--- titel: Besluit vaststelling overhevelingstoeslag 2000 en overhevelingstoeslag 2001 bwb_id: BWBR0011048 type: AMvB status: geldend datum_inwerkingtreding: '2000-01-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0011048 citeertitel: Besluit vaststelling overhevelingstoeslag 2000 en overhevelingstoeslag 2001 --- # Besluit vaststelling overhevelingstoeslag 2000 en overhevelingstoeslag 2001 ### Artikel 1 **1.** De overhevelingstoeslag over het jaar 2000 is gelijk aan 2,15% van het loon van de werknemer, met een maximum van f 1830,–. **2.** In afwijking van het eerste lid is de overhevelingstoeslag over het jaar 2000 gelijk aan 5,45% van de uitkering, met een maximum van f 4640,–, indien het betreft: a. a. een uitkering ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding, als bedoeld in artikel 11, vierde lid onder a, van de Wet op de loonbelasting, gedaan door een lichaam of persoon als bedoeld in artikel 11b van die wet, door het Rijk of door een lager publiekrechtelijk lichaam, indien deze reeds voor 1 januari 1999 werd verstrekt, of b. b. een uitkering ingevolge een pensioenregeling als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Wet op de loonbelasting, welke ten laste komt van het Rijk of de Stichting Pensioenfonds ABP, behoudens voor zover krachtens artikel 30 van de Wet Financiële voorzieningen Privatisering ABP over die uitkering een inhouding inzake arbeidsongeschiktheid plaats heeft gevonden, indien deze reeds voor 1 januari 1999 werd verstrekt, of c. c. een door een werkgever verstrekte aanvulling op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, indien die aanvulling reeds voor 1 januari 1999 werd verstrekt, en daarover geen premie op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering is geheven. ### Artikel 2 **1.** De overhevelingstoeslag per 1 januari 2001 is gelijk aan 2,05% van het loon van de werknemer, met een maximum van f 1745,–. **2.** In afwijking van het eerste lid is de overhevelingstoeslag per 1 januari 2001 gelijk aan 5,35% van de uitkering, met een maximum van f 4555,–, indien het betreft: a. a. een uitkering ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding, als bedoeld in artikel 11, vierde lid onder a, van de Wet op de loonbelasting, gedaan door een lichaam of persoon als bedoeld in artikel 11b van die wet, door het Rijk of door een lager publiekrechtelijk lichaam, indien deze reeds voor 1 januari 1999 werd verstrekt, of b. b. een uitkering ingevolge een pensioenregeling als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Wet op de loonbelasting, welke ten laste komt van het Rijk of de Stichting Pensioenfonds ABP, behoudens voor zover krachtens artikel 30 van de Wet Financiële voorzieningen Privatisering ABP over die uitkering een inhouding inzake arbeidsongeschiktheid plaats heeft gevonden, indien deze reeds voor 1 januari 1999 werd verstrekt, of c. c. een door een werkgever verstrekte aanvulling op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, indien die aanvulling reeds voor 1 januari 1999 werd verstrekt, en daarover geen premie op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering is geheven. ### Artikel 3 De Wet overhevelingstoeslag opslagpremies en de Wet aanpassing uitkeringsregelingen overheveling opslagpremies vervallen met ingang van 1 januari 2001. ### Artikel 4 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2000.