--- titel: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar arrestantenbewakers/-verzorgers Koninklijke marechaussee 2002 bwb_id: BWBR0013606 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2002-04-23' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0013606 citeertitel: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar arrestantenbewakers/-verzorgers Koninklijke marechaussee 2002 --- # Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar arrestantenbewakers/-verzorgers Koninklijke marechaussee 2002 ### Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2. ### Artikel 2 Maximaal 63 burgerambtenaren werkzaam bij de Koninklijke marechaussee en werkzaam als arrestantenbewakers/-verzorgers zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar. ### Artikel 3 **1.** De opsporingsbevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar strekt zich uit tot de strafbare feiten genoemd bij of krachtens: a. a. de Opiumwet en de Wet wapens en munitie, b. b. de artikelen 177, 179, 180, 182, 184 en 350 van het Wetboek van Strafrecht. **2.** De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland. ### Artikel 4 **1.** Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Hoofdofficier van Justitie bij het arrondissementsparket te Arnhem. **2.** Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Commandant van de Koninklijke marechaussee. ### Artikel 5 De Commandant van de Koninklijke marechaussee brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, aan de Minister van Justitie verslag uit over: a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij de dienst Operatiën; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Justitie goedgekeurd examen, hoeveel personen in dat jaar voor het examen zijn geslaagd. ### Artikel 6 De buitengewoon opsporingsambtenaar is, zodra hij met goed gevolg de opleiding beroepsvaardigheden Koninklijke marechaussee heeft voltooid, bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar. ### Artikel 7 De buitengewoon opsporingsambtenaar kan, zodra hij met goed gevolg de opleiding beroepsvaardigheden Koninklijke marechaussee heeft voltooid, gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar uitgerust zijn met: a) a) handboeien van een door de Ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type; b) b) een korte wapenstok van een door de Ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type. ### Artikel 8 Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar arrestantenbewakers/-arrestantenverzorgers Koninklijke marechaussee 1997 wordt ingetrokken. ### Artikel 9 De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 8 genoemde besluit, worden voor de duur van hun geldigheid geacht te zijn akten en legitimatiebewijzen of overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit. ### Artikel 10 Dit besluit treedt in werking met ingang van 23 april 2002 en vervalt met ingang van 23 april 2007. ### Artikel 11 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar arrestantenbewakers/-verzorgers Koninklijke marechaussee 2002.