--- titel: Besluit regiem voor militairen, die voorlopig arrest, resp. gevangenisstraf, hechtenis of militaire detentie ondergaan bwb_id: BWBR0003501 type: AMvB status: geldend datum_inwerkingtreding: '1982-06-24' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0003501 citeertitel: Besluit regiem voor militairen, die voorlopig arrest, resp. gevangenisstraf, hechtenis of militaire detentie ondergaan --- # Besluit regiem voor militairen, die voorlopig arrest, resp. gevangenisstraf, hechtenis of militaire detentie ondergaan ### Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: "Onze Minister": Onze Minister van Justitie "gedetineerde": de militair die rechtens van zijn vrijheid is beroofd en verblijft in het Militair Penitentiair Centrum Stroe. ### Artikel 2 Voor de gedetineerden gelden, voor zover bij of krachtens dit besluit niet anders is bepaald, de bepalingen van de Penitentiaire beginselenwet en de bij of krachtens deze wet gestelde regels. ### Artikel 3 **1.** De tot hechtenis of militaire detentie veroordeelden worden in beperkte gemeenschap geplaatst. **2.** De gedetineerde die zulks verzoekt wordt in afzondering geplaatst tenzij dit naar het redelijk oordeel van de directeur niet mogelijk of gewenst is. ### Artikel 4 Voor zover Onze Minister niet anders bepaalt, zijn met betrekking tot de voeding, de kleding, de geneeskundige verzorging, de sociale verzorging, de geestelijke verzorging, de reis- en vervoerskosten en de ontwikkeling en ontspanning van de gedetineerden de voorschriften welke in de krijgsmacht gelden, van toepassing. ### Artikel 5 De gedetineerden verrichten, voor zover daarvan niet vrijgesteld, militaire dienst, militair onderwijs en oefeningen daaronder begrepen. ### Artikel 6 De gedetineerde die geen militaire inkomsten geniet, ontvangt een zakgeld, waarvan het bedrag door Onze Minister na overleg met Onze Minister van Defensie wordt vastgesteld. ### Artikel 7 Ten aanzien van bepaalde in voorlopig arrest gestelden kunnen de bevoegde militair-justitiƫle autoriteiten in het belang van het onderzoek: a. a. beperkingen bevelen met betrekking tot: 1e. de uitreiking van kranten en lectuur; 2e. het ontvangen van bezoek; 3e. het uitreiken of verzenden van brieven; 1e. 1e. de uitreiking van kranten en lectuur; 2e. 2e. het ontvangen van bezoek; 3e. 3e. het uitreiken of verzenden van brieven; b. b. andere maatregelen gelasten. ### Artikel 8 Onze Minister kan nadere regelen stellen ter uitvoering van dit besluit. ### Artikel 9 Het Koninklijk besluit van 19 oktober 1961 (*Stb.* 336) en het Koninklijk besluit van 9 mei 1963 (*Stb.* 204), zoals beide gewijzigd bij het Koninklijk besluit van 11 oktober 1974 (*Stb.* 600), worden ingetrokken op de dag waarop dit besluit in werking treedt. ### Artikel 10 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin het is geplaatst.