikel 5 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling BSE-nieuw energieonderzoek. ## Bijlage . Programma nieuw energieonderzoek (NEO)